De schoonheid van vervorming

Vandaag iets ter aanvulling op mijn blogpost van gisteren:

Klinkt streaming audio echt zo slecht?

Een aanvulling die juist helemaal de andere kant opgaat. Ik wil het namelijk hebben over de liefde voor vervorming. Daar ben ik als muzikant dol op maar zeer waarschijnlijk jij als luisteraar ook (misschien ben je ook wel muzikant).

Buizen vervorming

Zo’n beetje elke gitarist op deze aardkloof houdt van het geluid van vervorming. Het is namelijk de ongeschreven regel waar elke gitarist zich aan houdt. Men neemt een buizenversterker en zet hem net ff iets te hard waardoor het geluid gaat vervormen. Voilà, we zijn getuige van een lekker geluid! En dat geldt dus niet alleen voor heavy rock, welnee! Zelfs gitaren die clean/schoon klinken hebben – gitaristentaal, opgelet! – dat heerlijke randje met vervorming. Alleen dan klinkt een gitaar lekkâh. Dat was al het geval ten tijde van de oude bluesknakkers, The Beatles met hun lekkere VOX verstekers (hem ‘m zelf ook!), de Stones, The Kings enzovoorts.

Het publiek weet niet anders. Voor hen klinkt het gewoon zoals een gitaar moet klinken. En nu we in het digitale tijdperk leven bootsen we dat oude buizen geluid na in software. Puristen blijven volhouden dat echte buizen lekkerder klinken. Ik ben geen purist, ik zweer tegenwoordig bij een digitaal geluid, met name als ik muziek opneem. Op een podium is een versterker nog altijd best handig qua gebruik en het staat nog lollig ook (VOX!). Lees: het publiek snapt wat je daar staat te doen.

Zonder een versterker klinkt een elektrische gitaar als een natte krant. Om een voorbeeld te geven:

… en ja ik weet dat Prince, Nile Rogers en bv Johnny Guitar Watson hun gitaren vaak rechtstreeks in de mengtafel plugden voor opnames, wat trouwens wel okay klinkt voor funk…

Bandrecorder vervorming

Oude bandrecorders vervormden als een malle. Zet bijvoorbeeld eens wat ouwe Motown op. Tamboerijntjes, drums, de bas, de vocalen, op alles zit vervorming. Niet teveel, maar wel onvermijdelijk en altijd aanwezig.

Je raadt het al, vandaag de dag wordt die vervorming van bandrecorders nagebootst in software. We simuleren dat. Alle muzikanten doen dat. Waarom? Omdat muzikanten en luisteraars daar dol op zijn. Zo wordt de aloude Roland 808-bassdrum maar wat graag enorm vervormd in bv HipHop. Het is een stijlidioom geworden.

Veel musici gebruiken tegenwoordig juist die oude analoge spullen weer. Lenny Kravitz was hierin dus de trendsetter hoe gek dat ook mag klinken. Later volgden bands als The White Stripes, The Black Keys en de Foo Fighters hem door precies hetzelfde te gaan doen. Weer anderen proberen die klank via digitale retro software plugins op te wekken. Als het maar lekker vervormt zoals vroegâh.

Het publiek hoort het verschil niet. Er is ook geen verschil wat mij betreft, simulatie in software klinkt te gek. Heerlijk toch dat we een soort tijdsmachine in die computer hebben zitten? Met een paar klikken kun je iets modern of juist retro laten klinken.

Zelfs de budgetrecorder uit mijn jeugd, de 4-sporen cassetterecorder is weer terug van weggeweest. Hoewel het apparaat bedoeld was om demo’s mee op te nemen er worden tegenwoordig ook albums mee opgenomen. Mac DeMarco, Ariel Pink, Unknown Mortal Orchestra, het zijn zomaar wat namen die hun muziek een duidelijke lofi klankkleur weten mee te geven dankzij de 4-sporen cassetterecorder. Nebraska van Bruce Springsteen, maar ook de 2 albums van Latin Playboys (een van mijn favoriete bands) werden grotendeels met een 4-sporen cassettemachine opgenomen.

Digitale vervorming

Bij het uitkomen van de eerste digitale apparatuur in de jaren 80 moest ik wel een beetje wennen aan de digitale vervorming. De 8 bits van de eerste sampler waar ik mee werkte, de Ensoniq Mirage, klonk niet echt jofel en ik kon op mijn klompen voorspelen dat het ooit beter zou worden.

