Categorieën
uitgesproken

Ron Kane leeft!

Gisteren was de documentaire ‘Robert Jan Stips – De tovenaar van de Nederpop’ in Het Uur van de Wolf te zien. Ik had de voorvertoning al gezien in ’t Paard. Een prachtige documentaire waar ook dè fan van mijn oude band MAM in voorbij komt: Ron Kane. Een bijzondere man uit Los Angeles die in 2017 helaas kwam te overlijden en waarvoor ik samen met een stel muzikanten wereldwijd een eerbetoon heb gemaakt in de vorm van een album The Record Man genaamd.

Eigenlijk zou iemand een documentaire over Ron Kane moeten maken. Er is geen grotere fan van Nederlandse muziek denkbaar dan Ron. Vandaar ook dat woordje “ongelofelijk” van hem op ’t end. Het is natuurlijk een directe verwijzing naar die oude band van mij:

En zo is de cirkel weer rond. Rust zacht Ron!

Categorieën
uitgesproken

Voorvertoning ‘Robert Jan Stips – De tovenaar van de Nederpop’

Donderdag 24 januari 2019 wordt de documentaire ‘Robert Jan Stips – De tovenaar van de Nederpop’ in Het Uur van de Wolf vertoond. Gisteravond mocht ik hem al zien in ’t Paard in Den Haag.

Het is een prachtige documentaire geworden onder regie van Marcel Goedhart, met veel bekende gezichten: Bart Chabot, Anton Corbijn, Henk Hofstede, Cesar Zuiderwijk, Rinus Gerritsen, Marco Vrolijk, Rob Kloet, Leon Klaasse, Peter Calicher, Dorien van der Valk, Joke Geraets en Freek de Jonge. Ze waren er zowat allemaal bij gisteravond in ’t Paard.

Ook kwam Ron Kane even kort in de documentaire aan het woord. Het waren archiefbeelden van een concert uit 1999 van Supersister in Los Angeles en Ron was een van die 4000 fans die dolblij waren dat Supersister weer eens optrad. Want ja, Robert Jan Stips is voor mij en velen een bekende naam, maar voor de meeste Nederlanders zit hij onder de radar. Wat hem overigens prima bevalt. En dan te bedenken dat zijn staat van dienst zeldzaam is voor Nederlandse begrippen!

Zomaar wat highlights: Met Supersister maakte hij vernieuwende muziek en speelde hij ondermeer op het legendarische festival in Kralingen (1970). Hij ging tweemaal met de Golding Earring op tournee door America. Hij produceerde de top albums van Gruppo Sportivo. Speelt bij NITS en toert daarmee nog altijd wereldwijd. En heeft daarnaast ook eigen muzikale projecten waarmee hij toert.

Robert Jan’s vader was ambtenaar en kreeg te kampen met hele zware ups en downs. Hij speelde mooi piano en had volgens Robert Jan liever muzikant of podiumkunstenaar willen worden. Het heeft ervoor gezorgd dat Robert Jan zijn koers al op vroege leeftijd op de muziek zette. Zonder water bij de wijn te doen, altijd eigenwijs en vooruitstrevend.

Robert Jan denkt dat hij waarschijnlijk de 1e in Nederland was die met sampling aan de gang ging. Ik denk dat dat klopt. Robert Jan heeft als toetsenist altijd de moderne middelen omarmt en is daarom een pionier te noemen. Ik zie hem nog zitten in Studio BMG terwijl hij zijn oude Hohner Pianet zat te samplen. Hij samplede ook fietsbellen en van alles en nog wat. Geen experiment ging te ver voor Robert Jan. En zo hoort het!

De documentaire ontroerde me want ook op het persoonlijk vlak leer je Robert Jan beter kennen. Ik zeg: verplicht kijkvoer! Donderdag 24 januari 2019 in Het Uur van de Wolf!

Categorieën
uitgesproken

Stukje bij beetje muziekmaken

Samen met wat vrienden kocht ik ooit – ik moet een jaar of 16, 17 geweest zijn – een 4-sporen recorder om muziek mee op te nemen. Alles wat je ermee opnam klonk als een demo maar je kon er prima liedjes mee opnemen. En door het beperkt aantal sporen bleven de arrangementen overzichtelijk en eenvoudig. Vrijwel alle albums van The Beatles zijn ook op 4-sporen recorders opgenomen. Het geweldige Revolver bijvoorbeeld.

