Categorieën
uitgesproken

Leermeesters

Mijn vorige blogpost sloot ik af met een vraag: Wie gaat Merlijn dan dat zelfvertrouwen geven?

In de ontwikkeling van het zelfvertrouwen van het kind speelt de opvoeding door de ouders een belangrijke rol. De ouders moeten het kind kunnen wijzen op wat het kind goed en niet goed doet. Complimenten maken is daarbij uiterst belangrijk maar ouders moeten niet de fout maken hun kinderen teveel op een voetstuk te zetten, ze te overvoeren met complimenten. Ouders moeten niet meer doen dan noodzakelijk is. Je kind is geen uitverkorene, geen prins of prinses. Je kind is gewoon een mens dat zal leren door eerst fouten te maken. Ouders die vinden dat hun kind nooit fouten maakt moeten zich laten nakijken.

Sommige ouders zijn bar slechte opvoeders. Die vinden het maar lastig dat opvoeden. Maar kinderen hebben die opvoeding wel nodig om zelfvertrouwen te ontwikkelen. Gelukkig moeten alle kinderen naar school en krijgen kinderen de kans om hun zelfvertrouwen ook daar op te vijzelen. Helaas kan er ook weer een deuk geslagen worden in dat zelfvertrouwen als het kind bijvoorbeeld slecht kan meekomen op school of gepest wordt. En ons cijfersysteem waarbij leerlingen onderling teveel gaan vergelijken vind ik ook niet de beste manier. Kinderen worden afgerekend op hun prestatie, niet op de moeite die ze ervoor doen. En dus krijgen kinderen, zeer onterecht, die er misschien geen moeite voor hoeven doen hoge cijfers met ditto waardering. Hoe moet je je als kind dan voelen als je je uiterste hebt gedaan om een 6-je te scoren? Ik zou zeggen: wees er trots op, want je uiterste best doen vraagt om waardering van de opvoeders.

We waarderen de knokkers veel te weinig want we rekenen kinderen teveel af op het eindresultaat, niet op hun inzet. Vreemd want ik zou ieder kind het zelfvertrouwen willen meegeven dat je niet meer kunt doen dan je best doen. Een kind die dat doet valt te prijzen, verdient een compliment. En een kind dat er met zijn pet naar gooit verdient dat niet.

Ouders, docenten, het zijn onze eerste leermeesters. En later komen er nog meer leermeesters bij, mag je hopen. Je bent tenslotte nooit te oud om te leren.

Mijn oude gitaarleraar Ferry Robers was een fantastische leermeester. Die wist waar ik vandaan kwam. Ik kon niet spelen namelijk, punt. En als ik iets nieuws had geleerd raakte ‘ie enthousiast en ik ook. En hij zei dat dan ook. Dat het mooi was wat ik speelde.

Maar Ferry wees me ook op mijn problemen, mijn rariteiten. Op mijn analytische benadering bijvoorbeeld: “Jij moet godverdomme wiskunde gaan studeren! … Je moet spelen man, niet nadenken!”

Van daaruit ben ik verder gegaan. Ik kreeg er telkens nieuwe leermeesters bij. En werd zelf ook een leermeester. Het gevoel “ik kan iemand helpen!” emotioneert mij nog elke keer als ik dat opmerk. Ik weet namelijk drommels goed wat het is om een goeie leermeester te hebben.

Categorieën
uitgesproken

Terug bij het begin

Midden in het proces van het produceren van een podcast zit ik op dit moment. Het moet een serie van 10 afleveringen gaan worden. Een serie over het vinden van eigenheid in de muziek. Het vinden van een artistieke ziel. Ik ben niet de hoofdpersoon in de podcast, toch gaat het ook over mij. Alles wat er gezegd wordt is onderhevig aan zelfreflectie want alles wat ik erin wil hebben en wat niet, het is allemaal aan mij om dat te bepalen.

