Gerard Fieret, het manifest van Folkert de Jong en de gameboycameraman

Vandaag bezocht ik het GEM en het Haags Fotomuseum. Ik kwam voor de foto’s van Gerard Fieret. In zijn nadagen zag ik hem altijd in de stad met twee emmers vol duivenzaad aan het stuur, een tas van de Intertoys en een wollen muts op het hoofd.

Ik ben geen fotograaf, ik ben niet eens een kunstenaar. Ik heb me door de kunstacademie heen geworsteld en beheers een veelvoud aan disciplines; schilderen, tekenen, schrijven, dichten en fotografie. Ik kies er niet eentje, maar maak gebruik van diverse media. Ik ben een maker van beeldende kunsten. Ik vind het woord ‘kunstenaar’ te beperkend.

Een man naar mijn hart!

Waar ik naar zoek in fotografie is anarachie: in de context van de conservatieve maatschappij zijn mijn foto’s agressief. Een intens leven vol met passie – een solide passie voor het leven, dat is waar ze over gaan.

Een bekende uitspraak van Fieret was dat hij zichzelf niet als fotograaf zag maar als een ‘fotograficus’. Een graficus heeft de macht over de techniek en zet die naar zijn hand, terwijl een fotograaf er afhankelijk van is om wat hij heeft vastgelegd zo scherp en waarachtig mogelijk weer te geven. Dat verschil in benaderingswijze is misschien wel de kern van Fierets ongemak jegens de gevestigde fotografenorde: hij behoort er niet toe. Althans, hij voelt zich anders. ‘Ik ben geen Hasselblad-mannetje’, verzuchtte hij ooit.

De foto’s van Fieret zijn altijd sfeervol. Soms zijn ze onscherp juist vanwege het effect.

In het GEM zag ik hoe Folkert de Jong aanhaakt op De Stijl. Zijn manifest Plea for Humanity, een antwoord op Manifest I van Theo van Doesburg, fotografeerde ik natuurlijk ook. Kunst biedt immers in tijden van crisis soelaas.

Tot slot bekeek ik de foto’s van de Instagrammer gameboycameraman. Hij schiet op een oude gameboy-camera met een bijzonder lage resolutie. Lo-fi, imperfect, heerlijk.

Wat als de computer de melodieën componeert?

Bob van Luijt twitterde in een discussie over copyright iets belangrijks:

De computer als bedenker

Het document Importance of Being Digital (gratis PDF) beschrijft hoe door de digitale techniek het ongelofelijk eenvoudig is om muziek op te wekken en daar afgeleiden van te maken. Ik geloof dat werkelijk geen enkele politicus, rechter of advocaat op de hoogte is van hoe moderne tools de creaties van vandaag de dag bepalen. Nog altijd blijft men volhouden aan copyrightsysteem voor creaties waarin een duidelijk melodie waarneembaar moet zijn die vervolgens wordt geregistreerd door een persoon of bedrijf. Daarin wordt de melodie heilig verklaard.

Maar wat nu als de bedenker, de componist, een computer blijkt te zijn?

In het document Importance of Being Digital worden diverse zinvolle voorbeelden gegeven hoe je met behulp van moderne tools muziek kunt creëren. Weet ik alles van, is mijn vakgebied. Bijvoorbeeld door peak frequenties om te zetten naar andere muzikale elementen. Zo kun je bijvoorbeeld een fragment waarin iemand spreekt de noten van viool-samples laten triggeren, om maar wat te noemen. Het klinkt als muziek in de oren terwijl de bron bijvoorbeeld juist a-muzikaal is. De computer kun je tenslotte met van alles voeden.

Witte ruis en andere random algoritmes

Witte Ruis bestaat al zolang als de weg naar Rome. Het is de perfecte Random Generator. En op basis van zo’n random algoritme, witte ruis of iets soortgelijks kun je melodieën At Random laten genereren door de computer. Brian Eno doet dit al jaren.

Je kunt juist ook beperkingen gaan verzinnen waardoor het ineens “muzikaler” gaat klinken, want te random klinkt vaak te abstract. Grappig dat, des te meer we de computer beperken, des te meer deze muzikaler klinkt. Een leuke mind-fuck niet waar? Muziek = random noise beperken.

Een van die muzikale beperkingen is bv de toonsoort en de manier hoe harmonieën gecreëerd moeten worden. Sommigen zullen het als Artificiële Muzikale Intelligentie bestempelen. Komende jaren zal in dit gebied enorm veel ontwikkeld worden. We gaan de computer steeds meer voeden met muzikale presets, stijlidiomen en patronen. De computer kan zodoende op basis van historische muzikale ideeën nieuwe creëren.

Generieke muziek

In een van mijn eigen tracks gebruikte ik een poos geleden deze generieke techniek. Het vertoont overeenkomsten met het werk van Brian Eno.

