Belpop versus de Nederlandse toppers

foto onder CC-BY: Marco Raaphorst

Steeds als we hier uidtenken dat de Belgische popscene een beetje dreigt in te zakken en de Nederlandse pop daar wellicht wat ruimte krijgt, komen de grote Belgische acts weer in optocht de grens over.

Zo klopte de Volkskrant onlangs. En gelijk voelden sommige Hollanders zich aangesproken.

Ik voelde me helemaal niet aangesproken want ik vind onze Zuiderburen over het algemeen interessanter. Rauwer en kunstzinniger. En zeker ook op muzikaal vlak.

Hollanders hebben een grote bek. Wij zijn verkopers, handelaars. Het draait bij ons maar om 1 ding: de economie. We zijn grote gladjakkers. Dat zie je al als je met de trein of per auto naar België reist. In Nederland is alles voorbeeldig geregeld, perfect wegdek, voorgevels van de gebouwen staan goed in de verf. In België laat men de verf afbladderen. In België laat men de hekken roesten. In België lijken andere zaken dan de buitenkant prioriteit te hebben.

Als ik ergens in België een spreekbeurt kom geven voel ik mij al snel de bijdehante Hollander. Zo ook toen ik in opdracht van Toerisme Vlaanderen in Brussel 2 jaar geleden vlak na de aanslagen aldaar een lezing moest geven. Mij werd geadviseerd rekening te houden met de houding van de wantrouwende Belg.

En terecht. Want wij Hollanders, wij zijn verkopers. Wij zijn zendelingen. Wij denken het altijd beter te weten.

Op het ritme van de taal

Om het Volkskrant-artikel kracht bij te zetten maakte men een afspeellijst. Deze fantastische lijst:

Daar had evenzogoed iets van Arno Hintjens tussen kunnen staan. Of Luc De Vos van Gorki. Of Stijn Meuris van Noordkaap. In België is het aanbod kwaliteitsmuziek vanzelfsprekend. Zo vanzelfsprekend als dat de garnalenkroketten op het menu staan.

Natuurlijk, Nederland heeft ook geweldige bands. En met name de bands die ook warm onthaald worden in België. Toch kijkt Nederland veel af van Belgische bands. Bijvoorbeeld toen in 1980 Arno Hintjes met zijn TC Matic zijn mosselpot in drie talen, het Engels, Frans en Hollands op tafel zette. Maar we kunnen nog veel verder teruggaan. Jacques Brel trok immers eigenhandig het moderne Chanson naar een hoger niveau. Natuurlijk, de Belgen hebben mazzel met hun tweetaligheid. Het maakt dat het Franstalige lied voor de volle 100% van hen is. En Europeser dan dat gaat het niet worden. Of wacht, Duits zei u?

Bierdrinken en hossen

Onze muziektraditie staat haaks op de poëtische Franstalige muziek. De bekendste Nederlandse liedvorm is het Levenslied. Voorzien van sentimentele, eenvoudige teksten. Voor en door het volk. Zoals de Duitse Schlager maar dan in het Nederlands.

Muzikaal leunen deze genres op de walstraditie, bestaande uit een driekwartsmaat die je vandaag de dag nog maar weinig hoort. De wals wordt in de Chansons ook gebruikt maar veel subtieler dan in het Levenslied. Het ritme van de oude Nederlandse volksmuziek wordt vaak aangeduid als HoemPaPa een term die de lompheid van het ritme al aangeeft: Hoem (sterke 1e tel), Pa (2e tel) en Pa (3e tel).

Nederlandse volksmuziek is veelal amusementsmuziek. Ter vermaak. Om op te hossen en bier bij te drinken. Net zoals de Duitsers dat doen. Feestelijk en carnavalesk. Soms maakt men gebruik van dweilorkesten. En de verhalende teksten begrijpt iedereen direct.

Toch doe ik het Levenslied tekort door het weg te zetten als slechts amusement. Het geldt zeker niet voor alle Levensliederen. Vaak behandelen de teksten pijnlijke episodes uit het leven. De directe teksten laten weliswaar niets aan fantasie over, de rauwheid ervan is ongekend fel. In het Levenslied probeert men vaak juist niet te behagen maar wordt de rauwe pijn bezongen. Als een soort Nederlandse blues.

Het Chanson kenmerkt een totaal andere stijl. Chanson betekent in het Frans letterlijk “lied”. En kenmerkend daaraan zijn juist de poëtische teksten. Nederlandse artiesten zoals Ramses Shaffy of een Boudewijn de Groot leunen op het Chanson en niet op het Levenslied. En dat zit ‘m in de teksten. En ook een artiest als Spinvis leunt op die andere omgang met, en kijk op, taal. Teksten die een geheim in zich dragen, vol beeldend taalgebruik en waarin letterlijke betekenis soms zelfs afwezig lijkt. Of wat te denken van Stromae? De poëtische geest van Brel heeft zich genesteld in de genen.

Toppers

In Nederland wil men de handjes snel op elkaar zien te krijgen. En alleen wat succes heeft krijgt in Nederland aandacht. De Toppers trekken volle zalen en krijgen alle aandacht van de pers maar een band die weinig publiek trekt krijgt dat niet.

