Getest: Loop gehoorbescherming

Ik maak me veel zorgen over gehoorbescherming. Als ik mijn oren niet zou beschermen, kan ik geen serieus geluidswerk doen. Geluid bij concerten is vaak veel te hard, dus ik draag altijd gehoorbescherming. Ik heb Dubs oordopjes enkele jaren gebruikt. Onlangs hoorde ik over Loop earplugs. Ze zijn gevestigd in Antwerpen.

Loop bood me aan om me een voorbeeldset te sturen. Als ik ze goed vond zou ik erover schrijven.

Ik heb ze gebruikt tijdens een concert afgelopen zaterdag van Maceo Parker die optrad in Paard, Den Haag. Het geluid was niet echt hard maar nog steeds te luid voor mij. Ik deed de oordoppen al voor het concert in. Ik kon zonder problemen met mijn vriendin praten. Ik denk dat het zelfs makkelijker is om een gesprek te voeren met oordopjes in een luide omgeving. Het enige vreemde van alle oordopjes is dat je jezelf een beetje “in je hoofd” hoort praten.

Toen Maceo en zijn band begonnen te spelen klonk alles meteen geweldig. Ik had het gevoel dat alle frequenties gelijkmatig verlaagd werden in luidheid (20dB). Gewoonweg fantastisch dus!

Tijdens het concert probeerde Maceo het publiek een beetje mee te laten zingen. En dat heb ik ook gedaan. Grappig, want: omdat je jezelf “in je hoofd” hoort zingen is het makkelijker om zuiver te zingen.

Tijdens het concert voelde het echt natuurlijk aan, luisterend met deze Loop oordopjes. Ze zitten super comfortabel in de oren en worden geleverd in memory foam en siliconen dopjes in twee maten. Ik heb kleine oren, dus ik heb de kleinsten gebruikt en ze zitten geweldig. Ze zien er ook geweldig uit en zijn in verschillende kleuren leverbaar:

Deze Loop gehoorbeschermers zijn dus blijvertjes. Check als je geïnteresseerd bent: loopearplugs.com

UPDATE: Ik ontving een reactie van Loop nav mijn opmerking dat je jezelf “in je hoofd” hoort praten of zingen:

Het probleem is dat je je gehoorgang afsluit, en dat het geluid van je stem dus niet gemakkelijk naar buiten kan en dus blijft weerklinken. Dit kan je vermijden door de ruimte in je gehoorkanaal kleiner te maken en dus door een langere eartip te kiezen. Maw, als je de foam eartips gebruikt, zal je hier minder last van hebben.

Filosoof Tomas Serrien over de muzikale betrokkenheid

Op De Correspondent las ik:

Muziek. Een uitlaatklep voor velen, maar een raadsel in haar werking. Filosoof Tomas Serrien (1992) deed er onderzoek naar en overwoog nog even om een leeg boek te publiceren.

En De Correspondent publiceerde het gesprek tussen Lex Bohlmeijer en Tomas Serrien:

Het is een interessant gesprek, waar ik nog wel wat op wil aanvullen.

Geluid prikkelt de hersenen en spreekt direct ons gevoel aan. Als we niet kunnen zien, we lopen bijvoorbeeld in een bos, dan is het geluid de trigger of we ons angstig zullen gaan voelen of niet. Bij dieren werkt dit precies zo. Dus op de vraag: kunnen dieren ook ontroert raken door muziek? Ik denk van wel omdat geluid het gevoel aanspreekt.

Muziek bestaat uit geluiden waarin we vaste patronen herkennen. Door toonhoogte verschillen, melodie en harmonie. Door timing verschillen in een vast metriek, ritme. Dat herkennen moet ons geleerd worden. We moeten leren muziek te herkennen. Daarom is het zo doodzonde dat in ons onderwijs muziek niet langer een rol speelt. Een schande!

Op herhaling gaan we wennen aan bepaalde muziekstukken. Op herhaling naar iets luisteren doet ons deze patronen beter herkennen. Wie zegt “wat een bak herrie” is vaak niet in staat om de patronen te herkennen, voor hem of haar klinkt het als een soort willekeur, als ruis.

