Op zoek naar de echte Brood: Unknown Brood

Hennie Vrienten verwoordt de kloof tussen fan en artiest in de documentaire Unknown Brood op een mooie manier. De kloof valt volgens hem niet te overbruggen en het heeft iets triest. De fan die de posters boven het bed heeft hangen heeft geen idee wie die artiest werkelijk is. En de artiest weet niets van zijn fans af. Hennie stopte met Doe Maar toen hij erachter kwam hoe verschrikkelijk jong die kids waren die “je loopt je lul achterna” uit volle borst meezongen. Het hadden zijn kinderen kunnen zijn.

Ik bekeek de documentaire Unknown Brood van regisseur Dennis Alink gisteren in een volle Rabozaal van de Melkweg in het kader van het IDFA festival. Het is een documentaire die inzoomt op de minder belichtte kant van Herman Brood, zijn onzekerheid en somberheid. Bij vlagen bijzonder triest om te zien. Tegelijkertijd ook fascinerend omdat de artiest en mens Herman Brood volslagen uniek waren en gelukkig ook voldoende een kans krijgen in de film. Maar goeds, de nadruk ligt toch wel op de zoektocht naar de onbekende psyche van de artiest. De donkere kant.

Ik ga terug in de tijd. Herman leeft nog. En Herman stelt zich ten doel: nooit normaal, de controverse dient altijd opgezocht worden. En je ziet het aan de mensen in zijn buurt: zij lachen schaamtevol en kijken vol bewondering Herman zijn kant op. Herman heeft het hoogste woord. Want Herman heeft de aandacht en doet wat zij niet durven.

Wat doet Herman nu weer? Het lijkt of ‘ie geen schaamte kent.

Brood is dol op aandacht. Positief, negatief, in de OOR, de Story, of de Privé, het maakt Herman allemaal niets uit, aldus Herman.  Vreemd voor iemand die door zijn eigen moeder beschouwd wordt als mensenschuw, overgevoelig en zeer onzeker. Herman verzint Herman Brood, een alter ego. Een schild.

Zijn oude liefde Doreen vindt dat Herman zichzelf niet zo serieus moet nemen. Maar Herman is bloedserieus, gelooft in zijn zelfgeschapen imago en verkiest de heroine boven haar liefde. Een liefde die nota bene was begonnen met een smeekbede, het lied Doreen dat op Shpritsz staat.

De zus van Herman, Beppie, vertelt dat sommige verhalen van en over Herman niet kloppen. Volgens Beppie was het een leuke jeugd maar Herman verzint voor een beter verhaal er maar een kutjeugd bij.

Herman stelt zichzelf vaak op de proef door te doen waar hij eigenlijk bang voor is. Het getuigt van lef, maar tegelijkertijd is het lef ook vaak ver te zoeken. Dan doet Herman een beroep op sex, drugs & rock-‘n-roll, het aloude cliche. Typisch vluchtgedrag en de kortste weg naar image building. Wie in die categorie plaatsneemt krijgt al snel automatisch het stempel Stoer opgeplakt, zeker in de tijd van Herman. Het wordt gezien als een vorm van rebelsheid, nonchalant en cool. Hij neemt de uitspraken van Lenny Bruce letterlijk en leeft en handelt ernaar. Herman romantiseert zelfs het idee van zelfmoord. Het zijn deze cliches die de artiest Herman Brood in de weg staan naar mijn idee. Daar waar Keith Richards vooral speelt met het clichebeeld van de junk lijkt Herman er heilig in te geloven. Het is vooral triest omdat het littekens bij de kinderen van Herman en zijn vrouw veroorzaakt. Herman als junk, het is verschrikkelijk om te zien. We zien een patient die de quotes van Lenny Bruce nodig heeft om zijn eigen leven enigszins nog te kunnen rechtvaardigen. Een schijnwereld vol valse romantiek. Als een sprong uit de realiteit.

Gitarist Dany Lademacher vertelt hoe Herman het optreden in de Bottom Line in New York verknalt. De crew van het Amerikaanse TV-programma Saturday Night Live is daarbij aanwezig (buitenkans voor Herman met zijn Saturday Night natuurlijk!) en de halve zaal zit vol met invloedrijke mensen uit de Amerikaanse muziekbusiness. Herman is de hele dag aan de zuip en ligt tegen het eind van de middag zo lam als een konijn met zijn hoofd tegen een zwerver te slapen als manager Koos hem opmerkt dichtbij de club. Tijdens het optreden die avond slaat Herman tijdens het 1e nummer Saturday Night een paar valse akkoorden op zijn piano aan, loopt vervolgens op de microfoon af maar grijpt mis en dondert als een plank het publiek in. “Dan druip je dus met de lul tussen de benen af”, aldus Dany. En de band kon weer terug naar Nederland. Het Amerikaanse avontuur was door Herman zelfstandig compleet naar de kloten geholpen.

