Hoe belangrijk is klank?

Vaak is de algehele opvatting over geluid dat het een soort kers op de taart is. Dat noten en timing belangrijker zijn dan het bijbehorende geluid. Maar zet de vervorming van een elektrische gitaar uit en je zult een lullig klinkend gitaarpartijtje overhouden. Of zet evenveel galm op een rapstem als je normaliter bij opera zou verwachten en je schiet gelijk in de lach.

Hoe iemand zingt, hoe de persoon met zijn of haar strottenhoofd en stembanden de klank maakt zal de zeggingskracht van de melodie beïnvloeden. De ene stem laat ons koud terwijl een andere stem kippenvel opwekt. Zelfs al zingt men loepzuiver, de klankkeur van de stem is allesbepalend.

Klank is onlosmakend verbonden met de luisterervaring. Hoewel een compositie volgens de definitie nog altijd slechts uit noten, harmonie en ritme bestaat, voor een juiste uitvoering kun je niet zonder de juiste klank(en).

Want alleen bij de uitvoering komt de beroering.

Ratio van harmonie

Muziek is een taal en wie die taal beheerst kan ermee communiceren naar de luisteraar en naar andere muzikanten toe. De basis daarvoor is wat we harmonieleer noemen. Als je muziek analyseert – wat voor mij neerkomt op jazzmuziek/Braziliaanse muziek, elektronische muziek en popmuziek – dan leer je hoezeer het de regels van de harmonieleer volgt. Net zo goed als geschreven tekst zich houdt aan de regels van de spelling, grammatica en interpunctie.

Muziek is een rationeel proces

Voor sommige muzikanten is het vloeken in de kerk want je zou immers “puur op je gevoel moeten spelen”. Natuurwetenschapper David Bohm weerlegde dat idee afgelopen zondag zo mooi in een uitzending van Zomergasten (met dank aan Marleen Stikker!):

Communicatie heeft altijd met denken te maken. Wij moeten onze gedachten overbrengen. Ook onze gevoelens, maar gedachten en gevoelens hebben met elkaar te maken. Als ik denk dat iemand een vijand is, is de kans groot dat ik vijandelijke gevoelens tegenover hem heb. Je kunt gedachten en gevoelens niet scheiden. En als ik bang ben of kwaad, heeft dat invloed om mijn gedachten. Dat kan ze vervormen. Ze horen bij éen proces.

David Bohm in fragment Zomergasten

Alle muzikanten houden, bewust of onbewust, rekening met de regels van de Westerse harmonieleer. Blues, Rock ‘n’ Roll en Punk zijn goede voorbeelden. Niet alleen stemmen muzikanten hun instrumenten op dezelfde afgesproken toonhoogte af (A = 440 Hz) ze gebruiken ook allemaal de basisakkoorden I, IV en V uit de harmonieleer. Het is dus onze ratio die ons bijvoorbeeld een C, F en een G akkoord laat spelen. Er is geen sprake van willekeur maar zuiver het opvolgen van de regels van de harmonieleer.

Muzikanten die weinig tot niets weten van harmonieleer lenen simpelweg akkoordstructuren die ze bij anderen gehoord hebben, die vertrouwd klinken. Een rationele afweging dus (“omdat The Beatles het zo doen mag ik het ook doen”). Ook daarvoor geldt wat David Bohm ons vertelt: ons gevoel wordt gevormd door ons denken.

Ons Westerse getrainde gehoor speelt hierin een belangrijke rol. Elke muzikant die een liedje componeert zal horen dat bepaalde opeenvolgingen van akkoorden een beetje raar klinken. Die toetsing van “wat klinkt goed en wat niet?” doen onze oren automatisch omdat het onbewust gestoeld is op de Westerse harmonieleer.

Hoe zit het met “dat soundje” van Emerson, Lake & Palmer

Een week geleden vroeg een vriend me hoe je die klanken van het nummer Peter Gunn Theme in de uitvoering van Emerson, Lake & Palmer zou kunnen nabootsen.

liveopname Peter Gunn Theme (YouTube)

De volgende dag in mijn studiootje kwam ik er al snel achter dat het niet in de sound zit maar in de parallelle akkoorden die Keith Emerson speelt.

Voor meer informatie over deze analyse, zie mijn blogpost op Melodiefabriek.

Dat soort dingen vind ik simpelweg heel leuk om te doen. Ik analyseer wat er gebeurt. En met die kennis kan ik vervolgens weer gevoel proberen op te roepen in mijn eigen muziek.