Elke documentaire is gekleurd. Je kunt maar 1 kant opkijken met de camera en dwing je de kijker echt om ergens naar te kijken. Hij of zij ziet niet wat er naast of achter de camera gebeurt. Met audio heb je dat minder in de hand. Geluid speelt zich tenslotte als een wolk rond de microfoon af en die vangt ook het geluid van opzij en van achteren op. Een camera kan dat niet, tenzij je een moderne 360 graden camera gebruikt…

Maar goeds, waar zit mijn eigûh eigenheid als het aankomt op muziek? Ik heb de afgelopen jaren veel verkend en geëxperimenteerd op muzikaal gebied als componist, sounddesigner en uitvoerend muzikant. Veelzijdigheid is iets wat mij redelijk ligt, maar toch knaagt er iets.

De keuzes die je maakt, ze vormen je.

Ik weet nog hoe ik een jaar of 13 was en op een open dag van de Haagse Stedelijke Muziekschool aanwezig was. Als ik toen de muziek van de jazzgitaar workshop van Ferry Robers niet gehoord had was ik er ook niet aan begonnen. Dan had ik misschien gekozen voor een workshop popmuziek. Maar ik koos voor jazz.

Toen ik op mijn 16e in een schoolbandje terecht kwam begreep ik geen ene donder van de blueslicks die je over Rolling Stones songs behoorde te spelen. Hoe je over complexe jazz akkoorden moest soloren snapte ik wel. Ik speelde modaal over de Stones en het klonk voor geen meter. Que!? Bovendien swingde ik en dat is niet goed voor rock ‘n’ roll. Rock moet je hoekig, rauw en fel spelen. En in een solo moet je met een behoorlijk overstuurd geluid de gitaar laten gillen, met licks die omhoog gaan. Sizzling to the top…

De complexe harmonie van de jazz, ik ben er altijd dol op geweest. Daarom hou ik ook zo van Steely Dan. En daarom raakte ik ook verknocht aan Braziliaanse muziek. Harmonisch, melodisch en ritmisch is die muziek zo verschrikkelijk rijk. En tekstueel zijn de Brazilianen ook nog eens de grootste poëten op aarde. Een werelddeel dat op muzikaal gebied behoorlijk miskend wordt door de rest van de wereld!

Samen met Tom America heb ik de formatie ‘zegzeg’. Dat vraagt om een eenvoudige en droge aanpak wat mij betreft. Een gitaar in al zijn naaktheid, zonder poespas. Gewoon zorgvuldig gekozen noten. Geen episch gegil met veel vervorming. Geen theater en geen stoerdoenerij.

We etaleren helemaal niets behalve waar de muziek zelf om vraagt. Zoals het was op die open dag van de Stedelijke Muziekschool. Het was de muziek die me toen raakte. De rest doet er namelijk helemaal niet toe.

Categorieën
uitgesproken

Soort van modaal

Op mijn 13e begon ik met jazzgitaar. Het was het instrument dat ik oppakte nadat ik op de lagere school de blokfluit van voor naar achteren tot mij had genomen. Alle boekjes had uitgespeeld. Ik ging naar de lokale Stedelijke Muziekschool hier in Den Haag en begon aan de jazzgitaar workshop van Ferry Robers. Hij was een gitarist met een geweldige stijl en toon. Helaas veel te jong overleden.

Ik herinner mij mijn eerste les nog goed. De drummer riep mij de akkoorden toe: “A13, Dm7#9, G13-, Cm …”. Hij kende alle akkoorden maar ik niet! Al snel leerde ik ze gelukkig wel, al die complexe jazz akkoorden. Ferry hielp me door de vingerzettingen en posities op de hals van de gitaar te laten zien. Ik was een toegewijde leerling en leerde snel uit het Real Book (lees: de Bijbel onder jazzmusici) te spelen. En met veel plezier!

Maar het volgende frustratiepuntje diende zich al snel aan toen ik wilde gaan soloren over die ingewikkelde akkoordenschema’s. Ik had geen idee hoe dat moest. Wat ik ook deed, het klonk voor geen meter. Het enige dat Ferry me kon vertellen was: “speel de noten uit de akkoorden”. Maar terwijl ik goed luisterde naar wat hij speelde viel het me op dat hij een heleboel noten speelde die niet in de akkoorden zaten. Kwamen deze uit de substituties van de akkoorden? Ferry speelde snelle arpeggio’s, iets wat onmogelijk leek voor mij om te leren. Ik was een tiener met een beperkte hoeveelheid tijd. So what?

