De muziekjournalist die het mis had

foto: Joe Mabel / CC BY-SA

Richard Goldstein wordt de 1e real rockcritic genoemd. In 1967 werkte ‘ie voor The New York Times en deed een review van Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band van The Beatles. Hij vond het album verschrikkelijk, noemde het ‘Busy, hip and cluttered’. Volgens Goldstein waren de composities slordig. Hij bestempelde het album als frauduleus.

Goldstein was altijd een groot liefhebber geweest van The Beatles. Dus waarom hield hij nu niet van dit album? De aap kwam pas later uit de mouw: een van de speakers van zijn hifi-installatie bleek kapot te zijn. Hierdoor miste ‘ie heel veel van de partijen van Sergeant Pepper. Hij had zelf niet in de gaten dat die installatie kapot was. Maar dat was toch niet het enige, Goldstein zag, of hoorde, The Beatles liever niet deze arty richting opgaan die ze met Sergeant Pepper inluidden.

Paul McCartney is die slechte review nooit vergeten. Ondanks die slechte review gingen The Beatles natuurlijk door. Maar toen Paul’s eigen carrière in de 80-er jaren wat in het slop kwam besefte ‘ie dat The Beatles zich ook niet hadden laten afleiden door de kritiek.

“Well, wait a minute, the music critic of the New York Times hated ‘Sgt. Pepper.’ And we had to sit through that.”

Vele jaren later komt Goldstein op zijn oordeel terug, en zegt:

“The broken stereo had nothing to do with it.”

Goldstein vond toendertijd dat The Beatles mannelijke rock ‘n’ roll moesten maken. Het kwam voort uit de worsteling met zijn eigen homoseksualiteit. Hij wist dat hij op mannen viel maar wilde dat niet toegeven. Pas toen hij daar in de 70-er jaren aan toegaf begon Sergeant Pepper toch indruk op hem te maken en stelde hij zijn mening bij.

“I fucked up.”

De popmuziek heeft ‘ie al een eeuwigheid geleden achter zich gelaten. En om alle fouten die hij gemaakt heeft, kan hij alleen maar lachen:

“I was the first critic to review the Doors’ first album. And I gave it a rave review. I said great album. One bad cut on this album — ‘Light My Fire.’ What can I say? If you’re not embarrassed by your youth, what good are you?”

Fouten, iedereen maakt ze. Dat is maar goed ook. En met een beetje zelfspot kom je een heel eind, zo zie je maar weer.

Het volledige verhaal over Goldstein werd opgetekend door The Washington Post.

Is muziek een wegwerpproduct?

In aflevering 23 van de tweewekelijkse podcasts De Machine van de heren Atze de Vrieze en Niels Aalberts van de VPRO worden de muziekbladen doorgenomen. De heren houden een betoog over de muziekbladen op papier. Hebben die anno nu nog wel waarde? Het begint zo rond 13:45.

Wij hebben op de cover staan: Papa Roach, Within Temptation, Aretha Franklin en John Hiatt. Dat zijn mannen met een gemiddelde leeftijd van uhm, nou één vrouw, echt oude muziek.

Atze de Vrieze

Speelt leeftijd een rol bij het maken van goeie muziek?

Nee, vind ik niet.

Sowieso vind ik het vaak raar van de popjournalistiek: de vergankelijkheid ervan. Dat wat de ene dag als hip en vernieuwend wordt bestempeld wordt een jaar later totaal afgeschreven. Alsof het om een wegwerpproduct gaat. Echt goeie muziek is helemaal niet vergankelijk maar even actueel als ooit tevoren. Net als goeie literatuur en beeldende kunst dat is.

Atze zegt ook:

Nog even los van die covers, ik vind het echt stuitend dat de bladen echt niet gaan over relevante popcultuur. Je kunt van alles zeggen over John Hiatt, de man heeft een fantastisch oeuvre, een prachtige man en een interessante artiest. Maar het is natuurlijk een veteraan en zo staan die bladen vol met veteranen.

(…)

Ik heb zitten kijken, staan er goeie interessante verhalen over rap-artiesten? Ik bedoel hiphop in Nederland is het allerbelangrijkste. Staat niet in deze bladen.

Danscultuur, er zijn elk weekend festivals waar tienduizenden mensen heengaan. Er is niets van terug te zien in geen enkel van deze bladen.