Tja, waar zouden we zijn zonder bewustzijn? …

De schoonheid van vervorming

Vandaag iets ter aanvulling op mijn blogpost van gisteren:

Klinkt streaming audio echt zo slecht?

Een aanvulling die juist helemaal de andere kant opgaat. Ik wil het namelijk hebben over de liefde voor vervorming. Daar ben ik als muzikant dol op maar zeer waarschijnlijk jij als luisteraar ook (misschien ben je ook wel muzikant).

Buizen vervorming

Zo’n beetje elke gitarist op deze aardkloof houdt van het geluid van vervorming. Het is namelijk de ongeschreven regel waar elke gitarist zich aan houdt. Men neemt een buizenversterker en zet hem net ff iets te hard waardoor het geluid gaat vervormen. Voilà, we zijn getuige van een lekker geluid! En dat geldt dus niet alleen voor heavy rock, welnee! Zelfs gitaren die clean/schoon klinken hebben – gitaristentaal, opgelet! – dat heerlijke randje met vervorming. Alleen dan klinkt een gitaar lekkâh. Dat was al het geval ten tijde van de oude bluesknakkers, The Beatles met hun lekkere VOX verstekers (hem ‘m zelf ook!), de Stones, The Kings enzovoorts.

Het publiek weet niet anders. Voor hen klinkt het gewoon zoals een gitaar moet klinken. En nu we in het digitale tijdperk leven bootsen we dat oude buizen geluid na in software. Puristen blijven volhouden dat echte buizen lekkerder klinken. Ik ben geen purist, ik zweer tegenwoordig bij een digitaal geluid, met name als ik muziek opneem. Op een podium is een versterker nog altijd best handig qua gebruik en het staat nog lollig ook (VOX!). Lees: het publiek snapt wat je daar staat te doen.

Zonder een versterker klinkt een elektrische gitaar als een natte krant. Om een voorbeeld te geven:

… en ja ik weet dat Prince, Nile Rogers en bv Johnny Guitar Watson hun gitaren vaak rechtstreeks in de mengtafel plugden voor opnames, wat trouwens wel okay klinkt voor funk…

Bandrecorder vervorming

Oude bandrecorders vervormden als een malle. Zet bijvoorbeeld eens wat ouwe Motown op. Tamboerijntjes, drums, de bas, de vocalen, op alles zit vervorming. Niet teveel, maar wel onvermijdelijk en altijd aanwezig.

Je raadt het al, vandaag de dag wordt die vervorming van bandrecorders nagebootst in software. We simuleren dat. Alle muzikanten doen dat. Waarom? Omdat muzikanten en luisteraars daar dol op zijn. Zo wordt de aloude Roland 808-bassdrum maar wat graag enorm vervormd in bv HipHop. Het is een stijlidioom geworden.

Veel musici gebruiken tegenwoordig juist die oude analoge spullen weer. Lenny Kravitz was hierin dus de trendsetter hoe gek dat ook mag klinken. Later volgden bands als The White Stripes, The Black Keys en de Foo Fighters hem door precies hetzelfde te gaan doen. Weer anderen proberen die klank via digitale retro software plugins op te wekken. Als het maar lekker vervormt zoals vroegâh.

Het publiek hoort het verschil niet. Er is ook geen verschil wat mij betreft, simulatie in software klinkt te gek. Heerlijk toch dat we een soort tijdsmachine in die computer hebben zitten? Met een paar klikken kun je iets modern of juist retro laten klinken.

Zelfs de budgetrecorder uit mijn jeugd, de 4-sporen cassetterecorder is weer terug van weggeweest. Hoewel het apparaat bedoeld was om demo’s mee op te nemen er worden tegenwoordig ook albums mee opgenomen. Mac DeMarco, Ariel Pink, Unknown Mortal Orchestra, het zijn zomaar wat namen die hun muziek een duidelijke lofi klankkleur weten mee te geven dankzij de 4-sporen cassetterecorder. Nebraska van Bruce Springsteen, maar ook de 2 albums van Latin Playboys (een van mijn favoriete bands) werden grotendeels met een 4-sporen cassettemachine opgenomen.

Digitale vervorming

Bij het uitkomen van de eerste digitale apparatuur in de jaren 80 moest ik wel een beetje wennen aan de digitale vervorming. De 8 bits van de eerste sampler waar ik mee werkte, de Ensoniq Mirage, klonk niet echt jofel en ik kon op mijn klompen voorspelen dat het ooit beter zou worden.

