Gezien: Hollands Deep en 1-2-3-4 van Anton Corbijn

Het leek ons (samen met Karin) vandaag een goed idee om de combinatie-exposities van Anton Corbijn in zowel het Haags Gemeentemuseum als het Haags Fotomuseum te gaan zien. Anton is niet vies van een goed potje symboliek. Wel zo toepasselijk dus voor een Goede Vrijdag.

Met Hollands Deep wil Anton zijn werk als kunst tonen, vandaar dat dit werk in het Gemeentemuseum te zien is. In het Fotomuseum ligt de focus geheel op bands en muzikanten met ondersteuning van goeie 1-2-3-4 popmuziek die uit de boxen klinkt.

(klik op bovenstaande foto’s om er doorheen te bladeren)

Anton Corbijn, de beeldvervormer

De beeldvorming van de popmuziek werd in de 80-er en 90-er jaren gevormd door Anton Corbijn. Je pikte zijn foto’s er zo uit in de OOR. Het harde contrast, de grove korrel, de symboliek en de humor, het zat er allemaal al vrij vroeg in. Eigenheid.

Popmuziek kan niet zonder beeldvorming. En Anton weet elke band het juiste cachet te geven. De 1-2-3-4 expositie laat het zien. Breekbare musici die een imago krijgen, verheven, abstract en symbolisch. Anton haalt het allemaal naar boven.

Door met Anton te werken komt Depeche Mode van haar popimago af en wordt ze serieus genomen. De foto’s van Anton zijn rauw en soms zelfs onscherp. Anton is dol op onscherp. Meestal laten ze een kant van de persoon zien die we nog niet eerder van hem of haar zagen. Een breekbare Miles die je aandachtig aankijkt. Clint Eastwood die met zijn vingers een fictief pistool op ons richt. Mick Jagger in een jurk met oorbellen in en lippenstift op.

De vlucht

Het verschil tussen de Hollands Deep en de 1-2-3-4 expositie is niet zo heel groot. Beide exposities zijn grotendeels zwart-wit collecties. En in beide collecties stikt het van foto’s van muzikanten. Maar er zijn verschillen, de 1-2-3-4 expositie laat de impact van de fotografie op het imago van bands en muzikanten zien. Het is een muzikanten-expositie. De Hollands Deep expositie daarentegen laat een kant van Anton zien die de kunstzinnige mogelijkheden van de fotografie verkent.

Voor Anton vormde muziek en fotografie een vlucht uit zijn zwaar christelijke opvoeding. In een interview vertelde hij ooit dat hij zich tijdens de doop van zijn jongere zusje zich realiseerde hoe hij met haar in zijn armen over de graven van de doden in de kerk naar voren liep. In huize Corbijn was de dood het gesprek van de dag. Vader was dominee en over gevoelens werd niet gesproken.

Anton emigreerde naar Engeland, eind jaren 80 in de nawee van de Punk. Het is in deze periode dat Anton de beroemde foto van Ian Curtis van Joy Division maakt. In een metrotunnel kijkt Ian achterom terwijl de rest doorloopt. Een lucky shot. En een foto die wordt bezegeld met de zelfmoord van Ian, kort daarna.

De dood een hak zetten

Anton toont in beide exposities foto’s van mensen die allang zijn gaan hemelen. Toch zijn het geen kerkhoven, deze exposities. Op de foto’s is iedereen nog altijd springlevend. Het is Anton zijn persoonlijke spel met de dood.

Halverwege de wandeling vroeg ik me plotseling wel af waarom Keith Richards eyeliner gebruikt. Grote kans dat Anton het antwoord weet. Maar goeds, dat terzijde.

(bovenstaande foto’s staan ook in een set onder mijn Flickr account)

Een ongemakkelijke Marc Ribot in het Paard van Troje

Via het geweldige album Rain Dogs van Tom Waits uit 1985 leerde ik gitarist Marc Ribot (1954) kennen. Hij viel op met zijn compleet eigen stijl die duidelijk gestoeld is op Amerikaanse rootsmuziek maar daar tegelijkertijd hoorbaar uit probeert te breken. Marc combineert de rauwe sound van blues en rock ‘n’ roll met de tegentonen uit de free jazz. Tegentonen die hij mooi weet te krijgen, zoals ze in het nummer I want you van Elvis Costello klinken. Inclusief de memorabele solo bestaande uit 2 noten.