Willem Venema treft Herman in de gevangenis aan zonder drugs in een behoorlijke zelfdestructieve gemoedstoestand. Het dringt tot hem door dat zelfdoding voor Herman geen hoge drempel vormt. Herman laat zich snel uit het veld slaan. En de zelfverzonnen medicatie van drank en drugs beginnen al snel haar tol te eisen. Maar Herman praat het goed, rock und roll, weet je wel? Maar ook voor gitarist David Hollestelle, die ten tijden van het interview voor de documentaire er zichtbaar zeer slecht aan toe is, is het zo helder als wat: “Herman zong ALTIJD over zelfmoord!”

Unknown Brood bevat beelden uit een archief van zo’n 9 uur wat door Herman zelf gefilmd is. Selfievideo’s avant la lettre. Waarmee we iets dichter in zijn ziel kunnen kruipen. Herman kijkt in de camera die als een spiegel voor hem werkt. Hij treurt om zijn schele oog.

“U ziet hier een zeer somber mens.”

“Misschien bent u een van de laatsen die mij in het echt ziet.”

“Dit gaat mis.”

Hij zegt het op een manier alsof ‘ie het acteert. Het is eigenlijk precies zoals dochter Lola het verwoordt: “we konden niet tot hem doordringen.” Niemand kan dat. Herman verdooft alles met drank en drugs. Zodat het romantische beeld van de artiest nog enigszins in tact blijft. Zolang hij vriend Lenny maar recht in de ogen kan blijven kijken.

Hij gaat eraan kapot. Zijn alter ego is allang dood. En het is een kwestie van wachten totdat Herman het doet….

De puntige rock met vaart, ik mis het. De eigenheid in zijn schilderijen. Zijn snedige humor. Zijn zin om de boel een beetje op stelten te zetten. Wat kon Herman op TV heerlijk verstorend zijn! En de jazzy timing die nog het meeste op die van Mose Allison leek. De muziek, de kunst, Herman als charismatische persoonlijkheid, het is er allemaal niet meer.

Maar goeds. Tot zover. Unknown Brood, ga ‘m zien!

P.S. Na afloop speelde een springlevende David Hollestelle op zijn ouwe Gretch door een Marshall half stack een paar nummers met de band Breaking Levees mee. De man is hersteld van een bijzonder heftige hartoperatie en inmiddels zo clean als een koppie thee. Prachtig om te zien! Rock on!

Een ongemakkelijke Marc Ribot in het Paard van Troje

Via het geweldige album Rain Dogs van Tom Waits uit 1985 leerde ik gitarist Marc Ribot (1954) kennen. Hij viel op met zijn compleet eigen stijl die duidelijk gestoeld is op Amerikaanse rootsmuziek maar daar tegelijkertijd hoorbaar uit probeert te breken. Marc combineert de rauwe sound van blues en rock ‘n’ roll met de tegentonen uit de free jazz. Tegentonen die hij mooi weet te krijgen, zoals ze in het nummer I want you van Elvis Costello klinken. Inclusief de memorabele solo bestaande uit 2 noten.

Zandloper

Het is 17 maart 2015 en Marc Ribot speelt in Den Haag in de Kleine Zaal van het Paard van Troje in Den Haag. Solo. Voor aanvang speculeer ik nog wat met zanger/gitarist Melle de Boer en gitarist Dick Zuilhof over wat ons te wachten staat. “Ik denk dat het een beetje ongemakkelijk zal worden”, voorspelt Dick.

Het concert begint.

Marc neemt plaats op een klapstoel, speelt een paar maten en grist vervolgens naar de zandloper die op de tafel naast hem staat en draait hem om. 40 minuten te gaan. Marc laat het plectrum over de snaren schuren, slaat harde dissonante akkoorden aan en raast over de snaren. Andere stukken worden juist heel ingetogen en breekbaar gespeeld. Maar telkens ligt een kleine of grote ontsporing in het verschiet. Buiten de gebaande paden om. Het is een gevoel van uitersten dat hier tussen de nepkaarsen opsteekt. Oorlog en vrede.

Van zijn bijzonder mooie album Silent Movies uit 2010 speelt Marc diverse stukken. Op dat album beperkt Marc zich. Van echte ontsporing is geen sprake. Maar vanavond is het anders. Vanavond moet alles eruit.