Mijn interesse voor muziektheorie

Hoewel Ferry niet over muziektheorie sprak, het was iets waar ik wel geïnteresseerd in raakte. Misschien vanwege mijn vader. Mijn vader is een klassiek organist die zich gespecialiseerd heeft in de muziek van Bach. Ik raakte al snel bewust van de overeenkomsten in alle muziek die gebaseerd is op het Westerse toonstelsel. We hadden geen internet in die dagen, dus het werd nogal een zoektocht!

Op een dag ontdekte ik iets dat mijn aanpak blijvend zou veranderen: het modale systeem. Het is een systeem waarin alle melodieën en harmonieën betrekking hebben op een specifieke toonsoort. In plaats van het improviseren te benaderen via de akkoorden, akkoord voor akkoord, een zeer drukke manier van spelen, hoefde ik alleen nog maar te denken in modulaties van toonsoorten.

Al snel begon ik alles via het modale systeem in te delen. Blues Bossa bijvoorbeeld is een song die je kunt spelen, gebruikmakend van 2 toonsoorten: de Eb majeur toonladder en de Db majeur. Sommigen zullen zeggen dat het in C mineur staat, wat pur sec genomen zeker waar is, maar de C mineur is een omkering van Eb majeur. Voor mij is het dezelfde toonladdder alleen met een andere grondtoon.

Modaliteit

Deze modale aanpak gebruikte Miles Davis ook op zijn baanbrekende meesterwerk Kind Of Blue. Het vervangen van arpeggio’s door toonladders vormt de primaire basis voor de modale improvisaties die op dit album tentoongespreid worden. De improvisator kan zodoende melodieën binnen de toonladder vormen in plaats van druk over de akkoorden te moeten fietsen. Qua klank is dit ook de reden waarom Kind Of Blue “klassiek” aandoet. Modaal is het eeuwen oude stelsel van de kerktoonladders met haar diatonische reeksen.

Het nummer So What bevat een modale verandering van D Dorisch (mineur ladder, gebaseerd op 2e trap van de welbekende majeur ladder) naar D# Dorisch. Dit kan ook gezien worden als C majeur / Ionisch en C# majeur / Ionisch maar met een andere tonica, grondtoon.

Zelfs diegenen die zichzelf als niet-muzikaal bestempelen zullen de Do, Re, Mi, Fa, So, La, Si, Do herkennen in muziek. Zo niet, dan zouden zij alle muziek als vreemd beschouwen. Het is onze gemeenschappelijke taal, een gemeenschappelijk landschap. Het vormt ons muzikaal DNA.

Tetrachorden

De majeur toonladder bestaat uit 2 collecties van stappen die exact hetzelfde patroon volgen:

| hele stap | hele stap | halve stap |

(verplaats positie nu een hele trap omhoog)

| hele stap | hele stap | halve stap |

Deze 2 collecties zijn een vijfde, een quint interval (Do ten opzichte van So), van elkaar verwijderd:

Collectie 1: Do, Re, Mi, Fa

Collectie 2: So, La, Si, Do

Het is de relatie van een perfecte vijfde die het octaaf splitst in 3 gelijke delen:

quint

We noemen deze collectie van noten een tetrachord, een reeks van vier tonen in een schaal die samen een kwart (4) interval te vormen (Do naar Fa / So naar Do). En twee van deze tetrachorden, die dus 100% hetzelfde patroon hebben, vormen samen de majeur toonladder. Bijvoorbeeld, C majeur:
1e tetrachord: C (1) D (1) E (02/01) F
2e tetrachord: G (1) A (1) B (1/2) C

Als ik de welkende majeur toonladder speel dan hoor ik altijd deze 2 tetrachorden als 2 aparte lijnen. Twee lijnen in een soort van spanning en ontspanning omdat ze een relatie van een vijfde, een quint, een relatie van dominant ten opzichte van de tonica hebben.