Atze de Vrieze

Je zou ook kunnen stellen dat bladen zoals Heaven de minder vergankelijke muziek op een voetstuk zet. Maar wat ik ook zelf van een John Hiatt of een Bruce Springsteen mag vinden, die muziek is voor heel veel mensen nog altijd relevant. Ze trekken volle zalen, verdienen er goed geld mee en beïnvloeden nieuwe jongere musici.

Ja, hiphop is een heel populair genre (overigens ook een stokoud genre te noemen!) maar dat neemt niet weg dat je andersoortige artiesten ook de aandacht moet geven. Heaven heeft een totaal andere doelgroep, maar ga niet zeggen dat die doelgroep er minder toe doet.

Popmuziek was misschien ooit iets voor de jeugd maar dat is het allang niet meer. Het is überhaupt zot om een kunstvorm te koppelen aan leeftijd.

Daarnaast is het onzin om te denken dat jongeren niet van oudere muziek of oudere muzikanten houden. Zet iets van Steely Dan op en je moet concluderen dat het zowel muzikaal als tekstueel briljant is en blijft. Ook al is het je smaak niet. Of hoe relevant blijft Randy Newman? 100%! Daar kleeft geen greintje tijdgeest en vergankelijkheid aan. Dat is voor de eeuwigheid, zo goed is het.

Het enige dat relevant is, is de vraag: is het goeie muziek?

Leeftijd speelt daarbij geen enkele rol. Tenzij je te maken hebt met een wegwerpproduct en ditto wegwerpmuzikant.

De goeie muziekjournalistiek die altijd ontbrak

Wat internet ons met name heeft gebracht is dat het niches mogelijk maakt, waarmee er ook aandacht voor Het Kleine kwam. Een revolutie! Zaken die de bestaande media nooit en te nimmer zullen behandelen. TV, radio, kranten en magazines zijn mainstream media en geheel afhankelijk van de smaak van de massa. Daarom draait het daar altijd om kijk-, luister en leescijfers. Online voor een deel ook natuurlijk (lees: commerciële websites), maar niet altijd want de massa doet het puur voor het feit Dat Iets Moet Gebeuren. Mensen die het puur uit liefde maken en zich niet laten afleiden door het aantal oogballen.

Neem bijvoorbeeld de bloggers. Ze lijken een beetje te worden weggedrukt door Twitter en Facebook maar ze zijn er gelukkig nog altijd. En iedereen met een blog moedig ik dan ook aan. Het is beter een blog bij te houden dan iets op Twitter of Facebook te zetten, vind ik. Een blog is echt compleet van jou.

Zodoende is er online goeie muziekjournalistiek te vinden die zich niet beperkt tot het abstract beschrijven van muziek maar echt muzikaal inhoudelijke diepgang kent. En veel van die nieuwerwetse muziekjournalisten zijn zelf muzikanten die gewoon dieper inhoudelijk willen graven. Die snakken net zo goed naar diepgang als ik dat doe en zijn het dus zelf gaan doen. Zij drukken zich niet uit in vage poëtische termen maar gaan echt muziektechnisch in op de zaken.

Neem bijvoorbeeld de geweldige podcast Dissect, zoiets zul je echt never ever ooit op de radio horen:

En ook op YouTube stikt het van de muziekwizards die met feiten komen die je simpelweg nergens anders tegenkomt. Sommigen verdienen er zelf een boterham aan, via bv advertenties, merchandising verkoop die YouTube tegenwoordig mogelijk maakt en Patreon waar fans rechtstreeks YouTubers financieel ondersteunen.

Zo smul ik van Rick Beato, of neem een Adam Neely die echt heerlijk inzoomt op muzikale idiomen, zoals in deze prachtaflevering:

Of neem het blog Idiotlust dat het album The Idiot van Iggy Pop tot op het bot uitdiept. Zo zijn er trouwens vele blogs. Niet alleen wordt de muziek uitgeplozen op basis van melodie, harmonie en ritmiek, ook worden het gebruikte instrumentarium tot op het bot uitgezocht.

Het is alsof je een virtuele muziekwereld binnentreedt die onnoemelijk groot is maar toch onbekend is bij dat andere grote publiek. So be it.