Deze generieke muziek wordt al massaal ingezet maar zal in de toekomst een vlucht nemen. Met name de computer “leren” hoe te reageren op beelden zal de wereld van de filmmuziek komende jaren totaal op z’n kop gaan zetten. Ik voorspel generieke muziek die klinkt als bijvoorbeeld oude funk of klassieke muziek.

Een aardig voorbeeld, een blik in de toekomst, is track Daddy’s Car die geheel door de computer gecomponeerd werd op basis van “45 songs of The Beatles”:

Wie claimt het copyright?

Wie geven we hiervoor het copyright? De computer? Het computerprogramma? De persoon die wat instellingen deed? De persoon die de export maakte? Is er al een jurist die hier iets zinvols over geroepen heeft?

Een ding dat zeker is: het zet copyright VOLLEDIG op z’n kop.

De mogelijkheden van het hergebruiken van muzikaal materiaal is dankzij de computer oneindig. Maar moeten we dit vanuit copyright bezien beschouwen als een inbreuk?

Paul Lansky werd de bron van Radiohead

Paul Lansky bouwde in het midden van de jaren 70 zijn allereerste stuk op de computer. Het stuk Mild und Leise bijvoorbeeld:

Radiohead gebruikte een stukje uit dit stuk in haar song Idoteque op het album Kid A. Het oorspronkelijk stuk van Paul klinkt behoorlijk abstract, het is een computer die at random klanken opwekt. Toch hoorde Radiohead er dus duidelijk muziek in.

Conclusie: ons copyright systeem loopt achter

Copyright loopt achter op de techniek. Toch is het niet zo moeilijk om een toekomst te voorspellen die gelijk is aan open source. Een toekomst waarin we we de bronnen zullen moeten respecteren (plagiaat is wat ik haat!), maar hergebruik zal altijd moeten mogen en niet langer een inbreuk op iemands rechten zijn. Want hergebruik is precies wat de computer tot een computer maakt. Het is het perfecte kopieerapparaat dat alles voor ons kan maken. En geheel autonoom. Als een zelfsturende auto. Als een chatbot.

Kortom: de computer als componist is een feit.

P.S. Net nadat ik op publish had gedrukt schoot de herinnering aan een uitzending van Podium Witteman naar boven. Hoe we inmiddels zelfs de componist der componisten Bach uit de computer kunnen halen.

Auto-Tune

Natuurlijk kun je een discussie hebben over of je het Auto-Tune effect mooi vindt klinken. Ik vind het persoonlijk in de meeste gevallen heel lelijk klinken. Puur op basis van klank. Maar daar ga ik nu niet op in. Ik wil iets anders vertellen.

Toch vreemd, want muziek is abstract. Van een schrijver verwachten we niet dat hij/zij met een heel mooi handschrift schrijft en dat het zo uitgegeven wordt. Nee hoor, de tekst moet van een universeel font worden voorzien. De persoonlijkheid van het handschrift van de schrijver willen we juist niet zien. Maar van een muzikant verwachten we dingen die misschien vals romantisch zijn. Die we bestempelen als ziel of echt, maar toch juist iets anders zijn: artistieke keuzes. Anders zou geen mens naar een drumcomputer kunnen luisteren. Of naar een tekening kunnen kijken die met behulp van een tekenprogramma is gemaakt. “Oh mijn hemel, de tekenaar gebruikte een vlakgom!”

Luister naar het resultaat. Of het echt is boeit niet, want muziek is niet echt, het is abstract. Daarom is het kunst.

Uitbreiding van ons bewustzijn

Deze week citeerde ik een paar maal een tekst van David Foster Wallace:

There are these two young fish swimming along, and they happen to meet an older fish swimming the other way, who nods at them and says, “Morning, boys, how’s the water?” And the two young fish swim on for a bit, and then eventually one of them looks over at the other and goes, “What the hell is water?”

In diverse discussies kamen vragen op zoals : Hoe is het universum ontstaan? Hoe groot is het? Waar gaat het naartoe met de wereld?

Het lijkt erop dat het universum oneindig is, maar hoe of wat valt eigenlijk niet te verklaren. Het is als die 2 vissen, we kunnen niet verder kijken dan de wereld die we om ons heen voelen en zien. De wereld die we kennen totdat we iets nieuws ontdekken. Als het universum oneindig is dan bereiken we de grens daarvan nooit en valt er dus altijd iets nieuws te ontdekken.

We zoomen uit en zien dat het universum onmetelijk groot is. We zoomen in en zien dat het universum zit laat vertalen in deeltjes die telkens weer verder gedeeld kunnen worden. Oneindigheid.

