Moet popmuziek gesubsidieerd worden?

De terugkerende hamvraag, de titel van dit stuk, houdt de gemoederen nog altijd bezig. Zo deed de uitspraak “Subsidie is een schaars goed” van Tweede Kamerlid voor de VVD, Arno Rutte, op Radio 1 Atze de Vrieze genoodzaken er een stuk aan te wijden voor 3voor12.

Het is een complex vraagstuk want je hebt een artiest zoals Lil’ Kleine die letterlijk dure champagne staat weg te spuiten op het podium. En je hebt de dance waar miljoenen verdiend worden. Maar je hebt ook bands die in DWDD te zien zijn en in de clubs van Nederland optreden terwijl ze er niet van rond kunnen komen.

In het begin van de jaren 90 speelde ik gitaar in de Tilburgse band MAM. We speelden in de clubs, van Tuitjenhorn tot Paradiso. En af en toe waren we op de radio te horen en op tv te zien. We konden er niet van rondkomen, verre van dat, we hadden allemaal een baan ernaast. Onze geweldige toetsenist Dave Green (bekend van oa The Icicle Works) moest vanwege de armoede in Nederland terugkeren naar Manchester, Engeland. Ikzelf werkte in die tijd bij Oxfam Novib. Mijn snipperdagen gingen op aan optredens in de clubs, optredens voor televisie en opnames in studios. Ik bofte met een soepele werkgever.

Ondanks het uitblijven van groot succes, waren we volhardend. In het lied jaren jaren van onze laatste CD verwoordden we het zo:

jaren jaren – sjouwen douwen

jaren jaren – plank voor je kop

MAM was te vroeg in de tijd. Het publiek was er nog niet klaar voor. Teksten zonder grote betekenissen. Zonder letterlijk benoemde emoties. Geen Van Dik Hout Zaagt Men Planken maar met tederheid gebracht.

Totdat in 2002 na het uitkomen van het debuutalbum van Erik de Jong, oftewel Spinvis, hij de naam MAM regelmatig liet vallen:

Mam, weet jij nog wanneer ik voor het eerst een boterham met kaas gegeten heb?’ Dat klonk onhandig en tegelijkertijd zo goed. Zo wou ik het. Geen boodschap, geen afgerond verhaal maar een soort sfeer.

Het MAM nummer Maternité (in de volksmond ‘boterham met kaas’ genoemd) bleek Spinvis enorm geïnspireerd te hebben.

Toen ik een jaar terug met Spinvis zat om hem daarover te interviewen, vertelde ik hem over de overeenkomst die ik direct hoorde toen ik zijn debuutalbum voor het eerst draaide. “Dat kan geen toeval zijn”, vulde me Erik aan.

Het geld is natuurlijk vaak het directe gevolg van populariteit. Maar het hangt evenzogoed samen met de timing. Van Gogh verkocht bij leven slechts 1 schilderij maar inmiddels behoort zijn werk tot de absolute wereldtop. Van Gogh was simpelweg te vroeg voor zijn tijd, te modern voor het klootjesvolk. En hij is niet de enige.

Kunst moet vaak, net als goeie wijn, rijpen.

Wie echt een groot publiek trekt heeft macht, maar wie dat niet doet en in het B-circuit zit, die heeft het moeilijk. En misschien wordt dat zelfs veroorzaakt door subsidie. De plekken waar deze bands optreden trekken namelijk wèl subsidie. DWDD (hallo Mathijs van Nieuwkerk met je bijzonder hoge salaris!) en de mooie clubs van Nederland.  Zoals Atze het verwoordt:

Popzalen zijn de afgelopen vijfentwintig jaar getransformeerd van voormalige kraakpanden tot moderne zalencomplexen die iedere Nederlander moeten bedienen, niet alleen de linkse elite.

En die popzalen willen volle zalen trekken. Dus trekken ze de bands aan die dat kunnen leveren. Zodoende krijgt het B-circuit het extra lastig en komt maar matig aan de bak. Mening bandje treedt zwaar onderbetaald op omdat men nog liever voor niets speelt dan dat men thuis op de bank moet zitten.