Daarom lijkt zoveel muziek op elkaar. De ordening ervan volgt immers vaste patronen, zo niet dan vinden we het geen muziek. Onze westerse muziek wordt gevormd door 12 verschillende noten, letters zo je wilt. Natuurlijk zoeken muziekkunstenaars de grenzen daarvan telkens op, het blijft noodzaak om te komen tot patronen. Chaos, randomness is wat het is: pure willekeur. De componist en/of uitvoerder ordent de muziek. En ook geluid, klankkeur, zorgt ervoor dat de mogelijkheden van de 12 noten aangevuld worden. De naam klankkleur zegt het al, het brengt kleur aan in klanken. Daarom kan een bekend patroon toch ineens een nieuwe klank krijgen. En ook in klankkleur zien we de patronen terugkomen. Zo zijn onze oren gewend geraakt aan de samenstelling van de instrumenten in een orkest, de diepe basdrum van een 808 drummachine, het vervormde geluid van een elektrische gitaar en zo verder. We herkennen muziek en klanken zoals we beelden, objecten, mensen en teksten herkenen en onthouden.

Pure herkenning voor onze hersensen. Met een stukje uitdaging erbij: het herkennen van nieuwe patronen, of dwarsverbanden, relaties tussen noten, tussen klanken. Een spelletje met de hersenen dus. En daarom zo verslavend.

Patronen herkennen heeft onze focus als mens. Het is hoe wij mensen in elkaar steken. We moeten immers herkennen wat een deur is, wat water en vuur is. We navigeren via wegen die ergens naartoe leiden. Medici proberen verbanden te zien, patronen te herkennen, tussen leefstijl en ziektes, tussen erfelijkheid en ziektes. Behandelmethodes zijn patronen. De maaltijden die we eten, patronen. Als we ergens een patroon in herkennen dan bestaat het ineens voor ons. Zo leerde ons moeder ons ooit dat er een jou en een mij is. Je onthoudt vervolgens de patronen. Dat doen je hersenen natuurlijk, geheel onbewust.

Muziek is een spelletje met onze hersenen. Onbewust gaan onze hersenen op zoek naar de patroontjes in de muziek. Daarom is het zo lastig om je af te sluiten voor muziek. Je zult letterlijk de oren moeten afdekken. De hersenen gaan immers altijd door. En ik vermoed zelfs tijdens de slaap!

Zoiets dus.

Nederlander Eelco Grimm onderzocht 4,2 miljoen albums (!) op luidheid

Met de komst van de CD en de algehele digitalisering begonnen mastering engineers in de 90-er jaren het geluidsignaal steeds meer te verhogen in de hoop dat hun CD luider zou klinken dan die van de concurrentie. Een volkomen zot idee. Met het boosten van het geluidsignaal is in principe niets mis, elke muzikant maakt weleens gebruik van een compressor en een limiter. Maar het signaal alleen maar boosten om het geluid zo hard mogelijk te krijgen is een dom, achterlijk en gestoord idee. Waarom? Omdat het verschrikkelijk klinkt! Muziek moet dynamiek bevatten om het levendig te houden. Zo niet dan wordt het saai en verschrikkelijk pijnlijk voor de oortjes.

Gelukkig zijn er inmiddels maatregelen getroffen om die Luidheid Oorlog die 2 decennia lang de muziekwereld heeft geteisterd te bestrijden. Drie jaar geleden schreef ik daar al eens over. Met de komst van de EBU R128 Peak to Loudness Ratio norm is het hard gegaan. Zo zijn vrijwel alle online services inmiddels voorzien van een algoritme dat ervoor zorgt dat alle muziek op hetzelfde geluidsvolume zet. Dat geldt ondermeer voor YouTube, Spotify, Apple Music en TIDAL. Recentelijk heeft TIDAL dat uitvoerig laten onderzoeken. TIDAL wil de hoogst mogelijke kwaliteit bieden en werd juist opgericht om een nog hogere geluidskwaliteit dan Apple Music en Spotify te kunnen leveren (non-lossy). Maar is het aanpassen van het volume tussen nummers of albums dan wel gewenst?

