Faam is een gevangenis

David Bowie zong het al: Fame. Een behoorlijk sombere song over bekendheid, faam. David creëerde niet voor niets al die alter egos zoals Ziggy Stardust. In interviews gooide hij altijd olie op het vuur om de verwarring te vergroten. Des te controversiëler, des te beter, des te meer afstand tot de persoon die hij echt was. Maar er viel niet aan te ontkomen, men zat hem op de huid. Het moet een zeer bedreigend gevoel zijn: mensen ontmoeten die je denken te kennen maar totaal geen idee hebben wie je werkelijk bent.

Neem bijvoorbeeld het beroemde fragment uit de documentaire Imagine over John Lennon. Een fan slaapt al een paar dagen in zijn tuin. John spreekt hem aan. De fan citeert wat teksten en spreekt zijn adoratie voor John uit waarop John antwoord:

Don’t confuse the songs with your own life

John Lennon

De fan denkt John echt te kennen. Vervolgens wordt het lachwekkend wanneer de fan citeert:

Boy you gonna carry that weight a long time

Een tekst nota bene van Paul McCartney ….

I am just a guy who writes songs

John Lennon

En een mooie link tussen het voorafgaande: John Lennon schreef de song Fame samen met Bowie.

Zonder Bowie geen Lady Gaga. En zij lijkt dus nu met hetzelfde probleem te worstelen. Met haar vele andere artiesten. Er zit overduidelijk een grens aan faam. Natuurlijk, iedereen die iets maakt wil dat het gelezen, gehoord, of gekocht wordt. Maar faam doet iets anders, het zorgt ervoor dat mensen bekend worden omdat ze telkens in de media te zien zijn, niet zozeer om wat ze maken.

Kim Kardashian wordt op Wikipedia een “televisiepersoonlijkheid en socialite” genoemd. Die is bekend vanwege haar bekendheid. Iedereen kent haar. Maar wat ze doet? Bekend zijn.

Op de Nederlandse televisie zie ik regelmatig schrijvers voorbijkomen. Hierdoor worden ze steeds bekender maar niet zozeer vanwege de boeken die ze schrijven, maar puur omdat ze hun kop op tv laten zien. Elke keer dat er weer een schrijver bij DWDD te zien is zorgt dat voor meer aandacht, maar niet voor zijn of haar schrijverij. Het merendeel van het kijkerspubliek zal immers nooit een boek van die schrijver kopen.

Faam zorgt voor verwachtingen. Normale mensen mogen fouten maken maar bekende personen niet. Begaan ze een fout dan duikt de media erop. En heb je als muzikant een succesvol album afgeleverd dan verwacht de media dat je dat kunstje op herhaling kunt leveren.

Faam is een buitenproportionele uitvergroting van een klein aspect dat jou vormt. Je maakt misschien goeie muziek of je kunt leuk schrijven. Tja met jou vele anderen. Ik zeg altijd maar: de beste muzikanten kent het grote publiek niet. Daar hoor ik Matthijs nooit over bij DWDD. En dat is misschien maar het beste ook.

De spagaat van de schrijver

We seem to have lost the target. Writers seem to write to be known as writers. They don’t write because something is driving them toward the edge.

Charles Bukowski

Sommige schrijvers zie je heel vaak terug in de media, op tv, op sociale media. Het lijkt wel of ze meer bekend zijn om hoe ze eruit zien en wat ze in talkshows te vertellen hebben dan om wat ze schrijven.

En dat ligt niet alleen aan de schrijvers zelf want menig talkshow nodigt de schrijvers juist uit omdat ze goed kunnen vertellen en het goed doen op beeld. Dat ze vaak geen reet verstand hebben van de onderwerpen, is bijzaak. Met complete eenzijdigheid tot gevolg, zo concludeerde de Ombudsman onlangs:

De Wereld Draait Door bestaat 48% uit terugkerende gasten. Bij Pauw keert 40% van de gasten terug en bij Jinek is dit percentage 33%. Bij De Wereld Draait Door was Jan Mulder tussen 2005 en 2015 wel 252 keer te gast. Dat houdt in dat hij in 16% van de afleveringen te zien was.

Het belang van diversiteit
Het moge duidelijk zijn dat het met de diversiteit inderdaad niet al te best gesteld is. Dat wekt de vraag op waarom het zo van belang is dat talkshows een afspiegeling van de samenleving kunnen geven.