Zandloper

Het is 17 maart 2015 en Marc Ribot speelt in Den Haag in de Kleine Zaal van het Paard van Troje in Den Haag. Solo. Voor aanvang speculeer ik nog wat met zanger/gitarist Melle de Boer en gitarist Dick Zuilhof over wat ons te wachten staat. “Ik denk dat het een beetje ongemakkelijk zal worden”, voorspelt Dick.

Het concert begint.

Marc neemt plaats op een klapstoel, speelt een paar maten en grist vervolgens naar de zandloper die op de tafel naast hem staat en draait hem om. 40 minuten te gaan. Marc laat het plectrum over de snaren schuren, slaat harde dissonante akkoorden aan en raast over de snaren. Andere stukken worden juist heel ingetogen en breekbaar gespeeld. Maar telkens ligt een kleine of grote ontsporing in het verschiet. Buiten de gebaande paden om. Het is een gevoel van uitersten dat hier tussen de nepkaarsen opsteekt. Oorlog en vrede.

Van zijn bijzonder mooie album Silent Movies uit 2010 speelt Marc diverse stukken. Op dat album beperkt Marc zich. Van echte ontsporing is geen sprake. Maar vanavond is het anders. Vanavond moet alles eruit.

Waxinelichtjes op batterijen

Ik begin het warm te krijgen. Ongemakkelijk warm. Het ligt niet alleen aan de airco die uitstaat. Het vreemde interval dat de airco en ventilatoren produceren kan Marc niet waarderen en dus is het hele spul inclusief verlichting op zijn verzoek uitgezet.

Tijdens het concert wordt het podium slechts verlicht door een halve cirkel aan waxinelichtjes op batterijen. Maar Marc zit ogenschijnlijk prima op zijn gemak te wezen. Zijn colbertjasje blijft aan.

Spannend, inspirerend en soms ronduit mooi.

Na de pauze wordt opnieuw de zandloper omgedraaid.

Dada

Een beetje ontsporen is wat mij juist zo aantrekt in het spel van Marc. Dat randje, dat tegendraadse. Maar vanavond is het niet een kwestie van een beetje ontsporen maar een beetje veel ontsporen. Wonderlijk om mee te maken. Ik hoor en zie hoe deze Dadaïst op akoestisch gitaar er alle mogelijke klanken uitperst.

Met zijn mond maakt ‘ie een vinger nat en laat hem glijden over de top van zijn gitaar alsof het een conga is. Er klinkt wat gegrinnik vanuit de zaal. En razensnel schuift hij een potlood onder de snaren en plaatst een slide op zijn pink. Tweemaal verzet Marc het potlood 1 fret hoger om zo de boel te transponeren. Er heerst controle binnen het ongecontroleerde.

Zijn interpretatie van het bekende lied Happiness Is A Warm Gun van The Beatles maakt me zeer gelukkig.

Marc kijkt eerst op zijn horloge en daarna naar de zandloper. A done deal. Na luid applaus mag ‘ie nogmaals terugkomen. De klassieker There Will Never Be Another You wordt voorzien van wat ongemakkelijke bebop licks en nog eenmaal worden alle zijwegen op de gitaar verkend. Dan is ‘ie klaar.

Tolstoj op het hobbelpaard verlaat het podium. De airco kan weer aan.

Soeboer

Door de regen fiets ik naar cafe De Paas. De bierspecialist van Den Haag. Van de hoeveelheid bier die ze op de tap hebben krijg je keuzestress. Ik kies voor een Brand UP en maak mijn bril schoon. Vriend Stuyv komt binnen en begint erover dat ‘ie een trompet gekregen heeft van zijn Poolse klusjesman. Ik vraag hem wat die knoppen op een trompet precies doen. “Weet ik ook niet”, antwoord Stuyv. Volgens hem kan je zonder je vingers te bewegen alle noten spelen puur door je lippen te veranderen. “Hele octaven.” Stuyv zit zo avonden lang met de tv mee te spelen.