De Nederlander Eelco Grimm, die ook betrokken was bij het ontwikkelen van de Europese uitzendnorm EBU R128, deed voor Tidal een onderzoek. Hij wilde de luidheid van muziek meten via de zogenaamde BS1770-4 methode. Deze methode houdt niet alleen rekening met de pieken in het signaal, pieken zijn immers tijdelijk, maar houdt rekening met de pieken èn de gemiddelde dynamiek in het signaal. Dat laatste maakt het uniek aangezien de methode rekening houdt met het menselijk gehoor (bepaalde frequenties ervaren we immers als luider ook al zijn ze niet harder in luidheid) en bovendien kan de dynamiek over lange tijd als ook over korte tijd gemeten worden. Hiermee krijgen we dus perfecte “inzage” in de luidheid van het signaal.

In samenwerking met TIDAL onderzocht Eelco 4,2 miljoen albums (!) op luidheid. Dit rapport is online te lezen/downloaden (PDF). De belangrijkste vraag die hij stelde is: moet TIDAL per nummer volumecompensatie toepassen, of moet dit voor een album als geheel worden toegepast? Als dat laatste het geval is zal een album dus altijd de verschillen in luidheid tussen de afzonderlijke nummers behouden.

Onderzoek leverde op dat het testpanel het liefst de verschillen in luidheid per album behouden ziet. Het album wordt dan in vergelijking met andere albums wel gecompenseerd, maar de onderlinge tracks niet.

De norm waar Eelco op uitkwam is -14 LUFS. Simpel gezegd betekent dit dat de gemiddelde dynamiek (LUFS) van een album op -14 dB onder 0 (de digitale grens, daarna treedt clipping immers op) mag liggen.

Een van de belangrijke adviezen die Eelco TIDAL gaf was:

Om clipping te voorkomen mag de geluidssterkte alleen verzwakt maar nooit verstrekt worden. Als het luidste nummer van een album zachter is dan het doelniveau (-14 LUFS), worden alle nummers van het album zacht weergegeven.

Albums die dus luid gemasterd zijn worden in volume flink verlaagd. Dat geldt voor het overgrote meerendeel van de 4,2 miljoen albums die onderzocht werden.

Recentelijk sprak Eelco uitgebreid over de EBU normering en zijn onderzoek voor TIDAL met Ian Shepherd in The Mastering Show:

Een interessant verhaal brengt Ian daarin ter sprake. Taylor Swift haar laatste album is veel te luid gemasterd, net als haar voorafgaande albums. Maar aangezien YouTube het volume net als TIDAL niet omhoog versterkt zorgt het compenseren van het volume ervoor dat nu de zachtste nummers op dat album juist nog zachter klinken. Op andere streaming services is dus hetzelfde het geval.

En podcasts dan?

De normering voor muziek is ronduit een verademing. Er is echter wel een probleem: je kunt die normering niet zonder meer toepassen op podcasts, op audio waarin met name gesproken wordt. Voor spraak is er sowieso meer dynamiek nodig dan bij muziek. Welke norm moeten we daarom toepassen op podcasts? Ik verwacht zo rond de -20 LUFS, maar onderzoek en internationale consensus hierover moet dat definitief gaan bepalen. Dat gaat de komende jaren echt gebeuren want de Luidheid Oorlog heeft geen enkele kans op bestaan meer. Of Taylor Swift het nu wil of niet.

Tot slot een plaatje van hoe meneer Michael Jackson in de loop van de jaren steeds harder ging klinken. Het is inmiddels geschiedenis, dat moge duidelijk zijn. Luidheid is genormeerd.

Soms zijn regels dus echt wel ergens nuttig voor…

toename in luidheid : 1991-1995-2007 (beeld: publiek domein/wikimedia)

Moderne grootstedelijke muziek

De Tachtigers, een groep Nederlandse impressionistische schilders, verwoordde in schilderijen de verstedelijking eind 19e eeuw. Zij hebben daarmee de verstedelijking vastgelegd op een manier die mij nog altijd aanspreekt. Zoals Breitner de Dam schilderde zo zie ik de Dam nog steeds als de avond allang is gevallen. In de schilderijen van de Tachtigers zie je de overeenkomsten tussen de grote steden terug. Of het nu Amsterdam is, Parijs, of Den Haag waar ik woon.

