De demo

Vroeger bestond er zoiets als De Demo. Dat was een versie van een song die je op een 4-sporen cassetterecorder opnam. Om het vervolgens in de studio allemaal nog eens dunnetjes over te doen.

Soms pakte dat goed uit, maar vaak ook niet. De demo klonk dan misschien niet zo gelikt als een studio-opname maar de demo had wel een unieke energie die niet te reproduceren bleek.

Het overkwam Bruce Springsteen met zijn Nebraska album. De demo opgenomen met een 4-sporen cassetterecorder was in de studio niet te overtreffen. Guided By Voices heeft menig album op die manier gemaakt, overigens zonder te overwegen in een studio de boel gelikt op te nemen, men wist van te voren dat de 4-sporen opname afdoende zou zijn. Roman Candle van Elliott Smith kwam ook op die manier tot stand.

The Beatles hadden natuurlijk ook niets meer nodig dan een 4-sporen recorder. Bovendien leunt popmuziek en rock ‘n’ roll sterk op iets dat de Japanners Wabi-sabi noemen: de schoonheid van imperfectie. Een esthetische keuze die wat mij betreft dus naadloos aansluit op popmuziek, blues, rock ‘n’ roll, rock, hiphop en zo verder. Vervorming is een belangrijk ingredient van muziek die niet gladjes moet klinken.

R. Stevie Moore ging nog een stap primitiever door te pingpongen met 2 cassettedecks. Hij is de man aan wie het stempel DIY kleeft.

 I’m sick of people even talking about demos — all of my work is demos. So what’s wrong with demos? They’re recordings. It doesn’t mean they need to be perfected with sheen, polish and reverb. I’ve gone through the whole thing of trying to remake some of my home recordings, and there was something lacking. They soundedamazing, but they were forced and they weren’t inspired. It always takes away. There are some things that are improved, but there are more things that are lacking. I am the king of demos and think people prefer them. If you are a music fan, you don’t worry about it.

R. Stevie Moore in Tape Op Magazine

Wie maakt er vandaag de dag nog demo’s? Ik vermoed een flink aantal. Er zijn genoeg muzikanten die thuis wat met Garageband rommelen om het vervolgens toch allemaal in een studio compleet anders te gaan doen. Toch is het raar want juist dankzij de computertechniek is het kinderspel om juist die demo te verfijnen. Je hoeft nooit overnieuw te beginnen, je gaat gewoon verder met wat je al hebt.

Je klinkt nergens zo ontspannen als thuis. Iets dat John Lennon al in de jaren 60 was opgevallen. Hij vond zijn demo-opnames thuis veel lekkerder klinken dat de studio-opnames. Wat erin resulteerde dat hij besloot om in de controlekamer te gaan zingen ipv in die grote holle studioruimte.

Een van mijn favoriete bands is de Latin Playboys. Een band die 2 albums opnam op basis van cassetteopnames die in de studio voorzien werden van overdubs. Met name door de aanvullende ambient geluiden en het doorbreken van aloude songstructuren klinken de albums zeer vernieuwend en maken ze juist een tegengestelde beweging dan veel andere albums uit dezelfde periode (jaren 90), in plaats van de boel glad te strijken doen Latin Playboys met hun 2 album precies het tegenovergestelde: grossieren in een organisch Wabi-sabi geluid. Of noem het een eerbetoon aan De Demo.

Het is ook wat ik met mijn Thuisreis doen. Ik neem ‘m in mijn uppie hier thuis op, dus 100% DIY en volgens de Wabi-sabi esthetiek.

Perfect, perfecter, perfectst (in muziek)

Alle opgenomen muziek is voor een deel gladgestreken, perfecter gemaakt. Wanneer we muziek opnemen beginnen we ermee elk instrument een eigen kanaal te geven zodat we het geluid beter kunnen uitbalanceren, kunnen mixen zodat de drums of de gitaren de zang niet zullen overstemmen. Of we knallen wat galm over de stem zodat ‘ie wat minder in-your-face, droog/rauw klinkt. En wat compressie op de drums is “noodzakelijk” om de enorme dynamiek in te dammen. En ja, we doen ook compressie op de bas, op de zang, op eigenlijk alle instrumenten.

Lees verder

The Beatles nu stromend af te spelen: Beep Beep YEAH!