En beter werd het! Echter…

Veel legendarische hiphoppers maakten gebruik van 12 bit samplers, de SP1200 was bijvoorbeeld zeer geliefd. Opslagruimte was beperkt en dus werd de sampletijd “verlengd” door op 45 toeren een vinyl album te samplen en het in de sampler dan vervolgens te vertragen. Nadeel hiervan was dat de sample kwaliteit nog meer omlaag ging met meer gekraak, quantiseringsruis en aliasing tot gevolg. Vervorming dus.

Maar toen de samplers in de loop van de jaren 90 CD kwaliteit gingen bieden begon men die vervorming toch te missen. Zelfs ik! En daarom gebruikt men vandaag de dag massaal bitcrushers in software om het geluid van die ouwe samplers mee te emuleren. Omdat dat oud en vertrouwd klinkt. Is het publiek ook gewend aan geraakt. Zo moet het zijn. Een typisch stijlidioom.

Zelfs digitale vervorming, clipping wordt tegenwoordig massaal toegepast. Zelfs door de mastering engineers die het vroeger verafschuwden. Mastering engineers proberen een optimaal geluid te verwezenlijken. En dat optimale ontstaat vaak juist door een beetje vervorming toe te voegen aan het signaal. Ook zijn er mastering engineers die inmiddels weer een analoge signal-chain inzetten vanwege de vervorming. De Lenny Kravitzen onder de mastering engineers…

Dit is de schoonheid van de imperfectie. Een soort Wabi-sabi.

De purist

Een muzikant is niet perse een creatief persoon. Er zijn genoeg muzikanten wiens grootste wens het is om precies zo te klinken als hun grote held. Puur door hem of haar na te doen. Je ziet het veel bij zangers en zangeressen, dat kopieergedrag, die zelfs de ad-lib zangtrucjes van pak ‘m beet een Whitney Houston naadloos na-apen. Maar ook gitaristen zijn er niet vies van. Die spelen de licks van Stevie Ray Vaughan exact na. Half YouTube staat er vol mee. Van die gastjes die precies op eenzelfde soort aftandse gitaar met precies dezelfde soort pedalen en versterkers spelen. De gelijkenis is vaak verbluffend, als 2 druppels water. En dan te bedenken dat Stevie veel licks letterlijk van Albert King heeft gestolen. Waarmee ik maar wil zeggen dat niemand 100% origineel is. Stevie speelde op een Strat, terwijl Albert op een Flying V speelde, om maar iets te noemen.

Nog altijd is het vloeken in de kerk van vele gitaristen als je op een transistor versterker speelt. Gitaristen spelen het liefste op apparaatjes met buizen en condensatoren. Bij het woord digitaal kijkt mening gitarist alsof ‘ie een bedorven mossel in de mond neemt.

Vernieuwing komt niet voort uit purisme. Er moet immers gebroken worden met de bekende paden. En de deur naar het onbekende moet wagenwijd open worden gezet.

Denk je dat Paul McCartney op zijn basje ten tijde van het album Revolver iemand zat na te doen? Welnee, wat je hoort is een groot muzikaal vernieuwer.

Denk je dat George Harrison als slide gitarist met blueslicks aankwam zetten? Geen denken aan!

Sly Stone, Prince, Marvin Gaye en vele anderen zagen de drummachine als een nieuw instrument en hadden maling aan de mening van anderen.

Hoe lang werd de synthesizer afgedaan als niet stoer? Decennia lang!

Bowie, Freddie Mercury, David Byrne, Todd Rundgren, Donald Fagen en ga zo maar verder, zij zongen op hun eigen wijze, met teksten zoals niemand ze ooit verzonnen had.

Thomas Dolby, Aphex Twin, The Prodigy, Nile Inch Nails, Spinvis of weet ik wie, ze hebben de moderne middelen totaal geaccepteerd om te kunnen breken met het verleden.

Denk je dat Steve Vai ooit op Eddie van Halen wilde lijken? Echt niet, die was onder de indruk van die tremolo-effecten en dat vinger-tapping gedoe van Eddie maar sloeg vervolgens een totaal andere richting uit.

Denk je dat Miles Davis na zijn succes met Kind Of Blue dat succes ging herhalen? Ben je mal, aan jezelf herhalen had Miles juist een broertje dood!