Sla de artikelen er maar op na die op Nederlandse muzieksites en in magazines te lezen zijn. Ze gaan vrijwel alleen nog maar over succesvolle artiesten. Taylor Swift hoeft maar te roepen “ik release mijn album niet op Spotify” of mevrouw krijgt van de Nederlandse pers volledig de aandacht.

Het gaat alleen nog maar over het aantal fans, geld, marketing. Het is godsgeklaagd want ik wil juist dat het over de artistieke prestaties gaat. Welke journalist kan dat nog duiden anno 2017? Waarom meneer of mevrouw de journalist van mening is dat een bepaalde band beter is, dat juist wil ik weten! Populariteit kan nooit als argument voor kwaliteit gebruikt worden. Populariteit slaat immers op kwantiteit. En is hooguit het gevolg van kwaliteit, maar duid deze dan!

Kwaliteit uitleggen is natuurlijk veel lastiger dan het simpelweg roeptoeteren van wat cijfertjes. Daarom zijn er ook zo weinig echt goeie journalisten omdat het met name gaat over de dingen die juist niet cijfermatig te onderbouwen zijn.

En ook de Nederlandse muzikant is vaak gemakzuchtig. Hij jat de muziek en de stijlidiomen inclusief slecht Engels maar wat graag uit het buitenland zonder zich te verdiepen in de vaderlandse muziekgeschiedenis. Je kunt afgeven op de weinig fantasievolle straattaal van de Levensliederen, authentiek Nederlands is hij zeker wel!

Ik vermoed dat wij in Nederland niet eens meer weten wat een artistieke prestatie is. Kwaliteit en kwantiteit halen we door elkaar. En zelfs schrijvers hebben we jarenlang ingedeeld in De Grote Drie. Alsof er maar 3 echt goeie schrijvers zijn. Wat alles zegt over ons taalgevoel. Je hebt de Bijbel en 3 Grote Schrijvers. De rest doet niet mee.

Kunst een linkse hobby noemen, dat kan alleen in Nederland.

Radio?

En natuurlijk speelt de Nederlandse radio ook een rol in de België versus Nederland discussie. Een uitzondering daargelaten, maar de Nederlandse radio is het toonbeeld van wansmaak. Radio 1 van België kent zijn weerga in Nederland niet. En dat is altijd zo geweest.

Liever verbroederen dan narcistisch te zijn

De Nederlandse HipHop doet het goed maar vlak de Belgische HipHop ook zeker niet uit. Daar waar de Nederlandse HipHop zich laat bedwelmen middels Drank & Drugs zorgt de Brusselse HipHop voor daadwerkelijke verbroedering. Juist vanwege de terroristische aanslagen, juist vanwege de tegenstellingen die er in Brussel zijn, slaat de Brusselse HipHop een brug tussen culturen. Tot in Parijs, het epicentrum van de Europese HipHop. Als dat het effect van taal en van popmuziek is, fantastisch toch?

Maar denken dat je de beste bent, het is een gevaarlijk narcistisch trekje en het verbroedert niet. Zo worden we nooit 1 Europa en blijft het slechts amusementsmuziek.

Moet popmuziek gesubsidieerd worden?

De terugkerende hamvraag, de titel van dit stuk, houdt de gemoederen nog altijd bezig. Zo deed de uitspraak “Subsidie is een schaars goed” van Tweede Kamerlid voor de VVD, Arno Rutte, op Radio 1 Atze de Vrieze genoodzaken er een stuk aan te wijden voor 3voor12.

Het is een complex vraagstuk want je hebt een artiest zoals Lil’ Kleine die letterlijk dure champagne staat weg te spuiten op het podium. En je hebt de dance waar miljoenen verdiend worden. Maar je hebt ook bands die in DWDD te zien zijn en in de clubs van Nederland optreden terwijl ze er niet van rond kunnen komen.

In het begin van de jaren 90 speelde ik gitaar in de Tilburgse band MAM. We speelden in de clubs, van Tuitjenhorn tot Paradiso. En af en toe waren we op de radio te horen en op tv te zien. We konden er niet van rondkomen, verre van dat, we hadden allemaal een baan ernaast. Onze geweldige toetsenist Dave Green (bekend van oa The Icicle Works) moest vanwege de armoede in Nederland terugkeren naar Manchester, Engeland. Ikzelf werkte in die tijd bij Oxfam Novib. Mijn snipperdagen gingen op aan optredens in de clubs, optredens voor televisie en opnames in studios. Ik bofte met een soepele werkgever.

Ondanks het uitblijven van groot succes, waren we volhardend. In het lied jaren jaren van onze laatste CD verwoordden we het zo:

jaren jaren – sjouwen douwen

jaren jaren – plank voor je kop

MAM was te vroeg in de tijd. Het publiek was er nog niet klaar voor. Teksten zonder grote betekenissen. Zonder letterlijk benoemde emoties. Geen Van Dik Hout Zaagt Men Planken maar met tederheid gebracht.