(…)

Dit begrip houdt in dat de gasten in staat moeten zijn om op een makkelijke, onderhoudende manier te praten over het […] onderwerp, zonder vast te klampen aan […] jargon, maar ook over andere onderwerpen die ter tafel komen. Het betekent ook dat ze een interessante uitstraling moeten hebben en goed kunnen omgaan met spontane, onverwachtse gebeurtenissen. Ze moeten de aandacht van de kijker vast kunnen houden met hun verhaal.

Aan tafel! – onderzoek diversiteit Ombudsman (PDF)

Er is dus sprake van een Talkshowelite. Het gaat niet om kennis van zaken, het gaat erom dat ze een goed verhaal kunnen vertellen, spontaan met een interessante uitstraling. Het draait slechts om de vorm, niet om de inhoud.

Je moet van goede huizen komen wil je er niet aan meedoen. Wie kan aanschuiven bij DWDD wordt blij gemaakt met aandacht en in potentie hogere verkoopcijfers. Uitgevers zullen hierdoor ook grote druk uitoefenen op schrijvers vermoed ik.

De werkelijkheid is echter dat Matthijs van Nieuwkerk je alleen gaat uitnodigen als er een duidelijk verband tussen jou als schrijver en de hoofdpersoon in het boek gelegd kan worden. Zo mocht Griet op de Beeck komen vertellen over het eerste deel van haar trilogie:

Aan tafel bij DWDD zien we Griet zoals we haar niet eerder zagen: ze vertelt uitgebreid over haar persoonlijke betrokkenheid bij het centrale thema van de trilogie: incest. Ze werd zelf door haar vader op jonge leeftijd misbruikt.

Aflevering DWDD (25 september 2017)

De titel van haar boek Het beste wat we hebben wordt niet eens genoemd op de site van DWDD. Het feit dat ze zelf misbruikt is, is belangrijker. Punt is: het boek is niet biografisch. Het is fictie.

Waarom laat de schrijver zich dan toch verleiden tot dit soort gesprekken? Waarom werkte Charlotte Mutsaers mee aan een interview voor DWDD? In haar boek Harnas van Hansaplast schrijft ze dat de politie haar broer dood op zijn bed vinden, in een pyjamajasje, zonder broek, omringd door stapels porno. Kinderporno.

Het is fictie, maar toch liet Charlotte zich verleiden tot het beantwoorden van een stel respectloze vragen in het NRC.

We zitten in Mutsaers’ schrijfappartement in Amsterdam, de hond ronkt in zijn mand, de regen klettert tegen de ramen, we eten een stuk frambozentaart, en zij zegt: „Geen vruchtbare vraag. Voor een schrijver is het altijd fifty-fifty. De helft ervaring en de helft grote duim.”


En uw broer…?
„Komt niet uit mijn duim. Hij was echt mijn broer. Al die aantekeningen die ik van hem gebruik, de lijsten waarop hij precies bijhield wat hij at – geen letter aan veranderd.”


En de porno?
„Allemaal echt.”


Ook de kinderporno?
„Ook.”


En de Charlotte Mutsaers in uw roman, is die echt?
„Dat mag je niet vragen. Dat mag je nooit aan een schrijver vragen.”


Waarom niet?
„Dan wordt die verleid, of gedwongen, om eh…”


…te liegen?
„Ja.”

interview NRC

DWDD ging naar aanleiding daarvan (want: sensatie!) ook in gesprek met Charlotte. Het werd een soort politieverhoor. Ze moest verantwoording afleggen over de kinderporno van haar broer en precies aangeven welke feiten uit haar boek echt gebeurd zijn en wat fictie is.

Welnu, de kunstenaar is aan niemand iets verschuldigd. Het werk is wat het is. Het is aan de ontvanger, de lezer, de luisteraar, de kijker om er iets van te vinden. De kunstenaar schept slechts.

Mijn podcastcollega’s René van Es en Jair Stein doken jaren geleden in het verhaal van Guus Bauer. Zijn boek Vogeljongen beschrijft hoe een persoon in coma ligt terwijl de geest volledig wakker is, het zogenaamde locked-in syndroom. In interviews vertelde de schrijver dat hem dat zelf was overkomen, dat de feiten van de hoofdpersoon in zijn boek dus overeenstemden met zijn persoonlijke ervaringen. Maar hij bleek het geheel verzonnen te hebben, het is fictie. Jair Stein heeft die hele ontmaskering beschreven voor De Correspondent. Waarbij Jair ook inzoomt op die gekke obsessie van de media om pijnlijke, persoonlijke details van het leven van de auteurs naar boven te halen terwijl men tegelijkertijd een duidelijke desinteresse heeft voor de boeken die ze schrijven.

