Jan Vollaard was zeker ongesteld of moest het worden

Jan Vollaard pende voor de NRC ondermeer het volgende:

Al te vaak klonk Keiths gitaarspel alsof er een mortiergranaat boven het samenspel van de anderen werd losgelaten.

Tuurlijk, ze zijn stokoud en niet meer zo fris en scherp als ze ooit waren. De magische dynamiek tussen Ronnie en Keith vindt zich tegenwoordig waarschijnlijk alleen nog buiten het podium af. Al jaren aait Keith de snaren als ie Gimme Shelter struikelend speelt. En af en toe slaat ie het verkeerde akkoord aan. Zoals bv hier duidelijk te horen en te zien is:

So fucking what!

De Stones hebben nooit perfectie nagestreefd. Wat dat betreft zijn het de The Beatles niet. De Stones stammen uit de blues. En ze gaan met de dag meer met hun helden samenvallen. Ze hebben eenzelfde soort slordigheid en rauwheid. En ze lachen iedereen uit. Keith al helemaal. Zo herinner ik me nog een interview van Jip Golsteijn dat ik in een jubileumuitgave van muziekkrant OOR ooit las. Het stamde uit de begin jaren 70 en Jip gaf Keith nog een paar jaar. Niet dus want Keith heeft iedereen overleefd, ook Jip.

Ronnie, de virtuoos van de 2 gitaristen, en onlangs medisch gezien ook weer helemaal in shape weten te krijgen, speelt trouwens nog best een paar puntige zeer gedoseerde solos. Ik heb de YouTube videos van het concert van gisteren hier en daar wat kunnen bekijken en het viel niet tegen. Ik heb heel veel respect voor het feit dat ze nog gewoon spelen en er lol in hebben. Het is hun leven. Een stijl die ze zelf gecreëerd hebben. En dat Keith wanneer ie een fout maakt een kop opzet van “I don’t fucking care!” Man, dat siert de man. Die houding vind ik te gek. Op zo’n leeftijd niet luisteren naar de azijnpisser die zich meneer de muziekjournalist noemt. De muzikant heeft namelijk Altijd gelijk.

Man, ik heb Miles Davis nog zien spelen toen hij zowat doodging van de pijn. Pijn in zijn heup en teveel medisch gedoe gewoon. Maar man, man, man wat een genot om Miles over dat podium te zien sjokken. Hoefde voor mij niet eens een noot te spelen. Kind of Blue all over the place. Alleen al uit zijn houding sprak een belangrijke les: trek je geen REET aan van wat ze van je zeggen. Ga door. Spelen!

Het was rock and roll die ons calvinisme eruit sloeg. Het werd fucking tijd! Opendraaien die versterker en hard aanslaan. Desnoods als je boven de 70 bent. Al zit je haar niet. Who cares?

Het neutrale geluid manipuleren

waveform

Met de komst van de opnametechniek in de vorige eeuw probeerde men muziek in haar meest perfecte vorm vast te leggen. In plaats van een enkele liveopname voor publiek kon men hierdoor in de studio zoveel takes doen als men nodig had voor het vastleggen van de “perfecte” uitvoering.

Les Paul vond eind jaren 40 uit dat je met twee recorders stukje bij beetje een soort orkestje van gitaren en stemmen kon opnemen door de ene recorder op afspelen te zetten terwijl de andere recorder opneemt terwijl je er een andere partij bij speelt. Een soort audiopingpong. En Les verzon nog een revolutionaire truc, door op halve snelheid zijn partijen op te nemen klonken deze bij weergave op normale snelheid als razendsnel virtuoos spel:

De klassieke pianist Glenn Gould raakte in de 60-er jaren gefrustreerd van het geven van concerten. Nooit was de uitvoering naar zijn idee perfect terwijl hij die perfecte uitvoering wel in zijn hoofd hoorde. Hij stopte daarom geheel met het geven van concerten en was alleen nog maar in de studio te vinden. In de studio koos Glenn de beste delen uit en plakte de audiotapes daarvan aan elkaar om zo zijn perfecte uitvoering te creëren.

