Album in ontwik

Eerder heb ik al iets geschreven over het debuteren op mijn 50-e. Binnenkort maak ik daar ook een podcast over voor mijn VERVORMER. Ik maak op dit moment een album. Nederlandstalige songs die ik in een later stadium hopelijk live kan gaan uitvoeren.

Inmiddels heb ik 9 songs in mijn computer staan. Daar komt nog 1 korte song bij en er valt waarschijnlijk eentje weer af. Of misschien dat ik de tekst daarvan wijzig. Dan kom ik dus op 10 songs voor mijn debut. De teksten van de meeste songs zijn nog niet af en de songs zijn ook nog niet allemaal goed van structuur. Soms ontbreekt het nog aan iets van een brug, een soort tussenstukje, hoewel ik wel het standaard format couplet-refrein-couplet-refrein-brug-refrein wil zien te vermijden als het kan.

Op dit moment ben ik druk bezig om de feel van de grooves goed te krijgen. Ik doe alles in mijn eentje dus het hoeft niet exact te klinken als een lekker bandje dat zit te spelen. Kortom: ik kan me alles veroorloven om de groove van het nummer mee neer te zetten, de hartslag van het nummer mee op te bouwen.

Het wordt catchy popliedjes, toegankelijk met meezing-refreintjes. Daar kom ik nou eenmaal op uit. Door mijn werk als sounddesigner ligt het misschien voor de hand om bijvoorbeeld soundscapes te bouwen die ik kan voorzien van gesproken woord, heel hip tegenwoordig, maar dat gaat ‘m niet worden. Ik heb gewoon zin in een serie liedjes omdat dat al heel diep van binnen in mijn leeft. Al sedert dat ik een tiener was en met een 4-sporen cassetterecorder en een gitaar op mijn bed dingen zat op te nemen.

Het werd tijd…

Mike Stern, gisteren

Mijn oude gitaarheld Mike Stern gaf gistermiddag een workshop bij Max Guitar, hier op Scheveningen. Dat was kicken!

Hij speelde ooit op het comeback album van Miles Davis, Man with the Horn, een onwaarschijnlijk te gekke solo in het nummer Fat Time. Een soort Hendrix-speelt-Bebop ervaring was dat. Sindsdien weet ik dat we hier met een motherfucker te maken hebben.

Fat Time was de liefdevolle koosnaam die Miles voor zijn gitarist had uitgekozen. Ik had ergens begrepen dat Mike niet 100% tevreden was over die solo en sprak hem hierover tijdens de pauze aan. “Well it was okay, but I felt we might try it again. But then Miles told me: Mike when you are at a party you must know when it’s time to leave.”

En let wel: Mike speelt altijd alles live. Ook in de studio. Het gaat om de interactie tussen de musici met de grootst mogelijke spontaniteit en energie.

Mike bleek een onwijs aardige vogel. Mooie lach en onwijs complimenteus naar iedereen om hem heen. Zichtbaar dankbaar en onverbiddelijk in zijn zucht naar het maken van muziek.

Ik vroeg hem ook hoe hij blues in de jazz verwerkte, mineur over majeur speelde. “You’ll hear it.” Hij vertelde dat Miles overal die blue notes en blues licks in stopte. Gaaf hoe die jazzcats klassieke muziek en de blues met elkaar verweven. Miles was daar een van de koplopers in.

Mike legde met nadruk uit dat muziek een taal is. En dat je, om die taal te kunnen spreken, moeite zult moeten doen om het te leren spreken. In het begin zal dat moeizaam verlopen maar later zal alles vloeiender gaan. Ook benadrukte hij dat muziek de taal van het hart is, dus uiteindelijk moet jouw gevoel de doorslag geven. Jazz is enorm gestoeld op muziektheorie en dat is een valkuil. Ook Miles Davis was altijd enorm met theorie bezig. Prima ook, want dat is de basis van al het leren, maar uiteindelijk is nog veel belangrijker hoe jij het vindt klinken.

’s Avonds trad Mike Stern op in ’t Paard, hier in het centrum. Hij had de motherfuckers Darryl Jones op bas (ook hij speelde vroeger bij Miles en tegenwoordig bij de Rolling Stones), Keith Carlock op drums (toert veel met Steely Dan) en Bob Malach op sax (speelde oa met Stevie Wonder).