Dit is allemaal erg symmetrisch en zonder ingewikkelde berekeningen te begrijpen. Het kwart-interval (de 4) heeft een verhouding van 3 staat tot 4. En de quint, het vijfde interval heeft een verhouding van 3 staat tot 2. Voor visuele ontwerpers zijn deze relaties ook van fundamenteel belang.

Ik zou zeggen: universele verhoudingen. Heavy spul!

Categorieën
uitgesproken

Het North Sea Jazz van 1987

Mijn North Sea Jazz van 1987

Komend weekend vindt de 40e editie van het North Sea Jazz Festival plaats. Een datum die voor mij makkelijk te onthouden is omdat het jaarlijks een week na mijn verjaardag valt. En het werd mij door de “goden” nog gemakkelijker gemaakt met de komst van mijn dochter Puck, 13 jaar geleden op 13 juli 2002. Op een snikhete dag.

Paul Acket

North Sea Jazz werd jarenlang georganiseerd door Paul Acket. Het is de man die de muzikale geschiedenis vorm heeft gegeven. Ik noem:

  1. uitvinder van muziekbladen Muziek Express en Popfoto
  2. in 1964 de Rolling Stones voor het eerst naar Nederland halen (1000 pluspunten voor het goeie verhaal: de Kurzaal van het Kurhaus werd door Stones-fans tot een ruïne omgevormd; stoelen vlogen door de zaal en een kroonluchter kwam naar beneden)
  3. uitvinder van North Sea Jazz waarmee Den Haag en Scheveningen swingde en bruiste als de neten (helaas viel het festival in 2006 in handen van Rotterdam, wat nog altijd een historisch dieptepunt te noemen is dat qua ernst te vergelijken valt met de Slag bij Waterloo)

Zelf heb ik ook een keer op North Sea Jazz opgetreden. Jawel! Dat was namelijk tijdens de 12e editie van 1987. Ik was 19 jaar en mocht dus van snaar gaan.

2 dagen spelen

“Je had wat vaker moeten komen man. Ik heb die indeling voor North Sea al gemaakt!”, mijn gitaarleraar Ferry Robers riep het me toe.

1987 was het jaar waarin ik slaagde voor HAVO/MBO, een soort versnelde MEAO (2 jaar ipv 3 jaar) dat ik aan het Tinbergen College volgde. Hierdoor had ik veel lessen moeten missen van de workshop jazzgitaar die ik aan de Haagse Stedelijke Muziekschool bij Ferry Robers volgde. Ik moest en zou dat HAVO/MBO examen halen. Ik had er dus geen moment bij stilgestaan dat ik weleens op North Sea Jazz zou kunnen spelen en drong er verder bij Ferry dan ook niet op aan.

Maar Ferry dacht daar heel anders over. De week erop liet Ferry me namelijk weten dat hij mij voor de zaterdag en zondag ingedeeld had! Op vrijdag kon ik niet, zo had ik Ferry al de week eerder verteld. Ik MOEST namelijk op vrijdag Miles Davis zien en had al een kaartje. Maar nu speelde ik er zelf ook. En zelfs 2 dagen!

Dankzij het prachtige archief van North Sea Jazz zijn zelfs alle blokkenschema’s – overigens een brilliante uitvinding van Acket zelf – nog terug te vinden op de site. En dus ook die van mijn 2 dagen (zaterdag en zondag).

blokkenschema-1987-zaterdag

De “introductie” van vrienden

De optredens van beide dagen liepen volgens mij wel lekker. Niets om me voor te schamen, zelfs niet als het broekie van het ensemble waarmee we optraden. Ook herinner ik me nog dat ik de artiestenbar in mocht met mijn Artist-kaart dat zich op de begane grond bevond en waar ik ook een paar bekende muzikanten aantrof, evenals de grote Acket in pak en rokend. Het hele Congresgebouw stond toentertijd overigens blauw van de rook. De hoofdsponsor was zelfs een sigarettenfabrikant. Een verleden dat compleet haaks staat op het conservatisme en de doorgeschoten truttigheid van de huidige maatschappij.