En als ik een brug sla naar mijn vakgebied, geluid: elke toon bestaat uit een verzameling trillingen die op zichzelf ook weer bestaat uit trillingen. We komen nooit uit bij een enkele trilling, hoe dieper je graaft des te meer opsplitsingen. In de geluidswetenschap beschouwen we de pure sinus als een trilling zonder harmonische trillingen, maar puur sec bekeken zijn er ook dan nog altijd harmonischen, minuscuul weliswaar, maar ze zijn er wel degelijk.

Muziek en kunst in het algemeen, het vergroot mijn wereld. Nieuwe kunst levert namelijk echt iets nieuws op, is een uitbreiding op wat er als was, een nieuwe blik, beeld,  een nieuw geluid. Met innovatie, gaat het precies zo. Daarom is innovatie ook vaak creatief te noemen. En hoewel wetenschap niet creatief genoemd wordt, er zijn bijzonder veel raakvlakken. Want wetenschap komt voort uit goed kijken en goed luisteren. Precies hoe de kunstenaar ook te werk gaat. Alleen probeert wetenschap het te verklaren terwijl de kunstenaar het op basis van gevoel doet. Maar in beide gevallen kan het gaan om het vinden van iets nieuws. Iets waarvan velen zeggen: wow, te gek!

Het universum is oneindig. Er valt dus nog zoveel te ontdekken. Het houdt niet op. Het gaat maar door.

Een zaaier van de waarheid

Ik vertoefde gisteren voor de 3e keer in het Van Goghmuseum. Of was het misschien toch de 4e keer? Hoe dan ook, vandaag zag ik in zijn schilderijen iets nieuws: de geweldige expressie die uit de portretten van Van Gogh spreekt. Het gemoed van de geportretteerde spat van het doek af op een manier die gelijk is aan bijvoorbeeld een Rembrandt.

Echter, Vincent had hiervoor wel een Totaal Eigen Vorm gevonden zodat zijn werk zich totaal onderscheidt van de schilders die hem voor zijn gegaan. Zijn portretten die hij met de techniek van het pointillisme uitvoerde zitten vol expressie en zijn modern, vernieuwend. Van Gogh vond een universe expressie gelijk aan die van Rembrandt, alleen zonder diens realisme na te hoeven bootsen. Hij gebruikte daarvoor de techniek van het schilderen in stipjes en streepjes met complimenterende kleuren in tegenstelling tot het aloude mengen van verf.

Daarbij was de man zo oer-Nederlands, deze bleekneus met rossig haar, dit kind van een predikant, deze ultieme aardappeleter.

Hij begon met schilderen in 1881. Een kleine tien jaar later in 1890 stierf hij. Een kort mensenleven van slechts 37 jaar dat in die korte tijd de schilderkunst compleet op zijn kop heeft weten te zetten. Alleen heeft Vincent daar zelf niets van meegekregen, zoals het zo vaak gaat met kunstenaars. Hij was zijn tijd (te) ver vooruit. Maar we hebben het begrepen. En gezien. Gisteren opnieuw.

een zaaier van de waarheid

Het verband tussen beeldkunst en muziek

Is er een verband te leggen tussen beeldkunst (fotografie en schilderkunst) en muziek? Ik ga een poging wagen…

1. Fotografisch

ANP / CC BY-NC-ND

ANP / CC BY-NC-ND

Vroeger, heel vroeger, werd alle muziek live opgenomen. Een momentopname alsof het een foto betrof.

Deze vorm bestaat nog altijd onder het predicaat liveopname. Toch wordt er tegenwoordig vaak tot in de late uurtjes aan geëdit om foutjes te herstellen of te maskeren. Net zo goed als vandaag de dag vrijwel alle foto’s ook gefotosjopt worden.

Lees verder

Clapton is god

De term kunst wordt vaak vergezeld met krachttermen als authenticiteit, geen commercie, geen compromissen en meer van dat soort begrippen die rieken naar een soort zuiverheid die maar voor een enkeling is weggelegd. Verheven boven de rest.

Allemaal gelul. Kunst gaat vaak gepaard met egocentrisch gedrag, pure armoede, wanhoop en gekte. De kunstenaar is op zoek naar zijn unieke zelf, snijdt soms zijn eigen oor af om zichzelf uiteindelijk bij leven nooit te vinden. En gaat de kunstenaar dood dan vindt men hem of haar natuurlijk wel. Bowie dood en men loopt massaal naar het museum om zijn kostums te bekijken.