Toch zijn 4-sporen best weinig. Want zet je de drums in stereo dan hou je er nog maar 2 over voor bas, gitaar en zang. En wat als je aanvullende percussie en keyboards wilt opnemen? Diverse tracks zullen dus samen opgenomen moeten worden, of je moet van het ene spoor naar het andere gaan bouncen. Dat laatste deden wij ook, maar daarmee ging de geluidskwaliteit wel achteruit want dat vergat ik nog te zeggen: die 4-sporen recorder nam op een cassettebandje op.

Wat jaren later ben ik met mijn inmiddels overleden vriend Quintus Kessler met een 8-sporen recorder gaan werken die we aan een Atari 1040ST computer koppelden. We gebruikten er ook een groot rack vol synthesizers bij. Toch was er nog steeds een groot verschil tussen het geluid dat uit onze homestudio kwam en het geluid dat we op CD’s hoorden. Helemaal tevreden waren we dus niet. In die tijd waren DDD CD’s, CD’s die van voren naar achteren digitaal opgenomen waren, het summum.

Doordat mijn vriend Conno van Wijk technicus werd in Studio BMG in Voorburg, een studio van Aad Link (manager Nits) en Robert Jan Stips (toetsenist Nits en producer van vele bandjes waaronder Gruppo Sportivo), kon ik daar ook gaan opnemen. We moeten een jaar of 19, 20 zijn geweest toen dat feest begon. De studio was een paradijs waar we uren achtereen zaten te werken aan van alles en nog wat. In Studio BMG stond een 16-sporen recorder en grote analoge mengtafel en veel synths van Robert Jan en Peter Calicher (toetsenist Gruppo Sportivo). Ik mocht dat allemaal gebruiken. Het was een speeltuin.

In die tijd was het heel normaal om de muziek stukje bij beetje op te nemen. Vaak werd eerst de begeleiding van bas en drums (vaak drumcomputer) opgenomen. En speelde de bassist een foutje dan werd er vanaf een bepaald moment “ingeprikt”. Alle fouten werden hersteld en vaak werden bijvoorbeeld gitaarpartijen heel strak gemaakt. We, Conno en ik, waren liefhebbers van het album Cupid & Psyche 85 van Scritti Politti en meer van dat soort mega strakke muziek. Slave to the Rhythm en andersoortige Trevor Horn producties. Quincy Jones’ Back in the Block album en ga zo maar door. Maar je kunt je afvragen: waarom wil je dat zelf ook?

Het was de tijdgeest denk ik. Heel veel tijd ging zitten in het editen op de Atari computer. Toch moet ik zeggen dat de groove vaak vergeten werd. We speelden eerder strak op de tel dan er omheen. HipHop daarentegen lette veel meer op die feel en grooves dan popmuziek. Luister maar naar menige popproductie uit de 80 en 90-er jaren en let op de strakheid. Veel van die muziek klinkt nu super saai in mijn oren.

Alles werd opgenomen met een clicktrack, een metronome. Die voerde de maatverdeling, niet de drummer, en maatversnellingen waren uit den boze. Ringo Starr gebruikte op de albums van de Beatles nooit een metronone. Maar mede daarom klinken ze zo geweldig “losjes”. En als je het mij vraagt klinkt de muziek uit de jaren 60 en 70 lekkerder dan de jaren erna. Uitzonderingen daargelaten, uitzonderingen die wat mij betreft te maken hebben met de groove, met de swing rondom het tempo. Met name HipHop ben ik zeer dankbaar voor het terugvinden van feel in gecomputeriseerde muziek.

Nadat mijn band MAM na de allerlaatste CD Look: Nederlands! uit elkaar was gevallen (in’94 al terwijl de CD pas in ’95 uitkwam) besloot ik me 100% op live spelen te richten. Ik was de computer compleet beu geworden en speelde een paar keer week live. In die tijd leidde ik met wat muzikanten diverse jamsessies, soms 2 per week, een in het Musicon en een in de Paap hier in Den Haag.