En beter werd het! Echter…

Veel legendarische hiphoppers maakten gebruik van 12 bit samplers, de SP1200 was bijvoorbeeld zeer geliefd. Opslagruimte was beperkt en dus werd de sampletijd “verlengd” door op 45 toeren een vinyl album te samplen en het in de sampler dan vervolgens te vertragen. Nadeel hiervan was dat de sample kwaliteit nog meer omlaag ging met meer gekraak, quantiseringsruis en aliasing tot gevolg. Vervorming dus.

Maar toen de samplers in de loop van de jaren 90 CD kwaliteit gingen bieden begon men die vervorming toch te missen. Zelfs ik! En daarom gebruikt men vandaag de dag massaal bitcrushers in software om het geluid van die ouwe samplers mee te emuleren. Omdat dat oud en vertrouwd klinkt. Is het publiek ook gewend aan geraakt. Zo moet het zijn. Een typisch stijlidioom.

Zelfs digitale vervorming, clipping wordt tegenwoordig massaal toegepast. Zelfs door de mastering engineers die het vroeger verafschuwden. Mastering engineers proberen een optimaal geluid te verwezenlijken. En dat optimale ontstaat vaak juist door een beetje vervorming toe te voegen aan het signaal. Ook zijn er mastering engineers die inmiddels weer een analoge signal-chain inzetten vanwege de vervorming. De Lenny Kravitzen onder de mastering engineers…

Dit is de schoonheid van de imperfectie. Een soort Wabi-sabi.

Sexy Sadie, look what you’ve done

Tegenwoordig zou dit worden afgedaan als te vals. Qua zang. En qua achtergrondvocalen. En ook de gitaartjes en piano’s zijn verre van loepzuiver. Ook hoor je dat de bandrecorder hier en daar voor wat schommelingen in de zuiverheid zorgt. Op het eind van het lied zakt het tempo door Ringo radicaal in. Het geheel is sowieso verre van strak te noemen.

Dit mag niet meer van de muziekpolitie. Geen stoeltje van The Voice Of Holland zou zich omdraaien. Het moet allemaal strak en loepzuiver. Een vals nootje en ‘ai, wat afschuwelijk!’. En dus staat men met samengeknepen bilspieren een liedje te doen, uit angst voor het maken van een fout.

Foutloze muziek is gebleekte anus muziek.

P.S. Meer over die Magische Fouten van The Beatles op mijn Melodiefabriek blog →

Contrastrijk

Sommige mensen houden niet van klassieke muziek, met name episch orkestwerk. Terwijl ze speelfilms met dat type muziek prima kunnen verdragen.

Of neem avontuurlijke elektronica, die velen niet zo snel zullen uitkiezen om op hun smartphones te draaien. Maar schotel het voor in een voorstelling van moderne dans en ze vinden het ineens wel te gek.

Samengesteld wordt alles een ander verhaal. Zou je inzoomen op een bepaalde laag dan vind je het misschien niet mooi, maar met een andere laag erbij wordt het wel ineens mooi. En vaak vormen ogenschijnlijke tegengestelde lagen juist voor een uitdagende blend. Dan gaat er iets broeien. Sterker nog: als je iets maakt dat heel goed klinkt of er mooi uitziet dan kan het best wat dissonants of lelijks gebruiken als tegenwicht. Een goed liedje eenvoudig uitgevoerd op een simpele niet loepzuivere gitaar met wat bijgeluiden op de achtergrond, het goeie lied blijft een goed lied en wordt er wellicht spannender door. Of maak een foto van een geweldig onderwerp maar niet super scherp, duidelijk zichtbaar zonder statief gemaakt, en terwijl er tegenlicht op de foto terecht komt. Het onderwerp blijft ijzersterk en de boodschap komt toch wel binnen. En die niet-perfectie geven we vaak het stempel: sfeer.

Perfectie is sowieso saai.

Een blik in de natuur en je ziet dat blauw en groen naast elkaar bestaan. We noemen dat niet voor niets contrastrijk.

Is het een Hasselblad?

the inspector cluzo

Ik ontving een paar dagen geleden een bijzondere Flickr-mail.

Ik heb eens wat bij uw foto’s zitten neuzen en ik vroeg me af met watvoor fototoestel u schiet. Is het een Hasselblad?

Een Hasselblad? Verre van dat, ik schiet met een 5 megapixel mobiele telefoon foto’s. Moet zeggen dat ik er erg van hou. Kleine vreemde vervormingen, lichtgevoeligheid et cetera. Vaste lezers weten het: ik hou van lofi.

Daar maakt u dan hele fraaie plaatjes mee!!

Echt heel mooi.

De persoon in kwestie maakt zelf ook mooie foto’s. En heeft er dus verstand van.

