De kunstenaar is aan niemand uitleg verschuldigd

Muziek is een kunstvorm. Toch wordt muziek vaak helemaal niet als kunst gezien. Iets waar ik me enorm aan kan ergeren. Reden waarom ik over dit onderwerp, popmuziek in het bijzonder, graag schrijf en er audiodocumentaires over maak.

Onze muzikale kennis is zeer beperkt. We leren lezen en schrijven op school maar het 12-toons stelsel waarop onze Westerse muziek gebaseerd is blijft voor de meesten van ons één groot mysterie. Over die muzikale kennis wil ik het nu niet gaan hebben, ik wil me inhoudelijk beperken tot de teksten die we in popmuziek gebruiken. En de uitvoering ervan.

De tekst

Het nummer Bohemian Rhapsody van Queen staat elk jaar in de hoogste regionen van de Top 2000. Meestal op nummer 1 of hooguit een paar punten lager. Met een tekst die velen maar onbegrijpelijk vinden.

Mama, I just killed a man

Put a gun against his head, pulled my trigger, now he’s dead

Zal Freddie Mercury echt een man hebben gedood?

Nee natuurlijk niet! Maar is het dus fictie? Uhm, nee!

Het zijn metaforen. Freddie rekent af met zijn eigen ik. De man die zich voorheen nog schaamde voor zijn homofilie.

Mama, life had just begun
But now I’ve gone and thrown it all away
Mama, ooh, didn’t mean to make you cry
If I’m not back again this time tomorrow
Carry on, carry on as if nothing really matters

Bohemian Rhapsody is de coming out song van Freddie. Toch zijn er hele volksstammen die werkelijk geen flauw benul hebben waar Freddie nu over zingt. Dat mag want een tekst is aan de luisteraar, deze interpreteert.

Ander voorbeeld. Randy Newman.

Short People got no reason
Short People got no reason
Short People got no reason
To live

Wat een lul die Randy! Knoop ‘m op aan de hoogste boom! Verketter hem via social media!

Oh wacht… het is cynisme!

Maar ook al was het geen cynisme, ook al zou Randy echt een hekel hebben aan kleine mensen, wat dan nog? Er is vrijheid van meningsuiting maar die geldt niet voor het lied?

De tekst hoeft niet over de schrijver te gaan. Sterker nog: vaak zijn de beste teksten juist niet autobiografisch. Toch is dé grote denkfout die het publiek en de pers vaak maakt dat de tekst juist wel over de zanger of zangeres gaat.

Romanschrijvers krijgen dan ook altijd deze vraag voorgelegd: “In hoeverre is het boek autobiografisch?” Op die vraag hoeft een schrijver geen antwoord geven. Net zo goed als Queen nooit heeft willen vertellen waar Bohemian Rhapsody precies over gaat.

Er bestaat een geheime relatie tussen het werk en de kunstenaar zelf. En de kunstenaar is aan niemand uitleg verschuldigd.

Het werk staat geheel op zichzelf. Het werk is volwassen.

De uitvoering

Wie op een podium staat doet aan theater. Die speelt een showtje. Freddie zong avond aan avond “Mama, I just killed a man” maar dacht misschien aan iets anders.

De gescheurde jeans, met de benen wijd, de gitaar die laag hangt, het is een van de clichébeelden die popmusici maar wat graag uit de kast halen. “Kijk eens, wij zijn stoer!” Maar check eens hoe die musici er in de studio bijzitten en je zult de dodelijke ernst op hun gezichten zien.

Geeft ook niet, wat er in de studio gebeurt gaat immers niemand wat aan.

Maar noem het Performance art en je verbreedt de wereld die in popmuziek vaak zo smal is. Daar hoef je echt geen Marina Abramovic voor te heten. Een performance is een staaltje visuele kunst. Alles kan! En ook hier bestaat de geheime relatie tussen de uitvoerder/kunstenaar en de performance zelf. En ook hierover is de kunstenaar dus aan niemand uitleg verschuldigd.

Had de Volkskrant me toch tuk met dat stuk over Toto

Bassist Mike Porcaro is afgelopen zondag 15 maart 2015 overleden aan de gevolgen van de spierziekte ALS.  Vandaag publiceerde de Volkskrant daarom een analyse van muziekjournalist Rovert van Gijsel over de oude band van Mike, Toto. Ik moest hem 2 maal lezen om te snappen dat Rovert niet uit was op het bashen van de band maar juist een kleine middelvinger opstak naar alle popjournalisten die dat wel deden.

Ik denk er net zo over.

Gewoon een potje herrie?

Sommige popjournalisten vinden het verdacht als muzikanten zo goed kunnen spelen als de muzikanten van Toto. Vreemd want van popjournalisten mag je toch ook een goeie taalbeheersing verwachten?