Sinds vandaag is de muziek van The Beatles via alle streamingdiensten te beluisteren.

“Waarom hebben ze zo lang gewacht met het streamen van hun muziek?”, vroeg de NOS aan popjournalist Atze de Vrieze.

“Dat komt denk ik doordat ze inkomsten van streaming niet echt nodig hadden”

De grote graaier Michael Jackson

Nu vraag ik me toch af wie Atze met “ze” bedoelt. John Lennon en George Harrison zijn dood en Ringo Starr en Paul McCartney hebben nog altijd te dealen met de overdracht van de uitgeefrechten op naam van de grote graaier Michael Jackson zo’n 30 jaar geleden. De man kaapte in die ene historische deal 50% van de inkomsten voor hun neuzen weg. Wat tot gevolg heeft dat wanneer Paul een van zijn eigen liedjes uitvoert hij geld moet afdragen aan Michael. Michael heeft bij leven 50% van die 50% (volgt u het nog? een kwart dus) weer moeten afgestaan omdat hij er een te dure leefstijl op nahield en het geld dus hard nodig had. En opnieuw dacht hij niet aan Ringo, Paul en de erfgenamen, maar verkocht hij de boel koelbloedig aan Sony Music.

Ik kom het overal in de berichtgeving tegen die verwarring. Er wordt over The Beatles gesproken alsof ze alle 4 nog in leven zijn en de touwtjes in handen hebben.

Popvernieuwers

Maar goeds, even wat positievers. The Beatles waren echte vernieuwers. Omdat ze rijkere harmonieën aan het popidioom toevoegden, waarmee ze uit de 3-akkoorden structuur van de rock & roll (voorgekomen uit de blues, Little Richard, Elvis etc.) braken. Al in 1966 stopten ze met live optredens en werden een studioband. In die studio vonden ze vernieuwende geluiden die dankzij het gelaagd opnemen via de 4-sporen recorder tot stand konden komen. Zo was John Lennon een van de allereersten die experimenteerde door zijn zang niet in de opnameruimte maar in de controleruimte naast het mengpaneel op te nemen, gewoon omdat het daar in die ruimte lekker klonk. En ook Paul sloot zijn bas rechtstreeks op het mengpaneel aan. De aanwezige technici keken elkaar vragend aan: “vervorming op de bas, mag dat wel van de baas?”

Ja natuurlijk, alles kan. Excuse me, while I kiss the sky!

The sound of the studio

The Beatles werkten maandenlang aan dezelfde liedjes. Perfectionisten als ze waren. En vaak namen ze verschillende versies op van hun nummers. Soms lijmden ze twee verschillende versies aan elkaar. Met een scheermesje werd dan de opnametape doormidden gesneden en met een stukje tape werden de 2 verschillende delen aan elkaar gelijmd. Ze gebruikte soms opnames van anderen en verwerkte dat in hun eigen muziek. Tomorrow Never Knows van hun album uit ’66 kun je beschouwen als muziek gebaseerd op, wat we vandaag de dag, samples van derden zouden noemen.

Ze zijn de uitvinders van het concept De Studio Als Een Grote Speeltuin. Een speeltuin die je pas verlaat als de plaat helemaal klaar is. The Beatles waren niet vies van het inzetten van extra instrumenten. En dankzij hun producer en arrangeur George Martin (geschoold musicus die in staat was voor orkesten te arrangeren) wisten The Beatles hun songs te voorzien van verrassende arrangementen waardoor hun songs naar een hoger niveau getild werden. Hun slimme harmonieën met ijzersterke melodielijnen in verrassende arrangementen vormt nog altijd als voorbeeld voor hedendaagse popbands.

Nieuwe instrumenten

The Beatles pionierden met de Mellotron, een soort analoge sampler die op basis van tapes werkte waardoor je via een toetsenbord het geluid van violen of fluiten (gebruikt op Strawberry Fields Forever) kon produceren. George Harrison gebruikte op Abbey Road voor het eerst een Moog synthesizer. Een synth waarmee hij overigens ook in ’69 het zeer experimentele soloalbum Electronic Sound maakte.

Maar goeds er zijn genoeg verhalen over The Beatles te vertellen. Voor nu laat ik het hier even bij want het punt dat ik vooral wil maken is dat het te gek is dat we The Beatles nu stromend kunnen beluisteren. Ook al verdienen ze er zelf helemaal niets aan.

