#podcast #101: “Is the word ‘Podcasting’ a bad name for what we do?”

podcast-101Door podcaster Mike Dell werd ik uitgenodigd deel te nemen aan de discussie “Is the word ‘Podcasting’ a bad name for what we do?” op LinkedIn. Interessant want ja, het is een wat listige term. Een term die gelinkt lijkt aan de Apple iPod. Op zich vast een prima ding, die iPod – ik heb er geen – maar om zo’n universele term op te hangen aan een product van een bedrijf gaat misschien wat ver, toch?

Buiten dat waren er jaren geleden wat geruchten dat Apple bezwaar maakte tegen de term (zie ook Wikipedia -> Podcast). Toch voegde Apple al in juni 2005 functionaliteit voor podcasts aan iTunes toe en kreeg de iTunes bibliotheek een speciale podcast categorie. Je vindt daar inmiddels meer dan 150.000 verschillende titels, waarbij ik wel wil opmerken dat Apple de term podcast voor zowel de audio als de video variant gebruikt.

Maar goeds terug naar die discussie op LinkedIn. Vandaag plaatste freelance journalist Steve Hart daarbij de korte opmerking:

I haven’t read all the answers here, but I thought pod stood for play on demand.

Het kwartje viel bij mij meteen. Ik had me nooit afgevraagd waar de productnaam iPod vandaan komt. Hoewel Apple’s lips are sealed, een beetje googlen levert “Intelligent Play on Demand” op. Een enkeling houdt het ook op de samenvoeging van I Play On Demand noemt. Hoe dan ook, pod slaat dus op Play On Demand.

Vrij van Apple kunnen we weer rustig slapen. Podcast, prima term.

Podcasting meer rock & roll dan rock & roll

Via audio een verhaal vertellen, podcasting dus, is als het maken van een collage bestaande uit muziek, geluid en gesprekken. Daarom vind ik die vorm dan ook vele malen interessanter dan popmuziek. Bovendien zit het niet in dat rigide format van couplet, refrein, couplet, refrein, bruggetje vast.

En waarom zou je zingen? Je kunt ook praten. En je kunt ook niet-muzikale geluiden gebruiken. Popmuziek vernieuwt niet meer. Okay, we gooien tegenwoordig een sidechain-compressor over het geheel en spelen een beetje met dat pompende geluid. Geluidstechnisch erg leuk, maar qua vernieuwing in de vorm? Niets, naks, nado.

Podcasting werd ineens spannend voor mij een paar jaar geleden. Omdat het het concept rondom muziek en geluid op zijn kop zet. Alles is mogelijk. Soms met op maat gesneden muziek. Soms met een spannende montage. Spannend sound design. Soms met waanzinnige verhalen. Laat ik een paar opvallende podcasts uiteenzetten:

  • This American Life – waanzinnige verhalen, de beste storytelling die je je kunt voorstellen, niet te clean en perfect, en met lekkere stemmingsverhogende muziek.
  • Radiolab – wetenschappelijke verhalen simpel gebracht. Waanzinnig sound design, maar slaat soms een beetje teveel door in effectbejag (“kijk ons een handig zijn met die editor!”) en soms zelfs kinderachtigheid.
  • Love + Radio – mijn favoriet. Misschien niet helemaal constant qua kwaliteit, maar de beste afleveringen zijn waanzinnig. De montage is vernieuwend. Zuchtjes worden soms herhaald als effect, soms worden er effecten gebruikt om de aandacht in de stemmen vast te houden. De muziek neemt je mee, haalt je eruit, versterkt en verstoort. Als een film zonder beeld. En allerlei ‘probleempjes’, stoten tegen de microfoon, wind die in de microfoon blaast worden er niet uitgehaald en soms zelfs benadrukt net zoals een rondzwabberende camera die sinds Lars von Trier’ DOGMA 95 weer helemaal in is. Rauw, speels en paradoxaal.

Ik heb het gebied nog nauwelijks echt verkend vind ik zelf. Mijn handen jeuken om het te gaan doen. Een beetje zoals Love + Radio. Die punky benadering, lofi, de opwinding van het gesprek, de humor, dat inspireert.

Podcasts zijn overigens super populair. Ook zeker onder de jeugd. De generatie die de hele dag met een iPhone of iPod op het hoofd rondloopt. Hoewel ik mijzelf eerder tot de walkman-generatie (geniale uitvinding trouwens!) beschouw. Juist dat niet op een scherm te hoeven kijken is wat audio zo leuk maakt. Jij en je hoofdtelefoon. En niemand die kan horen wat jij hoort. Een privé-zaak.