#metablog 7: boterhammen verdienen

Volgens een artikel van Trouw van een paar maanden geleden kunnen zeker tweeduizend bloggers in Nederland met hun blogs een flinke boterham verdienen. Dat bloggen moeten we wat ruimer zien want bedrijven doen bij deze bloggers ook een beroep op hun expertise op het gebied van sociale media zoals YouTube, Facebook en Instagram om reclame te maken voor de producten van de bedrijven.

Een simpel businessmodel dus, de blogger als promoter van een product. Hoewel ik dan in eerste instantie denk: tja, triest om je voor het karretje van een bedrijfje te laten spannen, het ligt wat genuanceerder. De bloggers hebben wel degelijk autoriteit en zetten die juist in als middel. Dat lijken de bedrijven ook te erkennen. Zoals YouTube gamester Revé Stoffer (19) in het stuk zegt:

“Ik krijg de games opgestuurd en pas als ik ze leuk vind, ga ik met een bedrijf praten over de betaling.” Een instelling die De Wit van Yves Rocher bevalt: “Wij willen alleen bloggers die onze producten echt goed vinden. Anders zijn ze niet geloofwaardig.”

Pas als een product bevalt schrijven deze bloggers erover en krijgen zij zo hun geld. Het is lastig om helemaal objectief te zijn omdat ze vaak de producten gratis toegestuurd krijgen. Dan zit je er toch anders in dan iemand die het product zelf eerst heeft moeten aanschaffen. Maar goeds, dat geldt ook voor de reviews van boeken en muziek in tijdschriften en kranten. Een recensent heeft een bevoorrechte positie die afwijkt van de consument met name omdat hij de producten gratis ontvangt van de uitgevers en platenmaatschappijen. Toch hechten de meeste consumenten veel waarde aan het oordeel van deze experts.

Dit heb ik ook gedaan. Het ging vanzelf. Raapie.nl was heel populair en dus werd ik benaderd door bedrijven. We spreken wel over een situatie van ruim 12 jaar geleden (ik was nog werkzaam als Global Webmaster bij Getronics) toen de muzieksoftware Reason heel hot was en ik van allerlei bedrijven CD’s en DVD’s toegestuurd kreeg om te beoordelen. Toch merkte ik na verloop van tijd dat ik verzadigd raakte en niet echt objectief meer kon zijn. Ik besloot ermee te stoppen ondanks dat velen mijn reviews graag lazen. Op die manier kreeg ik zelfs contact met veel interessante geluidsproducenten wereldwijd, een beroemd drummer en meer van zulks Goed Volk.

Een blog werkt prima als aanjager, als stemmingmaker, als promotie kanon voor het verkopen van producten en diensten. En het is helemaal fantastisch als jij die diensten en producten zelf maakt want dan hou je alles echt in eigen beheer en kun je er het meeste op verdienen. Maar ook via de producten of diensten van anderen kun je als blogger er een flink stel boterhammen mee verdienen.

Autoriteit daarbij is key. Een woord dat wat mij betreft gelijk moet staan aan betrouwbaarheid/geloofwaardigheid. Of te wel: een kritische houding met goed onderbouwde gedegen vakkennis. En ook al heb je er niet veel voor nodig, een blog, een laptop, een paar social media accounts en je kunt aan de slag. Eenvoudig is het niet. Het komt aan op heel veel geduld en vooral heel hard werken.

Waar ik zelf sta in dit verhaal op dit moment? Da’s misschien iets voor een volgend blogje denk ik zo…

#metablog 6: welke bloggenres zijn het meest populair?

Het is lastig te achterhalen welke blogs nu echt het meest populair zijn. De meeste lijstjes die ik bekeken heb zijn alweer jaren oud en vaak nemen ze ook zaken als Facebook en Twitter mee.

Toch vreemd dat zoiets lastig te achterhalen is. Kan ook zeker aan mij liggen.