Met de komst van de multitrack-recorder midden jaren 50 werd het mogelijk om instrumenten spoor voor spoor verspreid over meerdere kanalen op te nemen. Hierdoor kreeg men nog meer controle over de muziek en klank. The Beatles met name waren ware pioniers op dit vlak. Hun muziek klonk niet meer als een live uitvoering maar als muziek die je alleen in een studio kunt maken. The Beatles stopten in dezelfde periode als Glenn Gould met het geven van liveoptredens vanwege eenzelfde argument. Het vormt een opvallend parallel tussen deze pioniers.

Vervolgens kwamen achtereenvolgend de drumcomputers, de polyfone (meerstemmige) synthesizers en de samplers op de markt en werden de partijen steeds vaker geprogrammeerd in plaats van door muzikanten ingespeeld. Hiermee werd de controle over het geluid ook steeds preciezer. Inmiddels is met behulp van de computer en de digitale techniek het spel van muzikanten totaal elastisch geworden. Zodoende kan de klankkeur achteraf, na opname, aangepast worden, kan de timing verbeterd worden en kan de toonhoogte onhoorbaar aangepast. Zelfs zanglijnen die behoorlijk vals klonken tijdens opname kunnen perfect in tune gemaakt worden zonder dat het publiek hoort dat de stem slechts een klankbron vormt voor een melodie die door de engineer geboetseerd is.

We kunnen stellen dat tegenwoordig elk geluid een bron kan zijn voor het maken van klanken die als muziek klinkt. Zo maakte ik een keer in opdracht van Disquiet Junto een muziekstuk dat als basis 1 sample had: een opname die ik maakte van een uitklontje in een glas. Dankzij de sampler en uitgebreide manipulatie tools kon ik uit die ene sample van slechts een paar seconden een heel muziekstuk persen:

Dankzij de complete controle over geluid kunnen we elk geluid produceren. Het levert een ongekende vrijheid op. We zijn hooguit afhankelijk van onze fantasie, kennis van geluid en de kunde om het te manipuleren. De kennis over hoe we geluid kunnen manipuleren neemt nog altijd toe. En daarmee ook de mogelijkheden en de tools die ons daarbij helpen. We kunnen als het ware steeds dieper inzoomen in het geluid en het aanpassen.

Het manipuleren van geluid lijkt grenzeloos. Het is niet gebonden aan een bepaalde stijl. Niet gebonden aan een bepaalde vorm. Het is neutraal van karakter, blanco. Als een wit scherm waar de schrijver in staart. Het daagt me uit.

Wat je altijd al had willen weten: muziekgebruik in podcasts op SoundCloud

Een poos geleden nog schreef ik over hoe Buma/Stemra muziek in podcasts beter zou kunnen stimuleren. De podcastregeling van Buma/Stemra is nogal vaag en onduidelijk. En dat met name voor wat betreft de hosting van de podcast.

SoundCloud hosting

Eerstens: naar mijn idee is SoundCloud de allerbeste host voor een podcast. Voor 6 Euro per maand kun je 6 uur uploaden en voor 9 Euro per maand is die capaciteit zelfs ongelimiteerd. Bovendien levert het statistieken en een geweldige player die je kunt insluiten op elke website en kunt delen via Twitter en dergelijke. SoundCloud is een soort YouTube voor audio. Onmisbaar voor elke podcaster.

De SoundCloud deal voor DJ Sets, mixtapes, remixes

Een poos geleden schoot het me ineens door het hoofd dat SoundCloud een poos geleden een deal had gemaakt met de grote platenmaatschappijen Sony BMG, Universal Music Group en Warner Music Group. Een deal over de muziekrechten zodat voortaan DJs hun sets op SoundCloud konden uploaden en konden delen met de rest van de wereld. Deze Premier Partnership regeling van SoundCloud maakte definitief een einde aan de DMCA takedowns waar men de afgelopen jaren mee kreeg te maken. Aan het Premier Partnership kunnen ook onafhankelijke producers, DJ’s, kleine labels en artiesten meedoen. Dus alle rechthebbenden worden hiermee bediend. Zie ook het blog dat SoundCloud over de regeling schreef.

