Categorieën
uitgesproken

Schrijven is grip

Ik las een mooi interview met arts en schrijver Ivan Wolffers in de Volkskrant vandaag. Hij heeft sinds 2002 gevorderde prostaatkanker maar leeft al langer dan de prognose die zijn behandelend arts toentertijd maakte. Met zo’n concrete levensbeperking kom je tot vragen over zingeving.

Mensen willen grip krijgen op het leven. Bijvoorbeeld door iets concreets te doen of te maken waarvan zij vinden dat het zin heeft. Iets dat een zichtbaar resultaat heeft, tastbaar is, een fijn gevoel geeft enzo verder.

Dingen maken is grip. Een muziekinstrument steeds beter beheersen is ook grip. Steeds beter in staat zijn om naar anderen te luisteren is grip. Beter je eigen gevoel weten te plaatsen, de gedachten die eraan ten grondslag liggen, is grip.

De ziekte betekende dat er opeens chaos was in mijn bestaan. Door te schrijven hoopte ik daar vat op te krijgen. Ik ben begonnen met een blog over het alledaagse, waarin ik alles beschreef wat met die kanker te maken had. Ik nam me voor tot de kern door te dringen, de essentie te benoemen.

Lukte dat ook?
‘Gedeeltelijk. Het probleem is dat je altijd iemand hebt die over je schouder meeleest. Grote schrijvers kunnen zich daaraan onttrekken. Reve schreef wat er in hem opkwam, hij bekommerde zich niet om anderen. Ik heb dat ook geprobeerd, maar betwijfel of het me gelukt is. Ik kwam erachter dat mijn blog door veel meer mensen werd gelezen dan ik had verwacht. Ik dacht dat vooral wat vrienden en familieleden zo op de hoogte zouden blijven, maar veel meer mensen gingen het lezen. Daardoor voelde ik me toch weer gedwongen bepaalde zaken achter te houden. Marion (Bloem, red.) zal ongetwijfeld zeggen dat ik nog niet eerlijk genoeg ben geweest.’

Ivan Wolffers in interview Volkskrant 27 mei 2019

Met een blog concretiseer je je gedachten. Je maakt iets wat grip veroorzaakt. Een blog is een document, voor jezelf, voor anderen, het kan opgeslagen en bewaard worden. Het kan nu gelezen worden, of later. Misschien dat het over 100 jaar nog relevant is. Het is een teken van leven dat niet hoeft te vervliegen. Net als dat een boek niet hoeft te vervliegen. Of een lied, een film, een belangrijke sportwedstrijd en ga zo maar door.

Maar de buitenwereld gooit soms roet in het eten. Ivan is zich er bewust van dat er een publiek is dat meeleest. En je leest tussen de regels door dat ‘ie ermee worstelt, soms te weinig lak heeft aan de lezers.

De mening van een ander heeft niets met jou te maken. Grip krijgen op die mening van een ander heeft geen enkele zin. Tenzij je politicus bent, of een doordrammend discussiërend persoon. Je kunt je gaan inhouden in het schrijven, zaken achterwege laten waar een lezer mogelijk kritiek op zal hebben. Maar wat nu als die zaken je na aan het hart liggen? Als je de schaamte erover juist uit de weg wilt gaan?

Wie schrijft probeert grip te krijgen op het leven. De schrijver hoeft daarover aan niemand goedkeuring te vragen want het is aan de lezer of hij of zij er iets mee doet. Don’t shoot the messenger, zeggen ze. Een waarheid als een koe.

Categorieën
uitgesproken

Buwaldi, Buwalda

foto van: Marco Raaphorst / Creative Commons BY-NC-SA

“Heb jij iets met Delft?”, vroeg een lezer vanaf een klapstoeltje. Een vraag aan Het Lam dat acht en een half jaar had opgeofferd aan het schrijven van de opvolger van zijn succesvolle debuut roman.

Het Lam Gods nam een microfoon ter hand. “Nee!” Hoewel Het Lam zijn debuut voor een deel gesitueerd had in Delft, nota bene de plek waar ik nu op een klapstoel zat, hij bleek toch mooi de hele janboel uit zijn duim en de rest van zijn hand gezogen te hebben.

Acht en een half jaar is langer dan de lagereschooltijd. Langer dan de langste relatie die Het Lam ooit gehad had. Het zou eeuwig zonde zijn geweest als die acht en half jaar zich niet terugbetaalde qua succes. Hij was er lange tijd bang voor geweest. Was door diepe dalen gegaan. Zelftwijfel, boektwijfel. Regelmatig had ‘ie voor zijn boekenkast gestaan met knallende zelfreflecterende koppijn.