Naar mijn idee zijn dit de meest populaire genres:

  • Lifestyle
  • Mama en kids
  • Fashion & Beauty
  • Fandom (dank voor aanvulling loneliest!)
  • Food
  • Interieur

Update: als we blogsociety.telegraaf.nl opvolgen dan ontbreken daar ook nog DIY en Travel aan.

En minder populair lijken te zijn:

  • Auto’s
  • Tech
  • Marketing
  • Nieuws

Maar vul maar aan hoor want ik ben benieuwd naar aanvullingen en verdiepingen op dit vlak.

#metablog 5: taal *tikken doet* is echt mijn ding

Bhutan sacred penises on homes

Desnoods kom ik niet meer uit mijn woorden, worden mijn vingers maar moe van al het getik. Zolang ik gitaar kan blijven spelen. Zolang ik liedjes kan blijven zingen. En zolang er in mijn hoofd steeds weer nieuwe muziek ontstaat, is er niets aan de hand.

Muziek is de mooiste taal. Een universele taal.

Ik weet nog hoe mijn toenmalige collega Alf op 11 september 2001 het nieuws uit Amerika mededeelde. Voor we het wisten stonden we met zijn allen achter zijn Mac het nieuws te lezen. Het was vlak nadat het 1e vliegtuig de Twin Towers was binnengevlogen. Alle bronnen waar Amerikaans, Engelstalig. De dagen erna draaide blogtool Blogger overuren. Iedere Amerikaan begon toen een blog om verhalen en foto’s over de verschrikkelijke gebeurtenissen te delen met de rest van de wereld. Google wilde al vrij snel Blogger kopen wat een paar jaar later ook daadwerkelijk gebeurde.

De teksten die ik online las waren vrijwel altijd Engelstalig. Hoewel je in Nederland allang De Digitale Stad (DDS, sinds ’94!) had, ik volgde dat toentertijd nauwelijks. Een van de weinige Nederlandse blogs die ik toendertijd wel volgde was het 2525.com blog van Francisco van Jole. Maar muziek speelde daarin natuurlijk ook een grote rol. Ik was (en ben nog steeds) veel te vinden op internationale fora voor musici en geluidsspecialisten. De voertaal op die fora is Engels.

Kortom: Engels is de taal van internet.

Gisteren zag ik een leuke uitzending op televisie van Reizen Waes die over Bhutan ging. In Bhutan koestert men de eigen cultuur. Men probeert wel met haar tijd mee te gaan, maar doet dat veel minder krampachtig dan in de rest van de wereld. De gekkigheid skipt men. En dus is er geen Mac Donalds in Bhutan te vinden. Wel respecteert en koestert men de mediterende monniken. En men respecteert de schilderingen van fallussymbolen op huizen om zo het gezin te beschermen tegen boze geesten en te zorgen voor vruchtbaarheid in het gezin, bijgelovig als men is. Een traditie die afkomstig is van de 15e-eeuwse boeddhistische leraar, Drukpa Kunley, die bekend stond als een Goddelijke Gek. Met iedere vrouw die hij tegenkwam probeerde hij een potje te neuken. Hele dorpen werkte hij zo af.

Door die uitzending stond ik stil bij onze Nederlandse cultuur. Koesteren wij deze wel genoeg? Ik denk dat wij Nederlanders eerder neerkijken op onze cultuur. In de politiek is het inmiddels populair om kunst uit eigen land al helemaal als onzinnig te beschouwen. Zelfs als een hobby af te schilderen. Tenzij Obama bij je op bezoek komt want dan remember je ineens weer dat Rembrandt best een toffe schilder was. Rembrandt, een man met een linkse hobby, zo was het toch? Nog even een paar keer op die achterlijke partijen stemmen en onze cultuur is definitief naar de kloten geholpen. Tering!

