Worden orkesten weggesampled?

De Amerikaanse vakbond voor musici, American Federation of Musicians heeft recent aangegeven contracten voor sample-bibliotheken te gaan negeren. Het gaat om musici die in orkesten spelen en zich laten inhuren voor het inspelen van losse noten die als samples in grote sample-bibliotheken gebruikt kunnen worden door componisten. In plaats van echte orkesten te gebruiken worden tegenwoordig in de meeste mediaproducties deze sample-bibliotheken gebruikt. Om kort te gaan: orkesten worden daardoor minder ingezet voor muziek.

Jarenlang gold de afspraak dat sample-bibliotheken alleen zouden worden gebruikt om demo’s mee te maken, zodat een producer of regisseur een indruk kon krijgen hoe het zou gaan klinken. Na akkoord ging men dan alsnog met een compleet orkest de studio in. Dat is nu al jaren niet meer het geval.

Ook werden vroeger orkesten uit Oostbloklanden gebruikt voor de samples, omdat ze goedkoper in te huren waren en er geen gesodemieter met musici uit bijvoorbeeld Los Angeles van zou komen. Inmiddels laten die orkesten uit LA zich ook inhuren voor de bibliotheken vol prachtig opgenomen samples. Even voor de duidelijkheid: vrijwel niemand hoort nog het verschil tussen een echt orkest en eentje die uit de computer komt.

Om een voorbeeldje:

Luister naar de SCOREcast episode die in het 2e deel over bovengenoemde kwestie gaat. Michael Barry en Michael Patti, de mede-oprichters van de sample-bibliotheek Cinesamples komen aan het woord:

Liever een computer dan een mens

Komende jaren gaan we meemaken dat alles wat door een computer gedaan kan worden ook door een computer gedaan gaat worden. Als je nu bij een kantoor naar binnen gluurt dan zie je tientallen mensen achter de computer zitten. De ene stuurt het door naar de ander die ergens zijn goedkeuring om moet geven. Vervolgens zitten daar weer een paar mensen op te wachten, waarvan er 3 ziek zijn en 1 op vakantie is. Over een maand vergaderen ze over dat stuk en stellen ze de plannen bij. Opnieuw wordt er een discussiestuk rondgestuurd per email. Vaak worden die stukken door iedereen uitgeprint.

De reden waarom we het automatiseren is omdat computers efficiënter zijn. Ze doen gewoon hun ding zonder te zeuren. En zonder dat er een ego in de weg zit of er onverwachts een persoonlijk conflict met die en die tussendoor komt. Nog een keer: computers werken efficiënt. Super efficiënt.

En in de muziek werkt dat net zo. Hoewel ik een enorme liefhebber ben van de interactie met musici, breek me de bek niet open over wat voor een gezeik het je soms geeft. Mensen zeiken, zeuren en hebben ego’s waar soms niet mee te werken valt. Hooguit met wat poen kan je nog zeggen: bek houden, spelen! Dus ja, ik snap wel waarom ik heel graag alleen achter een laptop muziek maak. Er is niemand die mij op de lip zit en vrijwel alle sounds kan ik alleen uit dat ding halen. Ik heb geen drummer of orkest nodig. Okay, het is wat eenzamer, maar je bent van het gezeur af.

Ook in het boek van Ken Scott ‘Abbey Road to Ziggy Stardust’ lees ik erover dat gezeur. Over orkesten met musici die begonnen te mokken wanneer een Paul McCartney of een Mick Jagger instructies begonnen te geven over wat ze moesten spelen. Als ‘ordinaire’ popmusicus met wilde haren mocht je dat niet van de conservatieve heren eisen. Nu jaren later gebruikt menig Hollywood-componist de violen en blazers die op de harde schrijf van zijn computer staan. Gewillig kan hij deze instrumenten alles laten spelen wat hij wil, gedienstig zonder te mokken. Alle filmscores worden zo gemaakt.

Bezuinigen op mensen die ooit deel uitmaakten van het creatieve proces, het is heel logisch. De boek-tjak-drummers vervangen door een drumcomputer die gedienstig de maat slaat. Vrijwel alle popmuziek vandaag de dag maakt er gebruik van. En ja, een echte drummer klinkt vaak veel lekkerder, maar het geeft ook veel meer gezeik.