Het is de grote stad waar dankzij precies uitgekozen straatverlichting de stad sfeer krijgt. Zoals het licht bij een toneel- of dansvoorstelling. In de stad wordt sfeer geschapen dankzij kunstmatig licht. Luxe, elektriciteit, grootstedelijke sfeer.

In moderne muziek wordt het grootstedelijke verklankt, soms in liedvorm zoals The Velvet Underground het deden, Bebop jazz, early HipHop en soms instrumentaal zoals Steve Reich dat doet. De laatste – pak ‘m beet 10 jaar – is dankzij de computertechniek een nieuw soort muziek ontstaan die, voor mij althans, een grootstedelijk geluid tentoonspreidt. Een type muziek dat zich lastig laat omschrijven. Muziek die wezenlijk anders gemaakt wordt en op nieuwe muzikale principes gestoeld is. Vernieuwende muziek die prachtig samengaat met bijvoorbeeld modern dans waar ik ook zeer van hou.

Een toon heeft ritme

Een toon beweegt als een golfbeweging van voren naar achteren. Beweegt tussen een plus en min op en neer met een bepaalde snelheid. De snelheid geeft daarbij de toonhoogte aan. Het is een ritmische beweging. In dat ritme bewegen jouw luidsprekers ook van voren naar achteren.

Als we een ritme nu drastisch in snelheid gaan verhogen dan krijgt het een toonhoogte, het verandert langzaamaan in een muzikale toon. Kijk en luister maar:

Een klank bevat behalve de ritmische frequentie/toonghoogte vaak ook nog andere ritmische elementen. Neem bijvoorbeeld het vibrato in de klank, een lichte zweving in toonhoogte die ook met een vast cadans hoorbaar is. Ook dat is een ritmisch element.

Vrijwel elk geluid wordt muzikaal bruikbaar

Als je een ritme versnelt ontstaat er een toonhoogte. En in klanken zijn vaak ritmes waar te nemen. Dit geldt eigenlijk voor alle geluiden, ook voor bijvoorbeeld straatgeluiden. Door deze te vertragen of juist te versnellen kun je er tonen of ritmes mee creëren, ze meer of minder muzikaal maken en inpassen in de muziek.

De moderne muziek waar ik op doel heeft niet altijd een duidelijk waarneembaar ritme. Of beter gezegd: een vast ritme. Vaak worden de klanken gecombineerd en zorgt de zweving of duidelijke ritmiek in de klanken voor een gelaagd samenspel waarin er niemand de baas is. Er is geen vast tempo waar alle muzikale klanken op gebaseerd zijn. De klanken vallen soms samen of gaan juist tegen elkaar in. Het zijn pulsen die om elkaar heen wentelen. Als een lijnenspel van Mondriaan.

Composition No. 10. 1939-42. – Piet Mondriaan

De toonhoogte erin of eruit filteren

Het gaat te ver om alle moderne technieken te behandelen maar eentje mag in dit stuk niet ontbreken. Een die onze kijk op muziek en manier van muziekmaken wezenlijk op zijn kop heeft gezet. Het is het gebruik van filters.

Het filter vormt een belangrijk onderdeel van elke synthesizer. Het filtert letterlijk het signaal. Je stuurt een klank door het filter en kunt bepaalde frequenties eruit filteren, of juist benadrukken. Een filter is in staat om het karakter van een klank wezenlijk te veranderen en onze digitale filters kennen een detaillering die in het analoge domein niet eerder mogelijk was. Op het vlak van filters innoveert de techniek nog altijd waardoor de mogelijkheden tot het filteren van klanken de komende jaren nog verder uitgebreid zullen worden.

Eenvoudige voorbeelden zijn het Low Pass filter, een filter dat alleen maar diepe klanken doorlaat. Hierdoor kun je bijvoorbeeld een bas uit het geluid filteren waardoor je het bijvoorbeeld kunt combineren met klanken die door een High Pass filter zijn behandeld, klanken die juist geen lage frequenties meer bevatten. Ineens onstaat er een scala aan nieuwe mogelijkheden. Dankzij het High Pass filter kun je muziek gaan filteren die een bas bevat die niet past bij de rest van het stuk, geen probleem, je filtert het simpelweg weg. En dankzij een Low Pass filter kun je er een muziekstuk bij zoeken wat hierdoor wel gaat passen.