Wat een giganten! Keith Carlock en Darryl Jones is gewoon een ritmesectie waar je duizend jaar U tegen moet gaan zeggen.

Mike trapte regelmatig zijn Boss DS-1 distortion pedaal in. Precies dat pedaal heb ik zelf ooit in de 80ties gekocht. Zal het door Mike komen of toeval zijn? Ik weet het niet. En dat ik tegenwoordig op een telecaster speel is misschien ook niet helemaal toevallig. Terwijl ik absoluut niet in de stijl van Stern speel. Ambieer ik ook niet. Hoewel een snufje Fat Time… daar zeg ik geen nee op!

De schoonheid van vervorming

Vandaag iets ter aanvulling op mijn blogpost van gisteren:

Klinkt streaming audio echt zo slecht?

Een aanvulling die juist helemaal de andere kant opgaat. Ik wil het namelijk hebben over de liefde voor vervorming. Daar ben ik als muzikant dol op maar zeer waarschijnlijk jij als luisteraar ook (misschien ben je ook wel muzikant).

Buizen vervorming

Zo’n beetje elke gitarist op deze aardkloof houdt van het geluid van vervorming. Het is namelijk de ongeschreven regel waar elke gitarist zich aan houdt. Men neemt een buizenversterker en zet hem net ff iets te hard waardoor het geluid gaat vervormen. Voilà, we zijn getuige van een lekker geluid! En dat geldt dus niet alleen voor heavy rock, welnee! Zelfs gitaren die clean/schoon klinken hebben – gitaristentaal, opgelet! – dat heerlijke randje met vervorming. Alleen dan klinkt een gitaar lekkâh. Dat was al het geval ten tijde van de oude bluesknakkers, The Beatles met hun lekkere VOX verstekers (hem ‘m zelf ook!), de Stones, The Kings enzovoorts.

Het publiek weet niet anders. Voor hen klinkt het gewoon zoals een gitaar moet klinken. En nu we in het digitale tijdperk leven bootsen we dat oude buizen geluid na in software. Puristen blijven volhouden dat echte buizen lekkerder klinken. Ik ben geen purist, ik zweer tegenwoordig bij een digitaal geluid, met name als ik muziek opneem. Op een podium is een versterker nog altijd best handig qua gebruik en het staat nog lollig ook (VOX!). Lees: het publiek snapt wat je daar staat te doen.

Zonder een versterker klinkt een elektrische gitaar als een natte krant. Om een voorbeeld te geven:

… en ja ik weet dat Prince, Nile Rogers en bv Johnny Guitar Watson hun gitaren vaak rechtstreeks in de mengtafel plugden voor opnames, wat trouwens wel okay klinkt voor funk…

Bandrecorder vervorming

Oude bandrecorders vervormden als een malle. Zet bijvoorbeeld eens wat ouwe Motown op. Tamboerijntjes, drums, de bas, de vocalen, op alles zit vervorming. Niet teveel, maar wel onvermijdelijk en altijd aanwezig.

Je raadt het al, vandaag de dag wordt die vervorming van bandrecorders nagebootst in software. We simuleren dat. Alle muzikanten doen dat. Waarom? Omdat muzikanten en luisteraars daar dol op zijn. Zo wordt de aloude Roland 808-bassdrum maar wat graag enorm vervormd in bv HipHop. Het is een stijlidioom geworden.

Veel musici gebruiken tegenwoordig juist die oude analoge spullen weer. Lenny Kravitz was hierin dus de trendsetter hoe gek dat ook mag klinken. Later volgden bands als The White Stripes, The Black Keys en de Foo Fighters hem door precies hetzelfde te gaan doen. Weer anderen proberen die klank via digitale retro software plugins op te wekken. Als het maar lekker vervormt zoals vroegâh.

Het publiek hoort het verschil niet. Er is ook geen verschil wat mij betreft, simulatie in software klinkt te gek. Heerlijk toch dat we een soort tijdsmachine in die computer hebben zitten? Met een paar klikken kun je iets modern of juist retro laten klinken.