De purist daarentegen speelt het liefst op ouwe spullen. Je hebt puristen die willen klinken zoals The Beatles, The Stones, Bowie, of pak ‘m beet een Prince ooit geklonken hebben.

Neem bijvoorbeeld The Analogues. Ik zag ze onlangs op Parkpop. Ze willen klinken als The Beatles. En een partij ouwe instrumenten dat ze meenemen! Toch hoor ik 1000 keer liever de echte Beatles.

The Analogues op Parkpop met oa Jan van der Meij die ondanks gehoorproblemen weer van de partij was

De puristen willen het oude in stand houden, creëren hun eigen regels en houden daar heel puriteins aan vast. Maar je kunt nog zo hard de licks van Stevie Ray in de vingers hebben met exact hetzelfde geluid, of Whitney Houston letterlijk na kunnen zingen, mij boeit dat niet. Stevie Ray en Whitney Houston kende ik namelijk al.

Stel je voor dat John Lennon nog zou leven en dat hij dan op The Voice iemand zou zien die hem letterlijk nadoet qua nasale zang en met precies zo’n rond brilletje op de neus. John zou dat opvatten als een compliment? Dacht het toch echt niet!

Wat puristen doen is streekromans schrijven. Vertrouwd volgens de regels, binnen de hokjes, oersaai. Terwijl de creative muzikant dat tot op het bot afbreekt.

 

Getest: Loop gehoorbescherming

Ik maak me veel zorgen over gehoorbescherming. Als ik mijn oren niet zou beschermen, kan ik geen serieus geluidswerk doen. Geluid bij concerten is vaak veel te hard, dus ik draag altijd gehoorbescherming. Ik heb Dubs oordopjes enkele jaren gebruikt. Onlangs hoorde ik over Loop earplugs. Ze zijn gevestigd in Antwerpen.

Loop bood me aan om me een voorbeeldset te sturen. Als ik ze goed vond zou ik erover schrijven.

Ik heb ze gebruikt tijdens een concert afgelopen zaterdag van Maceo Parker die optrad in Paard, Den Haag. Het geluid was niet echt hard maar nog steeds te luid voor mij. Ik deed de oordoppen al voor het concert in. Ik kon zonder problemen met mijn vriendin praten. Ik denk dat het zelfs makkelijker is om een gesprek te voeren met oordopjes in een luide omgeving. Het enige vreemde van alle oordopjes is dat je jezelf een beetje “in je hoofd” hoort praten.

Toen Maceo en zijn band begonnen te spelen klonk alles meteen geweldig. Ik had het gevoel dat alle frequenties gelijkmatig verlaagd werden in luidheid (20dB). Gewoonweg fantastisch dus!

Tijdens het concert probeerde Maceo het publiek een beetje mee te laten zingen. En dat heb ik ook gedaan. Grappig, want: omdat je jezelf “in je hoofd” hoort zingen is het makkelijker om zuiver te zingen.

Tijdens het concert voelde het echt natuurlijk aan, luisterend met deze Loop oordopjes. Ze zitten super comfortabel in de oren en worden geleverd in memory foam en siliconen dopjes in twee maten. Ik heb kleine oren, dus ik heb de kleinsten gebruikt en ze zitten geweldig. Ze zien er ook geweldig uit en zijn in verschillende kleuren leverbaar:

Deze Loop gehoorbeschermers zijn dus blijvertjes. Check als je geïnteresseerd bent: loopearplugs.com

UPDATE: Ik ontving een reactie van Loop nav mijn opmerking dat je jezelf “in je hoofd” hoort praten of zingen:

Het probleem is dat je je gehoorgang afsluit, en dat het geluid van je stem dus niet gemakkelijk naar buiten kan en dus blijft weerklinken. Dit kan je vermijden door de ruimte in je gehoorkanaal kleiner te maken en dus door een langere eartip te kiezen. Maw, als je de foam eartips gebruikt, zal je hier minder last van hebben.

Filosoof Tomas Serrien over de muzikale betrokkenheid

Op De Correspondent las ik:

Muziek. Een uitlaatklep voor velen, maar een raadsel in haar werking. Filosoof Tomas Serrien (1992) deed er onderzoek naar en overwoog nog even om een leeg boek te publiceren.

En De Correspondent publiceerde het gesprek tussen Lex Bohlmeijer en Tomas Serrien:

Het is een interessant gesprek, waar ik nog wel wat op wil aanvullen.