Ook herinner ik me dat een medestudent die meespeelde samen met zijn vriendin zo kon doorlopen via de artiesteningang. Hij droeg de versterker en zij droeg zijn gitaar in koffer. Ook dat kon dus allemaal gewoon in die tijd. Men was gewoon erg chill en deed niet zo moeilijk. Binnen bij de kassa kon je met een Artist-kaart een polsbandje halen zodat je makkelijk in en uit kon lopen. Wat handig was want op die manier kon ik toch maar mooi 2 vrienden gratis “introduceren” op het festival.

Hoewel ik de optredens aan Ferry Robers te danken heb, ik weet werkelijk niet meer of ik hem daar ook nog gezien heb dat weekend. Ferry was overigens een te gekke gitarist, qua timing, qua dik geluid en nootkeuze. Echt een voorbeeld voor mij. En het heeft altijd onwijs tussen ons geklikt, ondanks het leeftijdsverschil.

1987 was een omslagjaar voor mij en North Sea vormde een mooi afscheid van de Stedelijke Muziekschool voor mij. Wellicht ook de laatste keer dat ik Ferry zag, of daar op North Sea was, of die keer er vlak voor toen hij mij vertelde over de North Sea gig. Helaas bezweek Ferry een paar jaar later aan hartfalen. Met hem ging een bijzonder muzikant verloren. En ook een enorme typisch Haagse grapjas. Met Ferry heb ik me helemaal gek gelachen.

Terug naar 1987 en North Sea Jazz. Van de rest van het programma dat weekend herinner ik me niet meer zo heel veel. Wel dat het concert van Miles Davis niet zo geweldig was. John Scofield zat niet meer bij de band en ook bassist Darryl Jones was al overgelopen naar Sting, dacht ik. Maar goeds Miles Davis was een levende legende en om daar een metertje of 10 vanaf naar te staren was eigenlijk al genoeg.

Fat Time

Maar wie ik me nog goed herinner is Mike Stern. Eigenlijk had hij met Miles moeten spelen naar mijn idee, zoals jaren ervoor. Maar nu speelde Mike in de Michael Brecker Band. Ik had natuurlijk een behoorlijke gitaarobsessie, zeker in tijd, dus keek ik vooral naar Mike.

Het mooiste wapenfeit dat Mike bij Miles heeft weggezet is de solo die hij op Fat Time speelt op het comeback album The Man With The Horn.

Het nummer was voor Mike bedoeld en droeg de bijnaam die Miles hem gaf: Fat Time dus. De gitaarsolo op die track is legendarisch. Hier speelt Mike als een soort van Hendrix Met Moeilijke Noten het nummer helemaal kaal met een stuwende backing band achter hem. Gewoon live in de studio gedaan. Met ondermeer basistengod Marcus Miller op de electrieken bas. Laat die avond met Michael Brecker op North Sea Jazz zich nu ontvouwen als één grote Fat Time! Ik zweer het je! Mike speelde grotendeels zittend op een kruk. Zat daar dus een beetje die akkoorden op weg te compen. Maar telkens wanneer de opwinding bij Mike begon te vlammen stapte hij van die kruk af om een distortion pedaal in te drukken en dan begon het Fat Tim Avontuur weer van voor af aan. Zijn sound was toen ook nog 1000% viezer dan zijn latere werk.

Kut HEAO

Voor je het weet ben je het allemaal vergeten. Maar goed mede daarom ook dat ik een track componeerde en inspeelde als eerbetoon aan de belangrijkste jazzmuzikant uit mijn leven: Ferry Robers.

https://soundcloud.com/raaphorst/4teeuwen2

Sommige dingen voelde ik slecht aan (lees: North Sea Jazz). Noem het naïviteit en ook mijn behoefte aan zekerheid speelde een rol (lees: laffe schoolkeuze). Maar Ferry voelde het allemaal wel aan. Dankzij mijn behaalde examen in 1987 begon ik na die zomer met een studie HEAO. Een verkeerde keuze zo bleek achteraf. Al het gezanik over marketing en statistieken, ik werd er helemaal naar van. Na mijn propedeuse, aan het eind van het 2e jaar, gaf ik het op. Daaag HEAO. Halloooo muziek! En zo is het. Nog altijd. En met name dankzij Ferry. En North Sea Jazz dus.