En terwijl dat door mijn hoofd schoot viel er bovendien een kwartje: waarom zouden DJ’s hele uren muziek mogen uploaden terwijl iemand als ik naast zijn SoundCloud maandabonnement ook nog eens Buma/Stemra geld zou moeten betalen voor het gebruik van een beetje muziek? Dat zou erg krom zijn!

Regeling Buma/Stemra met SoundCloud

Vorig jaar maakte Buma/Stemra de Europese deal met SoundCloud bekend (kortom: Buma/Stemra maakte hiermee bekend dat men meedeed aan het Premier Partnership van SoundCloud):

Deze overeenkomst houdt in dat componisten, tekstschrijvers en muziekuitgevers die bij Buma/Stemra zijn aangesloten en door Buma/Stemra voor de online exploitatie worden vertegenwoordigd, een vergoeding ontvangen voor het gebruik van hun werk op SoundCloud. De overeenkomst is ook van toepassing op de toekomstige uitrol van SoundClouds door advertenties ondersteunde service en SoundCloud Go in Europa.

Omdat het woord podcast in de tekst ontbreekt besloot ik de Buma te mailen. Vanmorgen kreeg ik daarop officieel antwoord van de Accountmanager Online van Buma/Stemra:

Wij hebben inderdaad een licentie met SoundCloud voor het onlangs in Nederland gelanceerde SoundCloud Go en SoundCloud Go+. Deze dekt al het muziekgebruik uit het repertoire dat Buma/Stemra vertegenwoordigt, onder meer in mixen en podcasts.

Te gek!!! Als ik mijn oude band MAM in mijn podcast op SoundCloud wil laten horen of een oud nummer van Focus dan kan dat dus. Het is 2017 en de regeling rondom muziekgebruik in een podcast is voor wat betreft SoundCloud dus glashelder. Muziek in podcasts laten horen stimuleert de artiesten zowel qua aandacht voor hun muziek als in financiële zin. En dat is precies wat we willen.

Zo onwaarschijnlijk triest: Walter Becker is overleden!

foto onder CC BY-SA: Arielinson

Door The Nightfly (*), het soloalbum van Donald Fagen, heb ik denk ik Steely Dan ontdekt. Dat was in 1982 en ik was een jaar of 14, speelde gitaar en volgde met de grootst mogelijke toewijding wekelijks de workshop jazzgitaar aan de Stedelijke Muziekschool in Den Haag onder leiding van mijn favoriete docent aller tijden: Ferry Robers (RIP).

Het was dus jazz dat swingend de klok sloeg. Toen ik een paar jaar later in een schoolbandje nummers van de Stones moest spelen speelde ik er modale jazzsolo’s overheen. Dat had ik geleerd van Miles Davis’ Kind of Blue. Toch vroeg ik me af waarom dat in combinatie met de Stones toch zo verkeerd klonk. Tot op de dag van vandaag swing ik liever met een dikke toon dan dat ik hard, fel en gierend van snaar ga. Een echte rocker ga ik nooit worden, ook al hou ik wel van die stijl als luisteraar.

Maar potverdomme nu is Walter Becker dus overleden. Die andere helft van Steely Dan. Via The Nightfly kun je zo een brug slaan met het werk van Steely Dan en lang heb ik in de veronderstelling geleefd dat het harmonische genie van Steely Dan Donald Fagen was. Maar ik kwam erachter dat dat niet klopt. Het duo Fagen en Becker schreef namelijk alle songs samen. Zowel de muziek als de teksten. Schreef de Donald een zin dan vulde Walter hem aan. Het heeft geresulteerd in geniale muziek  die zijn weerga niet kent. Nog altijd staat Steely Dan compleet los van iedere andere band uit de popgeschiedenis. Er is geen band die jazz en rock zo goed verweven heeft als Steely Dan. En is geen band te vinden die aan het literaire niveau van Steely Dan kan tippen.