Tommy Wieringa had kort ervoor in zo’n zelfde setting voor een publiek op klapstoelen verklaard dat er voor hem niets leukers was dan schrijven. Onze Jezus dacht daar anders over. “Ik heb eigenlijk een hekel aan alles wat leuk is, zoal vakantie, drinken…”

Leuk? Het was zwaar afzien.

“Je staat op met 3 problemen en gaat naar bed met 7 problemen.” En dat dan acht en een half jaar lang. “Niet gaan lunchen buiten de deur, niet naar feestjes gaan en na de maaltijd gewoon weer door.” Soms deed ‘ie op een nacht vier hazenslaapjes om tussendoor de broer van Het Lam te sms-en over bepaalde passages.

Echter, de droom dat er in de boekenkast een plek voor hem is, was gebleven.

Categorieën
uitgesproken

De spagaat van de schrijver

We seem to have lost the target. Writers seem to write to be known as writers. They don’t write because something is driving them toward the edge.

Charles Bukowski

Sommige schrijvers zie je heel vaak terug in de media, op tv, op sociale media. Het lijkt wel of ze meer bekend zijn om hoe ze eruit zien en wat ze in talkshows te vertellen hebben dan om wat ze schrijven.

En dat ligt niet alleen aan de schrijvers zelf want menig talkshow nodigt de schrijvers juist uit omdat ze goed kunnen vertellen en het goed doen op beeld. Dat ze vaak geen reet verstand hebben van de onderwerpen, is bijzaak. Met complete eenzijdigheid tot gevolg, zo concludeerde de Ombudsman onlangs:

De Wereld Draait Door bestaat 48% uit terugkerende gasten. Bij Pauw keert 40% van de gasten terug en bij Jinek is dit percentage 33%. Bij De Wereld Draait Door was Jan Mulder tussen 2005 en 2015 wel 252 keer te gast. Dat houdt in dat hij in 16% van de afleveringen te zien was.

Het belang van diversiteit
Het moge duidelijk zijn dat het met de diversiteit inderdaad niet al te best gesteld is. Dat wekt de vraag op waarom het zo van belang is dat talkshows een afspiegeling van de samenleving kunnen geven.

(…)

Dit begrip houdt in dat de gasten in staat moeten zijn om op een makkelijke, onderhoudende manier te praten over het […] onderwerp, zonder vast te klampen aan […] jargon, maar ook over andere onderwerpen die ter tafel komen. Het betekent ook dat ze een interessante uitstraling moeten hebben en goed kunnen omgaan met spontane, onverwachtse gebeurtenissen. Ze moeten de aandacht van de kijker vast kunnen houden met hun verhaal.

Aan tafel! – onderzoek diversiteit Ombudsman (PDF)

Er is dus sprake van een Talkshowelite. Het gaat niet om kennis van zaken, het gaat erom dat ze een goed verhaal kunnen vertellen, spontaan met een interessante uitstraling. Het draait slechts om de vorm, niet om de inhoud.

Je moet van goede huizen komen wil je er niet aan meedoen. Wie kan aanschuiven bij DWDD wordt blij gemaakt met aandacht en in potentie hogere verkoopcijfers. Uitgevers zullen hierdoor ook grote druk uitoefenen op schrijvers vermoed ik.

De werkelijkheid is echter dat Matthijs van Nieuwkerk je alleen gaat uitnodigen als er een duidelijk verband tussen jou als schrijver en de hoofdpersoon in het boek gelegd kan worden. Zo mocht Griet op de Beeck komen vertellen over het eerste deel van haar trilogie:

Aan tafel bij DWDD zien we Griet zoals we haar niet eerder zagen: ze vertelt uitgebreid over haar persoonlijke betrokkenheid bij het centrale thema van de trilogie: incest. Ze werd zelf door haar vader op jonge leeftijd misbruikt.

Aflevering DWDD (25 september 2017)

De titel van haar boek Het beste wat we hebben wordt niet eens genoemd op de site van DWDD. Het feit dat ze zelf misbruikt is, is belangrijker. Punt is: het boek is niet biografisch. Het is fictie.

Waarom laat de schrijver zich dan toch verleiden tot dit soort gesprekken? Waarom werkte Charlotte Mutsaers mee aan een interview voor DWDD? In haar boek Harnas van Hansaplast schrijft ze dat de politie haar broer dood op zijn bed vinden, in een pyjamajasje, zonder broek, omringd door stapels porno. Kinderporno.

Het is fictie, maar toch liet Charlotte zich verleiden tot het beantwoorden van een stel respectloze vragen in het NRC.