Kortom: dankzij filters kunnen klanken passend gemaakt worden. Als een soort digitale mozaïek-kunst die heel fijnmazig is en het mogelijk maakt om in theorie alles met alles te kunnen combineren.

Dankzij filters kun je de toonhoogtes en duidelijk waarneembare noten eruit filteren. Of er juist erin filteren, gaan benadrukken (***). Het zijn zaken die een muzikant met een instrument bepaalt middels het kiezen van specifieke noten. Bij traditionele muziek is de muzikant die de noten kiest zelf Het Filter. Maar middels de filtering techniek doen we het omgekeerde: de opgenomen noten van de muzikant kunnen we filteren waardoor nieuwe toonhoogtes ontstaan.

Om een voorbeeld te geven van deze moderne muziek, luister naar mijn afspeellijst Grootstedelijk op Spotify:

*** = een filter kan ook frequenties benadrukken, laten resoneren, waardoor ze versterkt worden. Hoewel een filter lijkt te slaan op het wegfilteren van frequenties, dit is dus slechts 1 kant van de medaille.

Het neutrale geluid manipuleren

waveform

Met de komst van de opnametechniek in de vorige eeuw probeerde men muziek in haar meest perfecte vorm vast te leggen. In plaats van een enkele liveopname voor publiek kon men hierdoor in de studio zoveel takes doen als men nodig had voor het vastleggen van de “perfecte” uitvoering.

Les Paul vond eind jaren 40 uit dat je met twee recorders stukje bij beetje een soort orkestje van gitaren en stemmen kon opnemen door de ene recorder op afspelen te zetten terwijl de andere recorder opneemt terwijl je er een andere partij bij speelt. Een soort audiopingpong. En Les verzon nog een revolutionaire truc, door op halve snelheid zijn partijen op te nemen klonken deze bij weergave op normale snelheid als razendsnel virtuoos spel:

De klassieke pianist Glenn Gould raakte in de 60-er jaren gefrustreerd van het geven van concerten. Nooit was de uitvoering naar zijn idee perfect terwijl hij die perfecte uitvoering wel in zijn hoofd hoorde. Hij stopte daarom geheel met het geven van concerten en was alleen nog maar in de studio te vinden. In de studio koos Glenn de beste delen uit en plakte de audiotapes daarvan aan elkaar om zo zijn perfecte uitvoering te creëren.

Met de komst van de multitrack-recorder midden jaren 50 werd het mogelijk om instrumenten spoor voor spoor verspreid over meerdere kanalen op te nemen. Hierdoor kreeg men nog meer controle over de muziek en klank. The Beatles met name waren ware pioniers op dit vlak. Hun muziek klonk niet meer als een live uitvoering maar als muziek die je alleen in een studio kunt maken. The Beatles stopten in dezelfde periode als Glenn Gould met het geven van liveoptredens vanwege eenzelfde argument. Het vormt een opvallend parallel tussen deze pioniers.

Vervolgens kwamen achtereenvolgend de drumcomputers, de polyfone (meerstemmige) synthesizers en de samplers op de markt en werden de partijen steeds vaker geprogrammeerd in plaats van door muzikanten ingespeeld. Hiermee werd de controle over het geluid ook steeds preciezer. Inmiddels is met behulp van de computer en de digitale techniek het spel van muzikanten totaal elastisch geworden. Zodoende kan de klankkeur achteraf, na opname, aangepast worden, kan de timing verbeterd worden en kan de toonhoogte onhoorbaar aangepast. Zelfs zanglijnen die behoorlijk vals klonken tijdens opname kunnen perfect in tune gemaakt worden zonder dat het publiek hoort dat de stem slechts een klankbron vormt voor een melodie die door de engineer geboetseerd is.