Die uitzending over Bhutan kon natuurlijk alleen gemaakt worden omdat er een tolk met de televisiemakers meereisde. Ze spraken natuurlijk Engels want als je twee werelddelen bijeen brengt dan is goede communicatie een vereiste. Heel vroeger reisden niet zo heel veel mensen de wereld over, kwam het niet voor dat je een buitenlandse krant las of dat je beelden uit Amerika op televisie zag die niet ondertiteld waren. Maar die tijden zijn radicaal veranderd. Meer dan ooit tevoren zal je geconfronteerd worden met de Engelse taal.

En toch bloggen we stug door in het Nederlands terwijl we weten dat we in het Engels veel meer ogen en oren kunnen bereiken.

Of is het een miskenning van onze cultuur als we ineens in het Engels gaan communiceren? Koesteren we stiekum toch, als het erop aankomt, net als die Bhutanezen, onze eigenheid in taal? Je kunt veel culturele gebruiken koesteren maar zoiets essentieels als een niet-compatibele taal, wat communicatieconflicten in de hand kan werken, is dat wel slim? Beperkt dat ons juist niet enorm?

Mijn bedrijfsblog Melodiefabriek is Engelstalig omdat ik op de globale markt opereer. Toch is mijn werk vaak super Nederlands van aard. Zo doe ik veel met gesproken woord in het Nederlands. Zo ook mijn recente audiodocumentaire Oostende Healing die in de nacht van 1 op 2 april uitgezonden werd door de NTR op Radio 6. Een van de geïnterviewden is geluidstechnicus Mike Butcher, een Brit die woonachtig in België is. Ik hoefde de man niet te vertalen zo vond de NTR, aangezien de NTR een hoog opgeleid publiek heeft. Maar aangezien de rest van de documentaire gewoon in het Nederlands is, bleef daarmee het bereik ook beperkt tot Nederland en België. Aan het onderwerp, Marvin Gaye, lag het niet, maar aan de taal wel. De taal vormde de beperkende factor.

Makkelijk is dat zeker niet. In het Engels schrijven is nog tot daar aan toe, maar in het Engels spreken is echt een veel lastiger verhaal, zeker als je dat overtuigend wilt doen. En dus ligt het voor mij niet zo voor de hand om mijn audiodocumentaires in het Engels te produceren. Maar toch, als ik er zo over nadenk, waarom niet eigenlijk? Een wereldmarkt wacht op mij. Het is een kwestie van doen en blijven doen om je daarin te ontwikkelen.

We zitten waarschijnlijk in een overgangsfase van 100% Nederlandstalige blogs naar meer Engels georiënteerde blogs. Voor blogs met een innovatief en internationaal karakter zoals het blog van The Next Web dat al jaren serieus meespeelt in de ratrace van internationale techblogs, geldt dat al heel lang. De markt in Nederland is simpelweg te klein. Online is het al lastig genoeg om je geld te verdienen, laat staan dat je die markt ook nog eens beperkt via de taal. Maar dat is toch precies wat we hier met z’n allen doen.

Zullen we maar lekker in het Engels gaan bloggen dan?

(foto onder CC BY-NC-ND: Deana Zabaldo)

#metablog dag 4: er is altijd publiek

Joe Frank

De legendarische radiomaker Joe Frank heeft er een halve literaire carrière opzitten wanneer hij zo rond zijn 40e de switch naar radio maakt. Niet langer komen de zinnen op papier terecht maar laat Joe zijn eigen stem klinken in lange monologen.

Joe gelooft niet in het uitschrijven van scripts om dat vervolgens te laten inspreken door stemacteurs. Joe neemt improvisaties van acteurs op. Joe haat het genre radiodrama waarin het script altijd duidelijk te horen is en vermijdt het dus als de pest.

Joe knipt en plakt de improvisaties samen tot wonderlijke verhalen vol zwarte humor. Hij maakte er al meer dan 200. Meestal monteert hij er een paar maten muziek onder die hij herhaalt en herhaalt en herhaalt.