Tja, wat kun je doen? Als je geen volle zalen trekt kun je niet heel veel geld vragen. Je machtspositie is dan klein. Er gelden overigens wel minimum vergoedingen. Het komt erop neer dat je per bandlid voor een concert een vergoeding van minimaal 108,90 euro mag eisen van de organisator. Nu weet ik dat vele organisatoren zich daar niet aan houden.

Wat ontvangt een band eigenlijk voor een optreden bij DWDD?

Naast het geven van live optredens ontvangen artiesten ook inkomsten via de rechten die BUMA/STEMRA en SENA voor hen int. En ontvangt men geld via de verkoop van digitale downloads, CD/vinyl verkoop en de royalties via streaming services zoals Spotify. Ook dat lijkt in vele gevallen zwaar onvoldoende te zijn om van rond te komen. Met name streaming levert belachelijk weinig geld op. Zo zag ik onlangs een rekensommetje dat voor Donald Fagen van Steely Dan gemaakt was omdat hij in een interview voor Rolling Stone Magazine had gezegd:

I need to tour to make a living. I get maybe eight percent of the royalty money I used to get.

Was Donald een ouwe zeur geworden? Iemand besloot het rekensommetje te maken. Het komt erop neer dat Donald via streaming slechts 1200 dollar (!) per jaar verdient.

Maar niet alleen popmusici hebben het zwaar hoor. Zo hoorde ik gisteren in het TV-programma Podium Witteman de klassieke dirigent, organist en klavecinist Ton Koopman vertellen dat als hij voor een volgende subsidie-aanvraag opnieuw zou worden afgewezen, zoals nu al jaren het geval is, hij zijn ensemble zou gaan opheffen!

Het beleid van Halbe Zijlstra (ook VVD) heeft in de culturele sector schandalig veel schade aangericht. Die man is een ramp voor ons land. Maar anno 2017 gaat de VVD nog een stap verder door te stellen dat de overheid helemaal geen subsidie meer moet vertrekken aan popmuzikanten en -bands.

Moeten we allemaal gaan worden zoals Lil’ Kleine? Of de instrumenten in de wilgen hangen en dance maken? Slechts 1 mannetje op het podium, hoef je het geld ook niet meer te gaan verdelen… boem, boem, boem, neem de blauwe pil, boem, boem, boem…

(wordt vervolgd)

 

Comadansen in het Paard: Prince Tribute

Gisterenavond hebben we afscheid genomen van de geilneef met het paarse brein: Prince. Kleine Zaal, Paard van Troje, Den Haag, 29 april 2016.

Samen met m’n meisje was ik stipt op tijd om 21 uur naar binnen getreden. Al snel besloot een ieder daar aanwezig de heupen in de strijd te gooien. Wij dus ook. Op het podium verzorgden een DJ en VJ de muziek en beelden. Aan het begin van de avond kwam vooral veel obscuur materiaal voorbij. Toen Prince nog een echte geilneef was en in een tangaslip op hoge hakken het podium beklom. Toen hij nog uitgefloten werd als voorprogramma van de Rolling Stones. Toen de halve wereld nog dacht: wie is die gek?

Lees verder

1e optreden van ‘zegzeg’ in 2 foto’s

Gisteren deden we ons eerste optreden tijdens de paaseditie van Cultureel Café Tilburg in Cinecitta. Tom America en ondergetekende, zijnde ‘zegzeg’.

Tom:

  • laptop met Keynote slideshow (voor muzikale begeleiding, video + ondertiteling)
  • keyboard
  • sampler met samples van stemmen

Marco:

  • gitaar
  • chorus pedaaltje voor een beetje zweef hier en daar
  • DI met amp simulatie (standje: clean)

Ging niet onaardig voor een eerste keer hoewel, zul je altijd zien, de soundcheck beter ging. Voor een volle zaal met cultuurvolk.

(foto’s van Karin)

Soundcheck
soundtrack-zegzeg-tilburg-w990

Optreden
optreden-zegzeg-tilburg-w990

Het North Sea Jazz van 1987

Mijn North Sea Jazz van 1987

Komend weekend vindt de 40e editie van het North Sea Jazz Festival plaats. Een datum die voor mij makkelijk te onthouden is omdat het jaarlijks een week na mijn verjaardag valt. En het werd mij door de “goden” nog gemakkelijker gemaakt met de komst van mijn dochter Puck, 13 jaar geleden op 13 juli 2002. Op een snikhete dag.