Mijn buurman Erik die pal tegenover ons woont en voor TV West documentaires maakt, valt ook binnen en begroet Stuyv en mij. Den Haag is een dorp.

Stuyv herkent aan de bar een echte trompetist. Zijn naam is mij alweer ontschoten. Ik vraag hem hoe je de noten op een trompet vormt. Hij legt uit dat een trompet een opgevouwen trombone is. De knoppen dienen ervoor om de lengte van het gangenstelsel waar de lucht doorheen stroomt te verkleinen. Hij tuit zijn lippen, zet 2 vingers aan beide uiteinden van zijn mond en blaast. “Dat moet je trainen”, zegt de trompettist. Ik zie zijn vingers op en neer gaan. Altijd gedacht dat je je lippen moet zien te harden, heb ik van Miles Davis, maar de trompettist zegt van nee:  “ze moeten juist soepel zijn”.

Met deze ervaring rijker besluiten Stuyv en ik richting Soeboer te fietsen alwaar we vriend Kees zullen treffen voor een gezamenlijke maaltijd. Kees zit er al. We bestellen een Daging smoor, 2 soorten Saté, een Gado Gado, Ajam Roedjak, witte, gebakken rijst en om in de woorden van Kees te spreken: “een moeilijk soja gerecht met een ei-laagje en taugé.” En 3 frisse Freddy’s. Die heerlijke maaltijd en de eenvoudige ambiance van het etablissement vormen een goeie basis om tot goeie gesprekken te komen. Kees begint over goeie literatuur. We opperen wat namen. Peter Buwalda, Tommy Wieringa, Michel van Egmond? “Allemaal geen literatuur”, zegt Kees. Goed kunnen schrijven is 1, een goed verhaal hebben is 100, zo is de gedachte.

Ik opper “Nikita” maar schiet gelijk in de lach. Lolita bedoel ik natuurlijk. Tja een taboe-onderwerp is natuurlijk een makkelijke one-way-ticket to stardom. Hoewel ik Vladimir Nabokov daarmee ongetwijfeld te kort doe. Ook Céline komt ter sprake. Die gekke ouwe anti-semiet. Zijn boek ‘Reis naar het einde van de nacht’ heb ik nooit getrokken, laat staan uitgelezen. Ik opper Marcellus Emants die in mijn ogen een groter schrijver is dan Louis Couperus (*). ‘Een nagelaten bekentenis’ van Emants is een juweeltje. Hij doet mij een beetje denken aan Frans Pointl. De heren Stuyv en Kees kijken mij glazig aan.

Kwaliteit is in tegenstelling tot kwantiteit relatief.

Nadat onze maagies heerlijk gevuld zijn besluiten we nog even polshoogte te nemen op de Grote Markt. Het wordt De Boterwaag. En het is er druk. Ook Fabio is er. Ik ken hem via de Flickr-groep Haags Bakkie die ik in 2007 samen met Akbar en nog wat anderen heb opgericht als samenscholingsactie voor Haagse fotografen.

Met Stuyv en Kees bestel ik nog een paar biertjes. Kees kakt in maar komt weer tot leven als een nummer van The Stones door de bijzondere boxen van HIFI-specialist Rik Stoet schalt, zet zijn handen in z’n zij en begint Mick Jagger na te doen. Verder valt er weinig opvallends te melden. Het bekende gekeuvel over vrouwen, relaties, gedoe op ’t werk, advocaten, kinderen en terroristen. Van die dingen dus.

* Louis Couperus, eerste Haagse pokeraar: “Louis, coupeer es!” – ouwe grap van Karel Kanits

Update: Matthijs, een oude schoolmaat uit de MEAO-tijd, liet me via Facebook weten: “Voordat Erik jouw buurman werd was hij de mijne. Hij woonde tegenover Soeboer

1e internetverbinding in Nederland vond niet in Amsterdam maar in Den Haag plaats!