Totdat in 2002 na het uitkomen van het debuutalbum van Erik de Jong, oftewel Spinvis, hij de naam MAM regelmatig liet vallen:

Mam, weet jij nog wanneer ik voor het eerst een boterham met kaas gegeten heb?’ Dat klonk onhandig en tegelijkertijd zo goed. Zo wou ik het. Geen boodschap, geen afgerond verhaal maar een soort sfeer.

Het MAM nummer Maternité (in de volksmond ‘boterham met kaas’ genoemd) bleek Spinvis enorm geïnspireerd te hebben.

Toen ik een jaar terug met Spinvis zat om hem daarover te interviewen, vertelde ik hem over de overeenkomst die ik direct hoorde toen ik zijn debuutalbum voor het eerst draaide. “Dat kan geen toeval zijn”, vulde me Erik aan.

Het geld is natuurlijk vaak het directe gevolg van populariteit. Maar het hangt evenzogoed samen met de timing. Van Gogh verkocht bij leven slechts 1 schilderij maar inmiddels behoort zijn werk tot de absolute wereldtop. Van Gogh was simpelweg te vroeg voor zijn tijd, te modern voor het klootjesvolk. En hij is niet de enige.

Kunst moet vaak, net als goeie wijn, rijpen.

Wie echt een groot publiek trekt heeft macht, maar wie dat niet doet en in het B-circuit zit, die heeft het moeilijk. En misschien wordt dat zelfs veroorzaakt door subsidie. De plekken waar deze bands optreden trekken namelijk wèl subsidie. DWDD (hallo Mathijs van Nieuwkerk met je bijzonder hoge salaris!) en de mooie clubs van Nederland.  Zoals Atze het verwoordt:

Popzalen zijn de afgelopen vijfentwintig jaar getransformeerd van voormalige kraakpanden tot moderne zalencomplexen die iedere Nederlander moeten bedienen, niet alleen de linkse elite.

En die popzalen willen volle zalen trekken. Dus trekken ze de bands aan die dat kunnen leveren. Zodoende krijgt het B-circuit het extra lastig en komt maar matig aan de bak. Mening bandje treedt zwaar onderbetaald op omdat men nog liever voor niets speelt dan dat men thuis op de bank moet zitten.

Tja, wat kun je doen? Als je geen volle zalen trekt kun je niet heel veel geld vragen. Je machtspositie is dan klein. Er gelden overigens wel minimum vergoedingen. Het komt erop neer dat je per bandlid voor een concert een vergoeding van minimaal 108,90 euro mag eisen van de organisator. Nu weet ik dat vele organisatoren zich daar niet aan houden.

Wat ontvangt een band eigenlijk voor een optreden bij DWDD?

Naast het geven van live optredens ontvangen artiesten ook inkomsten via de rechten die BUMA/STEMRA en SENA voor hen int. En ontvangt men geld via de verkoop van digitale downloads, CD/vinyl verkoop en de royalties via streaming services zoals Spotify. Ook dat lijkt in vele gevallen zwaar onvoldoende te zijn om van rond te komen. Met name streaming levert belachelijk weinig geld op. Zo zag ik onlangs een rekensommetje dat voor Donald Fagen van Steely Dan gemaakt was omdat hij in een interview voor Rolling Stone Magazine had gezegd:

I need to tour to make a living. I get maybe eight percent of the royalty money I used to get.

Was Donald een ouwe zeur geworden? Iemand besloot het rekensommetje te maken. Het komt erop neer dat Donald via streaming slechts 1200 dollar (!) per jaar verdient.

Maar niet alleen popmusici hebben het zwaar hoor. Zo hoorde ik gisteren in het TV-programma Podium Witteman de klassieke dirigent, organist en klavecinist Ton Koopman vertellen dat als hij voor een volgende subsidie-aanvraag opnieuw zou worden afgewezen, zoals nu al jaren het geval is, hij zijn ensemble zou gaan opheffen!

Het beleid van Halbe Zijlstra (ook VVD) heeft in de culturele sector schandalig veel schade aangericht. Die man is een ramp voor ons land. Maar anno 2017 gaat de VVD nog een stap verder door te stellen dat de overheid helemaal geen subsidie meer moet vertrekken aan popmuzikanten en -bands.

Moeten we allemaal gaan worden zoals Lil’ Kleine? Of de instrumenten in de wilgen hangen en dance maken? Slechts 1 mannetje op het podium, hoef je het geld ook niet meer te gaan verdelen… boem, boem, boem, neem de blauwe pil, boem, boem, boem…

(wordt vervolgd)

 

Nederlander Eelco Grimm onderzocht 4,2 miljoen albums (!) op luidheid

Met de komst van de CD en de algehele digitalisering begonnen mastering engineers in de 90-er jaren het geluidsignaal steeds meer te verhogen in de hoop dat hun CD luider zou klinken dan die van de concurrentie. Een volkomen zot idee. Met het boosten van het geluidsignaal is in principe niets mis, elke muzikant maakt weleens gebruik van een compressor en een limiter. Maar het signaal alleen maar boosten om het geluid zo hard mogelijk te krijgen is een dom, achterlijk en gestoord idee. Waarom? Omdat het verschrikkelijk klinkt! Muziek moet dynamiek bevatten om het levendig te houden. Zo niet dan wordt het saai en verschrikkelijk pijnlijk voor de oortjes.