Nu vind ik de Punk een belangrijke stroming in de muziek waar ik bovendien een groot liefhebber van ben. De liefde voor imperfectie, het zelfdoen, de anarchie, het schoppen tegen de heilige huisjes en de voorliefde voor eenvoud en rauwe kantjes, het spreekt mij bijzonder aan. En natuurlijk ben ik dol op John Lydon en zijn Sex Pistols. En The Clash. Maar hoewel zij beschouwd kunnen worden als de architecten van de Punk, hun boodschap “dit kun jij ook, koop een gitaar en ga je ding doen!” blijkt in de praktijk toch een heel stuk lastiger te zijn.

Iedereen die een gitaar oppakt weet dat het bloed, zweet en tranen kost om er echt goed op te leren spelen. Zo strak als The Ramones speelden is zeker niet voor elke band weggelegd. En ook hun Beach-Boys-achtige-liedjes lijken misschien eenvoudig maar zijn toch echt met een sterk melodieus gevoel gecomponeerd.

Pathetische muziek

De Sex Pistols en de band Queen zaten ooit op hetzelfde moment in dezelfde studio, de West End studios in Londen. Sid Vicious stapte de verkeerde studioruimte binnen en trof Freddie Mercury aan de piano aan:

Ah, Freddie Mercury, still bringing ballet to the masses are you?

Waarop Freddie antwoordde met:

Oh yes, Mr Ferocious, dear, we are doing our best.

Punk was natuurlijk Het Grote Verzet Tegen Symfonische Bands Zoals Queen. En ik vermoed dat het verzet tegen Toto eenzelfde soort verzet is. Omdat Toto niet voldoet aan het concept “pak een gitaar en ga gewoon een potje herrie maken!” Wat je Queen kunt verwijten kun je dus ook Toto verwijten. Koorzang? Check. Melodieuze gitaarpartijen? Check. Rijke harmonie? Check. Langdurige studiosessies? Check. Verfijnde arrangementen? Check. Hoge kopzang? Check.

En natuurlijk is Queen pathetisch. Net zo goed als Toto dat is. Maar vergis je niet: elke Punkband is dat ook. Sterker nog: het is de basis van alle volksmuziek. Verdiep je er maar eens in. Onderzoek de kerkelijke muziek. Of de Italiaanse Opera. Zet een album van Nirvana op en je staat verstelt van de pathetische boodschappen.

Het is niet voor niets dat menig popmusicus met gebalde vuisten in de lucht zijn lied staat te zingen. Het predikt theatraal zijn boodschap.

En voor sloppy playing die aan alle kanten rammelt schaamt iedere muzikant zich. Zo was Sid Vicious weliswaar een leuk visueel boegbeeld van de Sex Pistols maar ook een gruwelijk slechte bassist die slechts op 1 nummer van het album Never Mind The Bollocks te horen is.

Het wegpoetsen van schoonheidsfoutjes

Op het bekende album Nevermind van Nirvana werd een computer met het programma Pro Tools ingezet om de gitaarpartijen van Kurt Cobain in het nummer Something In De Way helemaal strak en zonder schoonheidsfoutjes te krijgen, want schoonheidsfoutjes, daar schaamden deze pathetische dominees zich toch voor.

Natuurlijk mag je het lelijk vinden dat de gitarist van Toto, Steve Lukather, vrijwel altijd een chorus-effect ter verfraaiing van zijn gitaargeluid gebruikt. Maar dat effect gebruikte Kurt Cobain gewoon ook. In de hitsingle Come As You Are wordt het chorus-effect naast op alle gitaren zelfs ook op de basgitaar ingezet. Overigens niets bijzonders want Billy Duffy van The Cult gebruikt vaak een flanger, Eddie van Halen een phaser en Hendrix een Uni-Vibe.

Deze modulatie-effecten zorgen ervoor dat de toon van de gitaar wat gaat zweven. En het is puur een geluidstechnische keuze. Een kwestie van smaak.

Miles Davis

Toto kon mij nooit echt boeien totdat in 1986 het album Fahrenheit uitkwam. Ook dit album heeft de bekende gelikte en suikerzoete sound. En ja ook dit album maakt er geen geheim van dat de heren goeie muzikanten zijn. Maar wat mij er vooral zo in aantrekt is de rol van Miles Davis op de laatste track van het album, Don’t Stop Me Now. De gitaar van Luke met zijn zijde zachte chorus vloeit prachtig samen met de ijzige klank die uit de trompet van Miles vloeit. Het is van een onwaarschijnlijke schoonheid.

Miles vroeg Luke om bij zijn band te komen spelen maar de trouwe hond Luke sloeg het voorstel af en bleef trouw aan zijn maatjes van Toto.

In de beginjaren van Miles waren de critici het er allemaal over eens: Miles, dat doe je gewoon niet, dat klinkt nergens naar zo vibratoloos met een demper op je trompet spelen. Maar Miles trok zich er niets van aan. Net zoals Luke. En gelijk hebben ze want muzikanten hebben namelijk altijd gelijk. In tegenstelling tot al die critici.