We zitten in Mutsaers’ schrijfappartement in Amsterdam, de hond ronkt in zijn mand, de regen klettert tegen de ramen, we eten een stuk frambozentaart, en zij zegt: „Geen vruchtbare vraag. Voor een schrijver is het altijd fifty-fifty. De helft ervaring en de helft grote duim.”


En uw broer…?
„Komt niet uit mijn duim. Hij was echt mijn broer. Al die aantekeningen die ik van hem gebruik, de lijsten waarop hij precies bijhield wat hij at – geen letter aan veranderd.”


En de porno?
„Allemaal echt.”


Ook de kinderporno?
„Ook.”


En de Charlotte Mutsaers in uw roman, is die echt?
„Dat mag je niet vragen. Dat mag je nooit aan een schrijver vragen.”


Waarom niet?
„Dan wordt die verleid, of gedwongen, om eh…”


…te liegen?
„Ja.”

interview NRC

DWDD ging naar aanleiding daarvan (want: sensatie!) ook in gesprek met Charlotte. Het werd een soort politieverhoor. Ze moest verantwoording afleggen over de kinderporno van haar broer en precies aangeven welke feiten uit haar boek echt gebeurd zijn en wat fictie is.

Welnu, de kunstenaar is aan niemand iets verschuldigd. Het werk is wat het is. Het is aan de ontvanger, de lezer, de luisteraar, de kijker om er iets van te vinden. De kunstenaar schept slechts.

Mijn podcastcollega’s René van Es en Jair Stein doken jaren geleden in het verhaal van Guus Bauer. Zijn boek Vogeljongen beschrijft hoe een persoon in coma ligt terwijl de geest volledig wakker is, het zogenaamde locked-in syndroom. In interviews vertelde de schrijver dat hem dat zelf was overkomen, dat de feiten van de hoofdpersoon in zijn boek dus overeenstemden met zijn persoonlijke ervaringen. Maar hij bleek het geheel verzonnen te hebben, het is fictie. Jair Stein heeft die hele ontmaskering beschreven voor De Correspondent. Waarbij Jair ook inzoomt op die gekke obsessie van de media om pijnlijke, persoonlijke details van het leven van de auteurs naar boven te halen terwijl men tegelijkertijd een duidelijke desinteresse heeft voor de boeken die ze schrijven.

Kortom: het gaat niet over boeken, het gaat om persoonlijke verhalen van de schrijvers. En fictie is daarbij verboden, fictie is bijna een vorm van bedrog geworden, volgens De Media.

Over dit onderwerp heeft Sander Bax het boek De literatuur draait door geschreven. Ik moet het nog lezen maar het interview met hem gisteren in VPRO Boeken prikkelde direct mijn interesse.

In De literatuur draait door laat Sander Bax zien hoe het schrijverschap van de 21ste eeuw sterk beïnvloed wordt door de wetten van deze mediacultuur. 

quote website VPRO Boeken

Ik moest ook denken aan het schotschrift De lezer is niet dood van Alex Boogers. Daarin richt hij zich tot lezers die geheel zelfstandig boeken ontdekken. Niet door ze te dwingen, door hard te roepen “Dit is goede literatuur en dat niet!”, zoals Max Pam onlangs deed. Ook houdt Alex een pleidooi voor de schrijver die zich niet laat afleiden, of beter gezegd: verleiden tot het deelnemen aan die gekke mediacultuur. Alex vindt dat er voor een schrijver slechts een ding opzit: schrijven.

We moeten respect hebben voor kunstenaars, schrijvers die zich niet willen laten verleiden tot het geven van stompzinnige interviews die niet over het werk zelf gaan. Het werk is namelijk het enige waar het om draait. Vervolgens is het aan de lezer en kan de schrijver dus maar beter zwijgen.

Categorieën
uitgesproken

Echte schrijvers liegen

I also found out Hemingway lied all the time. His books are mostly lies. In some respects, I found a brother in arms. I’d been telling advertising porkies for years.

(…)

One of my biggest mistakes was wanting to write something sincere. That’s the death of any writer. The minute you try that, you’re a phony. Some writers seem to pull it off. They sound wise. Gore Vidal did a pretty good job of it, but he was the biggest phony going. The only guy who made his writing sound truly sincere was Jimmy Breslin.

(…)

We learned a lot from people like Nixon. Bukowski said, “I don’t have time for things that have no soul.” Nixon obviously never had one. Politics is soulless, entertainment is soulless. Advertising is about as soulless as Hell itself.

‘Things I’m Finally Willing To Admit About Writing’
Categorieën
uitgesproken

Schrijvend

foto onder CC BY: Mario Mancuso
foto onder CC BY: Mario Mancuso

De schrijver neemt waar en registreert.