Gelukkig zijn er inmiddels maatregelen getroffen om die Luidheid Oorlog die 2 decennia lang de muziekwereld heeft geteisterd te bestrijden. Drie jaar geleden schreef ik daar al eens over. Met de komst van de EBU R128 Peak to Loudness Ratio norm is het hard gegaan. Zo zijn vrijwel alle online services inmiddels voorzien van een algoritme dat ervoor zorgt dat alle muziek op hetzelfde geluidsvolume zet. Dat geldt ondermeer voor YouTube, Spotify, Apple Music en TIDAL. Recentelijk heeft TIDAL dat uitvoerig laten onderzoeken. TIDAL wil de hoogst mogelijke kwaliteit bieden en werd juist opgericht om een nog hogere geluidskwaliteit dan Apple Music en Spotify te kunnen leveren (non-lossy). Maar is het aanpassen van het volume tussen nummers of albums dan wel gewenst?

De Nederlander Eelco Grimm, die ook betrokken was bij het ontwikkelen van de Europese uitzendnorm EBU R128, deed voor Tidal een onderzoek. Hij wilde de luidheid van muziek meten via de zogenaamde BS1770-4 methode. Deze methode houdt niet alleen rekening met de pieken in het signaal, pieken zijn immers tijdelijk, maar houdt rekening met de pieken èn de gemiddelde dynamiek in het signaal. Dat laatste maakt het uniek aangezien de methode rekening houdt met het menselijk gehoor (bepaalde frequenties ervaren we immers als luider ook al zijn ze niet harder in luidheid) en bovendien kan de dynamiek over lange tijd als ook over korte tijd gemeten worden. Hiermee krijgen we dus perfecte “inzage” in de luidheid van het signaal.

In samenwerking met TIDAL onderzocht Eelco 4,2 miljoen albums (!) op luidheid. Dit rapport is online te lezen/downloaden (PDF). De belangrijkste vraag die hij stelde is: moet TIDAL per nummer volumecompensatie toepassen, of moet dit voor een album als geheel worden toegepast? Als dat laatste het geval is zal een album dus altijd de verschillen in luidheid tussen de afzonderlijke nummers behouden.

Onderzoek leverde op dat het testpanel het liefst de verschillen in luidheid per album behouden ziet. Het album wordt dan in vergelijking met andere albums wel gecompenseerd, maar de onderlinge tracks niet.

De norm waar Eelco op uitkwam is -14 LUFS. Simpel gezegd betekent dit dat de gemiddelde dynamiek (LUFS) van een album op -14 dB onder 0 (de digitale grens, daarna treedt clipping immers op) mag liggen.

Een van de belangrijke adviezen die Eelco TIDAL gaf was:

Om clipping te voorkomen mag de geluidssterkte alleen verzwakt maar nooit verstrekt worden. Als het luidste nummer van een album zachter is dan het doelniveau (-14 LUFS), worden alle nummers van het album zacht weergegeven.

Albums die dus luid gemasterd zijn worden in volume flink verlaagd. Dat geldt voor het overgrote meerendeel van de 4,2 miljoen albums die onderzocht werden.

Recentelijk sprak Eelco uitgebreid over de EBU normering en zijn onderzoek voor TIDAL met Ian Shepherd in The Mastering Show:

Een interessant verhaal brengt Ian daarin ter sprake. Taylor Swift haar laatste album is veel te luid gemasterd, net als haar voorafgaande albums. Maar aangezien YouTube het volume net als TIDAL niet omhoog versterkt zorgt het compenseren van het volume ervoor dat nu de zachtste nummers op dat album juist nog zachter klinken. Op andere streaming services is dus hetzelfde het geval.

En podcasts dan?

De normering voor muziek is ronduit een verademing. Er is echter wel een probleem: je kunt die normering niet zonder meer toepassen op podcasts, op audio waarin met name gesproken wordt. Voor spraak is er sowieso meer dynamiek nodig dan bij muziek. Welke norm moeten we daarom toepassen op podcasts? Ik verwacht zo rond de -20 LUFS, maar onderzoek en internationale consensus hierover moet dat definitief gaan bepalen. Dat gaat de komende jaren echt gebeuren want de Luidheid Oorlog heeft geen enkele kans op bestaan meer. Of Taylor Swift het nu wil of niet.

Tot slot een plaatje van hoe meneer Michael Jackson in de loop van de jaren steeds harder ging klinken. Het is inmiddels geschiedenis, dat moge duidelijk zijn. Luidheid is genormeerd.

Soms zijn regels dus echt wel ergens nuttig voor…

toename in luidheid : 1991-1995-2007 (beeld: publiek domein/wikimedia)

Zal dit aanslaan?

Het is dodelijk om te denken, wanneer je iets maakt: “zal dit aanslaan?” Dat weet je namelijk nooit, tenzij je een beproeft concept gebruikt. Dan doe je iets na. Maar als je juist origineel je eigen gevoel volgt is die vraag een killer.