Categorieën
uitgesproken

“Jij moet wiskunde gaan studeren!”

Ferry Robers

Op de foto hierboven zie je mijn oude gitaarleraar, Ferry Robers. Ik heb het al vaker over hem gehad en ik dacht dat ik zelfs over het voorval dat ik zo meteen ga aanhalen al eerder geschreven had, maar zeker weten doe ik dat niet.

Het voorval

Ferry gaf gitaarles op de Stedelijke Muziekschool in Den Haag. Hij was als leraar en mens 100% van de praktijk en 0% van de theorie. Op allerlei vragen die ik hem stelde over muziektheorie antwoordde hij steevast met: “gewoon luisteren”. En ik luisterde maar begreep niet precies wat mijn vingers daarbij moesten doen. Met name in het soleren op complexe jazzharmonie was ik geïnteresseerd. Volgens Ferry moest ik gewoon de noten uit de akkoorden spelen. Ferry vroeg me hem te begeleiden en speelde een solo, als voorbeeld. Na een maatje of 2 heel braaf noten uit de akkoorden te hebben gespeeld besloot Ferry weer gewoon vrijuit te spelen zoals hij altijd deed. “Maar nu speelde je heel veel noten die niet in die akkoorden zitten!”, wierp ik op. “Ach die komen wel, gewoon luisteren!”, antwoordde Ferry.

Waar die noten vandaan moesten komen, ik had geen idee. Zouden die komen als ik eerst heel braaf wekenlang de noten uit de akkoorden zou spelen? Iets dat nog knap lastig bleek. Hoe lang zou het duren voordat het een beetje zou gaan klinken? Ik oefende me te pletter, maar hoorde en voelde niet wat ik bij Ferry hoorde.

Ik besloot op onderzoek uit te gaan en wat boeken over harmonieleer te kopen. Dat werkte wel. En op een dag na afloop van een les besloot ik Ferry te vertellen over mijn opgedane kennis. “Als je Dm7 en dan G7 speelt om naar Cmaj7 te gaan, dan zit je de hele tijd eigenlijk al in C majeur”, vertelde ik trots aan Ferry. Modaal soleren heette dat, zo vertelde ik, zelfs vriend Miles Davis was er bekend mee. Maar ik plaats van een schouderklopje (daar grossierde Ferry trouwens in) keek hij mij bozig aan. “Weet jij wat jij moet gaan doen?”, vroeg ‘ie me. Ik had geen idee.

“Jij moet wiskunde gaan studeren!”

Wat hij bedoelde te zeggen is  dat ik moest luisteren en spelen en niet zo moest nadenken over al die dingen. Anders kon ik maar beter wiskunde gaan studeren.

Hij had gelijk, want Fer speelde te gek. Maar toch had de theorie mij op de een of andere manier geholpen om ook te kunnen soleren. En ik werd steeds beter, wat resulteerde in een optreden op North Sea Jazz net na mijn 18e verjaardag. Geregeld door Fer, die inmiddels behoorlijk onder de indruk was van mijn kunnen.

In die tijd zat ik op de HAVO/MBO, een soort versnelde MEAO. Om daarna door te gaan naar de HEAO voor een studie Commerciële Economie. In plaats van het conservatorium, koos ik dus voor deze stoffige studie, hoewel nog net geen wiskunde. Het gebeurde allemaal zo’n beetje in de periode dat Ferry kwam te overlijden, een laatste snedige opmerking over die foute studiekeuze heb ik helaas nooit van Fer mogen ontvangen.

De HEAO werd door mij na 2 jaar abrupt afgebroken om me volledig op de muziek te kunnen storten. En hoewel mijn harmoniekennis vaak van pas kwam, ik ergerde me er ook vaak aan. Die automatische piloot, die logica. En Fer heeft nog steeds gelijk. Muziek is een kwestie van luisteren en spelen. Je kunt er veel woorden aan vuil maken, zoals ik doe hier op mijn blog, maar het voegt geen bal toe. En stiekem wist ik dat 30 jaar geleden dus ook al. Ja, Fer, ik luisterde wel. Maar ja, gemakzucht …

Categorieën
uitgesproken

Passie is een holle marketingterm geworden

In mijn Twitter timeline zie ik regelmatig workshops voorbij komen die je beloven te helpen bij het ontdekken van je passie. Hartstikke leuk hoor, je passie ontdekken, maar belangrijker nog is leren omgaan met je passie.