Eenmaal dood is men scheutig met de term geniaal. Lees: omdat er geld aan die dooie te verdienen valt!
Lees verder

Alles voor de kunst: Francesca Woodman

De Amerikaanse fotografe Francesca Woodman pleegde op 22-jarige leeftijd zelfmoord. Ze groeide op in een gezin waar alles om de kunst draaide. Haar ouders, beiden kunstenaars komen in de documentaire The Woodmans uit 2010 hierover uitgebreid aan het woord. Ze vertellen hoe zij met Francesca een hele slechte relatie zouden hebben gehad als zij een slecht kunstenaar was geweest. Moeders was altijd in haar atelier te vinden, ook al kwamen de kinderen (Francesca en haar broer) uit school thuis en hadden ze behoefte aan aandacht. Moeders en vaders hadden aandacht voor slechts 1 ding: kunst, hun eigen kunst. Niet zo gek dus dat Francesca zelf ook kunst ging maken, evenals haar broer.

En ze legde de lat extreem hoog voor zichzelf. Hoewel de foto’s seksueel getint zijn, volgens de documentaire had Francesca maar weinig met sex. Ingezet voor de kunst, het lichaam als object om een verhaal mee te vertellen.

Haar fotografie is fascinerend. Het lichaam van Francesca zien we vaak in beweging. Het vormt een blur, een onscherp object in het beeld. Alsof ze uit de foto lijkt te willen verdwijnen. En vaak zien we hoe ze een deel van haar lichaam verbergt onder een stuk behang, of middels stukken schors om haar armen verdwijnt in de bomen van een bos. We zien haar lichaam opgaan in de foto’s, samengesmolten met de omgeving. Poëtische beelden, zwart/wit en vrijwel altijd zeer serieus. Nooit kinderlijk speels, hooguit onderzoekend speels. En altijd zonder schaamte.

Haar relatie met haar ouders was helemaal niet zo goed, zo blijkt uit haar notities. Ondanks dat ze dus een waanzinnig kunstenaar was geworden. Mij verbaast het niets, haar ouders hadden namelijk alleen maar aandacht voor hun eigen kunst. In de documentaire zegt moeders dat na de bevalling bij haar het kwartje viel dat “dat kind aandacht nodig heeft”. Voor moeders leek de ervaring van zwanger worden wel interessant, maar de verantwoordelijkheid die het met zich meebracht overviel haar wel een beetje. Ze heeft het steevast over That Child. Maar ook vaders is zeker niets vies van egocentrisch gedrag waarin alles moet wijken voor de kunst. Hij kon goed met zijn dochter overweg, zo verteld hij op camera, maar alleen maar omdat hij zo onder de indruk was van haar werk.

Er hangt een zweem van diepe triestheid om haar foto’s. Ik zag ze van de week in FOAM Amsterdam in het groot en het klein. Zo’n kunstenares wens je toch een positief en lang leven toe met ouders die trots op je zijn, wat je ook doet?

De expositie heet: Francesca Woodman – On Being an Angel. Ga hem zien!

Zie ook mijn fotoset op Flickr.

UPDATE: de documentaire The Woodmans is op YouTube te vinden:

 

Way to Go, een interactieve wandeling

Way to Go is een interactieve wandeling. Geproduceerd door het geweldige National Film Board of Canada (ik volg ze natuurlijk al jaren!) in een co-productie met de Franse televisie.

Het is een prachtige showcase van wat er mogelijk is met HTML5, de standaard opmaaktaal voor websites. Diverse onderdelen worden dynamisch gegenereerd. Met name de muziek en geluidseffecten hebben natuurlijk mijn bijzondere aandacht. Zo worden de duizenden geluiden on-the-fly gekozen en gemixt. De muziek is generatief (automatisch gegenereerde muziek) en interactief.

De geluiden van het lopen en rennen zijn afhankelijk gemaakt van de ondergrond. En toen ik erachter kwam dat de hoofdpersoon in het 360-graden spectrum ook nog eens blijkt te kunnen vliegen viel het mij op dat die overgang van lopen of rennen naar vliegen via een prachtig filter-effect verloopt en dat de muziek meer ambient elementen gaat bevatten. De geluidsmogelijkheden van HTML5 worden hier echt super mooi benut en de kijker speelt interactief een soort spel met de route die gelopen wordt en de muziek en de  geluiden die klinken.

Ook ik maak vaak gebruik van generatieve elementen in mijn muziek en sounddesign werk. Zo programmeer ik vaak geluiden, of korte muzikale frases die telkens bij herhaling net weer even iets anders klinken. Ook het inzetten van bijvoorbeeld witte ruis die gefilterd wordt, zoals wanneer het poppetje gaat vliegen, pas ik natuurlijk vaak toe. Voor een sounddesigner zoals ik is dit een droomproject. Helaas worden dit soort projecten, zover ik weet, in Nederland nog niet gedaan. En zo ja dan zou ik er dolgraag aan mee willen werken want het uit elkaar trekken van muziek en geluid en ze als een soort lego-blokjes interactief aan elkaar lijmen via HTML5 is natuurlijk bijzonder kickûh!

Innovatief Nederland, waar zijt gij? Ik zit hier, dat u het weet.

a-way-to-go.com