Zelfs de budgetrecorder uit mijn jeugd, de 4-sporen cassetterecorder is weer terug van weggeweest. Hoewel het apparaat bedoeld was om demo’s mee op te nemen er worden tegenwoordig ook albums mee opgenomen. Mac DeMarco, Ariel Pink, Unknown Mortal Orchestra, het zijn zomaar wat namen die hun muziek een duidelijke lofi klankkleur weten mee te geven dankzij de 4-sporen cassetterecorder. Nebraska van Bruce Springsteen, maar ook de 2 albums van Latin Playboys (een van mijn favoriete bands) werden grotendeels met een 4-sporen cassettemachine opgenomen.

Digitale vervorming

Bij het uitkomen van de eerste digitale apparatuur in de jaren 80 moest ik wel een beetje wennen aan de digitale vervorming. De 8 bits van de eerste sampler waar ik mee werkte, de Ensoniq Mirage, klonk niet echt jofel en ik kon op mijn klompen voorspelen dat het ooit beter zou worden.

En beter werd het! Echter…

Veel legendarische hiphoppers maakten gebruik van 12 bit samplers, de SP1200 was bijvoorbeeld zeer geliefd. Opslagruimte was beperkt en dus werd de sampletijd “verlengd” door op 45 toeren een vinyl album te samplen en het in de sampler dan vervolgens te vertragen. Nadeel hiervan was dat de sample kwaliteit nog meer omlaag ging met meer gekraak, quantiseringsruis en aliasing tot gevolg. Vervorming dus.

Maar toen de samplers in de loop van de jaren 90 CD kwaliteit gingen bieden begon men die vervorming toch te missen. Zelfs ik! En daarom gebruikt men vandaag de dag massaal bitcrushers in software om het geluid van die ouwe samplers mee te emuleren. Omdat dat oud en vertrouwd klinkt. Is het publiek ook gewend aan geraakt. Zo moet het zijn. Een typisch stijlidioom.

Zelfs digitale vervorming, clipping wordt tegenwoordig massaal toegepast. Zelfs door de mastering engineers die het vroeger verafschuwden. Mastering engineers proberen een optimaal geluid te verwezenlijken. En dat optimale ontstaat vaak juist door een beetje vervorming toe te voegen aan het signaal. Ook zijn er mastering engineers die inmiddels weer een analoge signal-chain inzetten vanwege de vervorming. De Lenny Kravitzen onder de mastering engineers…

Dit is de schoonheid van de imperfectie. Een soort Wabi-sabi.

The Record Man treedt op 27 augustus in Paradiso op!

Maandag 27 augustus 2018 treed ik als gitarist van The Record Man in Paradiso op. We doen een dubbelconcert samen met The Dutch. Ons programma begint al vroeg om 19.30 uur.

Voor kaarten en additionele informatie, zie www.paradiso.nl/en/program/the-dutch/49364/

Opvallend want 25 jaar geleden was voor het laatst (toen mijn eerste keer) dat ik in Paradiso speelde. En dit jaar viert Paradiso haar 50 jarige jubileum. Dat zijn toch getallen die tot de verbeelding spreken.

Het lijkt erop dat dit een spannend verhaal gaat worden, dus… wordt vervolgd!

Leermeesters

Mijn vorige blogpost sloot ik af met een vraag: Wie gaat Merlijn dan dat zelfvertrouwen geven?

In de ontwikkeling van het zelfvertrouwen van het kind speelt de opvoeding door de ouders een belangrijke rol. De ouders moeten het kind kunnen wijzen op wat het kind goed en niet goed doet. Complimenten maken is daarbij uiterst belangrijk maar ouders moeten niet de fout maken hun kinderen teveel op een voetstuk te zetten, ze te overvoeren met complimenten. Ouders moeten niet meer doen dan noodzakelijk is. Je kind is geen uitverkorene, geen prins of prinses. Je kind is gewoon een mens dat zal leren door eerst fouten te maken. Ouders die vinden dat hun kind nooit fouten maakt moeten zich laten nakijken.