Inmiddels heb ik de computer weer hervonden. En natuurlijk zijn de mogelijkheden in de loop der jaren sterk verbeterd. Toch blijft het fenomeen “fouten verbeteren” aan me knagen. De computer leent zich er inmiddels zo goed voor om die foutjes te herstellen. Maar ik moet zeggen dat daarmee veel verloren gaat. De muziek wordt er statischer van. Het is niet voor niets dat HipHop vaak gebruik maakt van sleepende ritmes die achter de tel worden gespeeld. Ook zet HipHop vaak rauw klinkende samples in als kleur die het eendimensionale artificiële karakter van de computer verdoezelt en de boel levendiger maakt. Als een soort weeffout in de muziek.

Tegenwoordig is het in om alle fouten te verwijderen. Zelfs valse noten in de zang kunnen vrijwel onhoorbaar via de Autotune zuiver gemaakt worden. Veel muziek klinkt dan ook vandaag de dag gladder en strakker dan ooit. Geeft niet. Niemand heeft mij gevraagd ervan te gaan houden, maar ik ben inmiddels door schade en schande wijs geworden. Een beetje althans.

Categorieën
uitgesproken

Klassieke muziek en een Macintosh II

iiOoit kwam ik regelmatig in Studio BGM in Voorburg. Die studio was opgezet door Robert Jan Stips en Aad Link, respectievelijk de toetsenist en manager van The Nits. Peter Calicher van Gruppo Sportivo trof ik er ook regelmatig aan.

Op een dag stond er een onbekende man in de studio naast een, toen voor mij, onbekende Apple computer. Als ik het goed heb was dat een Macintosh II. De man liet ons een wonderbaarlijk computer programma zien. Hij had verstand van Klassieke Muziek en liet ons weten dat een orkest soms iets te snel of te traag speelt en dat de wens de vader van de gedachte is om dat te corrigeren. Vervolgens wees de man met zijn vinger naar het computer scherm. “Dat ding, kan dat”.

We waren met stomheid geslagen. Conno, de technicus, Aad, Robert Jan en ik.

De man ging verder. Wisten wij niet dat er in klassieke opnames geknipt werd? Wel honderden knips soms bij een langer stuk! “Dus klassieke uitvoeringen op CD bestaan uit meerdere ‘takes’ die aan elkaar gelijmd worden?” De man knikte met een grijns op zijn gezicht. Sterker nog, voegde de man eraan toe: “en soms speelt het orkest wat te traag of te snel in een bepaald deel en wil je dat versnellen of vertragen”.

Het computerprogramma dat de man kwam demonstreren kon dat; de audio vertragen of versnellen. De man stelde het programma in voor een test. Hij selecteerde een muziekstuk van 3 minuten. Na het klikken op het knopje Process begon de computer te ratelen en te ratelen. Na een uurtje gaven we het op. De man ook. We gingen naar huis.

De volgende ochtend ratelde de computer niet meer. Het Appletje had er precies een nacht over gedaan om de boel (lees: ons audiobestand van 3 minuten) ietsiepietsie te vertragen. En het klonk heel goed. Vrijwel zonder duidelijke bijgeluiden. Alsof het orkest echt iets rustiger gespeeld had. Met stomheid waren we verslagen. Door de computer. De computer verbeterde onze fouten. De almachtige computer.

Het voorval bleef aan me knagen. Het voelde als een nieuw soort geloof. In de nieuwe perfectie. In de maakbaarheid van de muziek. Dat het nog strakker, nog beter kon.

In klassieke muziek werd er evenveel gemanipuleerd als in pop muziek. Dat was me duidelijk geworden. Maar ja, wat moest ik ermee? Dat heeft nog jaren geduurd… het antwoord op die vraag.

En ooit, ja ooit dat was zeg maar 22 jaar geleden. Zelfs met een computer van de Aldi kun je tegenwoordig de boel real-time versnellen of vertragen. Maar juist door die toegenomen perfectie laait bij mij de behoefte aan imperfect geluid enorm op. Daarom nu, het antwoord op die vraag, met dank aan Bill Hicks:

Play From Your Fucking Heart!