We kunnen stellen dat tegenwoordig elk geluid een bron kan zijn voor het maken van klanken die als muziek klinkt. Zo maakte ik een keer in opdracht van Disquiet Junto een muziekstuk dat als basis 1 sample had: een opname die ik maakte van een uitklontje in een glas. Dankzij de sampler en uitgebreide manipulatie tools kon ik uit die ene sample van slechts een paar seconden een heel muziekstuk persen:

Dankzij de complete controle over geluid kunnen we elk geluid produceren. Het levert een ongekende vrijheid op. We zijn hooguit afhankelijk van onze fantasie, kennis van geluid en de kunde om het te manipuleren. De kennis over hoe we geluid kunnen manipuleren neemt nog altijd toe. En daarmee ook de mogelijkheden en de tools die ons daarbij helpen. We kunnen als het ware steeds dieper inzoomen in het geluid en het aanpassen.

Het manipuleren van geluid lijkt grenzeloos. Het is niet gebonden aan een bepaalde stijl. Niet gebonden aan een bepaalde vorm. Het is neutraal van karakter, blanco. Als een wit scherm waar de schrijver in staart. Het daagt me uit.

Het mixen van gesproken woord

Bij het maken van een radiodocumentaire of een podcast heb je rekening te houden met de verstaanbaarheid van de stemmen. Wat er gezegd wordt. En dat is best lastig want tijdens een gesprek valt er al snel een woord weg omdat er een brommer voorbijrijdt of omdat je als interviewer de microfoon net op het verkeerde moment wegdraait om een volgende vraag te kunnen stellen. Gelukkig kan ik dat achteraf aanpassen tijdens de mixage. Het kost een boel werk, maar het moet gebeuren omdat het de luisterervaring sterk verbetert.

Dankzij moderne hedendaagse software kan ik minuscule veranderingen maken die de luisteraar niet zal opmerken tenzij ik het allemaal achterwege laat want dan zal de luisteraar regelmatig naar de volumeregelaar moeten grijpen. Dat is natuurlijk onzinnig want het geluidsniveau moet gewoon optimaal gebalanceerd zijn. Alle stemmen moeten op hetzelfde volumeniveau zitten, zo simpel is het eigenlijk. En juist heden ten dage hebben we daar radionormeringen voor afgesproken binnen Europa. Programma’s zoals Spotify, iTunes Music en YouTube gebruiken die normen ook en het zorgt ervoor de luisteraar niet de hele tijd met de volumeregelaar de boel hoeft bij te sturen. Wat vroeger wel het geval was. En ook met CD’s en vinyl het geval is.

Helaas houden nog altijd relatief veel podcasters zich niet aan de norm. Het resulteert in gesprekken die vermoeiend zijn om naar te luisteren. En dat is zonde, want de luisteraar haakt uiteindelijk dan toch echt af. Ik in ieder geval wel.

Auto-Tune

Natuurlijk kun je een discussie hebben over of je het Auto-Tune effect mooi vindt klinken. Ik vind het persoonlijk in de meeste gevallen heel lelijk klinken. Puur op basis van klank. Maar daar ga ik nu niet op in. Ik wil iets anders vertellen.

Toch vreemd, want muziek is abstract. Van een schrijver verwachten we niet dat hij/zij met een heel mooi handschrift schrijft en dat het zo uitgegeven wordt. Nee hoor, de tekst moet van een universeel font worden voorzien. De persoonlijkheid van het handschrift van de schrijver willen we juist niet zien. Maar van een muzikant verwachten we dingen die misschien vals romantisch zijn. Die we bestempelen als ziel of echt, maar toch juist iets anders zijn: artistieke keuzes. Anders zou geen mens naar een drumcomputer kunnen luisteren. Of naar een tekening kunnen kijken die met behulp van een tekenprogramma is gemaakt. “Oh mijn hemel, de tekenaar gebruikte een vlakgom!”

Luister naar het resultaat. Of het echt is boeit niet, want muziek is niet echt, het is abstract. Daarom is het kunst.

Het verwarrende van volume

Muziek en geluid dat op hoog volume klinkt is moeilijk op waarde te schatten. Het is een slechte methode om te mixen naar mijn idee. Het geeft misschien wel een kick en klinkt al snel lekker, maar je houdt je oren simpelweg voor de gek.

