Het verschil dat geen verschil is

Ik hoorde laatst van een zenboeddhist dat het raar is om te zeggen dat het glas leeg is. Want een glas kan niet leeg zijn. Nooit kan iets leeg zijn. Laat staan een glas. Dat wat je wegneemt wordt direct aangevuld. Het glas mag dan leeg lijken maar heeft zich tot de rand toe gevuld met lucht, met stofjes, met deeltjes waarvan wij misschien het bestaan niet eens afweten.

Is een gat niets? Is stilte niets?

Bestaat de leegte?

Ruud Janssen van de Gebarenfabriek vertelde me:

“Je moet niet vanuit de verschillen denken.”

Ik vertelde hem dat beeld populairder is dan puur audio. Maar Ruud wees me op de onzin van die gedachte.

“Je moet de overeenkomsten zien, denk in mogelijkheden.”

Ruud heeft een Gebarenwinkel en demonstreerde me van de week de beeldtelefoon. Hoe natuurlijk het is om elkaar te kunnen zien. Ik vroeg me af of ook de niet-dove medemens dat zou willen.

“Natuurlijk wil iedereen dat. Ik zie je ook liever dan dat ik je alleen hoor.”

En hij demonstreerde het door met zijn rug naar me toe te gaan zitten praten. Inderdaad, dat werkt niet, dat is tegennatuurlijk. We willen mekaar zien.

Dus beeld wint het ook hier van alleen geluid? Mensen zouden elkaar het liefst bellen met beeld erbij zou die mogelijkheid voorhanden zijn?

Het is een interessante gedachte om je af te vragen hoe dat zit. Bellen met geluid alleen, of bellen met beeld erbij, of bellen met alleen beeld zoals de doven doen.