Om het later misschien allemaal op te schrijven.

Zodat de lezer kan zijn waar de schrijver was.
Zodat de lezer kan voelen wat de schrijver voelde.
Zodat de lezer kan leren wat de schrijver leerde.

En de lezer de schrijver wordt.

Categorieën
uitgesproken

Beter leren bloggen in een maand: Blogging 101 van WordPress.com

If you’re interested in developing your blog or working on your writing but aren’t sure where to start, then welcome to Blogging U!

Een paar weken geleden heb ik me op WordPress.com aangemeld voor Blogging 101. Het is een cursus die een maand duurt en morgen (maandag 15 september 2014) start. Het is georganiseerd door WordPress.com om meer uit je blog te halen en beter te leren schrijven.

Elke dag zal The Daily Post een nieuwe opdracht publiceren die A. voor de inspiratie of het onderwerp van de blogpost een aanzet geeft en B. een aanvullende eis of beperking oplegt aan de deelnemers.

Wie zich aanmeldt voor Blogging 101 krijgt toegang tot een speciaal afgeschermd WordPress.com account waar alle deelnemers hun blogs kunnen aankondigen en erover in discussie kunnen gaan met elkaar. Ik verwacht dat het aantal Nederlandse blogs minimaal zal zijn. Maar het is voor mij misschien ook gelijk een goeie oefening om voor Melodiefabriek.com in het Engels wat goeie shit te gaan neerzetten. Of zal in het toch gewoon in het Nederlands doen? … om zot van te worden, dat taalvraagstuk …

Categorieën
uitgesproken

Het bureel van Nick Cave

Marc Maron voert de mooiste gesprekken. Ze worden meestal vanuit zijn eigen garage “The Cat Ranch” in Los Angeles opgenomen. Ik luister er al jaren naar, vanaf toen hij met de WTF podcast (What The Fuck) begon. Toen Robin Williams voorbijkwam en veel andere stand-up comedy collega’s van Marc, want dat is wat ‘ie ook doet. Hoewel het podcasten een evenzo serieuze bezigheid van Marc is.

Marc spaart zichzelf niet en neemt nooit een blad voor de mond.

What The Fuck buddies!

Maar goeds, iets anders. Marc heeft Iggy Pop al in zijn garage gehad. Zonder shirt aan. En sprak recentelijk met Nick Cave. Hoewel dat gesprek voor Marc wat stroefjes verliep, zo zegt ‘ie zelf, ik vind het een prachtgesprek. Omdat meneer Cave hele mooie dingen zegt.

Die hele Nick Cave is natuurlijk een interessant geval. Heeft zich altijd uitgesproken. Vond de muziekscene in Engeland na de punk geen snars voorstellen en vertrok naar Berlijn. Niet gek voor een Australiër‎. In Berlijn beviel het enorm. Er vloeide onder andere een werkrelatie met Wim Wenders uit voort. En een paar albums met The Bad Seeds.

Het leven van Nick Cave is een eigenwijs zelfgekozen leven. En dat is behoorlijk knokken, nogal logisch dus dat er interessante woorden er uit de mond van meneer Cave vloeien. En het werd vooral dik genieten toen het in het gesprek over zijn manier van werken ging. Meneer Cave maakt afspraken met zichzelf wanneer hij aan teksten en muziek voor een nieuw album of boek gaat werken. Een enkele keer kan dat ook een scenario voor een film zijn. Hij legt zichzelf vast in de agenda en houdt zich eraan. In een kantoor aan huis kan hij zich terugtrekken. Helemaal leeg begint ‘ie daar telkens aan een klus. Soms slaat de verveling toe. Of de inspiratie blijft uit. Maar ja, zo gaat dat als je dag in dag uit achter je bureau aan de slag gaat.

Zo’n werkritme heeft iets magisch. Ik ken het want het heeft er bij mij een lange tijd aan ontbroken. Ook al verlangde ik ernaar. In die tijd pakte ik duizend dingen op, maar raakte snel gedemotiveerd en veranderde mijn werkzaamheden weer. Om kort te gaan: de discipline die ik jaren geleden wel had was er bij mij tussenuit gegleden. Inmiddels heb ik de ijzeren discipline weer helemaal te pakken.

Het levert een mooi beeld op, zo’n Nick Cave achter zijn bureau. Wellicht zelfs in maatpak en met een gestreken overhemd. Schoenen die blinken. En dan met niets beginnen. Vanachter je bureau naar de zee staren. Omdat je iets aan het maken bent. Werk.

(CC BY-SA foto: Fabrizio Sciami)