Mijn verslag van de KIM-lezing 2015 met Tom Rosenstiel

Voor De Nieuwe Reporter deed ik gisteren verslag van de KIM-lezing 2015. Tom Rosenstiel, Amerikaans journalist, schrijver en directeur van het American Press Institute, was te gast. Hij liet zijn licht schijnen over de toekomst van de journalistiek.

In alle hectiek moet ik dan mijn werk doen. Goed luisteren en je in het zweet typen met een laptop op schoot. Het scheelt als de spreker goeie dingen zegt en dat was gisteren gelukkig het geval. De journalistiek zit in een diepe crisis maar Rosenstiel komt met kant-en-klare oplossingen. Geen vaag gedoe maar een visie op een toekomst die allang begonnen had kunnen zijn.

Verplicht leesvoer dus, al zeg ik het zelf: ‘De kant-en-klare oplossingen voor de journalistiek van Tom Rosenstiel’ (DNR)

Interview met Hans Laroes voor DNR

Nog vlak voor het eind van vorig jaar op de 3e kerstdag van 2012 zocht ik Hans Laroes in zijn woonplaats Leiden op. We hadden elkaar weleens eerder ontmoet, 5 jaar geleden. Ik maakte toen een serie van 4 video’s (video 1 / video 2 / video 3 / video 4) samen met Irene van Nispen Kress onder de titel van ‘De Toekomst van TV’. Nu zat ik alleen met mijn audiorecorder bij hem op de bank. Zijn haar wat korter, mijn haar wat korter. Ter voorbereiding had ik zijn boek ‘De Littekens van de Dag’ gelezen.

Na iets meer dan een uur stond ik weer buiten en kon ik aan de montage gaan beginnen. Wat nog best een behoorlijke klus bleek. Hoewel ik normaliter vaak stukken van het gesprek naadloos aan elkaar knip en plak, heb ik er dit keer voor gekozen om de audio hier en daar abrupt af te breken. Alsof ik zelf de punt achter de zin zet. Alsof de camera even op zwart gaat. Wel zorgde ik ervoor dat onder elk gat wat muziek klonk zodat er nergens totale stilte klonk. (ik durfde geen totale stilte te laten vallen) Diverse gitaarpartijen heb ik er al improviserend aan toegevoegd. En als ze het gesprek teveel in de weg bleken te zitten verving ik ze door muziekstukken die ik eerder componeerde.

editing interview Hans Laroes

Voor meer, zie De Nieuwe Reporter →

En tot slot, om met Laroes te spreken, laten we hopen dat iedereen na het beluisteren zal zeggen:

Aha, goed dat ze dat gedaan hebben!

#kritiek

Gisteren tijdens Picnic ’12 deed ik 2 audio-interviews. Eentje met David Clinch (Storyful) en eentje met Erik van Heeswijk (VPRO).

Het is onderdeel van een middagverslag dat ik voor De Nieuwe Reporter maakte (lezuh hierrrr →).

Maar waar ik het in deze post even over wil hebben zijn de dingen die mij vaak opvallen als ik een interview opneem. En dan met name interviews die wat verder van mij afstaan, waarbij er sprake van enige druk is. Niet een potje voor de vuist weglullen, maar scherp wat vragen stellen. Ik merk dan:

  • dat ik heel slecht ben in het onthouden van namen en functies, dat levert altijd slordige introducties op
  • ik heb de neiging tot stotteren (factchecked door een vriendin ooit die logopediste is)
  • ik ben te weinig kort en bondig in mijn vragen

Mijn redding is:

  • ik ben rete handig in het editen van audio, kan naadloos knippen in de audio en oeverloos geouwehoer eruit rossen
  • ik heb een goed oor voor het verhaal, de boodschap en hoe dat gebracht moet worden

Ik vraag me ook even af wat ik met muziek moet in deze vorm van korte audio. Ergens voegt het weinig toe maar aan de andere kant is dat nu juist wel iets waar ik nog meer het verschil mee zou kunnen maken. Ik wil geen audio maken die op die van anderen lijkt, dus het mag best opvallen, alleen moet ik het nog zien te vinden qua vorm. Het is dus ook een minpuntje wat mij betreft. Maar als ik daar een pluspunt van weet te maken is het meer een kick om dit soort interviews te doen.

Gisteren hadden we het tijdens #blogpraat over het omgaan met kritiek. Wat mij betreft is kritiek, zowel positief als negatief, noodzakelijk om te kunnen groeien. Want dat wil ik namelijk, enorm goed worden in wat ik doe omdat ik dat nu nog lang niet ben. Geef het de suffe term uitdaging, maar zo is het wel. Uitgedaagd worden door je eigen zwakke punten, omdat je weet: ooit ben ik daar waar ik wil zijn.