P.S. Toch nog een kleine toevoeging: ik ben geboren op 3 juli 1968 en heb The Beatles als baby op zeker meegekregen, alleen niet bewust. Wat ik wel bewust heb meegekregen is de CD-uitgave van Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band. Gekocht in Plato, Den Haag, op de dag van uitgave. Toen ik hem draaide kwam die hele summer of love in me los.

Stukje bij beetje muziekmaken

Atari_1040ST

Samen met wat vrienden kocht ik ooit – ik moet een jaar of 16, 17 geweest zijn – een 4-sporen recorder om muziek mee op te nemen. Alles wat je ermee opnam klonk als een demo maar je kon er prima liedjes mee opnemen. En door het beperkt aantal sporen bleven de arrangementen overzichtelijk en eenvoudig. Vrijwel alle albums van The Beatles zijn ook op 4-sporen recorders opgenomen. Het geweldige Revolver bijvoorbeeld.

Toch zijn 4-sporen best weinig. Want zet je de drums in stereo dan hou je er nog maar 2 over voor bas, gitaar en zang. En wat als je aanvullende percussie en keyboards wilt opnemen? Diverse tracks zullen dus samen opgenomen moeten worden, of je moet van het ene spoor naar het andere gaan bouncen. Dat laatste deden wij ook, maar daarmee ging de geluidskwaliteit wel achteruit want dat vergat ik nog te zeggen: die 4-sporen recorder nam op een cassettebandje op.

Wat jaren later ben ik met mijn inmiddels overleden vriend Quintus Kessler met een 8-sporen recorder gaan werken die we aan een Atari 1040ST computer koppelden. We gebruikten er ook een groot rack vol synthesizers bij. Toch was er nog steeds een groot verschil tussen het geluid dat uit onze homestudio kwam en het geluid dat we op CD’s hoorden. Helemaal tevreden waren we dus niet. In die tijd waren DDD CD’s, CD’s die van voren naar achteren digitaal opgenomen waren, het summum.

Doordat mijn vriend Conno van Wijk technicus werd in Studio BMG in Voorburg, een studio van Aad Link (manager Nits) en Robert Jan Stips (toetsenist Nits en producer van vele bandjes waaronder Gruppo Sportivo), kon ik daar ook gaan opnemen. We moeten een jaar of 19, 20 zijn geweest toen dat feest begon. De studio was een paradijs waar we uren achtereen zaten te werken aan van alles en nog wat. In Studio BMG stond een 16-sporen recorder en grote analoge mengtafel en veel synths van Robert Jan en Peter Calicher (toetsenist Gruppo Sportivo). Ik mocht dat allemaal gebruiken. Het was een speeltuin.

In die tijd was het heel normaal om de muziek stukje bij beetje op te nemen. Vaak werd eerst de begeleiding van bas en drums (vaak drumcomputer) opgenomen. En speelde de bassist een foutje dan werd er vanaf een bepaald moment “ingeprikt”. Alle fouten werden hersteld en vaak werden bijvoorbeeld gitaarpartijen heel strak gemaakt. We, Conno en ik, waren liefhebbers van het album Cupid & Psyche 85 van Scritti Politti en meer van dat soort mega strakke muziek. Slave to the Rhythm en andersoortige Trevor Horn producties. Quincy Jones’ Back in the Block album en ga zo maar door. Maar je kunt je afvragen: waarom wil je dat zelf ook?

Het was de tijdgeest denk ik. Heel veel tijd ging zitten in het editen op de Atari computer. Toch moet ik zeggen dat de groove vaak vergeten werd. We speelden eerder strak op de tel dan er omheen. HipHop daarentegen lette veel meer op die feel en grooves dan popmuziek. Luister maar naar menige popproductie uit de 80 en 90-er jaren en let op de strakheid. Veel van die muziek klinkt nu super saai in mijn oren.

