De dag dat The Beatles niet in de Houtrusthallen zouden spelen

Als Hagenees probeer ik natuurlijk alles rondom Den Haag als beatstad numero uno angstvallig onder mijn en uw aandacht te houden. Vandaar hetgeen dat nu volgt.

Bij Harry Knipschild las ik vandaag het volgende:

“Uiteindelijk planden we één concert in Blokker en het andere konden we krijgen in de Houtrusthallen in Den Haag, maar Epstein wilde ze beide in dezelfde zaal”.

Een simpele zoekactie leverde een link op naar een scan van het oorspronkelijke document. Een artikel uit 1984 in de Nieuwe Revu die er toen nog als een soort knipselkrant uitzag. 1984, ook het jaar waarin Marvin Gaye door zijn eigen vader doodgeschoten werd.

De Amsterdamse impresario Dick van Gelder was toentertijd in negentienhonderdvierenzestig dé man omdat hij degene was die The Beatles naar Nederland had weten te halen. Maar het was manager Brian Epstein die besloot om niet voor de Houtrusthallen in Den Haag te kiezen. Een historische misser dus! Het werd 2 maal de Blokker. Dat nota bene een groenteveiling was!

Het concert in die christelijke Blokker verliep overigens zoals verwacht voorspoedig. Geen gevechten, hooguit wat meisjes met natte benen die zich de tiefus gilden als John, Paul of George weer een haarlok van links naar rechts lieten bewegen.

Gelukkig hadden we in Den Haag ene Paul Acket die de vuige tegenhangers van de brave Liverpoolers uitnodigde om een avond lang van snaar te gaan in het Scheveningse Kurhaus. Wat een legendarische avond zou gaan worden. Het publiek trok de podiumgordijnen uit het plafond en sloopte de stoelen in de zaal. De politie sloeg met stok en al op het publiek in en trapte op de handen van mensen die aan het podium gekluisd stonden. Niet zo gek dus dus dat dat ontaarde in de totale sloop van de Kurshauszaal.

politie-stones

Hilversum draaide nog jarenlang nadien gewoon Tante Leen en Willy Alberti alsof er geen vuiltje aan de lucht viel te bekennen. De boot Veronica voor de kust van Scheveningen moest eraan te pas komen om het land te voorzien van muziek voor de jeugd die bejaard Hilversum weigerde te draaien.

Want in Den Haag was de rock and roll natuurlijk allaaaaaaaaaaaang begonnen!

Een en ander is ook op video vastgelegd door DirkJan Vos in 1994 voor het Haags Filmhuis aan het Spui (voor meer info zie hier):

#metablog 5: taal *tikken doet* is echt mijn ding

Bhutan sacred penises on homes

Desnoods kom ik niet meer uit mijn woorden, worden mijn vingers maar moe van al het getik. Zolang ik gitaar kan blijven spelen. Zolang ik liedjes kan blijven zingen. En zolang er in mijn hoofd steeds weer nieuwe muziek ontstaat, is er niets aan de hand.

Muziek is de mooiste taal. Een universele taal.

Ik weet nog hoe mijn toenmalige collega Alf op 11 september 2001 het nieuws uit Amerika mededeelde. Voor we het wisten stonden we met zijn allen achter zijn Mac het nieuws te lezen. Het was vlak nadat het 1e vliegtuig de Twin Towers was binnengevlogen. Alle bronnen waar Amerikaans, Engelstalig. De dagen erna draaide blogtool Blogger overuren. Iedere Amerikaan begon toen een blog om verhalen en foto’s over de verschrikkelijke gebeurtenissen te delen met de rest van de wereld. Google wilde al vrij snel Blogger kopen wat een paar jaar later ook daadwerkelijk gebeurde.

De teksten die ik online las waren vrijwel altijd Engelstalig. Hoewel je in Nederland allang De Digitale Stad (DDS, sinds ’94!) had, ik volgde dat toentertijd nauwelijks. Een van de weinige Nederlandse blogs die ik toendertijd wel volgde was het 2525.com blog van Francisco van Jole. Maar muziek speelde daarin natuurlijk ook een grote rol. Ik was (en ben nog steeds) veel te vinden op internationale fora voor musici en geluidsspecialisten. De voertaal op die fora is Engels.