Zo blogde Peter de Kock gisteren.

Passie is een holle marketingterm geworden. Zonder passie ben je geen blij mens, zo luidt de boodschap. En als je jouw passie ook daadwerkelijk mag uitvoeren dan ben je een nog blijer mens. Inderdaad ja, mag uitvoeren, want niets moet natuurlijk tegenwoordig.

Ik kan je wel vertellen: met passie alleen kom je er niet. En ik spreek uit ervaring. Toen ik een jaar of 13 was knetterde ik van passie voor de gitaar. Helaas ging het ook gepaard met grote frustratie. In het begin haatte ik dat instrument regelmatig want iedereen speelde beter dan ik. Toch hield ik vol omdat ik ergens wist dat als die anderen het konden, ik het ook zou moeten kunnen. En dus knokte ik jarenlang door. Om vervolgens telkens op mijn bek te gaan en geconfronteerd te worden met mijn achterstand. Gelukkig geloofde ik niet (en nog steeds niet) in het woordje talent en bleef ik maar doorgaan, net zolang tot mijn gitaarleraar Ferry Robers veren in mijn kont begon te steken. Anderen legden het bijltje erbij neer maar ik niet!

Al die workshops en trainingen die vandaag de dag over passie worden gegeven, ze vertellen niet het hele verhaal. Passie is hooguit de aanjager van de liefde die je voor iets voelt. Maar alleen met passie kom je er niet. Zeker als passie een beroep moet doen op creativiteit, of op een bepaalde behendigheid. Je zult jezelf tijd moeten geven, geduld moeten hebben om dat goed te ontwikkelen. Een kwestie van aan de slag gaan en blijven doorgaan, jarenlang. Vergeet woorden als inspiratie en talent, ook dat zijn holle termen waar je niets mee kunt. Als je iets graag wil zul je het tijd moeten geven en geduld moeten hebben. De meeste mensen geven al weer vrij snel op onder het motto van ‘ik heb er het talent niet voor’ of ‘ik heb te weinig inspiratie de laatste tijd’. En misschien voelen zij zelfs wel meer passie dan jij. Toch maakt dat geen ene moer uit, want het punt is: de volhouder wint. Altijd.

Categorieën
uitgesproken

De jaren met Ferry

fer

(dit bericht stond sinds eind 2005 op mijn blog, ging vervolgens door een migratie – lang technisch verhaal – verloren, om inmiddels teruggetoverd weer aangeboden te kunnen worden)

Mijn oude gitaarleraar, Ferry Robers. De meeste jazzmuzikanten in Den Haag kennen hem. Soms als ik zijn naam laat vallen in de kroeg (*) krijg ik gelijk een mooi verhaal te horen.

Ferry was een meesterlijke gitarist met een prachtige toon, perfecte timing en een echt eigen stijl. In de jaren dat hij mij lesgaf op de Haagse Stedelijke Muziekschool heb ik veel van hem geleerd.

Ik zal nooit vergeten hoe hij mij uitnodigde om op het North Sea Jazzfestival te spelen. Dat was mijn eerste keer, als ik het goed heb in 1987 (ja, we worden oud). Miles Davis speelde er toen ook. Magisch!

Ferry zoop en rookte behoorlijk door. Echt oud is hij niet geworden. Wel legendarisch en een voorbeeld voor velen qua hartelijkheid, vriendschap en didactiek. Hij was uniek en je kon verschrikkelijk met hem lachen.

Ferry, is overigens ook verantwoordelijk voor een aantal pijnlijke beschadigingen aan mijn gitaar. De schoft! Tijd voor wat foto’s…

* Bijvoorbeeld in Den Haag bij Danzig, De Oude Mol, De Pater of het Proeflokaal.