P.S. Ook aardig om te noemen in dit kader deze aflevering van de podcast De Machine welke ingaat op de muziekbladen anno 2019 (showstopper: die stellen volgens de heren Atze de Vrieze en Niels Aalberts geen ruk voor):

Belpop versus de Nederlandse toppers

foto onder CC-BY: Marco Raaphorst

Steeds als we hier uidtenken dat de Belgische popscene een beetje dreigt in te zakken en de Nederlandse pop daar wellicht wat ruimte krijgt, komen de grote Belgische acts weer in optocht de grens over.

Zo klopte de Volkskrant onlangs. En gelijk voelden sommige Hollanders zich aangesproken.

Ik voelde me helemaal niet aangesproken want ik vind onze Zuiderburen over het algemeen interessanter. Rauwer en kunstzinniger. En zeker ook op muzikaal vlak.

Hollanders hebben een grote bek. Wij zijn verkopers, handelaars. Het draait bij ons maar om 1 ding: de economie. We zijn grote gladjakkers. Dat zie je al als je met de trein of per auto naar België reist. In Nederland is alles voorbeeldig geregeld, perfect wegdek, voorgevels van de gebouwen staan goed in de verf. In België laat men de verf afbladderen. In België laat men de hekken roesten. In België lijken andere zaken dan de buitenkant prioriteit te hebben.

Als ik ergens in België een spreekbeurt kom geven voel ik mij al snel de bijdehante Hollander. Zo ook toen ik in opdracht van Toerisme Vlaanderen in Brussel 2 jaar geleden vlak na de aanslagen aldaar een lezing moest geven. Mij werd geadviseerd rekening te houden met de houding van de wantrouwende Belg.

En terecht. Want wij Hollanders, wij zijn verkopers. Wij zijn zendelingen. Wij denken het altijd beter te weten.

Op het ritme van de taal

Om het Volkskrant-artikel kracht bij te zetten maakte men een afspeellijst. Deze fantastische lijst:

Daar had evenzogoed iets van Arno Hintjens tussen kunnen staan. Of Luc De Vos van Gorki. Of Stijn Meuris van Noordkaap. In België is het aanbod kwaliteitsmuziek vanzelfsprekend. Zo vanzelfsprekend als dat de garnalenkroketten op het menu staan.

Natuurlijk, Nederland heeft ook geweldige bands. En met name de bands die ook warm onthaald worden in België. Toch kijkt Nederland veel af van Belgische bands. Bijvoorbeeld toen in 1980 Arno Hintjes met zijn TC Matic zijn mosselpot in drie talen, het Engels, Frans en Hollands op tafel zette. Maar we kunnen nog veel verder teruggaan. Jacques Brel trok immers eigenhandig het moderne Chanson naar een hoger niveau. Natuurlijk, de Belgen hebben mazzel met hun tweetaligheid. Het maakt dat het Franstalige lied voor de volle 100% van hen is. En Europeser dan dat gaat het niet worden. Of wacht, Duits zei u?

Bierdrinken en hossen

Onze muziektraditie staat haaks op de poëtische Franstalige muziek. De bekendste Nederlandse liedvorm is het Levenslied. Voorzien van sentimentele, eenvoudige teksten. Voor en door het volk. Zoals de Duitse Schlager maar dan in het Nederlands.

Muzikaal leunen deze genres op de walstraditie, bestaande uit een driekwartsmaat die je vandaag de dag nog maar weinig hoort. De wals wordt in de Chansons ook gebruikt maar veel subtieler dan in het Levenslied. Het ritme van de oude Nederlandse volksmuziek wordt vaak aangeduid als HoemPaPa een term die de lompheid van het ritme al aangeeft: Hoem (sterke 1e tel), Pa (2e tel) en Pa (3e tel).

Nederlandse volksmuziek is veelal amusementsmuziek. Ter vermaak. Om op te hossen en bier bij te drinken. Net zoals de Duitsers dat doen. Feestelijk en carnavalesk. Soms maakt men gebruik van dweilorkesten. En de verhalende teksten begrijpt iedereen direct.

Toch doe ik het Levenslied tekort door het weg te zetten als slechts amusement. Het geldt zeker niet voor alle Levensliederen. Vaak behandelen de teksten pijnlijke episodes uit het leven. De directe teksten laten weliswaar niets aan fantasie over, de rauwheid ervan is ongekend fel. In het Levenslied probeert men vaak juist niet te behagen maar wordt de rauwe pijn bezongen. Als een soort Nederlandse blues.