Kortom: Engels is de taal van internet.

Gisteren zag ik een leuke uitzending op televisie van Reizen Waes die over Bhutan ging. In Bhutan koestert men de eigen cultuur. Men probeert wel met haar tijd mee te gaan, maar doet dat veel minder krampachtig dan in de rest van de wereld. De gekkigheid skipt men. En dus is er geen Mac Donalds in Bhutan te vinden. Wel respecteert en koestert men de mediterende monniken. En men respecteert de schilderingen van fallussymbolen op huizen om zo het gezin te beschermen tegen boze geesten en te zorgen voor vruchtbaarheid in het gezin, bijgelovig als men is. Een traditie die afkomstig is van de 15e-eeuwse boeddhistische leraar, Drukpa Kunley, die bekend stond als een Goddelijke Gek. Met iedere vrouw die hij tegenkwam probeerde hij een potje te neuken. Hele dorpen werkte hij zo af.

Door die uitzending stond ik stil bij onze Nederlandse cultuur. Koesteren wij deze wel genoeg? Ik denk dat wij Nederlanders eerder neerkijken op onze cultuur. In de politiek is het inmiddels populair om kunst uit eigen land al helemaal als onzinnig te beschouwen. Zelfs als een hobby af te schilderen. Tenzij Obama bij je op bezoek komt want dan remember je ineens weer dat Rembrandt best een toffe schilder was. Rembrandt, een man met een linkse hobby, zo was het toch? Nog even een paar keer op die achterlijke partijen stemmen en onze cultuur is definitief naar de kloten geholpen. Tering!

Die uitzending over Bhutan kon natuurlijk alleen gemaakt worden omdat er een tolk met de televisiemakers meereisde. Ze spraken natuurlijk Engels want als je twee werelddelen bijeen brengt dan is goede communicatie een vereiste. Heel vroeger reisden niet zo heel veel mensen de wereld over, kwam het niet voor dat je een buitenlandse krant las of dat je beelden uit Amerika op televisie zag die niet ondertiteld waren. Maar die tijden zijn radicaal veranderd. Meer dan ooit tevoren zal je geconfronteerd worden met de Engelse taal.

En toch bloggen we stug door in het Nederlands terwijl we weten dat we in het Engels veel meer ogen en oren kunnen bereiken.

Of is het een miskenning van onze cultuur als we ineens in het Engels gaan communiceren? Koesteren we stiekum toch, als het erop aankomt, net als die Bhutanezen, onze eigenheid in taal? Je kunt veel culturele gebruiken koesteren maar zoiets essentieels als een niet-compatibele taal, wat communicatieconflicten in de hand kan werken, is dat wel slim? Beperkt dat ons juist niet enorm?

Mijn bedrijfsblog Melodiefabriek is Engelstalig omdat ik op de globale markt opereer. Toch is mijn werk vaak super Nederlands van aard. Zo doe ik veel met gesproken woord in het Nederlands. Zo ook mijn recente audiodocumentaire Oostende Healing die in de nacht van 1 op 2 april uitgezonden werd door de NTR op Radio 6. Een van de geïnterviewden is geluidstechnicus Mike Butcher, een Brit die woonachtig in België is. Ik hoefde de man niet te vertalen zo vond de NTR, aangezien de NTR een hoog opgeleid publiek heeft. Maar aangezien de rest van de documentaire gewoon in het Nederlands is, bleef daarmee het bereik ook beperkt tot Nederland en België. Aan het onderwerp, Marvin Gaye, lag het niet, maar aan de taal wel. De taal vormde de beperkende factor.

Makkelijk is dat zeker niet. In het Engels schrijven is nog tot daar aan toe, maar in het Engels spreken is echt een veel lastiger verhaal, zeker als je dat overtuigend wilt doen. En dus ligt het voor mij niet zo voor de hand om mijn audiodocumentaires in het Engels te produceren. Maar toch, als ik er zo over nadenk, waarom niet eigenlijk? Een wereldmarkt wacht op mij. Het is een kwestie van doen en blijven doen om je daarin te ontwikkelen.