Waxinelichtjes op batterijen

Ik begin het warm te krijgen. Ongemakkelijk warm. Het ligt niet alleen aan de airco die uitstaat. Het vreemde interval dat de airco en ventilatoren produceren kan Marc niet waarderen en dus is het hele spul inclusief verlichting op zijn verzoek uitgezet.

Tijdens het concert wordt het podium slechts verlicht door een halve cirkel aan waxinelichtjes op batterijen. Maar Marc zit ogenschijnlijk prima op zijn gemak te wezen. Zijn colbertjasje blijft aan.

Spannend, inspirerend en soms ronduit mooi.

Na de pauze wordt opnieuw de zandloper omgedraaid.

Dada

Een beetje ontsporen is wat mij juist zo aantrekt in het spel van Marc. Dat randje, dat tegendraadse. Maar vanavond is het niet een kwestie van een beetje ontsporen maar een beetje veel ontsporen. Wonderlijk om mee te maken. Ik hoor en zie hoe deze Dadaïst op akoestisch gitaar er alle mogelijke klanken uitperst.

Met zijn mond maakt ‘ie een vinger nat en laat hem glijden over de top van zijn gitaar alsof het een conga is. Er klinkt wat gegrinnik vanuit de zaal. En razensnel schuift hij een potlood onder de snaren en plaatst een slide op zijn pink. Tweemaal verzet Marc het potlood 1 fret hoger om zo de boel te transponeren. Er heerst controle binnen het ongecontroleerde.

Zijn interpretatie van het bekende lied Happiness Is A Warm Gun van The Beatles maakt me zeer gelukkig.

Marc kijkt eerst op zijn horloge en daarna naar de zandloper. A done deal. Na luid applaus mag ‘ie nogmaals terugkomen. De klassieker There Will Never Be Another You wordt voorzien van wat ongemakkelijke bebop licks en nog eenmaal worden alle zijwegen op de gitaar verkend. Dan is ‘ie klaar.

Tolstoj op het hobbelpaard verlaat het podium. De airco kan weer aan.

Paradoxale poëzie in Black Swan

Al een tijdje doe ik filmreviews voor ons Haagse blog Hofstijl.nl. Maar zojuist bedacht ik me dat het vreemd is dat ik die niet eerst ook op Melodiefabriek publiceer.

En dan ook te bedenken dat ik van plan ben om filmmuziek te gaan maken.

De film Black Swan is een Pathe PAC film. Ik citeer:

PAC speelt in op de groeiende behoefte naar kwaliteitsfilms. PAC selecteert mooie films die iets extra’s brengen; met diepgang, adembenemende achtergronden en een verhaal dat lang blijft hangen.

Deze films krijgen vaak minder aandacht dan films uit Hollywood, maar winnen de laatste jaren snel aan populariteit. Geniet dus bij Pathé van deze ontroerende en krachtige PAC-films.

De Black Swan. Het Zwanenmeer staat erin centraal. Balletdanseres Nina (Natalie Portman) is geselecteerd voor de hoofdrol. Met de uitvoering van de vriendelijke witte zwaan heeft ze geen enkel probleem, maar met de zwarte duivelse zwaan des te meer. Haar hang naar perfectie, ingegeven door een gefrustreerde en drillende moeder die de moeder-dochter relatie maar wat graag niet wil doorbreken, zitten haar stevig in de weg.

De prachtige muziek van Tsjaikovski komt prachtig aan bod. En ook qua sound design worden we verwend, bijvoorbeeld wanneer Nina begint te hallucineren. Als effect hoor je bij deze scènes fluisterende stemmen die vervormd en omgekeerd afgespeeld worden. Heel subtiel, geen bioscoopganger die het doorheeft denk ik, maar als je ze weg zou laten zou het beeld minder impact hebben.

De beelden zijn grofkorrelig en voorzien van een prachtige kleurcorrectie. Als kijker word je meegezogen in enerzijds een nuchtere kijk op de uitvoering van het Zwanenmeer en anderzijds de poëtische maar zwarte drang naar perfectie van Nina. De film volgt Nina in haar liefdevol verlangen naar de perfecte uitvoering van de zwarte zwaan. Een op zichzelf behoorlijk paradoxaal gegeven. Een paradox die er tot het eind blijft inzitten met een slotscène die zich op 2 manieren laat uitleggen.

De Black Swan draait om perfectie, zowel inhoudelijk als de productie zelf. Er valt niets op het geheel af te dingen. De film Black Swan is daarmee compleet de Black Swan zelf. Hoezo paradoxaal?