Steely Dan is enorm sophisticated. Maar het ontbreekt the Dan nooit aan zwarte humor, het bijt altijd. En ook hun nootkeuze, hun gruwelijk complexe harmonie, ook al klinkt het smooth, het is puur een wolf in schaapskleren. Wie de muziek van Steely Dan glad noemt heeft er niet goed naar geluisterd. Glad is veilig en de muziek van Steely Dan is verre van veilig. En je kunt op zachte toon de meest verschrikkelijke dingen bezingen, snap je?

Het is met name dat wat de Steely Dan adepten en coverbandjes vaak niet snappen, ze zijn simpelweg te glad en missen die vuile onderlaag die Steely Dan wel heeft. Dat is het vernuft, de diepgang die het duo Fagen en Becker zo uniek maakt.

Becker leerde ik pas echt goed kennen in 1994 toen zijn geweldige soloalbum 11 Tracks of Whack uitkwam. Ik weet nog hoe ik deze plaat maandenlang als afsluiter van de dag in zijn geheel beluisterde terwijl ik op de bank lag met een hoofdtelefoon op. Hoe laat ik ook thuis was, die plaat was altijd de dagafsluiter. Het is niet een plaat zoals The Nightfly, hij klinkt een stuk minder sophisticated. Maar de songs zijn geweldig, voorzien van onwaarschijnlijk lekkere complexe akkoordstructuren en de stem van Walter Becker klinkt ook heerlijk eigenwijs.

De track Girlfriend van dat 1e soloalbum van Walter is een van de meest geniale songs aller tijden. Het nummer bouwt een enorme overmatige spanning in de coupletten op die vervolgens telkens op een verrassend soepele manier ingelost wordt door het refrein. Ook mijn oude vriend Quintus (RIP) vertelde mij toen ik hem weer eens zag hoe geweldig hij dat nummer vond. Eenzelfde soort spannend-refrein met een oplossend-refrein zit in het nummer Hat Too Flat. Een methodiek die Steely Dan op een soortgelijke manier heeft toegepast in het nummer The Royal Scam van het meesterwerk met de gelijknamige naam. In dat nummer hoor je ook hoe geniaal langdradig de spanning overmatigd wordt opgebouwd om vervolgens ingelost te worden door de regel ‘See the glory of The Royal Scam!’ Uitermate zwart en cynisch.

Naast songschrijver en arrangeur speelde Walter gitaar en bas bij Steely Dan. In de hoedanigheid van gitarist heb ik Walter nog een paar maal live gezien. Een openbaring want ik weet nog hoe ik, toen ik ze de 1e keer live zou gaan zien, me bedacht dat het zeer waarschijnlijk tegen zou vallen. Steely Dan is immers een typische studioband, zo dacht ik. Nee niet dus, Steely Dan klinkt live onwaarschijnlijk te gek! De hemel op aarde! En het is een genot om Donald Fagen achter zijn Fender Rhodes te zien wiebelen als een soortemet Ray Charles. En Walter Becker speelde daar dan relatief bewegingsloos prachtige gitaarpartijen bij. Hij zag er altijd zeer gewoontjes uit. Een merkloze spijkerbroek van een maat of 2 te groot en een paar simpele sneakers eronder. Zonder enige vorm van opsmuk. De muziek moest het hem doen. En dat deed het enorm!

Walter is een prachtige naam om je kind te noemen. Rest in peace buddy!

  • = bij nader inzien denk ik toch dat het nummer Hey Nineteen van het album Gaucho mijn eerste kennismaking met de band was.

