35e verjaardag Parkpop 2015 met waslijnbas en warme melancholie

Op dezelfde dag dat het 35-jarig bestaan van Parkpop gevierd wordt, vindt ook de afscheidsbijeenkomst van Thé Lau in Paradiso plaats. John van Vueren, manager van The Scene in haar roemruchte jaren, was ook jarenlang de programmeur van Parkpop.

De cirkel is rond en het was weer als vanouds. Parkpop is en blijft een heerlijk divers festival dat in het mooie Zuiderpark elk jaar plaatsvindt op de laatste, vaak snikhete, zondag van juni. Gisteren was het prima te doen, met wat verkoelende wolken.

Ik heb een poging gewaagd om Frans Bauer te doorstaan maar vond zijn muziek niet te pruimen en ben snel afgehaakt. Later hoorde ik dat hij het Haagse inkoppertje ‘Oh oh Den Haag’ ook had gezongen. Daar houden die Brabanders namelijk wel van.

Er waren naar het schijnt dit jaar 225.000 bezoekers. In het topjaar 1992 werd het maximum van 500.000 bezoekers bereikt. Nota bene het jaar dat The Scene ook optrad. En nooit eerder zongen zoveel mensen “Iedereen is van de wereld” mee. Een legendarisch Parkpop-moment.

Maar hoe zit het met het huidige Parkpop? Wat zag en hoorde ik gisteren tijdens de 35e-editie? Twee bands sprongen er voor mij uit:

Ben Miller Band: een hoogtepunt

De band die werd ontdekt door zanger/gitarist Billy Gibbons van ZZ Top. Ze spelen een mix van blues, rock, country en bluegrass die rauw, hees, teder ten gehore gebracht wordt. Zo speelt zanger Ben Miller op een sigarenkist-gitaar en zingt hij door de hoorn van een oude telefoon. Bassist Scott Leeper bedient zich van een waslijnbas (met behulp van een wastobbe) waar hij overigens wonderbaarlijk virtuoos op speelt. En drummer Doug Dicharry ruilt zijn drumstel maar wat graag in voor een wasbord of een stel lepels die door een reeks gitaarpedalen worden gehaald. Met name de combinatie wasbord + wahwah-pedaal deed ’t hem wel bij mij.

Ben Miller Band

Scott Leeper van Ben Miller Band

Ben Miller Band

Het feest der herinnering van OMD

Orchestral Manoeuvres in the Dark was vroeger zeker geen band waar ik warm voor liep. Gisteren veranderde dat. Het werd hun 2e optreden op Parkpop. De 1e keer was *kuch* 30 jaar geleden.

Zanger/bassist Andy McCluske pakt het complete Parkpop-veld in met wilde dansbewegingen langs de rand van het podium. Ook maakt ‘ie kleine plagerige opmerkingen naar de andere bandleden. Bijvoorbeeld wanneer de drummer een defecte snaredrum moet verwisselen. Volgens Andy had meneer beter voor een compleet electronisch drumstel kunnen kiezen. OMD is immers toch een elektronische band? Links en rechts van de, overigens uitstekende, drummer staan twee grote keyboards opgesteld. Andy bedient zichzelf op diverse songs van een elektrische basgitaar.

We moeten even wachten want er gaat weer iets mis. Zanger/toetsenist Paul Humphreys deelt ons mede dat hij zojuist uit zijn broek gescheurd is. Waar Andy overheen gaat met de opmerking: “Oh en dat laat je aan het publiek weten? Handig hoor, nu ziet iedereen het!” De boel wordt met gapper-tape gerepareerd terwijl Paul glimlachend achter zijn keyboard op de verhoging blijft staan.

Het optreden levert een reeks aan hitsingles op. En het is opvallend hoeveel OMD er gehad heeft want ik ken vrijwel alle nummers. De ooit zo kille synthesizer-klanken maken bij mij plaats voor warme melancholie.

Popmuziek gaat toch een stuk langer mee dan we altijd gedacht hebben. Het is voor de zoveelste keer bewezen: Roll Over Beethoven!

OMD

OMD

P.S. Voor al mijn foto’s zie Parkpop-2015 Flickr-set.

En vergeet ook dit niet:

Wat hoor je als je kijkt?

Kort fragment uit een branddoc:

Een man in Wexford, Ierland, opent het hek van een stuk braakliggend terrein waar hij in geen 13 jaar meer geweest is. Ooit stond hier een fabriek waar zo’n 750 mensen werkten, waaronder hijzelf. Het bedrijf ging failliet. Cameraman Mark Bakker laat een drone met een Co Pro opstijgen voor het benadrukken van het desolate gevoel.

Ik moet muziek bij deze beelden verzinnen. Beelden die ik zou beschrijven als melancholisch. Het verhaal krijgt daarna een positieve wending. Het zijn allemaal zaken waar ik rekening mee moet houden. Het moet een beetje “luchtig” blijven allemaal.

Ik speel een paar noten op mijn gitaar. Het versterkt de nostalgische herinneringen van de man. En ik zet er heel zachtjes een synthesizer tegenaan met een warme klank die compleet samenvalt met de gitaarpartij. Een wolk aan herinneringen trekt voorbij. Ik geloof de man, ik geloof de beelden.

Muziek helpt de kijker beter te kijken. Door het gevoel van de beelden te versterken. Muziek kan de vaart in het verhaal houden, saaiheid doorbreken en kan beeldovergangen geloofwaardig maken.

Muziek die wezenlijk iets toevoegt aan beelden is niet meer weg te denken als je het eenmaal gehoord en gezien hebt. Als een goed huwelijk. Zonder die muziek worden die beelden een stuk minder interessant qua beleving. En verkeerde muziek bij beeld is zelfs dodelijk.

Ik hoor muziek als ik kijk. Zodat jij het ook gaat horen.