Paul Acket

North Sea Jazz werd jarenlang georganiseerd door Paul Acket. Het is de man die de muzikale geschiedenis vorm heeft gegeven. Ik noem:

  1. uitvinder van muziekbladen Muziek Express en Popfoto
  2. in 1964 de Rolling Stones voor het eerst naar Nederland halen (1000 pluspunten voor het goeie verhaal: de Kurzaal van het Kurhaus werd door Stones-fans tot een ruïne omgevormd; stoelen vlogen door de zaal en een kroonluchter kwam naar beneden)
  3. uitvinder van North Sea Jazz waarmee Den Haag en Scheveningen swingde en bruiste als de neten (helaas viel het festival in 2006 in handen van Rotterdam, wat nog altijd een historisch dieptepunt te noemen is dat qua ernst te vergelijken valt met de Slag bij Waterloo)

Zelf heb ik ook een keer op North Sea Jazz opgetreden. Jawel! Dat was namelijk tijdens de 12e editie van 1987. Ik was 19 jaar en mocht dus van snaar gaan.

2 dagen spelen

“Je had wat vaker moeten komen man. Ik heb die indeling voor North Sea al gemaakt!”, mijn gitaarleraar Ferry Robers riep het me toe.

1987 was het jaar waarin ik slaagde voor HAVO/MBO, een soort versnelde MEAO (2 jaar ipv 3 jaar) dat ik aan het Tinbergen College volgde. Hierdoor had ik veel lessen moeten missen van de workshop jazzgitaar die ik aan de Haagse Stedelijke Muziekschool bij Ferry Robers volgde. Ik moest en zou dat HAVO/MBO examen halen. Ik had er dus geen moment bij stilgestaan dat ik weleens op North Sea Jazz zou kunnen spelen en drong er verder bij Ferry dan ook niet op aan.

Maar Ferry dacht daar heel anders over. De week erop liet Ferry me namelijk weten dat hij mij voor de zaterdag en zondag ingedeeld had! Op vrijdag kon ik niet, zo had ik Ferry al de week eerder verteld. Ik MOEST namelijk op vrijdag Miles Davis zien en had al een kaartje. Maar nu speelde ik er zelf ook. En zelfs 2 dagen!

Dankzij het prachtige archief van North Sea Jazz zijn zelfs alle blokkenschema’s – overigens een brilliante uitvinding van Acket zelf – nog terug te vinden op de site. En dus ook die van mijn 2 dagen (zaterdag en zondag).

blokkenschema-1987-zaterdag

De “introductie” van vrienden

De optredens van beide dagen liepen volgens mij wel lekker. Niets om me voor te schamen, zelfs niet als het broekie van het ensemble waarmee we optraden. Ook herinner ik me nog dat ik de artiestenbar in mocht met mijn Artist-kaart dat zich op de begane grond bevond en waar ik ook een paar bekende muzikanten aantrof, evenals de grote Acket in pak en rokend. Het hele Congresgebouw stond toentertijd overigens blauw van de rook. De hoofdsponsor was zelfs een sigarettenfabrikant. Een verleden dat compleet haaks staat op het conservatisme en de doorgeschoten truttigheid van de huidige maatschappij.

Ook herinner ik me dat een medestudent die meespeelde samen met zijn vriendin zo kon doorlopen via de artiesteningang. Hij droeg de versterker en zij droeg zijn gitaar in koffer. Ook dat kon dus allemaal gewoon in die tijd. Men was gewoon erg chill en deed niet zo moeilijk. Binnen bij de kassa kon je met een Artist-kaart een polsbandje halen zodat je makkelijk in en uit kon lopen. Wat handig was want op die manier kon ik toch maar mooi 2 vrienden gratis “introduceren” op het festival.

Hoewel ik de optredens aan Ferry Robers te danken heb, ik weet werkelijk niet meer of ik hem daar ook nog gezien heb dat weekend. Ferry was overigens een te gekke gitarist, qua timing, qua dik geluid en nootkeuze. Echt een voorbeeld voor mij. En het heeft altijd onwijs tussen ons geklikt, ondanks het leeftijdsverschil.

