Steve Lukather is kwaad

Ruim een jaar geleden publiceerde Mike Collins op zijn Tumblrblog de post ‘Steve Lukather tells it like it is…’.

Ik las het pas gisteren. Steve vindt dat teveel talentloze mensen muziek maken.

TOO many people can make records. Period.

Volgens hem willen ze alleen beroemd zijn.

What the fuck ? People want to be famous NOT good!

En volgens hem is er maar 1 weg:

REAL music played by REAL musicians

Steve Lukather is zanger en gitarist van de band Toto.

Je zult Steve gelijk moeten geven dat veel van de hedendaagse artiesten niet kunnen spelen of kunnen zingen. Britney Spears staat al jaren niet meer alleen. De autotune (apparaat om de valse noten automatisch naar zuivere te corrigeren) wordt door bijna alle zangers en zangeressen gebruikt, zelfs in snoeiharde rock. En zelfs bij live concerten is playbacken tegenwoordig heel normaal. De visuele aspecten staan voorop. Zonder je tieten en/of je kont laten zien kom je er niet meer tegenwoordig.

En je moet het Steve nageven dat ‘ie kan spelen. Als sessiemuzikant deed en doet ‘ie op een enorme hoeveelheid albums mee. Om er eentje te noemen: Beat It van Michael Jackson. Het is Eddie van Halen die de gitaarsolo speelt maar de rest van de gitaren zijn afkomstig van Steve.

Ook stichtend lid van en drummer bij Toto, Jeff Porcaro was een rasmuzikant. En het was deze Jeff die het concept van een drumcomputer met samples van digitale drumgeluiden bij expert Roger Linn voorlegde. Dit resulteerde in de allereerste drumcomputer met realistische samples, de Linn LM-1. Hoewel Roger het zich niet meer helemaal kan herinneren is Jeff waarschijnlijk ook verantwoordelijk voor de drumgeluiden van het apparaat. Bekend is dat Jeff op veel muziekproducties in plaats van als sessiemuzikant achter het drumstel plaats te nemen, de Linndrum programmeerde.

Veel drummers schreeuwden bij het uitkomen van die Linndrum moord en brand. Ze waren niet langer nodig.

Is muziek nog wel echt?

Die drummers kregen gelijk. Vandaag de dag zijn producties waarin echt gedrumd wordt veruit in de minderheid. De sampler en de computer hebben ervoor gezorgd dat je niet meer hoeft te kunnen spelen, je kunt de noten rustig een voor een programmeren. En dat geldt dus niet alleen voor drummers.

Of neem filmmuziek, je hoort een orkest maar het is gewoon een of andere vogel die met een paar gigabytes aan samples van violen en celli via de computer ff een orkestje doet.

Bij opgenomen muziek is het vrijwel niet na te gaan hoe de muziek werd opgenomen. En dat hoeft ook  niet eigenlijk. Het eindproduct, dat telt. Hoeveel takes de Sex Pistols nodig hadden voor hun Anarchy in the UK is niet echt relevant. En of de gitaar van Wood Beez van Scritti Politti een sample is of rete strak op de groove ingespeeld is, boeit ook niet. Het is een sample, laat ik je dat vertellen.

Zelfs de Rolling Stones maken er al jaren gebruik van. Hun platen klinken rete strak, maar dat komt door de computer, met dank aan: Pro Tools.

Van de vernieuwende dirigent van het Philadelphia Orchestra, Leopold Stokowski, is bekend dat hij door pionierszin met opname-apparatuur al begin vorig eeuw bedacht dat je een orkest kon terugbrengen tot 1/3 van het orkest. Opgenomen partijen zouden door extra speakers eenzelfde volheid kunnen realiseren als een compleet orkest. Alleen, zou het publiek het accepteren?

Inmiddels accepteert het publiek alles.

Met de komst van synthesizers, samplers en computers werd het geluid van muziek pas echt abstract. Wat klinkt als een basgeluid, wie associeert dat nog met een contrabas of een elektrische bas? Wie een drumbeat hoort, wie associeert dat nog met een drummer die met zure oksels achter het drumstel zit? Wie een zanger hoort, wie associeert dat nog met een zanger die achter zijn microfoon de boel in 1 keer inzingt? En om Steve er weer even bij te halen: wie kan dat nog?

Steve heeft een punt

We vinden het niet kloppen dat fietsers op doping de Tour de France rijden. Maar we vinden het wel kloppen dat muzikanten net doen of ze kunnen zingen, terwijl ze een computer nodig hebben om hun fouten te herstellen.

Het punt is echter, dat het niet langer om muzikanten gaat. Vroeger kon je alleen muziek registreren door muzikanten te laten spelen en dat op te nemen. Dat is tegenwoordig niet langer het geval. Je hoeft niet te drummen of een heel orkest in te huren. Opgenomen muziek is artificieel. Gemaakt. Het is geen geregistreerde live uitvoering. En zelfs bij klassieke opnames worden letterlijk honderden edits toegepast. Muziek wordt opgebouwd en geëdit stukje bij beetje.