UPDATE: doodsoorzaak is door Walter’s vrouw Delia bekend gemaakt. Een zeer agressieve vorm van slokdarmkanker.

As Walter Becker’s wife of many years, I wanted to share with his fans some information regarding his death that has not previously been reported. I realize this is overdue, and I hope you will understand why. For me personally, his death was a devastating blow, as I know it was for many of you. I am just beginning to emerge from its heartbreaking impact.

Walter died in the course of being treated for an extremely aggressive form of esophageal cancer. The cancer was detected during one of his annual medical checkups and its presence came as a grim surprise to Walter, his doctors and to me. It seemed to have come out of nowhere and had spread with terrifying speed.

Walter chose an intense regimen of chemotherapy at Sloan Kettering though, between the cancer’s aggressiveness and the overwhelming toxicity resulting from the chemotherapy treatments, Walter died less than four months after the cancer was detected.

Walter passed peacefully in our New York City home, surrounded by his family, his music, and a blustery rainstorm — one of his favorite sounds — blowing outside the window. In keeping with his wishes, he was cremated without ceremony or memorial in New York City.

Understandably, Walter wanted privacy during the course of his illness and he hoped for recovery. He wanted to be able to return to the stage and once again perform for his fans. It’s important to me, as it was to Walter, that you all know he never intended to keep anyone in the dark about his condition. He just ran out of time much sooner than any of us thought possible.

The tsunami of tributes and remembrances that have followed Walter’s passing has been deeply moving. Even his “Number 1 Fan” — me — would not have predicted anything close to the depth and breadth of public expressions from those whose lives were enriched by Walter — by his talent, his kindness, and his skill at inspiring some wicked fun.

Thank you, everyone, for helping me and his loved ones know that Walter’s mark on the world — and on all of you — will not soon fade.

–bron: Stereogum

Vincent van Gogh en stemvervormers in mijn achtertuintje (#nimby17)

Een jaarlijks terugkerend fenomeen is het festival in onze achtertuin: NIMBY, Not In My Backyard. Achtertuin moet je ruim zien want het hofje van de Darwinstraat waar we wonen wordt hiervoor autovrij gemaakt en omgetoverd tot een soortemet Berlijnse biergarten-behaglichkeit waar de moffen nog een puntje aan kunnen zuigen. En dan overdrijf ik niet want vorig jaar hadden we een stel spontane Duitse vrijgezellen te gast. De dames waren in Den Haag en vroegen zich af “wo ist einer Party?” en kregen via Google de instructie om naar NIMBY “zu gehen”. Vervolgens hadden de dames de dag van hun leven. En dan moest er dus nog getrouwd worden…

Toen ik vanmorgen de Filmrol van mijn iPhone opende trof ik het volgende aan:

Vincent van Gogh gereïncarneerd in een barista
Vincent van Gogh gereïncarneerd als barista op #nimby17

Reageerbuiskoffie
Reageerbuiskoffie op #nimby17

Reinier van Delden was overgevloggen uit Meppel en sprak hele volzinnen. Zijn grootste fan bleek ook aanwezig te zijn en rechtop klaar zijn te wezen.
De grootste fan van Reinier van Delden #nimby17

Ook in mijn achtertuin: vette analoge synths!
Analoge synths van EUT op #nimby17

EUT, een lekker bandje met zangeres met stemvervormer:
EUT op #nimby17

Zie ook videootje 1 en videootje 2 die ik van het optreden van EUT maakte.

Ook erg leuk waren de 45ACIDBABIES. Net als de andere bands op NIMBY waren dat een stel vakbekwame poepjonge muziekmakers. Keistrak spel en een mooie geluidsopvatting. Opvallend is dat de hedendaagse bandjes heel vakbekwaam het eindgeluid zelf lopen te besturen vanaf het podium. Effecten worden smaakvol aan- en uitgezet gedurende de nummers om zo een levendig geluid te bewerkstelligen. Het verhoogt de feestvreugde. Het wordt er net ff wat meer gelikt van. Ook de zangeres van de 45ACIDBABIES voorzag zichzelf van wat gave vocale effecten, een lo-fi echootje en een snerpende vervorming om een coupletje ff van wat viezigheid te voorzien.

