Vreemde Kostgangers met rook om hun hoofd

Op het eind van het concert van de Vreemde Kostgangers (Henny Vrienten, Boudewijn de Groot en George Kooymans), gisteren in Breda, leidde Boudewijn zijn legendarische hit ‘Als de rook om je hoofd is verdwenen’ in. Hij schreef het toen hij nog een hippie was, weet je wel? En zoals toen normaal was, schreef ‘ie regelmatig teksten onder het genot van een joint. De volgende ochtend kwam dan vaak de ontnuchtering wanneer het wederom een waardeloze tekst bleek te hebben opgeleverd. Zo leek het ook met ‘rook om je hoofd’ te zijn gegaan. Boudewijn heeft nog altijd geen idee waarom hij het nummer geschreven heeft en wat hij ermee bedoelt te zeggen. De tekst bleek toch een blijvertje en leverde zelfs een hit op.

Spinvis vertelde me een week of wat geleden dat hij ‘ rook om je hoofd’ echt een fantastische tekst vindt. Na afloop van het concert heb ik het Boudewijn verteld. Hij reageerde koeltjes met: “dat snap ik wel want Erik houdt van abstracte teksten.”

En ik ook. Hoe meer fantasie er voor nodig is, des te leuker! Verberg die boodschap! Stop het onder een steen en laat het een geheim zijn!

Voor het concert interviewde ik Henny voor de audiodocumentaire die ik aan het maken ben. In die audiodocumentaire komt dus ook Spinvis / Erik de Jong aan het woord. Maar heb nog even geduld… ik stoof mijn documentaire volgens de welbekende Haags-Indische traditie heel langzaam gaar…

Nico Servaas: “maakt niet uit als je hem maar meeneemp!”

Dit is een blogpost dat ik oorspronkelijk voor het Haagse blogcollectief Hofstijl ‘het laatste woord uit Den Haag’ maakte.

Te herkennen aan een lichtblauwe stofjas, een irritant lachje, 3 pond Brillcream in het haar, handenwrijvend en voorzien van een stevig Leids accent, Nico Servaas is de naam. Wereldberoemd bekend van muziekwinkel Servaas aan de Riviervismarkt. Way back, want Servaas bestaat niet meer. Dat zit zo: toen in 1994 meesterverkoper Nico genoeg centjes had verdiend besloot ‘ie de boel te verkopen om met z’n vrouw naar het eiland St. Lucia in het Caribisch gebied te vertrekken.

Ik dacht altijd dat Nico de beste gitaren voor zijn favoriete klanten bewaarde. Probeerde ik een gitaar dan was het 9 van de 10 keer een kromme hoepel. Gaf ik hem terug, zei Nico: “maakt niet uit als je hem maar meeneemp, hahaha!”

Iedereen kende de verhalen dat Nico de buizen en speakers van een versterker verving door goedkoper spul voordat het in de vitrine werd gezet. Nico verkocht spullen die we alleen kenden van platenhoezen en tv-opnames uit het verre Amerika. Wisten wij veel. Nico kon ook altijd aan spullen komen waar niemand anders aan kon komen. Zo stond de ouwe versterker van Jimi Hendrix gewoon bij Nico in de etalage te shinen.

En Nico lachte zich gek. Voor hem was het gewoon business as usual. Broodnuchter. Nico had goed in de gaten welke opwinding zijn spulletjes bij de muzikantjes veroorzaakten. Menig armlastig muzikant stond z’n eigen helemaal op te geilen daar aan de Riviervismarkt.

Nico hoorde ik ooit de telefoon aannemen met: “Oh die is met lunchpauze. Hij is 1 voor heel vertrokken, dus ik verwacht hem 1 voor half weer terug.” Nico was van de klok en zijn knechten moesten dat ook zijn.

Van weinig mensen kun je zeggen dat ze totaal amuzikaal zijn, maar Nico was er zo eentje. Die speelde echt geen ene noot muziek. Nico zag gewoon handel in de Indorock.

Maar goeds, ik dacht dus altijd dat Nico de beste spullen voor zijn favoriete klanten bewaarde. Tot ik in het Haags Straatnieuws een interview met George Kooymans lees:

De eerst gitaar die ik voor The Golden Earrings (nog met S) kocht, was een Gibson ES335. Betaalde ik op afbetaling 1700 gulden bij Nico Servaas. De winkel van Servaas was een sociaal ontmoetingsoord, alle muzikanten kochten er hun gear. Moet je weten dat we allemaal goed door hem zijn uitgekleed. Kom ik jaren later bij zijn nieuwe pand, sta ik ineens voor een hek. Een fucking hek! Moest ik wachten tot het Nico behaagde om open te doen. De tijden zijn wel veranderd, dacht ik, hier kom ik nooit meer. Dat hek was natuurlijk tegen het jatten, maar bij Max Guitar Shop aan de Laan van Meerdervoort en bij Rock Palace in de Torenstraat is geen hek; daar kun je gewoon een gitaar pakken en proefspelen.

Haags Straatnieuws

Dat draaihek herinner ik me nog. Dan kwam ik van de Stedelijke Muziekschool af, gitaarkoffer in de hand en een Nico die mij dan handen wrijvend toesprak: “geef die gitaar maar aan mij want als je straks trug komp dan weet ik nie of ‘ie van mij of van jou is snap ju? hahaha.”

Ik heb trouwens sterk het vermoeden dat Nico niet goed wist wat goed of slecht was. Een nadeel als je amuzikaal bent. Maar goed, als hij het kon verkopen voor een veel hogere prijs dan waarvoor hij het had ingekocht, was Nico tevreden.

De stofjas heeft Nico bij de verkoop van Servaas weggedaan. Tegenwoordig loopt ‘ie in een lichtblauwe zwembroek rond. En op zijn iPod iets van de Black Dynamites of The Tielman Brothers. Hij kan er hooguit een paar seconden naar luisteren. Af en toe neemt ‘ie een heerlijke duik in die Caribische Zee. Of zoals Nico het noemt: mijn Caribische Zee. Want man wat voelt hij zich daar thuis. Zo vertrouwd. Zo heerlijk tussen de witte haaien.

omslagfoto: Terry Goss / licentie: Creative Commons BY