Vanavond keek ik naar de live-stream van fastmovingtargets.nl met een bijzonder leuk interview met collega-Hagenees Wim de Bie. Vervolgens was het stoelendans en nam journalist Peter Olsthoorn plaats. Hij sprak over  zijn boek/PDF 25 jaar internet in Nederland (gratis te downloaden hierrrr!). Een voor mij onbekend nieuwsfeit kwam ter tafel: hoewel altijd werd aangenomen dat de eerste internet-verbinding in Amsterdam tot stand kwam, Peter heeft onderzoek naar de geschiedenis van internet in Nederland gedaan en kwam tot de conclusie dat dat dus niet waar is.

De 1e internetverbinding in Nederland vond in Den Haag plaats! En reeds 6 jaar eerder dan Amsterdam, al in 1982 via een NATO-vestiging.

En als rasechte Hagenees ben ik daar dus bijzonder trots op!

Aandacht voor ondergetekende in Ons Den Haag

Interniek vertelde mij dat er een stuk over mij en mijn bedrijf Melodiefabriek gepubliceerd is in het ledenblad Ons Den Haag van de Vrienden van Den Haag. Dit alles naar aanleiding van het feit dat een poosje terug president Obama de belangrijkste Amerikaanse kunstprijs, de National Medal of Arts and Humanities, heeft uitgereikt aan kunstenaar James Turrell. Deze kunstenaar maakte een werk onder de naam Hemels Gewelf dat te zien is in Kijkduin, Den Haag. Voor dit kunstwerk componeerde ik in het kader van de videoreeks Haagse Kunstgrepen de muziek. Luister en kijk maar:

(leader en overige muziek in bovenstaande video werden ook door mij gecomponeerd en uitgevoerd)

Hieronder een digitaal kodakje van de rubriek Digitaal Den Haag uit het ledenblad Ons Den Haag:

digitaal den haag

Kap nâh jòh!!! Haagse striptekenaar Marnix Rueb overleden!!!

Geestelijk vader van Haagse Harry, Marnix Rueb is overleden aan de longkanker die nog maar een paar weken ervoor bij hem geconstateerd was. Ik ga deze rasechte Hagenees echt missen. Voor mij blijft hij de uitvinder en baas van de BV met de mooiste naam van Nederland: Kap Nâh (ook de titel van de allereerste Haagse Harry). Marnix tekende niet alleen Haagse Harry maar debatteerde heel wat af over de juiste schrijfwijze van het Fonetisch Haags.

Samen met zijn literaire broer Robert-Jan en Sjaak Bral bracht hij het Groot Haags Dictee. Een schrijfwijze die notarieel getoetst kon worden middels het Groen-Geile Boekie van de hren. Deze Haagse bijbel mag aan geen enkele boekenkast ontbreken. Sterker nog: zet hem binnen handbereik en lees er hargtop ùit voâhr!

Den Haag is het einde. Zelfs als je de beste humor van Nederland in je pen hebt zitten.

(omslagfoto: Roel Wijnants)

Le Clash, de punk is lieflijk geworden

Gezien hedenmiddag in GEM, Den Haag: Le Clash. Op een verlaten plek vol graffiti waar ooit de punk hoogtij vierde geeft een man een slinger aan zijn speeldoos. We horen het lied Should I Stay or Should I Go van The Clash in de vorm van een slaaplied.

Aan de andere kant van de expositieruimte zie ik hoe allerlei mensen met de draaiorgelversie van het lied aan de gang gaan. Zij voeren met de hand het geperforeerde muziekstuk door het draaiorgel. En wat er klinkt, klinkt erg liefelijk. Datzelfde lied dus, Should I Stay or Should I Go.

Van een echte clash is allang geen sprake meer. Slaapliedjes met geinige melodietjes.

Music and Democratization (Social Media Week Berlin) [video]

Hieronder op video een mooi gesprek over muziek en innovatie met ondermeer Gerhard Behles, een van de roemruchte oprichters van de geweldige muzieksoftware Ableton Live (heb ‘m zelf ook). Gerhard, Duitser, studeerde ooit Sonologie aan het Haags Conservatorium.

Den Haag speelt nog altijd een belangrijke rol in de wereld van de elektronische muziek.

Of beluister de versie zonder beeld:

(via)