De muzikant en de tranen

Zal Paul McCartney een flink potje hebben zitten huilen toen ‘ie Yesterday schreef? Tijdens het componeren van Mother Nature’s Son? Of toen ‘ie Let it be schreef? Ik gok van niet. Misschien heeft Paul nooit een traan gelaten bij zijn eigen muziek. Daarentegen, bij concerten van de man houdt menigeen het niet droog.

De gave van een muzikant is niet dat hij een goed potje kan grienen bij zijn eigen muziek, de gave is dat hij iets maakt dat de luisteraar ontroert of opwindt.

Net zoals de man van de bakker misschien zelf niet zo dol is op zijn eigen brood. Of dat de podcastmaker liever in zijn vrije tijd naar YouTube kijkt of een boek leest. En dat de voetballer zelf niet gaat lopen rellen na een verloren wedstrijd.

De schrijver die dol is op zijn eigen boek of de muzikant die zijn eigen muziek de hele dag door draait, het heeft iets raars. Iets narcistisch. Met gepaste afstand moet de kunstenaar naar zijn eigen werk kijken, dat houdt ‘m scherp. Dat het publiek het prachtig vindt is mooi meegenomen, maar de kunstenaar heeft er zelf weinig aan. De kunstenaar moet immers hongerig blijven om nieuwe dingen te kunnen maken.

Paul McCartney heeft vaak gezegd dat hij God Only Knows de mooiste song aller tijden vindt. Zijn fans denken daar vast anders over.

Robert Jan Stips’ CD-verkoopmethode

Robert Jan Stips was vanmorgen hier op de koffie. Je kent hem vast als de toetsenist van de Nits. Maar ook solo treedt ‘ie regelmatig op.

Hij vertelde dat ‘ie tijdens zijn soloconcerten altijd CD’s verkoopt. Hij doet dat door de CD’s uit te stallen met daarnaast een kistje waar het geld in kan. Zelf gaat ‘ie er niet als een soort van verkoper bijstaan. Deed ‘ie vroeger wel maar nu niet meer. Zijn fans kunnen zelf de CD’s pakken en het geld in het kistje stoppen. Dat blijkt prima te werken, hij verkoopt er zelfs meer CD’s door dan voorheen. En iedereen blijkt netjes de 15 euro in het kistje te doen.

Simpel maar effectief, een kwestie van je eigen fans vertrouwen.

Fans, tribes, afleiding, aanleiding of begeleiding?

fansNatuurlijk, er zijn fans die jouw plectrum van de grond vissen net nadat jij hem rechtstreeks vanuit je mondhoek naar de rand van het podium gebonjourd hebt. Leuk natuurlijk, vooral als verhaal. Bijvoorbeeld hier op mijn blog. Maar verder? Nee, verder niets. Je kunt er niets mee. Althans ik.

Doe mij maar gewoon mensen die mijn muziek mooi vinden. Die dat aan anderen doorvertellen, doormailen, doortwitteren, etc. Of die hier op mijn weblog een positieve reactie achterlaten. Negatieve kritiek kan soms nuttig zijn. Maar toch maak ik de muziek die ik wil maken. En ik laat mij niet afleiden.

Internet maakt dat een heel stuk eenvoudiger. Ik heb mijn publiek gevonden, en omgekeerd. Een publiek dat groeiende is. Interessante mensen. Zelfs vrienden zo hier en daar.

Natuurlijk ken ik het verhaal van de Amerikaanse band Wilco. Ze maakten Yankee Hotel Foxtrot en werden door hun label op straat gegooid. De doorbraak plaat voor Wilco, zo bleek later. Het label wilde iets anders. Liever iets meer zo-en-zo. Maar Wilco hield de rug stijf. En konden weer de straat op, opzoek naar een nieuw label. Ze zijn geen uitzondering. Want een band krijgt vrijwel nooit creatieve vrijheid. Een band is Het Product van het label. Een investering. Een lening bij een bank.

Britney Spears is gemaakt van klei. Een Maakbaar Product. Als haar tieten gaan zakken, vergoed het label gewoon ff wat implantaten en klaar is Kees Spears.

Maar goeds, dat wil je toch helemaal niet? Althans, ik niet!

Beter dan via Seth kan ik een lang verhaal niet korter maken:

You should listen to the people who tell the most people about you. Listen to the people who thrive on sharing your good works with others. If you delight these people, you grow.

(bron)

(CC BY foto: notsogoodphotography)