We zitten waarschijnlijk in een overgangsfase van 100% Nederlandstalige blogs naar meer Engels georiënteerde blogs. Voor blogs met een innovatief en internationaal karakter zoals het blog van The Next Web dat al jaren serieus meespeelt in de ratrace van internationale techblogs, geldt dat al heel lang. De markt in Nederland is simpelweg te klein. Online is het al lastig genoeg om je geld te verdienen, laat staan dat je die markt ook nog eens beperkt via de taal. Maar dat is toch precies wat we hier met z’n allen doen.

Zullen we maar lekker in het Engels gaan bloggen dan?

(foto onder CC BY-NC-ND: Deana Zabaldo)

Alleen een cultuur van creatieven kan ons redden van onszelf

As much as our social hierarchies are about limiting and controlling access to wealth, they are also about limiting and controlling access to creativity.

Damien Walter (columnist voor The Guardian, activist lezen en geletterdheid en docent creatief schrijven) pleit voor een wereld waarin we creativiteit voor iedereen voorop stellen. Hij heeft er 3600 woorden voor nodig, maar ik zou die geweldige woorden maar gaan lezen als ik jou was!

Mocht je eerst nog even wat quotes tot je willen nemen voordat je besluit de tekst te gaan lezen, dat kan.

A more equal society will allow everyone the time and freedom to follow their creative passions, without the paralysing question of whether they produce wealth.

Door onze machthebbers wordt de crisis uitgedrukt in koopkracht. We geven het consumentenvertrouwen een cijfer maar beseffen niet dat het een compleet achterhaald concept is. En dat het consumentisme ons beperkt en dat de hang naar kapitalisme ons weerhoudt van onze grootste kracht: creativiteit. Een kracht die diep in ons aller zielen zit. Een kracht die aangespoord dient te worden, juist nu!

The consumerist economic model — itself a set of ad hoc compromises following the death of the industrial model — has reached the end of its useful existence.

Wat ik je blaf: LEES die tekst!!!

Mijn naam gecomponeerd op de Gentse beiaard

image_TRACKGent is een kunstzinniger stad dan alle Nederlandse steden bij elkaar opgeteld. Gelukkig kunnen jij en ik virtueel afreizen naar die creatieve plaats. Bijvoorbeeld door deel te nemen aan het 42ste kunstwerk van TRACK. Via jouw voor- en achternaam kun je namelijk een compositie genereren. Check daarvoor c.track.be/Nl. En op basis van de mooiste en leukste naam-composities componeert de Gentse stadscomponist An Pierlé een originele beiaardcompositie.

Een heel leuk project om aandacht te trekken voor track.be/nl/. Ondertussen ga ik me maar weer eens schamen voor mijn Nederlanderschap en het feit dat wij hier in ons kikkerlandje zo neerkijken op kunst en cultuur.

P.S. Mijn naam klinkt trouwens zo (lang niet gek!): c.track.be/hERI1n

Trots op Nederlandse cultuur

Nederland zoekt het al jaren in het buitenland. Onze mensen zijn niet goedkoop genoeg en dus doen we zaken met goedkopere landen. De zaken die we wel hier in ons kikkerlandjes produceren exporteren we maar wat graag. En we importeren dezelfde producten uit weer andere landen. Dat noemen we handel, het tegen geld laten circuleren van goederen.

Wat van ver komt, is lekker. Dat weten we maar al te goed. We smullen van alles wat Engeland en Amerika ons op het gebied van muziek brengt. Ook onze internetgoeroe’s halen we graag van ver. Voor heel veel geld willen we die lui lezingen horen geven.

Maar waar is toch onze eigenheid gebleven? Dat wat ooit typisch Nederlands was en niet door hele goedkope krachten in China geproduceerd wordt. Volgens mij zijn wij die eigenheid – noemden we dat vroeger niet cultuur? – compleet kwijtgeraakt.

Wooden Shoes made in China, dat idee. Het lijkt onschuldig, maar is het niet want het betekent het failliet van onze cultuur. Jarenlang werd de Nederlandse eigenheid in de verkoop gedaan. Wie dat goeie handel vindt, mag het zeggen.