1987 was een omslagjaar voor mij en North Sea vormde een mooi afscheid van de Stedelijke Muziekschool voor mij. Wellicht ook de laatste keer dat ik Ferry zag, of daar op North Sea was, of die keer er vlak voor toen hij mij vertelde over de North Sea gig. Helaas bezweek Ferry een paar jaar later aan hartfalen. Met hem ging een bijzonder muzikant verloren. En ook een enorme typisch Haagse grapjas. Met Ferry heb ik me helemaal gek gelachen.

Terug naar 1987 en North Sea Jazz. Van de rest van het programma dat weekend herinner ik me niet meer zo heel veel. Wel dat het concert van Miles Davis niet zo geweldig was. John Scofield zat niet meer bij de band en ook bassist Darryl Jones was al overgelopen naar Sting, dacht ik. Maar goeds Miles Davis was een levende legende en om daar een metertje of 10 vanaf naar te staren was eigenlijk al genoeg.

Fat Time

Maar wie ik me nog goed herinner is Mike Stern. Eigenlijk had hij met Miles moeten spelen naar mijn idee, zoals jaren ervoor. Maar nu speelde Mike in de Michael Brecker Band. Ik had natuurlijk een behoorlijke gitaarobsessie, zeker in tijd, dus keek ik vooral naar Mike.

Het mooiste wapenfeit dat Mike bij Miles heeft weggezet is de solo die hij op Fat Time speelt op het comeback album The Man With The Horn.

Het nummer was voor Mike bedoeld en droeg de bijnaam die Miles hem gaf: Fat Time dus. De gitaarsolo op die track is legendarisch. Hier speelt Mike als een soort van Hendrix Met Moeilijke Noten het nummer helemaal kaal met een stuwende backing band achter hem. Gewoon live in de studio gedaan. Met ondermeer basistengod Marcus Miller op de electrieken bas. Laat die avond met Michael Brecker op North Sea Jazz zich nu ontvouwen als één grote Fat Time! Ik zweer het je! Mike speelde grotendeels zittend op een kruk. Zat daar dus een beetje die akkoorden op weg te compen. Maar telkens wanneer de opwinding bij Mike begon te vlammen stapte hij van die kruk af om een distortion pedaal in te drukken en dan begon het Fat Tim Avontuur weer van voor af aan. Zijn sound was toen ook nog 1000% viezer dan zijn latere werk.

Kut HEAO

Voor je het weet ben je het allemaal vergeten. Maar goed mede daarom ook dat ik een track componeerde en inspeelde als eerbetoon aan de belangrijkste jazzmuzikant uit mijn leven: Ferry Robers.

Sommige dingen voelde ik slecht aan (lees: North Sea Jazz). Noem het naïviteit en ook mijn behoefte aan zekerheid speelde een rol (lees: laffe schoolkeuze). Maar Ferry voelde het allemaal wel aan. Dankzij mijn behaalde examen in 1987 begon ik na die zomer met een studie HEAO. Een verkeerde keuze zo bleek achteraf. Al het gezanik over marketing en statistieken, ik werd er helemaal naar van. Na mijn propedeuse, aan het eind van het 2e jaar, gaf ik het op. Daaag HEAO. Halloooo muziek! En zo is het. Nog altijd. En met name dankzij Ferry. En North Sea Jazz dus.

35e verjaardag Parkpop 2015 met waslijnbas en warme melancholie

Op dezelfde dag dat het 35-jarig bestaan van Parkpop gevierd wordt, vindt ook de afscheidsbijeenkomst van Thé Lau in Paradiso plaats. John van Vueren, manager van The Scene in haar roemruchte jaren, was ook jarenlang de programmeur van Parkpop.

De cirkel is rond en het was weer als vanouds. Parkpop is en blijft een heerlijk divers festival dat in het mooie Zuiderpark elk jaar plaatsvindt op de laatste, vaak snikhete, zondag van juni. Gisteren was het prima te doen, met wat verkoelende wolken.

Ik heb een poging gewaagd om Frans Bauer te doorstaan maar vond zijn muziek niet te pruimen en ben snel afgehaakt. Later hoorde ik dat hij het Haagse inkoppertje ‘Oh oh Den Haag’ ook had gezongen. Daar houden die Brabanders namelijk wel van.