Sommige ouders zijn bar slechte opvoeders. Die vinden het maar lastig dat opvoeden. Maar kinderen hebben die opvoeding wel nodig om zelfvertrouwen te ontwikkelen. Gelukkig moeten alle kinderen naar school en krijgen kinderen de kans om hun zelfvertrouwen ook daar op te vijzelen. Helaas kan er ook weer een deuk geslagen worden in dat zelfvertrouwen als het kind bijvoorbeeld slecht kan meekomen op school of gepest wordt. En ons cijfersysteem waarbij leerlingen onderling teveel gaan vergelijken vind ik ook niet de beste manier. Kinderen worden afgerekend op hun prestatie, niet op de moeite die ze ervoor doen. En dus krijgen kinderen, zeer onterecht, die er misschien geen moeite voor hoeven doen hoge cijfers met ditto waardering. Hoe moet je je als kind dan voelen als je je uiterste hebt gedaan om een 6-je te scoren? Ik zou zeggen: wees er trots op, want je uiterste best doen vraagt om waardering van de opvoeders.

We waarderen de knokkers veel te weinig want we rekenen kinderen teveel af op het eindresultaat, niet op hun inzet. Vreemd want ik zou ieder kind het zelfvertrouwen willen meegeven dat je niet meer kunt doen dan je best doen. Een kind die dat doet valt te prijzen, verdient een compliment. En een kind dat er met zijn pet naar gooit verdient dat niet.

Ouders, docenten, het zijn onze eerste leermeesters. En later komen er nog meer leermeesters bij, mag je hopen. Je bent tenslotte nooit te oud om te leren.

Mijn oude gitaarleraar Ferry Robers was een fantastische leermeester. Die wist waar ik vandaan kwam. Ik kon niet spelen namelijk, punt. En als ik iets nieuws had geleerd raakte ‘ie enthousiast en ik ook. En hij zei dat dan ook. Dat het mooi was wat ik speelde.

Maar Ferry wees me ook op mijn problemen, mijn rariteiten. Op mijn analytische benadering bijvoorbeeld: “Jij moet godverdomme wiskunde gaan studeren! … Je moet spelen man, niet nadenken!”

Van daaruit ben ik verder gegaan. Ik kreeg er telkens nieuwe leermeesters bij. En werd zelf ook een leermeester. Het gevoel “ik kan iemand helpen!” emotioneert mij nog elke keer als ik dat opmerk. Ik weet namelijk drommels goed wat het is om een goeie leermeester te hebben.

Bruno Speight, mijn nieuwe gitaarheld

Gisteravond speelde Maceo Parker in een uitverkocht Paard. Maceo is 75, loopt niet meer heel soepel, dansen gaat wel soepel, maar speelt nog als vanouds met scherpe zinvolle noten. Maceo houdt het helder, overzichtelijk, geen noot teveel. En hij had een stel onwaarschijnlijk goeie muzikanten meegebracht. Zoals gitarist Bruno Speight. Hij speelt funk ritmegitaar op de juiste manier: strak groovend met snelle strums, veel bluesy double stops en continue variaties, improvisaties op de akkoorden structuur.

De ritmegitaren van de funk en discobands uit mijn jeugd hebben mij gevormd. Ik was altijd meer van de zwarte muziek, de jazz, funky dancemuziek, feel-good-muziek. Nile Rogers van Chic. Jimmy Nolen en Phelps “Catfish” Collins (broer van Bootsy Collins) die bij James Brown speelden. Leo Nocentelli van The Meters. Ray Parker Jr., David Williams, Wah Wah Watson enzovoorts.

Ik nam een stukje van het optreden van gisteravond op waarop Bruno Speight super goed te horen is:

Kortom: het herinnerde me aan iets dat ik allang wist. Dat ritmegitaar de bom is. Dat het mijn benen doet dansen. De funk brengt instant geluk. Het beste gezondheidsmiddel!

Maternité van MAM nu op Spotify

Maternité is nu te beluisteren op Spotify!

Het nummer van mijn oude band MAM werd in 1986 als single van het album La Grande Parade uitgebracht. In 1995 werd het nummer als een van de bonustracks toegevoegd aan ons allerlaatste album waarop ik als gitarist, sample-bouwer en computer-editor te horen ben Look: Nederlands!

iTunes, Apple Music, Tidal, Deezer, Pandora en nog een paar anderen zullen de komende dagen volgen.

Mijn bedrijf Melodiefabriek is de uitgever van deze heruitgave.