Vorig jaar, in 2013, las ik in Believer Magazine een tof interview van Jonathan Goldstein met Joe. Daarin de vraag of, had Joe nooit radio ontdekt, hij dan een tevreden schrijver zou zijn geweest?

Waarop Joe antwoordt:

No way. I tried, but the problem is that there was no audience. There was no deadline. You were writing in a vacuum, a void. You might show it to two friends, but what did they know? The most important thing with radio was there were people to play to, to entertain. They would be looking forward to the next show—it was very motivating. And you had a weekly broadcast, so you had something to look forward to as well. If I had been doing radio without an audience, if I’d just had a tape recorder at home and I’d been doing monologues and there was nobody to listen to it and no deadline, that would have died fast.

Zijn schrijverij sloeg niet aan, hij had geen publiek, een publiek dat er voor radio wel was. En dus koos Joe voor radio om daarin zijn literaire honger te stillen, week na week, jaar in jaar uit.

En zo kunnen we een brug slaan met internet. Want ook daar is altijd publiek en je hoeft niet te wachten tot iemand je boek koopt. Je biedt het ze gewoon aan, je geeft ze iets te lezen, je geeft ze iets om naar te luisteren, iets om te bekijken.

Zoals je het ook hier leest.

(fotograaf/CC BY: Mark Campbell)

#metablog dag 3: heeft het zin?

schrijven

Je zou aan een schrijver kunnen vragen wat taal is. Aan Hafid Bouazza bijvoorbeeld. Hij dronk jarenlang zoveel dat ‘ie er levercirrose aan overgehouden heeft. Het lichaam ging in het verzet. Maar in plaats van in een depressie te schieten zette de ellende Hafid aan tot het schrijven van een nieuwe roman.

Schrijvers proberen zichzelf onsterfelijk te maken. Is het daarom dat ze de zelfkant van het bestaan zo graag verkennen? Om zo de diepte van het leven in volzinnen te kunnen vangen? En eenmaal in druk verschenen maakt dat hun verhalen onsterfelijkheid. Elk in Nederland uitgegeven boek met een ISBN-nummer wordt immers aangekocht door bibliotheken, rijksarchieven en opgeslagen voor de eeuwigheid.

Onszelf onsterfelijk maken, is dat niet wat we allemaal willen? #sterfelijkheid #winning

(zouden deze zinnen op de radio klinken dan zou je nu een kort stukje muziek horen als bruggetje)

Wat te denken van het nieuws? Iets is pas nieuws als de kranten er over schrijven. Ook al is er natuurlijk meer aan de hand dan waar de kranten over kunnen en willen schrijven. Veel van deze gebeurtenissen halen simpelweg het nieuws niet. Ze worden niet in zinnen gevat en tot verhalen gevormd. En ze worden niet gepubliceerd.

Kranten hebben een beperkt aantal pagina’s. Radio en televisie hebben een beperkte tijdsfactor. Maar internet kent deze beperkingen niet. Daarom is internet de belangrijkste bron voor nieuws en verhalen in het algemeen. Er zijn geen beperkingen meer qua aantal pagina’s, qua hoeveelheid tijd, qua aantal schrijvers, qua aantal redacteuren, qua censuur.

Soms is een woord genoeg om ons via taal aan te spreken. Daarom bestaat een boom, een stoel en hebben wij een eigen lichaam. Onze hersenen vormen er verhalen mee. We geven letterlijk zin aan de dingen door ze te beschrijven. In sommige landen kent men minder kleuren en dus bestaan die kleuren voor de mensen die er wonen niet. Als we er geen woorden voor hebben dan bestaan ze simpelweg niet.

Hetzelfde gebeurt als we er geen woorden voor kunnen vinden. Als het ons niet lukt om onze ervaringen te beschrijven. Dan kunnen we ons leven geen zin geven. Daarom hebben wij allen een naam gekregen. Een naam die direct na onze geboorte geregistreerd moet worden. Als teken van een nieuw leven: een ambtenaar die zin geeft aan het bestaan van een nieuw leven, al zijn het vaak maar 2 woorden, een voornaam en een achternaam. Als ultieme bewijs van een mensenleven. En een naam waar jij en anderen verhalen aan gaan verbinden.