Je kunt die vraag stellen bij elke stap die je zet. Bij elke noot die je speelt. Elk woord dat je kiest. Elk geluid dat je ontwerpt. Je kunt maar beter denken dat, omdat jij het prachtig vindt een ander dat misschien ook zal doen. Maar je maakt je niet afhankelijk van die ander. Je bent slechts afhankelijk van je eigen gevoel. Dat is de sleutel naar vrijheid. Jouw raadgever in de zielskunst. Je zet de buitenwereld uit.

En in dat uitzetten van de buitenwereld kun je heel ver gaan. Denk bijvoorbeeld aan de boeddhistische monnik Thích Quảng Đức die als vorm van protest tegen de Zuid-Vietnamese regering zichzelf op 11 juni 1963 in Saigon op straat in brand stak. Het vuur had geen enkel invloed op zijn innerlijk gevoel. Hiermee leerde Thích Quảng Đức ons wat realiteit werkelijk is: een illusie.

foto Malcolm Browne (publiek domein, zie Wikipedia)

P.S. De foto is wereldberoemd. Zo gebruikte de band Rage Against The Machine deze foto een kleine 30 jaar later als hoesfoto.

Zo sneu: Hans Vermeulen is overleden!

Vroegah: Wouldn't You?

Het is 1990 en met componist, gitarist, zanger Quintus Kessler (RIP) begin ik twee bands: Xangô en Wouldn’t You? De eerste is bedoeld voor in de kroeg, een Braziliaanse band. De tweede focust zich op studiowerk. Quintus is in het bezit van een Atari 1040ST computer en een heel rack aan synthesizers, samplers en drummachines. In Studio BGM in Voorburg nemen we met mijn vriend en technicus Conno van Wijk een demo met 3 tracks op. We laten een serie kopieën op cassette maken met een zwart wit hoesje er omheen.

De demo willen we voorleggen aan een producer. Maar wie? Quintus weet het niet maar ik wel: Hans Vermeulen. Quintus heeft zo vanaf zijn 13e de hele wereld over gezworven en heeft ondermeer een paar jaar in Rio de Janeiro gewoond. Logisch dus dat je dan totaal niet op de hoogte bent van het Nederlandse muziekcircuit.

Het kostte weinig moeite om een afspraak met Hans te maken. Een afspraak die bij hem thuis in Bussum plaatsvindt. In de woonkamer hangt een parachute als plafonddecoratie. Quintus en ik spreken over onze liefde voor Steely Dan, Braziliaanse muziek en onze plannen. Hans vertelt dat er geen volk is dat muzikaler is dan het Braziliaanse volk. Vanwege het harmonische vernuft en de ritmiek. En zo is het!

Hans zijn muziek is mij bekend. Zijn True Love That’s A Wonder (met die Wonder-lijke taalfout) en The Eyes of Jenny. En ik ben een groot liefhebber van zijn geweldige stem en zijn gelikte producties. Vandaar mijn voorkeur voor hem als producer.

Tijd om de demo te beluisteren. We lopen naar zijn werkkamer waar een geluidsinstallatie staat. Hans zit dicht op de boxen en wij zitten een paar meter achter hem. Tussen ons in staat een soort uitgeholde boomstam die als mega asbak dient. De cassette wordt zonder onderbreking in één keer beluisterd. Drie eigen nummers van Quintus en mijzelf. Een lied wordt door mij gezongen, Quintus zingt er twee. Het hoofd van Hans schudt ritmisch wat op en neer tijdens het luisteren. Als nummer drie Letters Without End is afgelopen, draait Hans zich om en spreekt de legendarische woorden: “Dit vind ik te gek, dit wil ik wel produceren!”

Vervolgens zien we Hans af en toe bij ons in de studio. De studio bevindt zich in een achterruimte van coffeeshop Miami in de Zoutmanstraat, Den Haag. Hans luistert naar de nieuwe dingen waar we mee bezig zijn. Het is altijd genieten als Hans langskomt. Hij straalt rust uit en vertelt prachtige verhalen over muzikanten en Nederlandse studios.

Helaas loopt mijn samenwerking met Quintus niet zo gesmeerd en ik besluit om ermee te stoppen. Tot een platendeal met een originele productie van Hans Vermeulen komt het niet.

Een paar jaar later zit ik met de Tilburgse band MAM in de studio. We zijn op zoek naar een nieuw label en hebben wat muzikaal advies nodig. Ik stel voor om Hans te bellen. Hij luistert naar onze muziek in de studio. Maar hij kan er volgens mij weinig mee, MAM wijkt teveel af van zijn muzikale focus. Kort daarna vertrekt Hans voor onbepaalde tijd naar Thailand. Nog een keer of wat kom ik hem tegen in Cafe De Bieb waar hij optreedt. Ik woon in die tijd letterlijk om de hoek in de Bilderdijkstraat. Af en toe spreek ik met Inge af, de -ex vriendin van Quintus. Zij heeft door de jaren heen een vriendschappelijk contact met Hans onderhouden.