45acidbabies op #nimby17

Ik maakte ook een kort videootje van deze babies.

Sfeertje #nimby17

Dankzij de Silent Disco konden we zonder fronsende politiemannen de nacht vol dansen totdat alle koelkasten leeg waren.

Hoe die thuisgekomen is... #nimby17

En dat gebeurde dus allemaal in de allerallerallermooiste wijk van Den Haag: Stroom Der Verademing.

Roeping (fuck Ego!)

Mijn oude gitaarleraar, Ferry Robers, vroeg het me ooit: “wil je naar het conservatorium?” Geen twijfel over mogelijk, toch? Uh, nee joh daar ben ik niet goed genoeg voor.

Toch speelde ik in 1987 twee dagen op het North Sea Jazz Festival vlak voordat ik de overstap naar de HEAO maakte. Ik speelde daar met nota bene een bassist die al op het conservatorium zat! Dat jaar ging ik van de Stedelijke Muziekschool af omdat ik daar een grens bereikt had. De volgende stap had het conservatorium kunnen zijn maar ik koos dus voor de HEAO. Een soort veiligheid? Zo voelde dat wel inderdaad.

Mijn pa had me weleens verteld dat je voor het conservatorium “wel zo onwijs goed moest zijn.” En nee, zo onwijs goed vond ik mijzelf niet. Nog altijd niet, hoewel ik inmiddels toch echt ruim 35 jaar gitaar speel!

Dat komt door mijn Ego.

Een paar jaar geleden: ik doe een optreden in een keldertje en zie hoe een vriend met vochtige ogen een opgestoken duim naar mij gebaart. Het raakt mij ook, ware het niet dat het Ego droog nuchter de situatie relativeert: “die ene noot had je beter moeten spelen en de improvisatie in het 4e nummer klonk meer als een worsteling dan als muziek!” Kortom: “ga niet naast je schoenen lopen Raap, zo goed was het niet, ondanks die blije gezichten!”

Mijn eigen Ego is mijn grootste criticaster.

Een vriend van de MAVO ging niet naar de HAVO/MEAO zoals ik, maar koos voor de MTS. We bleven bevriend en zodoende ging ik op zijn stageadres regelmatig langs. En dat was nota bene Studio BMG in Voorburg! Die vriend werd er aangenomen als geluidstechnicus. En dankzij hem kon ik in de studio in de stille avonduurtjes muziek opnemen. Een snoeptuin waar ik niet uit weg te slaan was.

Een muzikant die ik kortstondig op Stedelijke Muziekschool had leren kenen nam na jaren afwezigheid weer contact met mij op. Hij had een paar jaar in het buitenland muziek gemaakt maar was teruggekeerd naar Den Haag. Er was iets met hem en de muziek die hij maakte wat bijzonder veel raakvlakken vertoonde met mijn muzikale ambities. Om een lang verhaal kort te maken: dit was een teken, ik moest met hem muziek gaan maken. Dat gevoel staat me nog glashelder voor de geest. Mijn toekomst lag in de muziek en niet in de HEAO. En dus maakte ik die ommezwaai aan het eind van het 2e jaar. Dit moet zo zijn, ik wist het zeker.

Dat gevoel kwam niet van mijn Ego. Nee, mijn Ego vertelde mij eerder dingen als “dat lukt je nooit!” of “denk je nou echt dat je daar goed genoeg voor bent?” Het Ego beschouwt het “domme” Zelf en biedt weerstand. Het Ego kent andere, veel betere musici. Het Ego weet wat goed is, wat kwaliteit is. En wat geld oplevert.

Het Ego haat gevoel. Het Ego haat het onbewuste. Het Ego lachte me erover uit. Die stomme Raap, hij laat zijn HEAO schieten voor de muziek! Wie denkt ‘ie wel dat ‘ie is?