Met die wetenschap kun je aan de slag. Verdiep je dus in de kracht van taal, de woorden, de zinnen, het ritme, de poëzie. En schrijf het, spreek het, zo helder mogelijk. Ontwikkel verhalen en bezie welke impact ze hebben op jouw leven en dat van anderen. Bezie hoeveel zin ze aan ons bestaan geven. Probeer woorden te vinden voor het beschrijven van die ene herinnering. Of van een klein detail dat jou alleen was opgevallen. Probeer een gevoel te beschrijven. Of geef jouw visie op het een of ander. Jouw kijk op een verhaal.

Zonder zinnen is ons bestaan zinloos en lijkt het er zelfs op alsof we nooit bestaan hebben. Draai het dus om en maak het leven zinvol.

Om vervolgens nooit meer te hoeven sterven.

#metablog dag 2: nieuwe blogvibes uit Amerika

dave-winer-evan-williams

In 1994 dacht Dave Winer heel diepzinnig na. Hij stelde zichzelf een vraag:

Wat nu als ik email-conversaties online zet zodat niet alleen de mensen aan wie ik de email richt het kunnen lezen en reageren, maar iedereen?

Hij besloot de conversaties online te zetten. En jawel, warempel! *patsboem!* zo verzon hij het blog. Dit alles nog onder de naam DaveNet om 3 jaar later de focus te verleggen naar Scripting News waarvoor hij zijn eigen Frontier’s NewsPage Suite (blogtool) ontwikkelde. Het werd uitgebracht door het bedrijf van Dave, UserLand Software. Al snel werd deze NewsPage Suite weblogsoftware ook door andere gebruikers gebruikt. Ik kreeg deze software ook op mijn radar toen ik als programmeur in 2000 mijn handen vuilmaakte aan het schrijven van slimme online software. Toendertijd bezigde niemand de term weblog, blog of bloggen nog. De term CMS was toen wel hot.

Maar goeds, laat ik niet teveel ingaan op de geschiedenis van Dave, dat kun je immers prima zelf uitvogelen. Wat ik nog wel even tussen neus en lippen wil melden is dat Dave ook de bedenker is van de techniek van de podcast (mp3 bestanden als enclosure in RSS vermelden). Kortom: Dave is een slimme vogel!

En Dave is nog altijd onverminderd een gelovige als het om bloggen gaat. Wij bloggers tegen de rest van internet, dat idee. Afgelopen maart schreef hij een inspirerend blog onder de titel “Why blog?”:

A blog post has lasting value.

A tweet stream is more ephemeral, it can evaporate almost instantly.

Not saying that quick comments shouldn’t be tweeted, but when you figure something out that’s not trivial, if it has value, you’re wasting it if you put it on Twitter or Facebook.

The mission of blogging is to empower all of us to go directly to each other with our expertise. So if you know something as well as anyone else, or you learn something or know something that should be shared, then you should share it on your blog.

Het is een geslaagde poging van Dave om het bloggen weer aandacht te geven want waren wij niet allemaal wat teveel afgegleden richting de waan-van-Twitter en de waan-van-Facebook?

Het blog van Dave raakte ook kunstenaar en blogger Hugh Mac­Leod, die erop reageerde met zijn blog “The Internet is ready for a new cultural shift”:

Like a lot of the early adaptors, I discovered blogging during a long, post-Dotcom/9-11 period of unemployment and general career nosediving.

It seemed back then to a lot of us, that the world had changed forever.

Even though history would prove us right eventually, we had no way of knowing this. All we knew was that the rules had changed somehow, and that we desperatelly wanted to know how this new Internet-enabled world of ours was going to work.