Kortom: het gaat niet over boeken, het gaat om persoonlijke verhalen van de schrijvers. En fictie is daarbij verboden, fictie is bijna een vorm van bedrog geworden, volgens De Media.

Over dit onderwerp heeft Sander Bax het boek De literatuur draait door geschreven. Ik moet het nog lezen maar het interview met hem gisteren in VPRO Boeken prikkelde direct mijn interesse.

In De literatuur draait door laat Sander Bax zien hoe het schrijverschap van de 21ste eeuw sterk beïnvloed wordt door de wetten van deze mediacultuur. 

quote website VPRO Boeken

Ik moest ook denken aan het schotschrift De lezer is niet dood van Alex Boogers. Daarin richt hij zich tot lezers die geheel zelfstandig boeken ontdekken. Niet door ze te dwingen, door hard te roepen “Dit is goede literatuur en dat niet!”, zoals Max Pam onlangs deed. Ook houdt Alex een pleidooi voor de schrijver die zich niet laat afleiden, of beter gezegd: verleiden tot het deelnemen aan die gekke mediacultuur. Alex vindt dat er voor een schrijver slechts een ding opzit: schrijven.

We moeten respect hebben voor kunstenaars, schrijvers die zich niet willen laten verleiden tot het geven van stompzinnige interviews die niet over het werk zelf gaan. Het werk is namelijk het enige waar het om draait. Vervolgens is het aan de lezer en kan de schrijver dus maar beter zwijgen.

Gevecht over copyright op Draadstaaltypetjes

Gisteren op tv, het gedoe rondom Draadstaal. Ooit via productiebedrijf productiebedrijf CCCP tot stand gekomen en nu over naar een andere zender en onder een andere naam. CCCP, niet blij, gaat vervolgens volledig eigendom op die typetjes claimen. Eigendom! Als zijnde bezit. Iets gezamenlijk verzinnen en dan vervolgens claimen dat het 100% van jou is. Kijkt u maar (stukje uit DWDD uitzending van gisteravond):

Ik vind copyright op dit soort Publiek Omroepproducties krankzinnig. Het wordt met ons belastinggeld betaald en opgesloten in copyright. Van mij mag er een wet aangenomen worden die de NPO en alle omliggende producenten verplicht het via Creative Commons BY-SA op licentiebasis te regelen. Of anders: trek belastingsubsidie keihard in.

Copyrechts is het antwoord op linkse hobbies.

De Wereld Draait Door met naakt op de gitaar

Een week of wat geleden zaten bij De Wereld Draait Door Ali B en zijn op-volle-toeren-makkers aan tafel. Makkers van het type stoer met omgedraaide honkbalpetjes, tattoos, ook op het voorhoofd en jezelf Kleine Viezerik noemen. Huilen dat ze deden! “Komp door de akoestische instrumenten”, vertelde een donkere zonnebril.

Nou vervloek ik – zacht uitgedrukt – De Wereld Draait Door omdat ze musici slechts 1 coupletje en refreintje van hun lied laten spelen. Sta je voor je het weet weer je snoertjes op te rollen omdat er zo nodig rekening gehouden moet worden met de wegzappers van Holland die niet van muziek houden. De omgekeerde wereld. Het wordt tijd om weer gitaren kapot te gaan slaan en een speld door je wang te drukken.

Maar goeds. Er is toch een piepklein witvoetje dat De Wereld Draait Door bij mij weet te scoren en wel vanwege de aandacht die ze geeft aan de akoestische gitaar met zang. Onder de noemer DWDD recordings. Duidelijk geïnspireerd op de albums van Johnny Cash die hij onder de naam American Recordings voor het gelijknamige label van producer Rick Ruben maakte. Rick die aan de wieg van de Hip Hop heeft gestaan met zijn Def American label. Een label waarvan de naam later veranderd werd in American Recordings. Een beetje zoals het Ali B verhaal, maar dan anders.

Een akoestische gitaar en stem als antwoord op alle nepheid. Naakter kan eigenlijk niet. Het gehuil van de ziel, ook al is het maar 1 coupletje en refreintje lang.