Via Facebook heb ik af en toe contact met Hans. Op een dag zie ik op zijn profiel dat hij besloten heeft weer wat muziek te gaan maken. Hij heeft er zojuist nieuwe software voor aangeschaft: Reason. Met dit pakket werk ik ook, al jaren. Ik kan ermee lezen en schrijven en vertel Hans dat hij mij altijd om hulp kan vragen. Een paar maal doet hij dat. Mede hierdoor kom ik ook in contact met zijn zoon Tim die ook met Reason werkt. Tim en ik wisselen af en toe wat muzikale ideeën uit. Er ontstaat een voorzichtige samenwerking (zie noot).

En dan plotseling overlijdt Hans. Vandaag 9 november 2017. 70 jaar oud. Zo triest.

Rust zacht lieve man.

(en doe Walter Becker de groeten van me!)

foto onder CC BY: Jos de Gruiter

Noot: de samenwerking met Tim Vermeulen resulteert in een gitaarpartij die ik voor de track Till That Day van Tim Treffers inspeel. Luister via Spotify:

Shit nummers en shit zang

De laatste keer dat ik met een andere gitarist speelde was in 1990. Ik had mijn HEAO studio er voor aan de wilgen gehangen. En nu, 27 jaar later, stond ik in een oefenruimte in Scheveningen ineens hetzelfde te doen. Dat beloofde wat! Alleen maar eigen nummers, zo was besloten. En ik wilde zingen.

Gisteren, vijf repetities later, heeft de andere gitarist er de brui aan gegeven. Het ontbrak hem aan motivatie om toegewijd de tijd op te brengen om met de eigen nummers aan de slag te gaan. Ik zag het met hem heel erg zitten. Pijnlijk jammer dus!

Direct dacht ik dat het aan die shit nummers lag. En aan die shit zang van mij. De gitarist zei dan wel “het is puur persoonlijk en heeft niets met jullie te maken” maar wilde ‘ie ons/mij niet gewoon sparen?

Fuck it! De schaamte bestrijden, daar is het allemaal mee begonnen. Ik weet nog hoe Quintus vlak voor een optreden in De Pater in mijn oor riep: “kijk die mensen staan voor het podium maar wij staan EROP!” Met knikkende knieën op het podium staan, met een klote gevoel het podium verlaten, de twijfel, de angst, het hoort er allemaal bij. Daar is maar 1 antwoord op mogelijk: 

… and we don’t care!

Terug bij af. Alles is mogelijk. Let maar op!

Van praten naar zingen

Een paar jaar geleden nam ik een tijdje zangles. De zanglerares vertelde dat wie een mooie praatstem heeft ook een mooie zangstem kan ontwikkelen. Je hebt tenslotte maar 1 stem. Praten gaat automatisch maar zingen niet, dus daar moet je hard voor werken. Het kost meer lucht en meer beheersing van de stembanden. En zuiver zingen is ook een behoorlijke uitdaging.

Zelfs ervaren zangers kunnen soms vals zingen. Om niet vals te zingen moet je niet alleen je eigen stem beheersen maar je stem ook goed kunnen horen. Dat gaat soms in live situaties mis. Als de zanger zijn eigen stem niet goed hoort kan hij zijn stem ook niet goed tunen.

Een stem zweeft trouwens altijd een beetje in toonhoogte. En dat is prima, want we houden allemaal van die lichte zweving in het geluid. Een starre strakke toon zoals een Auto-tune die kan genereren klinkt als een robot. Het effect wordt tegenwoordig veel geapprecieerd maar ik vind het vaak te levenloos klinken.

Er zijn vele manieren om te zingen. Krachtig en theatraal zoals Maria Callas. Zacht zoals João Gilberto. Breekbaar zoals Elliot Smith. Bijna gesproken zoals Serge Gainsbourg. Omfloers zoals Eefje de Visser. Schoor en vervormd zoals Tom Waits. In het Cockney zoals Baxter Dury. Tussen rappen en zingen in zoals Ghostpoet. Of roepend zoals Sleaford Mods.

Wat je met je eigen stem kunt bereiken heeft natuurlijk te maken met de beperking van je eigen stem maar minstens evenveel met de hoeveelheid tijd die je overhebt om je stem te trainen. Het allerbelangrijkste is denk ik de vraag: hoe wil je klinken?

Die laatste vraag stel ik mijzelf nu ook.

Hoe de geest in de muziek rondwaart

Met de uitvinding van de fonautograaf in 1857 bleek geluid zich te te bevriezen zoals het ooit klonk. Het geluid dat altijd als vergankelijk werd een soort boek, een document van geluid.

De sampler

Tijdens mijn jeugd kwamen de eerste samplers op de markt. Je riep “oh” in de microfoon en vervolgens kon je dat als een smurfenorkest uit de sampler laten klinken. Rappers stopten hun favoriete swingende grooves van ondermeer James Brown in de sampler. Zo vanaf het stoffige vinyl met een ouwe naald. Sfeerverhogend en nooit uit op perfectie. Het doel heiligde alle middelen voor de rappers. Helaas roken de advocaten geld en werd samplen bestempeld als een vorm van jatwerk. Wanneer ik een foto van een schilderij maak heb ik dan dat schilderij ook gejat?