Geluid prikkelt de hersenen en spreekt direct ons gevoel aan. Als we niet kunnen zien, we lopen bijvoorbeeld in een bos, dan is het geluid de trigger of we ons angstig zullen gaan voelen of niet. Bij dieren werkt dit precies zo. Dus op de vraag: kunnen dieren ook ontroert raken door muziek? Ik denk van wel omdat geluid het gevoel aanspreekt.

Muziek bestaat uit geluiden waarin we vaste patronen herkennen. Door toonhoogte verschillen, melodie en harmonie. Door timing verschillen in een vast metriek, ritme. Dat herkennen moet ons geleerd worden. We moeten leren muziek te herkennen. Daarom is het zo doodzonde dat in ons onderwijs muziek niet langer een rol speelt. Een schande!

Op herhaling gaan we wennen aan bepaalde muziekstukken. Op herhaling naar iets luisteren doet ons deze patronen beter herkennen. Wie zegt “wat een bak herrie” is vaak niet in staat om de patronen te herkennen, voor hem of haar klinkt het als een soort willekeur, als ruis.

Daarom lijkt zoveel muziek op elkaar. De ordening ervan volgt immers vaste patronen, zo niet dan vinden we het geen muziek. Onze westerse muziek wordt gevormd door 12 verschillende noten, letters zo je wilt. Natuurlijk zoeken muziekkunstenaars de grenzen daarvan telkens op, het blijft noodzaak om te komen tot patronen. Chaos, randomness is wat het is: pure willekeur. De componist en/of uitvoerder ordent de muziek. En ook geluid, klankkeur, zorgt ervoor dat de mogelijkheden van de 12 noten aangevuld worden. De naam klankkleur zegt het al, het brengt kleur aan in klanken. Daarom kan een bekend patroon toch ineens een nieuwe klank krijgen. En ook in klankkleur zien we de patronen terugkomen. Zo zijn onze oren gewend geraakt aan de samenstelling van de instrumenten in een orkest, de diepe basdrum van een 808 drummachine, het vervormde geluid van een elektrische gitaar en zo verder. We herkennen muziek en klanken zoals we beelden, objecten, mensen en teksten herkenen en onthouden.

Pure herkenning voor onze hersensen. Met een stukje uitdaging erbij: het herkennen van nieuwe patronen, of dwarsverbanden, relaties tussen noten, tussen klanken. Een spelletje met de hersenen dus. En daarom zo verslavend.

Patronen herkennen heeft onze focus als mens. Het is hoe wij mensen in elkaar steken. We moeten immers herkennen wat een deur is, wat water en vuur is. We navigeren via wegen die ergens naartoe leiden. Medici proberen verbanden te zien, patronen te herkennen, tussen leefstijl en ziektes, tussen erfelijkheid en ziektes. Behandelmethodes zijn patronen. De maaltijden die we eten, patronen. Als we ergens een patroon in herkennen dan bestaat het ineens voor ons. Zo leerde ons moeder ons ooit dat er een jou en een mij is. Je onthoudt vervolgens de patronen. Dat doen je hersenen natuurlijk, geheel onbewust.

Muziek is een spelletje met onze hersenen. Onbewust gaan onze hersenen op zoek naar de patroontjes in de muziek. Daarom is het zo lastig om je af te sluiten voor muziek. Je zult letterlijk de oren moeten afdekken. De hersenen gaan immers altijd door. En ik vermoed zelfs tijdens de slaap!

Zoiets dus.

Nederlander Eelco Grimm onderzocht 4,2 miljoen albums (!) op luidheid

Met de komst van de CD en de algehele digitalisering begonnen mastering engineers in de 90-er jaren het geluidsignaal steeds meer te verhogen in de hoop dat hun CD luider zou klinken dan die van de concurrentie. Een volkomen zot idee. Met het boosten van het geluidsignaal is in principe niets mis, elke muzikant maakt weleens gebruik van een compressor en een limiter. Maar het signaal alleen maar boosten om het geluid zo hard mogelijk te krijgen is een dom, achterlijk en gestoord idee. Waarom? Omdat het verschrikkelijk klinkt! Muziek moet dynamiek bevatten om het levendig te houden. Zo niet dan wordt het saai en verschrikkelijk pijnlijk voor de oortjes.