Ooit, tussen 91-95 zat ik bij de band MAM. Ik heb me er volledig in vastgebeten. Ik was altijd op zoek naar de beste gitaarpartijen en het beste geluid. Zodoende kocht ik in die tijd veel nieuwe gitaren, versterkers en randapparatuur. En samen met liedjesschrijver Tom America zat ik vrijwel elk weekend in zijn huisstudio in Tilburg te werken aan arrangementen voor de nieuwe songs.

We speelden in de clubs, waaronder Paradiso en ik was dolblij. De band maakte niet de meest voor de hand liggende muziek. MAM werd als experimenteel en niet stoer beschouwd. Het Ego is daar blij mee: “zie je nou wel, stelletje sukkels!”

Weliswaar kwam ik pas bij de band toen het optreden in pyjama was afgeschaft (bijzonder effectief, goedkoop en opvallend!), ik had zo’n pyjama met alle liefde aangetrokken. Wie op een podium staat moet namelijk een beetje gek willen doen. Je staat toch niet voor niets op dat podium?

Zelfs uit onze directe omgeving kregen we kritiek. Mensen die niet al te veel vertrouwen hadden in de band. Maar ik ging er nooit in mee. Ik had vol-le-dig het vertrouwen in deze band en gaf alles om een mooie laatste CD te maken en mooie optredens te doen. Als ik er nu op terugkijk is die laatste CD geen meesterwerk geworden. En dat wist ik toen ook al. Het zat er gewoon niet in. Ook al hebben we er keihard voor gewerkt.

Spijt? Geen! Een groot artistiek succes werd die band niet. Financieel ben ik er ook niet echt wijzer van geworden. Maar voor mij als persoon was het super belangrijk. Omdat er niets mooiers is dan om alles te geven. Er alles proberen uit te halen. Compleet bevlogen vol blind vertrouwen.

Mijn Ego is het daar nog altijd niet mee eens. Zo jammer om alles te geven en dat daar dan geen groot succes uit voortvloeit. Dat is eerder zielig te noemen!

Het Zelf geeft daar geen donder om. Het Zelf weet wat ‘ie moet doen en doet dat. Welk resultaat het ook mag hebben. Het Zelf weet: dit MOET. Ook al verdien je er geen zak mee. Ook al zegt de hele wereld: wat een amateur. Het Zelf wil iets dolgraag. Iets dat moet. Het Zelf roept.

Dus daarom: fuck Ego. Pis erop. Begraaf het onder een steen. En luister alleen naar het Zelf. Het gevoel dat zichzelf niet hoeft te beschouwen. Omdat het 100% zeker is.

Wendel, de drummachine van Roger “De onsterfelijke” Nichols

publiek domein foto

Roger Nichols, de legendarisch engineer van Steely Dan is ook de uitvinder van Wendel, een digitale drumcomputer. Het eerste model bouwde hij al in 1978. Wie De Geschiedenis Der Drumcomputer een beetje kent weet dat hij daarmee zijn tijd ver vooruit was. Die andere bekende digitale drumcomputer, de Linn LM-1 (vaak foutief de LinnDrum genoemd) kwam namelijk pas in 1982 ter wereld.

De man won trouwens met Steely Dan drie (!) Grammy Awards in de categorie Best Engineered Recording — Non-Classical vanwege zijn “meticulous studio work”. Een daarvan ontving hij voor het Gaucho album waarop zijn uitvinding Wendel volop te horen is. En voor het eerst in de muziekgeschiedenis won een drummachine daarmee een platina album. Ik heb sterk het vermoeden dat dat nadien nooit meer is gebeurd!

foto uit privécollectie Roger Nichols

En er zit nòg een aardig verhaal aan vast. Roger vertelt:

Vandaag stuitte ik op een andere video, een korte docu over die legendarisch dildodrummer Wendel:

In de beginjaren 2000 had ik trouwens weleens contact met Roger. Roger gebruikte net als ik toentertijd het softwarepakket Nuendo van onze Duitse buurtjes (Steinberg). Zodoende kwam het soms van een online chat. Mag geen naam hebben hoor maar ik weet nog wel dat toen Steely Dan in Ahoy zou gaan optreden Roger me vroeg om tijdens het concert ff naar hem te zwaaien, hij moest namelijk de zaalmix doen. En godskolere wat klonk dat goed!