Wat DJs doen wordt niet beschouwd als jatwerk. De platen van anderen met elkaar mixen en daar filters op loslaten. Sommigen gebruiken de beat van de ene plaat om onder de andere te leggen, 100% vergelijkbaar hoe dat in Hip hop altijd werd toegepast. Het is een traditie die ouder is dan Hip hop en teruggaat naar de jaren 60: Dub muziek. Door met behulp van 2 platenspelers en een echo-apparaat kun je een song in lengte gaan oprekken door deze steeds opnieuw vanaf een bepaald punt opnieuw te starten voordat de zang begint. Dubmuziek legt de nadruk op het ritme, de bas en de drums.

Zowel Hip hop, DJ muziek als Dub muziek leunen dus voor grotendeels op opgenomen muziek. Het is een herbewerking van het bestaande.

Maar laten we deze copyright discussie maar even voor wat het is. Het feit dat je muziek eenvoudig kunt afspelen via een drager is een nieuw instrument gebleken. De sampler is eigenlijk niets anders dan een opname- en weergavetechniek die de opname/sample op verschillende toonhoogtes kan afspelen.

Kleurloos digitaal

Inmiddels is de computer, inclusief de smartphone en de tablet, het apparaat om iets uit het verleden mee te reproduceren. Dit is onze moderne sampler. En de computer kan nog iets anders: het nabootsen van patronen en klanken middels algoritmes en presets. De klank van vroeger. De klank van een ouwe viool. De klank van het drumstel van Ringo Star met theedoeken over de trommels en een Fairchild limiter op de mix terwijl de ruis van de analoge bandrecorder er dwars doorheen klinkt. Het is een stel computer berekeningen om van input naar output te komen.

Daarmee is de computer een tijdsmachine te noemen. Het maakt geen onderscheid tussen oude en nieuwe klanken. De computer is immers neutraal. Voer de computer met een opname en de computer kan het geluid daarvan omzetten naar iets anders. De klank van vroeger bijvoorbeeld, we zijn er dol op. Net als de warme analoge filters die in fotografie en film veel toegepast worden. Het brengt sfeer daar waar digitaal kleurloos en neutraal is.

Als een blank canvas daagt digitaal uit tot vervorming, oneffenheden, ruis, kleuring et cetera.

Hauntology

Het is de Franse filosoof Jacques Derrida (de Britse band Scritti Politti maakten ooit een lied dat zijn naam draagt) die in zijn boek Spectres of Marx uit 1993 de term Hauntology introduceert. Jacques constateert dat een geestesverschijning evenveel met het heden als met het verleden te maken heeft. En de persoon die de geestesverschijning “ziet” behoort daarmee evenveel tot het verleden als het heden. Het is een paradoxaal verschijnsel dat de tijdelijkheid in alles laat zien.

Kortom: het verleden in het heden.

Het omgekeerde geldt ook. Muziek die klinkt als De Toekomst. De synthesizer was het geluid van de toekomst maar wie nu een oude synth hoort, hoort inmiddels een gedateerde klank. Technologie maakt van ons allemaal geesten. Alles wat we nu doen kan ooit weer opgeroepen worden.

Dankzij de opgenomen muziek, de sampler, de computer, kunnen we geest in de fles stoppen en deze er op elk moment weer uithalen. Exact zoals het ooit was, zoals het ooit klonk. De klank, inclusief kraak, ruis, het gevoel van Toen.

Voor de komst van de sampler klonk muziek Modern wanneer je gebruik maakte van een nieuw muziekinstrument, de polyphone synth bijvoorbeeld die ook pas tijdens mij jeugd op de markt kwam (kun je nagaan hoe nieuw dit allemaal is!). Nu door sampling en de computer halen we juist het oude terug. Dankzij de computer slaan we een brug met ons verleden. Kunnen we het verleden oproepen en stelt het ons in staat om alle patronen uit de muziekgeschiedenis op te roepen. Alle geluiden uit het verleden staan tot onze beschikking. En omdat we het verleden koesteren, roepen we maar wat graag de imperfectie uit het verleden op. En wordt het verleden even belangrijk als het heden.

Moderne grootstedelijke muziek

De Tachtigers, een groep Nederlandse impressionistische schilders, verwoordde in schilderijen de verstedelijking eind 19e eeuw. Zij hebben daarmee de verstedelijking vastgelegd op een manier die mij nog altijd aanspreekt. Zoals Breitner de Dam schilderde zo zie ik de Dam nog steeds als de avond allang is gevallen. In de schilderijen van de Tachtigers zie je de overeenkomsten tussen de grote steden terug. Of het nu Amsterdam is, Parijs, of Den Haag waar ik woon.

Het is de grote stad waar dankzij precies uitgekozen straatverlichting de stad sfeer krijgt. Zoals het licht bij een toneel- of dansvoorstelling. In de stad wordt sfeer geschapen dankzij kunstmatig licht. Luxe, elektriciteit, grootstedelijke sfeer.