Alles werd opgenomen met een clicktrack, een metronome. Die voerde de maatverdeling, niet de drummer, en maatversnellingen waren uit den boze. Ringo Starr gebruikte op de albums van de Beatles nooit een metronone. Maar mede daarom klinken ze zo geweldig “losjes”. En als je het mij vraagt klinkt de muziek uit de jaren 60 en 70 lekkerder dan de jaren erna. Uitzonderingen daargelaten, uitzonderingen die wat mij betreft te maken hebben met de groove, met de swing rondom het tempo. Met name HipHop ben ik zeer dankbaar voor het terugvinden van feel in gecomputeriseerde muziek.

Nadat mijn band MAM na de allerlaatste CD Look: Nederlands! uit elkaar was gevallen (in’94 al terwijl de CD pas in ’95 uitkwam) besloot ik me 100% op live spelen te richten. Ik was de computer compleet beu geworden en speelde een paar keer week live. In die tijd leidde ik met wat muzikanten diverse jamsessies, soms 2 per week, een in het Musicon en een in de Paap hier in Den Haag.

Inmiddels heb ik de computer weer hervonden. En natuurlijk zijn de mogelijkheden in de loop der jaren sterk verbeterd. Toch blijft het fenomeen “fouten verbeteren” aan me knagen. De computer leent zich er inmiddels zo goed voor om die foutjes te herstellen. Maar ik moet zeggen dat daarmee veel verloren gaat. De muziek wordt er statischer van. Het is niet voor niets dat HipHop vaak gebruik maakt van sleepende ritmes die achter de tel worden gespeeld. Ook zet HipHop vaak rauw klinkende samples in als kleur die het eendimensionale artificiële karakter van de computer verdoezelt en de boel levendiger maakt. Als een soort weeffout in de muziek.

Tegenwoordig is het in om alle fouten te verwijderen. Zelfs valse noten in de zang kunnen vrijwel onhoorbaar via de Autotune zuiver gemaakt worden. Veel muziek klinkt dan ook vandaag de dag gladder en strakker dan ooit. Geeft niet. Niemand heeft mij gevraagd ervan te gaan houden, maar ik ben inmiddels door schade en schande wijs geworden. Een beetje althans.

Schoonheidsfoutjes in Working Class Hero

Vandaag viel me iets in Working Class Hero van John Lennon op. Zo hoor je op 1 minuut en 25 seconden ineens dat de klank van de gitaar anders wordt. Wellicht maakte Lennon een foutje en werd een nieuwe opname vanaf dat punt ingeprikt. De klankverandering kan zijn veroorzaakt doordat de positie van de gitaar ten opzichte van de microfoon veranderde. Dat heb je al snel, akoestische instrumenten luisteren wat dat betreft heel nauw.

Vanaf 1 minuut en 45 seconden gaat de track weer over naar de vorige take alleen heeft de technicus niet helemaal goed geluisterd want er is op die manier een dubbel akkoord ingelast. De stem van Lennon compenseert het echter, waardoor het vrijwel niemand zal opvallen. Er zitten nog wat meer schoonheidsfoutjes in dat nummer, met name in de gitaarpartij waar niet alle akkoorden netjes aangeslagen worden. Gelukkig maar want van perfectie worden we niet gelukkig!

#podcast #101: stilte opname!

podcast-101Zoals beloofd, vandaag uitleg over hoe je jouw eigen stem eenvoudig kunt opnemen met behulp van de computer. Hiervoor gebruik ik het gratis open source programma Audacity. Dit programma draait op Windows, OSX en Linux (bv Ubuntu) computers.

Via Audacity kun je een mp3-bestand openen en bewerken. Dit is met name handig voor mensen die een smartphone of andersoortig los opname-apparaat gebruiken. Maar ook kun je met dit programma rechtstreeks het geluid van bijvoorbeeld je webcam-microfoon opnemen. Om te laten zien hoe je dat doet, heb ik een screencast gemaakt:

Audacity kan nog veel meer, maar daar kom ik vast een volgende keer nog wel aan toe. Voor nu, succes met je eerste opnames en laat vooral van je horen!

Hoe Gotye zijn Making Making Mirrors maakte

Gotye maakte een album. Making Making Mirrors. Dat proces verliep ongeveer zo:

Gotye ken je niet? Ik ook niet maar ik stuitte gewoon op deze video en het integreerde me direct. In zijn benadering voel ik verwantschap en ik hoorde harmonie voorbijkomen die me aansprak. 14 erg leuke liedjes met verrassende arrangementen, luister maar:

(via Ableton blog)