Opnieuw een bewijs dat het niet om de spullen draait. Die zijn slechts een kleine schakel in het geheel. Het gaat erom wat je met die spullen doet.

Anton Corbijn schiet hele ruiserige en nooit super scherpe plaatjes (hij schiet nooit met statief) om maar iets te noemen. Ik hou daar erg van. Kortom: het draait om de imperfectie. Daar zit leven in. Een Perzisch tapijt met een weeffout. Of zoals het Chinese Wabi Sabi.

Foto: Marco Raaphorst / Licentie: Creative Commons BY

Klassieke muziek en een Macintosh II

iiOoit kwam ik regelmatig in Studio BGM in Voorburg. Die studio was opgezet door Robert Jan Stips en Aad Link, respectievelijk de toetsenist en manager van The Nits. Peter Calicher van Gruppo Sportivo trof ik er ook regelmatig aan.

Op een dag stond er een onbekende man in de studio naast een, toen voor mij, onbekende Apple computer. Als ik het goed heb was dat een Macintosh II. De man liet ons een wonderbaarlijk computer programma zien. Hij had verstand van Klassieke Muziek en liet ons weten dat een orkest soms iets te snel of te traag speelt en dat de wens de vader van de gedachte is om dat te corrigeren. Vervolgens wees de man met zijn vinger naar het computer scherm. “Dat ding, kan dat”.

We waren met stomheid geslagen. Conno, de technicus, Aad, Robert Jan en ik.

De man ging verder. Wisten wij niet dat er in klassieke opnames geknipt werd? Wel honderden knips soms bij een langer stuk! “Dus klassieke uitvoeringen op CD bestaan uit meerdere ‘takes’ die aan elkaar gelijmd worden?” De man knikte met een grijns op zijn gezicht. Sterker nog, voegde de man eraan toe: “en soms speelt het orkest wat te traag of te snel in een bepaald deel en wil je dat versnellen of vertragen”.

Het computerprogramma dat de man kwam demonstreren kon dat; de audio vertragen of versnellen. De man stelde het programma in voor een test. Hij selecteerde een muziekstuk van 3 minuten. Na het klikken op het knopje Process begon de computer te ratelen en te ratelen. Na een uurtje gaven we het op. De man ook. We gingen naar huis.

De volgende ochtend ratelde de computer niet meer. Het Appletje had er precies een nacht over gedaan om de boel (lees: ons audiobestand van 3 minuten) ietsiepietsie te vertragen. En het klonk heel goed. Vrijwel zonder duidelijke bijgeluiden. Alsof het orkest echt iets rustiger gespeeld had. Met stomheid waren we verslagen. Door de computer. De computer verbeterde onze fouten. De almachtige computer.

Het voorval bleef aan me knagen. Het voelde als een nieuw soort geloof. In de nieuwe perfectie. In de maakbaarheid van de muziek. Dat het nog strakker, nog beter kon.

In klassieke muziek werd er evenveel gemanipuleerd als in pop muziek. Dat was me duidelijk geworden. Maar ja, wat moest ik ermee? Dat heeft nog jaren geduurd… het antwoord op die vraag.

En ooit, ja ooit dat was zeg maar 22 jaar geleden. Zelfs met een computer van de Aldi kun je tegenwoordig de boel real-time versnellen of vertragen. Maar juist door die toegenomen perfectie laait bij mij de behoefte aan imperfect geluid enorm op. Daarom nu, het antwoord op die vraag, met dank aan Bill Hicks:

Play From Your Fucking Heart!

Oneffenheden in muziek en foto’s

Ik stam nog uit het analoge tijdperk. Zo weet ik hoe het was om op tape op te nemen. Analoge tape, de voorganger van digitale tape die inmiddels ook zowat helemaal verdwenen is.

En geloof me: het was af en toe een drama. Tape bleek namelijk erg onstabiel, 1 dropout en het hele zaakje liep uit de pas. Zo synchroniseerden wij vroeger onze opgenomen drums-, bas- en gitaarpartijen, met een sequencer die de synthesizer-partijen voor haar rekening nam. Zo konden we gedurende de hele productie allerlei synth-geluiden tot het laatste moment nog aanpassen, iets wat met de analoge opnames lastiger was. Maar ja, het werd een drama wanneer er een dropout op de tape zat. Dan wandelde de hele mikmak lekker uit-sync en moest de technicus opnieuw een syncronisatie-spoor opnemen. Het betekende een half uur pauze voor de band terwijl de studio-klok doortikte…
Lees verder