In moderne muziek wordt het grootstedelijke verklankt, soms in liedvorm zoals The Velvet Underground het deden, Bebop jazz, early HipHop en soms instrumentaal zoals Steve Reich dat doet. De laatste – pak ‘m beet 10 jaar – is dankzij de computertechniek een nieuw soort muziek ontstaan die, voor mij althans, een grootstedelijk geluid tentoonspreidt. Een type muziek dat zich lastig laat omschrijven. Muziek die wezenlijk anders gemaakt wordt en op nieuwe muzikale principes gestoeld is. Vernieuwende muziek die prachtig samengaat met bijvoorbeeld modern dans waar ik ook zeer van hou.

Een toon heeft ritme

Een toon beweegt als een golfbeweging van voren naar achteren. Beweegt tussen een plus en min op en neer met een bepaalde snelheid. De snelheid geeft daarbij de toonhoogte aan. Het is een ritmische beweging. In dat ritme bewegen jouw luidsprekers ook van voren naar achteren.

Als we een ritme nu drastisch in snelheid gaan verhogen dan krijgt het een toonhoogte, het verandert langzaamaan in een muzikale toon. Kijk en luister maar:

Een klank bevat behalve de ritmische frequentie/toonghoogte vaak ook nog andere ritmische elementen. Neem bijvoorbeeld het vibrato in de klank, een lichte zweving in toonhoogte die ook met een vast cadans hoorbaar is. Ook dat is een ritmisch element.

Vrijwel elk geluid wordt muzikaal bruikbaar

Als je een ritme versnelt ontstaat er een toonhoogte. En in klanken zijn vaak ritmes waar te nemen. Dit geldt eigenlijk voor alle geluiden, ook voor bijvoorbeeld straatgeluiden. Door deze te vertragen of juist te versnellen kun je er tonen of ritmes mee creëren, ze meer of minder muzikaal maken en inpassen in de muziek.

De moderne muziek waar ik op doel heeft niet altijd een duidelijk waarneembaar ritme. Of beter gezegd: een vast ritme. Vaak worden de klanken gecombineerd en zorgt de zweving of duidelijke ritmiek in de klanken voor een gelaagd samenspel waarin er niemand de baas is. Er is geen vast tempo waar alle muzikale klanken op gebaseerd zijn. De klanken vallen soms samen of gaan juist tegen elkaar in. Het zijn pulsen die om elkaar heen wentelen. Als een lijnenspel van Mondriaan.

Composition No. 10. 1939-42. – Piet Mondriaan

De toonhoogte erin of eruit filteren

Het gaat te ver om alle moderne technieken te behandelen maar eentje mag in dit stuk niet ontbreken. Een die onze kijk op muziek en manier van muziekmaken wezenlijk op zijn kop heeft gezet. Het is het gebruik van filters.

Het filter vormt een belangrijk onderdeel van elke synthesizer. Het filtert letterlijk het signaal. Je stuurt een klank door het filter en kunt bepaalde frequenties eruit filteren, of juist benadrukken. Een filter is in staat om het karakter van een klank wezenlijk te veranderen en onze digitale filters kennen een detaillering die in het analoge domein niet eerder mogelijk was. Op het vlak van filters innoveert de techniek nog altijd waardoor de mogelijkheden tot het filteren van klanken de komende jaren nog verder uitgebreid zullen worden.

Eenvoudige voorbeelden zijn het Low Pass filter, een filter dat alleen maar diepe klanken doorlaat. Hierdoor kun je bijvoorbeeld een bas uit het geluid filteren waardoor je het bijvoorbeeld kunt combineren met klanken die door een High Pass filter zijn behandeld, klanken die juist geen lage frequenties meer bevatten. Ineens onstaat er een scala aan nieuwe mogelijkheden. Dankzij het High Pass filter kun je muziek gaan filteren die een bas bevat die niet past bij de rest van het stuk, geen probleem, je filtert het simpelweg weg. En dankzij een Low Pass filter kun je er een muziekstuk bij zoeken wat hierdoor wel gaat passen.

Kortom: dankzij filters kunnen klanken passend gemaakt worden. Als een soort digitale mozaïek-kunst die heel fijnmazig is en het mogelijk maakt om in theorie alles met alles te kunnen combineren.

Dankzij filters kun je de toonhoogtes en duidelijk waarneembare noten eruit filteren. Of er juist erin filteren, gaan benadrukken (***). Het zijn zaken die een muzikant met een instrument bepaalt middels het kiezen van specifieke noten. Bij traditionele muziek is de muzikant die de noten kiest zelf Het Filter. Maar middels de filtering techniek doen we het omgekeerde: de opgenomen noten van de muzikant kunnen we filteren waardoor nieuwe toonhoogtes ontstaan.

Om een voorbeeld te geven van deze moderne muziek, luister naar mijn afspeellijst Grootstedelijk op Spotify:

*** = een filter kan ook frequenties benadrukken, laten resoneren, waardoor ze versterkt worden. Hoewel een filter lijkt te slaan op het wegfilteren van frequenties, dit is dus slechts 1 kant van de medaille.