Gelukkig zijn er inmiddels maatregelen getroffen om die Luidheid Oorlog die 2 decennia lang de muziekwereld heeft geteisterd te bestrijden. Drie jaar geleden schreef ik daar al eens over. Met de komst van de EBU R128 Peak to Loudness Ratio norm is het hard gegaan. Zo zijn vrijwel alle online services inmiddels voorzien van een algoritme dat ervoor zorgt dat alle muziek op hetzelfde geluidsvolume zet. Dat geldt ondermeer voor YouTube, Spotify, Apple Music en TIDAL. Recentelijk heeft TIDAL dat uitvoerig laten onderzoeken. TIDAL wil de hoogst mogelijke kwaliteit bieden en werd juist opgericht om een nog hogere geluidskwaliteit dan Apple Music en Spotify te kunnen leveren (non-lossy). Maar is het aanpassen van het volume tussen nummers of albums dan wel gewenst?

De Nederlander Eelco Grimm, die ook betrokken was bij het ontwikkelen van de Europese uitzendnorm EBU R128, deed voor Tidal een onderzoek. Hij wilde de luidheid van muziek meten via de zogenaamde BS1770-4 methode. Deze methode houdt niet alleen rekening met de pieken in het signaal, pieken zijn immers tijdelijk, maar houdt rekening met de pieken èn de gemiddelde dynamiek in het signaal. Dat laatste maakt het uniek aangezien de methode rekening houdt met het menselijk gehoor (bepaalde frequenties ervaren we immers als luider ook al zijn ze niet harder in luidheid) en bovendien kan de dynamiek over lange tijd als ook over korte tijd gemeten worden. Hiermee krijgen we dus perfecte “inzage” in de luidheid van het signaal.

In samenwerking met TIDAL onderzocht Eelco 4,2 miljoen albums (!) op luidheid. Dit rapport is online te lezen/downloaden (PDF). De belangrijkste vraag die hij stelde is: moet TIDAL per nummer volumecompensatie toepassen, of moet dit voor een album als geheel worden toegepast? Als dat laatste het geval is zal een album dus altijd de verschillen in luidheid tussen de afzonderlijke nummers behouden.

Onderzoek leverde op dat het testpanel het liefst de verschillen in luidheid per album behouden ziet. Het album wordt dan in vergelijking met andere albums wel gecompenseerd, maar de onderlinge tracks niet.

De norm waar Eelco op uitkwam is -14 LUFS. Simpel gezegd betekent dit dat de gemiddelde dynamiek (LUFS) van een album op -14 dB onder 0 (de digitale grens, daarna treedt clipping immers op) mag liggen.

Een van de belangrijke adviezen die Eelco TIDAL gaf was:

Om clipping te voorkomen mag de geluidssterkte alleen verzwakt maar nooit verstrekt worden. Als het luidste nummer van een album zachter is dan het doelniveau (-14 LUFS), worden alle nummers van het album zacht weergegeven.

Albums die dus luid gemasterd zijn worden in volume flink verlaagd. Dat geldt voor het overgrote meerendeel van de 4,2 miljoen albums die onderzocht werden.

Recentelijk sprak Eelco uitgebreid over de EBU normering en zijn onderzoek voor TIDAL met Ian Shepherd in The Mastering Show:

Een interessant verhaal brengt Ian daarin ter sprake. Taylor Swift haar laatste album is veel te luid gemasterd, net als haar voorafgaande albums. Maar aangezien YouTube het volume net als TIDAL niet omhoog versterkt zorgt het compenseren van het volume ervoor dat nu de zachtste nummers op dat album juist nog zachter klinken. Op andere streaming services is dus hetzelfde het geval.

En podcasts dan?

De normering voor muziek is ronduit een verademing. Er is echter wel een probleem: je kunt die normering niet zonder meer toepassen op podcasts, op audio waarin met name gesproken wordt. Voor spraak is er sowieso meer dynamiek nodig dan bij muziek. Welke norm moeten we daarom toepassen op podcasts? Ik verwacht zo rond de -20 LUFS, maar onderzoek en internationale consensus hierover moet dat definitief gaan bepalen. Dat gaat de komende jaren echt gebeuren want de Luidheid Oorlog heeft geen enkele kans op bestaan meer. Of Taylor Swift het nu wil of niet.

Tot slot een plaatje van hoe meneer Michael Jackson in de loop van de jaren steeds harder ging klinken. Het is inmiddels geschiedenis, dat moge duidelijk zijn. Luidheid is genormeerd.

Soms zijn regels dus echt wel ergens nuttig voor…

toename in luidheid : 1991-1995-2007 (beeld: publiek domein/wikimedia)