So we all started blogging to share information and to share ourselves, trying to make sense of it all. Real visionairies and trail blazers like Joi Ito or Loic Le Meur or Nick Denton were all part of the conversation; it was a really interesting, exciting time to be alive. Not only did it feel really personal, it felt really empowering. We really felt like we were on the cusp of something huge.

De woorden “felt really empowering” en “we were on the cusp of something huge” komen binnen. Zo voelde dat voor mij toen ook.

Maar Hugh is ook een beetje boos. “Social Media” bleek een degradatie toen de mainstream het begon te omarmen:

It seems we’re all getting sick of the noise.

En ja zo voel ik dat ook. Want ook ik ben SICK of the NOISE. Het gelul op Twitter en Facebook dat nergens over gaat. Men plakt een linkje van een onnozel verhaal of van een onnozele video en wacht af tot de volgelingen het beginnen te retweeten en te liken. Prima hoor, alleen doet je oma of je schele neefje zeer waarschijnlijk precies hetzelfde. En met precies hetzelfde linkje als dat van jou. En met nog meer likes ook! …

Het tikken van een blog, het kost bloed, zweet en tranen. Peinzend, woord na woord na woord, probeer je je gedachten vorm te geven. Je edit, je schrapt, je voegt toe, je staat op het punt om alles weg te gooien maar je besluit het blog toch maar te bewaren om er vervolgens 3 uur later toch maar weer mee verder te gaan. Je neemt een risico, je toont lef, je laat je ballen zien, en je drukt op publish. Niemand kan je dit ooit nog afnemen. Het valt te lezen op jouw domein. En het is helemaal van jou.

Hugh roept op tot een verandering:

A shift. A movement. A reaction against the mainsteam Internet, against the noise.

A new quiet, as it were.

Gewoon een kwestie van blijven bloggen dus. Rustig aan. Het komt als het moet.

(op de foto: oprichter van Blogger en Twitter, Evan Williams en Dave Winer / fotograaf: Doc Searls / CC BY-SA)

#metablog dag 1: tik tik tik

remix cultuur

Op 14 maart 2001 zette ik mijn allereerste blog online onder mijn eigen domein raapie.nl. Kort ervoor had ik Blogger ontdekt. Ik was werkzaam als programmeur bij Madocke en stak al mijn 9 collega’s aan met mijn Blogger-gekte. Alleen gingen zij het niet doen. Ik wel.

En ik doe het nog steeds.
Bloggen dus.

In die tijd deed ik het in het Engels, net als iedereen die ik kende. Pas in 2005 kwam daar verandering in. Toen besloot ik onder mijn eigen naam marcoraaphorst.nl in het Nederlands te gaan bloggen.

Ik was een van hen: de bloggers. Inmiddels niet meer want de meesten van hen moeten we inmiddels tot de ex-bloggers rekenen. Zij Twitteren en Facebooken alleen nog maar.

En ik doe het nog steeds.

De blog-criticasters verklaarden het blog jaren geleden al dood. Maar volgens mij zijn zij het die dood zijn en leeft het bloggen juist meer dan ooit tevoren. Misschien valt dat niet zo op door al het Getwitter en Gefacebook maar het is wel zo. Of het nu om de nieuwste iPhone gaat, om een vliegtuig dat neergestort is of om de nieuwste mode of design nieuwtjes, vrijwel altijd is de bron een blog.

Je zou zeker kunnen stellen dat het bloggen mainstream geworden is. En daarom ga ik deze maand elke dag bloggen over het bloggen, metabloggen dus. Ik wil de balans gaan opmaken van mijn eigen blog. Mijn blog met de rest van de blogs gaan vergelijken. Hoeveel zijn er eigenlijk? Mijn blog tegen Twitter en Facebook afzetten. En waarom blog ik eigenlijk nog steeds? Heb ik alles al uit mijn blog gehaald of zit er nog meer in het vat? En meer van dat soort belangrijke dingen des levens van een nationale blogger.

Tot zover, de aanleiding. Morgen weer een dag en dus weer een blog.