Roger overleed helaas heel tragisch in 2011 aan de gevolgen van alvleesklierkanker. Gelukkig is hij een beetje in mijn DNA gaan zitten. De zoektocht naar een uitstekend geluid gaat nooit voorbij. En het heeft Roger in ieder geval onsterfelijk gemaakt. De platen die hij met Steely Dan maakte zijn nog altijd referentie albums om geluidsapparatuur mee te testen.

Op zoek naar het stof in samples dankzij The Dust Brothers

Het duo John King en Mike Simpson – oftewel The Dust Brothers – hebben een nieuwe manier van arrangeren en een nieuwe klankopvatting uitgevonden. Zij waren de eersten die hele composities middels samples opbouwden. Paul’s Boutique van de Beastie Boys is hun doorbraakproductie die enorm veel navolging heeft gekregen.

Met dat album hebben de Beastie Boys de hiphopwereld totaal veranderd. Daar waar hiphop leunde op een drummachine, scratching en hier en daar een sampletje, gingen de Beasties met The Dust Brothers veel verder. Op Paul’s Boutique vormen de honderden samples een muzikaal geheel, een muzikaal mozaïek. Een techniek die The Dust Brothers ook op Beck’s Odelay hebben toegepast, een kleine 10 jaar later. En waarmee men haar invloeden in het popidioom liet gelden.

Inmiddels waren er al vele rechtzaken geweest over het toepassen van de samples (lees: advocaten roken geld) waardoor The Dust Brothers hun eigen samples besloten te gaan maken. In plaats van muzikanten hele partijen te laten inspelen, lieten zij de muzikanten een maat muziek spelen op herhaling totdat ze iets vonden dat te gek klonk. Een zoektocht naar de imperfectie, het stof in de samples.

Because for some of the more traditional musicians we worked with, the idea of sampling was sort of foreign, and they wanted to play things right. But we don’t necessarily want you to play things right, we want you to play things cool. You play over a groove until you have a good bar, and then we take that bar and loop it. I always say that our best music comes from mistakes that happen. You’re trying to do one thing, and then someone makes a mistake and that mistake ends up being the hook of the song, the coolest part of the song.

interview Sound On Sound

De samenwerking met Beck heeft vele geweldige albums opgeleverd. Ze laten een nieuw geluid horen dat de popmuziek in mijn oren enorm verrijkt heeft. Ruis, fuzz, piepjes en klikjes vergroten hier de muzikale feestvreugde. Een zoektocht naar imperfectie.

Het is een techniek die veel navolging heeft gekregen. Ook in Nederland. Want neem nu Spinvis. Op zijn debutalbum uit 2002 kun je heel goed horen hoe Erik de Jong grossiert in samples met rafelrandjes.

Geluidsdetective: Voor Ik Vergeet van Spinvis en het Reason-loopje

Erik samplet ook zichzelf. Duidelijk te horen is hoe hij allerlei loopjes met kleine schoonheidsfoutjes als één groot muzikaal mozaïek samen laat vallen. Het gruizige karakter van de samples zorgt ervoor dat zijn muziek niet glad wordt.

Precies die gladheid is een gevaar dat op de loer licht als je een computer gebruikt. Zelfs stemmen worden tegenwoordig aalglad gemaakt middels de Auto-Tune. The Dust Brothers kozen precies de tegenovergestelde route. Eentje die mijns inziens dus veel interessanter is. Perfectie is immers saai.