Er waren naar het schijnt dit jaar 225.000 bezoekers. In het topjaar 1992 werd het maximum van 500.000 bezoekers bereikt. Nota bene het jaar dat The Scene ook optrad. En nooit eerder zongen zoveel mensen “Iedereen is van de wereld” mee. Een legendarisch Parkpop-moment.

Maar hoe zit het met het huidige Parkpop? Wat zag en hoorde ik gisteren tijdens de 35e-editie? Twee bands sprongen er voor mij uit:

Ben Miller Band: een hoogtepunt

De band die werd ontdekt door zanger/gitarist Billy Gibbons van ZZ Top. Ze spelen een mix van blues, rock, country en bluegrass die rauw, hees, teder ten gehore gebracht wordt. Zo speelt zanger Ben Miller op een sigarenkist-gitaar en zingt hij door de hoorn van een oude telefoon. Bassist Scott Leeper bedient zich van een waslijnbas (met behulp van een wastobbe) waar hij overigens wonderbaarlijk virtuoos op speelt. En drummer Doug Dicharry ruilt zijn drumstel maar wat graag in voor een wasbord of een stel lepels die door een reeks gitaarpedalen worden gehaald. Met name de combinatie wasbord + wahwah-pedaal deed ’t hem wel bij mij.

Ben Miller Band

Scott Leeper van Ben Miller Band

Ben Miller Band

Het feest der herinnering van OMD

Orchestral Manoeuvres in the Dark was vroeger zeker geen band waar ik warm voor liep. Gisteren veranderde dat. Het werd hun 2e optreden op Parkpop. De 1e keer was *kuch* 30 jaar geleden.

Zanger/bassist Andy McCluske pakt het complete Parkpop-veld in met wilde dansbewegingen langs de rand van het podium. Ook maakt ‘ie kleine plagerige opmerkingen naar de andere bandleden. Bijvoorbeeld wanneer de drummer een defecte snaredrum moet verwisselen. Volgens Andy had meneer beter voor een compleet electronisch drumstel kunnen kiezen. OMD is immers toch een elektronische band? Links en rechts van de, overigens uitstekende, drummer staan twee grote keyboards opgesteld. Andy bedient zichzelf op diverse songs van een elektrische basgitaar.

We moeten even wachten want er gaat weer iets mis. Zanger/toetsenist Paul Humphreys deelt ons mede dat hij zojuist uit zijn broek gescheurd is. Waar Andy overheen gaat met de opmerking: “Oh en dat laat je aan het publiek weten? Handig hoor, nu ziet iedereen het!” De boel wordt met gapper-tape gerepareerd terwijl Paul glimlachend achter zijn keyboard op de verhoging blijft staan.

Het optreden levert een reeks aan hitsingles op. En het is opvallend hoeveel OMD er gehad heeft want ik ken vrijwel alle nummers. De ooit zo kille synthesizer-klanken maken bij mij plaats voor warme melancholie.

Popmuziek gaat toch een stuk langer mee dan we altijd gedacht hebben. Het is voor de zoveelste keer bewezen: Roll Over Beethoven!

OMD

OMD

P.S. Voor al mijn foto’s zie Parkpop-2015 Flickr-set.

En vergeet ook dit niet:

Zo word je echt goed

Je bent meestal niet gelijk ergens goed in. Je kunt het wel worden. Volgens velen is talent daarin essentieel. Ik denk van niet.

Van te voren zeggen dat je iets niet kunt zonder het echt te hebben geprobeerd wordt puur ingegeven door angst. Je kunt iets niet weten tenzij je het probeert. En dat proberen kan best een tijd duren. Trek er maar gerust een mensenleven voor uit.

a-muzikaal

Een tijd geleden hoorde ik een bekend muzikant vertellen over hoe hij vroeger de ene noot niet van de ander kon onderscheiden. Hij was volslagen a-muzikaal! Toch werd hij gegrepen door de liefde voor muziek en wilde hij persé gitaar leren spelen. Dit kostte hem dan ook de grootst mogelijke moeite. Maar wie had ooit kunnen bedenken dat deze Robert Fripp ooit ondermeer op de albums Heroes en Scary Monsters van David Bowie te horen zou zijn?

Er is de wil om echt goed te worden. En die wil, dat is alles, dat is jouw drive, jouw inner mountain flame. De rest, het doet er geen reet toe. En de mening van anderen? Wat denk je zelf?