Het Chanson kenmerkt een totaal andere stijl. Chanson betekent in het Frans letterlijk “lied”. En kenmerkend daaraan zijn juist de poëtische teksten. Nederlandse artiesten zoals Ramses Shaffy of een Boudewijn de Groot leunen op het Chanson en niet op het Levenslied. En dat zit ‘m in de teksten. En ook een artiest als Spinvis leunt op die andere omgang met, en kijk op, taal. Teksten die een geheim in zich dragen, vol beeldend taalgebruik en waarin letterlijke betekenis soms zelfs afwezig lijkt. Of wat te denken van Stromae? De poëtische geest van Brel heeft zich genesteld in de genen.

Toppers

In Nederland wil men de handjes snel op elkaar zien te krijgen. En alleen wat succes heeft krijgt in Nederland aandacht. De Toppers trekken volle zalen en krijgen alle aandacht van de pers maar een band die weinig publiek trekt krijgt dat niet.

Sla de artikelen er maar op na die op Nederlandse muzieksites en in magazines te lezen zijn. Ze gaan vrijwel alleen nog maar over succesvolle artiesten. Taylor Swift hoeft maar te roepen “ik release mijn album niet op Spotify” of mevrouw krijgt van de Nederlandse pers volledig de aandacht.

Het gaat alleen nog maar over het aantal fans, geld, marketing. Het is godsgeklaagd want ik wil juist dat het over de artistieke prestaties gaat. Welke journalist kan dat nog duiden anno 2017? Waarom meneer of mevrouw de journalist van mening is dat een bepaalde band beter is, dat juist wil ik weten! Populariteit kan nooit als argument voor kwaliteit gebruikt worden. Populariteit slaat immers op kwantiteit. En is hooguit het gevolg van kwaliteit, maar duid deze dan!

Kwaliteit uitleggen is natuurlijk veel lastiger dan het simpelweg roeptoeteren van wat cijfertjes. Daarom zijn er ook zo weinig echt goeie journalisten omdat het met name gaat over de dingen die juist niet cijfermatig te onderbouwen zijn.

En ook de Nederlandse muzikant is vaak gemakzuchtig. Hij jat de muziek en de stijlidiomen inclusief slecht Engels maar wat graag uit het buitenland zonder zich te verdiepen in de vaderlandse muziekgeschiedenis. Je kunt afgeven op de weinig fantasievolle straattaal van de Levensliederen, authentiek Nederlands is hij zeker wel!

Ik vermoed dat wij in Nederland niet eens meer weten wat een artistieke prestatie is. Kwaliteit en kwantiteit halen we door elkaar. En zelfs schrijvers hebben we jarenlang ingedeeld in De Grote Drie. Alsof er maar 3 echt goeie schrijvers zijn. Wat alles zegt over ons taalgevoel. Je hebt de Bijbel en 3 Grote Schrijvers. De rest doet niet mee.

Kunst een linkse hobby noemen, dat kan alleen in Nederland.

Radio?

En natuurlijk speelt de Nederlandse radio ook een rol in de België versus Nederland discussie. Een uitzondering daargelaten, maar de Nederlandse radio is het toonbeeld van wansmaak. Radio 1 van België kent zijn weerga in Nederland niet. En dat is altijd zo geweest.

Liever verbroederen dan narcistisch te zijn

De Nederlandse HipHop doet het goed maar vlak de Belgische HipHop ook zeker niet uit. Daar waar de Nederlandse HipHop zich laat bedwelmen middels Drank & Drugs zorgt de Brusselse HipHop voor daadwerkelijke verbroedering. Juist vanwege de terroristische aanslagen, juist vanwege de tegenstellingen die er in Brussel zijn, slaat de Brusselse HipHop een brug tussen culturen. Tot in Parijs, het epicentrum van de Europese HipHop. Als dat het effect van taal en van popmuziek is, fantastisch toch?

Maar denken dat je de beste bent, het is een gevaarlijk narcistisch trekje en het verbroedert niet. Zo worden we nooit 1 Europa en blijft het slechts amusementsmuziek.