Het laatste woord is aan Miles Davis. Hij speelde op Don’t Stop Me Now van Toto. Hier zijn live uitvoering. Wat je ziet is wat je krijgt. Er kwam geen computer aan te pas. En geen tiet en geen kont. Een kwestie van aftellen en gaan. En de lucht trilde zolang het kon.

(foto: Roberto Scorta onder CC BY)

Laura Nyro

Laura Nyro was voor zowel Donald Fagen en Walter Becker van Steely Dan als Todd Rundgren van enorme invloed. Haar muziek slaat een brug tussen die drie helden van mij.

Maar er is nog een andere held die ook in het levensverhaal van Laura Nyro past: Miles Davis. Laura was een groot liefhebber van Miles. En toen zij haar album New York Tendaberry aan het opnemen was vroeg ze Miles een bijdrage te leveren aan een instrumentaal gedeelte. Maar toen Miles hoorde wat er al was opgenomen, antwoordde hij met:

I can’t play on this. You already did it.

Het siert Miles dat hij zijn ego ervoor aan de kant schoof.

Is originaliteit overschat?

Niels klopt op zijn EHPO-blog vandaag:

Hier maken de meeste muzikanten en journalisten zich onterecht veel te druk over:

Originaliteit is overschat.

Echt, alles is al een keer gedaan, alleen niet door jou. Elke vorm van creativiteit begint met het naäpen van een ander.

Hoewel Jimi Hendrix een grote vernieuwer was op gitaargebied, het gebruik van vervorming en feedback heeft hij zelf niet uitgevonden maar is afkomstig van Jeff Beck. Toch wist Hendrix het geluid dat ‘ie ermee verkreeg helemaal naar zijn eigen hand te zetten. Met name vanwege zijn solo’s waarin hij de vervorming echt deel liet uitmaken van zijn toon en de solo’s soms liet ontaarden in oorlogsgeluiden. Daarbij gebruikte hij de tremolo-arm van zijn gitaar niet slechts om een beetje vibrato aan de toon toe te voegen, zoals gewoon was in die tijd, maar om radicaal de toonhoogte omhoog of omlaag te gooien. Hij maakte letterlijk duikvluchten met zijn tremelo-arm. Pas een kleine 10 jaar later ging een andere vogel hetzelfde doen: Eddie van Halen.

Vaak is er 1 kleine wijziging nodig, een toevoeging of door juist iets weg te laten, om tot originaliteit te komen. Zo zette Miles Davis een demper op zijn trompet, iets wat wel vaker gedaan werd door trompettisten. Het was een bekend effect. Toch vernieuwde Davis de boel door met de demper vibratoloos te spelen. Ineens was daar die felle melancholische toon die hij geheel op zijn naam kon gaan schrijven.

Alle kunst is gebaseerd op het principe van iets nieuws creëren. Iets dat er nog niet is. En natuurlijk is dat heel lastig, maar elke echte artiest streeft het na. Het is een voorwaarde. Of nemen we genoegen aan de 3 akkoorden van de blues, een “woke up this morning”, een “roses are meant to be red” voor de rest van ons leven? Nee toch zeker!

Over Miles Davis; een video van @punkmedia

Gisteren heb ik bij De Posthoorn in Den Haag een lunch lang met Henk-Jan Winkeldermaat gesproken in het kader van #mijnmoment over de kwetsbaarheid van onze creatieve beroepen, de strijd om de poen, de gedrevenheid, het stronteigenwijs zijn, doorknokken en meer van dat soort zaken. Op een gegeven moment vroeg ‘ie me plaats te nemen op een bankje aan het Lange Voorhout, stelde zijn camera op en startte de video …

OK Computer en de Bitches Brew connectie

Citaat uit interview op Yahoo Music 02/05/1999 door Dave DiMartino met Thom Yorke over OK Computer:

We weren’t really listening to any bands at all — it was all like Miles Davis and Ennio Morricone and composers like Penderaki, which is sort of atmospheric, atonal weird stuff. We weren’t listening to any pop music at all, but not because we hated pop music–because what we were doing was pop music–we just didn’t want to be reminded of the fact. Bitches’ Brew by Miles Davis was the starting point of how things should sound; it’s got this incredibly dense and terrifying sound to it. That’s what I was trying to get–that sound–that was the sound in my head. The only other place I’d heard it was on a Morricone record. I’d never heard it in pop music. I didn’t hear it there. It wasn’t there.

Miles & Juliette vanavond bij De Wissel

Miles Davis & Juliette Greco

Miles Davis & Juliette Greco

De relatie tussen Miles Davis en Parijs was een liefdesrelatie. Niet alleen vond hij daar voor het eerst naast muziek ware liefde in Juliette Greco, ook had Parijs de jazz en Miles in het bijzonder lief. Zwarte amerikaanse musici werden in eigen land in alle opzichten verneukt, Parijs ze en begreep deze vernieuwende muziek. Muziekgeschiedenis werd geschreven, dankzij het culturele besef van Parijs en Europa.

Vanavond tussen 8 en 10 bij VPRO De Wissel. 8 uur is net een tijdstip dat ik mijn dochter naar bed breng, dus wellicht dat ik de podcast morgen beluister. Voor nu, lees ook ‘Miles & Juliette‘ op het De Wissel blog.