Ik doe regelmatig A/B testen, vergelijk het ene ten opzichte van het andere. Online kun je veel testen vinden, de ene microfoon versus de andere, de ene EQ versus de andere, de ene voorversterker versus de andere. Vaak aangeboden in een ZIP-je zodat ik de opnames zelf aan een nauwkeurige luistertest kan onderwerpen. Ik lees vaak in de reacties allerlei nonsense. Het is de napraterij van mensen die niet willen luisteren. Men houdt graag allerlei audiomythes in stand.

Ons gehoor is niet-lineair, enorm gekleurd dus. We reageren totaal anders op volumeverschillen wanneer ze op zacht of juist op hoog niveau worden beluisterd. Op een hoog geluidsniveau zal elke mix dat iets harder van volume is in vergelijking met een zachtere mix als meer helder worden bestempeld. Totale onzin want het geluid is niet anders, het is slechts harder van volume. Je oren en hersensen denken iets anders te horen. Kortom: die zit je dus keihard te foppen op die manier!

Oplossing: beluister de mix op een heel zacht volumeniveau. Alleen dan zul je de mix echt op waarde kunnen schatten. Zul je horen of een instrument wel of niet goed “in de mix ligt”, of het er niet teveel uitspringt of juist te zacht staat. En kun je fantastisch goed inschatten of een voice-over te zacht of te hard staat. Stel het afluistervolume bijvoorbeeld eens op fluisterniveau af en luister bijvoorbeeld naar hoe een stem de hele mix door klinkt. Volumeverschillen op laag afluisterniveau hoor je gelijk, op hoog niveau niet want alles is immers goed te horen.

Simpel, goedkoop en uiterst effectief.

Uitbreiding van ons bewustzijn

Deze week citeerde ik een paar maal een tekst van David Foster Wallace:

There are these two young fish swimming along, and they happen to meet an older fish swimming the other way, who nods at them and says, “Morning, boys, how’s the water?” And the two young fish swim on for a bit, and then eventually one of them looks over at the other and goes, “What the hell is water?”

In diverse discussies kamen vragen op zoals : Hoe is het universum ontstaan? Hoe groot is het? Waar gaat het naartoe met de wereld?

Het lijkt erop dat het universum oneindig is, maar hoe of wat valt eigenlijk niet te verklaren. Het is als die 2 vissen, we kunnen niet verder kijken dan de wereld die we om ons heen voelen en zien. De wereld die we kennen totdat we iets nieuws ontdekken. Als het universum oneindig is dan bereiken we de grens daarvan nooit en valt er dus altijd iets nieuws te ontdekken.

We zoomen uit en zien dat het universum onmetelijk groot is. We zoomen in en zien dat het universum zit laat vertalen in deeltjes die telkens weer verder gedeeld kunnen worden. Oneindigheid.

En als ik een brug sla naar mijn vakgebied, geluid: elke toon bestaat uit een verzameling trillingen die op zichzelf ook weer bestaat uit trillingen. We komen nooit uit bij een enkele trilling, hoe dieper je graaft des te meer opsplitsingen. In de geluidswetenschap beschouwen we de pure sinus als een trilling zonder harmonische trillingen, maar puur sec bekeken zijn er ook dan nog altijd harmonischen, minuscuul weliswaar, maar ze zijn er wel degelijk.

Muziek en kunst in het algemeen, het vergroot mijn wereld. Nieuwe kunst levert namelijk echt iets nieuws op, is een uitbreiding op wat er als was, een nieuwe blik, beeld,  een nieuw geluid. Met innovatie, gaat het precies zo. Daarom is innovatie ook vaak creatief te noemen. En hoewel wetenschap niet creatief genoemd wordt, er zijn bijzonder veel raakvlakken. Want wetenschap komt voort uit goed kijken en goed luisteren. Precies hoe de kunstenaar ook te werk gaat. Alleen probeert wetenschap het te verklaren terwijl de kunstenaar het op basis van gevoel doet. Maar in beide gevallen kan het gaan om het vinden van iets nieuws. Iets waarvan velen zeggen: wow, te gek!

Het universum is oneindig. Er valt dus nog zoveel te ontdekken. Het houdt niet op. Het gaat maar door.