Radiomaken

Ira Glass is de producer en stem van het zeer succesvolle radioprogramma This American Life. In al zijn interviews en lezingen praat Ira over Het Gat, de kloof die zit tussen de mensen die je bewondert en wie je zelf bent.

Ira werd al vrij jong gegrepen door het fenomeen radio en wilde dat ook gaan maken. Al snel kreeg hij de gelegenheid om dat te gaan doen. Maar daar waar hij andere starters in het vak al snel echt goed zag worden, bleef hij worstelen. Maar hij gaf niet op, hij wist wat hij wilde. Hij werd gedreven door smaak en een kritische houding. Hij wist wat hij zocht.

Natuurlijk is het angst. Om te zeggen dat je het niet kunt. Hoeveel angsten moet een mens zien te overwinnen in het leven? Het is niet anders tenzij je zwicht voor die angsten. Wat velen doen. Zij geven op.

Quintus

Ik had een vriend die helaas te jong is overleden. Samen hebben we diverse bands gehad. En ik weet nog goed dat we op een avond in muziekcafé De Pater in Den Haag speelden. We hadden de gitaren omgedaan en Quintus fluisterde in mijn oor: “kijk, die mensen staan allemaal voor het podium naar ons te kijken, maar wij staan òp het podium.”

quintus-marco

Daarna ging het steeds beter. En soms ook niet. Soms speelde ik zo slecht dat ik er de brui aan wilde geven. Soms voelde de kloof tussen mij en het publiek te groot. Ook al speelde ik in een uitverkocht Paradiso, of Tuitjenhorn. De plek waar het gebeurt maakt namelijk geen reet uit. Je speelt voor 1 ding en dat is de muziek. Het applaus en de aandacht, allemaal leuk en aardig maar dat is niet het ding. Het ding is de muziek. En dus geef je niet op omdat die muziek in je zit, omdat je het in je donder voelt. En omdat je er bezeten van bent en het eruit moet!

Als je een doorzetter bent dan ben je in mijn ogen een winnaar. Da’s pas echt goed.

Uit het archief: MAM live @ Egmond Binnen

Mam, weet jij nog wanneer ‘k voor het eerst een boterham met kaas gegeten heb?

Ik herinner me dat optreden nog. Ze hadden een goeie PA staan en de kleedkamer was op zolder boven het podium. En Dave Green, toetsenist en -ex The Icicle Works, zat nog bij MAM. Enorm van hem genoten, er was muzikaal een klik tussen ons. Ik speelde gitaar.

En vrijwel ieder weekend logeerde ik bij Tom America, de bassist en liedjesschrijver van MAM. Dave was er toen ook. We deelden diverse muzikale smaken. Zoals daar is: Chaka Khan. Dave had een cassette van Chaka’s Naughty album bij zich. Die heb ik later nog vanuit Japan laten importeren. Was hier niet leverbaar, terwijl het het beste album van Chaka was en nog steeds is.

Dit alles zo’n 20 jaar geleden …


Lees verder

Het buizenrandje van Eels in Paradiso

Samen met Ernst Overbosch en Colin de Vries heb ik gisteravond een op-en-neertje Amsterdam gedaan. Op bezoek bij Paradiso vanwege de band Eels.

We waren wat laat dus besloten we het 1e balkon te proberen. Normaliter sta ik in de zaal. Of op het podium, hoewel dat alweer umm 15 jaar geleden voor het laatst was. Bij een uitverkocht Paradiso is het op de 1e niet te harden zo heet. Dat blijkt. Een airco zou geen slechte actie zijn, ook al gaat de drankomzet misschien iets omlaag.

Maar goeds, hoe was Eels? Erg goed! Eels heeft de goeie liedjes, de ronkende gitaarsounds en de rauwe stem van E. En zo te horen ging de zangmicrofoon door een buizenversterker want er zat een lekker zoetgevooisd randje op de zang. Het normaliter hard digitale geluid was gisteravond afwezig. De Rock und Roll rolde zo letterlijk uit de speakers.

Vanavond staan ze er weer. Twee maal Paradiso uitverkopen. Omdat het kan. Als je gewoon je ding doet. Met of zonder baard.