Steely Dan: viering van het marginale

Walter Becker was 50% van Steely Dan. Hoe belangrijk is die man voor de muziek geweest? Domme vraag. Na zijn overlijden in 2017 werd een New Yorkse straat naar hem vernoemd, de Walter Becker Way. Volgens zijn dochter Sayan Becker zou Walter daar zo ongeveer als volgt op gereageerd hebben, ware hij nog in leven geweest:

Ha! Can you believe it? Who’s crazy idea was this anyway?

And then he would continue playing his guitar…

Al grasduinend in Walter’s nalatenschap kom je dat soort parels tegen. Zodoende ook dit mooie citaat van jeugdvriend Howard A. Rodman dat gewoon in de Nederlandse zon gezet moet worden:

Yet Walter and Donald did, anyway, and sold forty million records, anyway. They did it not by reverse-engineering what an audience might like, but by being deeply, obsessively, cannily true to themselves. The success of Steely Dan was because, not in spite of, its celebration of the marginal.

P.S. Nog ff een pittig luistertipje. Qua spanning en ontspanning is onderstaande een sterk staaltje muzikale krachtpatserij voorzien van een grote dosis subtiliteit. De spanning wordt telkens heel lang opgebouwd met akkoorden die behoorlijk tegen de reggae riff ingaan, gitaar er ook nog eens dwars overheen met tegentonen, totdat een basloopje op de synth de spanning plotseling geheel oplost naar een wel heel onwaarschijnlijk heerlijke akkoordprogressie die van een zeldzame schoonheid is. Avant-garde en vernuftige harmonie komen hier samen.

Is muziek een wegwerpproduct?

In aflevering 23 van de tweewekelijkse podcasts De Machine van de heren Atze de Vrieze en Niels Aalberts van de VPRO worden de muziekbladen doorgenomen. De heren houden een betoog over de muziekbladen op papier. Hebben die anno nu nog wel waarde? Het begint zo rond 13:45.

Wij hebben op de cover staan: Papa Roach, Within Temptation, Aretha Franklin en John Hiatt. Dat zijn mannen met een gemiddelde leeftijd van uhm, nou één vrouw, echt oude muziek.

Atze de Vrieze

Speelt leeftijd een rol bij het maken van goeie muziek?

Nee, vind ik niet.

Sowieso vind ik het vaak raar van de popjournalistiek: de vergankelijkheid ervan. Dat wat de ene dag als hip en vernieuwend wordt bestempeld wordt een jaar later totaal afgeschreven. Alsof het om een wegwerpproduct gaat. Echt goeie muziek is helemaal niet vergankelijk maar even actueel als ooit tevoren. Net als goeie literatuur en beeldende kunst dat is.

Atze zegt ook:

Nog even los van die covers, ik vind het echt stuitend dat de bladen echt niet gaan over relevante popcultuur. Je kunt van alles zeggen over John Hiatt, de man heeft een fantastisch oeuvre, een prachtige man en een interessante artiest. Maar het is natuurlijk een veteraan en zo staan die bladen vol met veteranen.

(…)

Ik heb zitten kijken, staan er goeie interessante verhalen over rap-artiesten? Ik bedoel hiphop in Nederland is het allerbelangrijkste. Staat niet in deze bladen.

Danscultuur, er zijn elk weekend festivals waar tienduizenden mensen heengaan. Er is niets van terug te zien in geen enkel van deze bladen.

Atze de Vrieze

Je zou ook kunnen stellen dat bladen zoals Heaven de minder vergankelijke muziek op een voetstuk zet. Maar wat ik ook zelf van een John Hiatt of een Bruce Springsteen mag vinden, die muziek is voor heel veel mensen nog altijd relevant. Ze trekken volle zalen, verdienen er goed geld mee en beïnvloeden nieuwe jongere musici.

Ja, hiphop is een heel populair genre (overigens ook een stokoud genre te noemen!) maar dat neemt niet weg dat je andersoortige artiesten ook de aandacht moet geven. Heaven heeft een totaal andere doelgroep, maar ga niet zeggen dat die doelgroep er minder toe doet.

Popmuziek was misschien ooit iets voor de jeugd maar dat is het allang niet meer. Het is überhaupt zot om een kunstvorm te koppelen aan leeftijd.

Daarnaast is het onzin om te denken dat jongeren niet van oudere muziek of oudere muzikanten houden. Zet iets van Steely Dan op en je moet concluderen dat het zowel muzikaal als tekstueel briljant is en blijft. Ook al is het je smaak niet. Of hoe relevant blijft Randy Newman? 100%! Daar kleeft geen greintje tijdgeest en vergankelijkheid aan. Dat is voor de eeuwigheid, zo goed is het.

Het enige dat relevant is, is de vraag: is het goeie muziek?

Leeftijd speelt daarbij geen enkele rol. Tenzij je te maken hebt met een wegwerpproduct en ditto wegwerpmuzikant.

Mike Stern, gisteren

Mijn oude gitaarheld Mike Stern gaf gistermiddag een workshop bij Max Guitar, hier op Scheveningen. Dat was kicken!

Hij speelde ooit op het comeback album van Miles Davis, Man with the Horn, een onwaarschijnlijk te gekke solo in het nummer Fat Time. Een soort Hendrix-speelt-Bebop ervaring was dat. Sindsdien weet ik dat we hier met een motherfucker te maken hebben.

Fat Time was de liefdevolle koosnaam die Miles voor zijn gitarist had uitgekozen. Ik had ergens begrepen dat Mike niet 100% tevreden was over die solo en sprak hem hierover tijdens de pauze aan. “Well it was okay, but I felt we might try it again. But then Miles told me: Mike when you are at a party you must know when it’s time to leave.”

En let wel: Mike speelt altijd alles live. Ook in de studio. Het gaat om de interactie tussen de musici met de grootst mogelijke spontaniteit en energie.

Mike bleek een onwijs aardige vogel. Mooie lach en onwijs complimenteus naar iedereen om hem heen. Zichtbaar dankbaar en onverbiddelijk in zijn zucht naar het maken van muziek.

Ik vroeg hem ook hoe hij blues in de jazz verwerkte, mineur over majeur speelde. “You’ll hear it.” Hij vertelde dat Miles overal die blue notes en blues licks in stopte. Gaaf hoe die jazzcats klassieke muziek en de blues met elkaar verweven. Miles was daar een van de koplopers in.

Mike legde met nadruk uit dat muziek een taal is. En dat je, om die taal te kunnen spreken, moeite zult moeten doen om het te leren spreken. In het begin zal dat moeizaam verlopen maar later zal alles vloeiender gaan. Ook benadrukte hij dat muziek de taal van het hart is, dus uiteindelijk moet jouw gevoel de doorslag geven. Jazz is enorm gestoeld op muziektheorie en dat is een valkuil. Ook Miles Davis was altijd enorm met theorie bezig. Prima ook, want dat is de basis van al het leren, maar uiteindelijk is nog veel belangrijker hoe jij het vindt klinken.

’s Avonds trad Mike Stern op in ’t Paard, hier in het centrum. Hij had de motherfuckers Darryl Jones op bas (ook hij speelde vroeger bij Miles en tegenwoordig bij de Rolling Stones), Keith Carlock op drums (toert veel met Steely Dan) en Bob Malach op sax (speelde oa met Stevie Wonder).

Wat een giganten! Keith Carlock en Darryl Jones is gewoon een ritmesectie waar je duizend jaar U tegen moet gaan zeggen.

Mike trapte regelmatig zijn Boss DS-1 distortion pedaal in. Precies dat pedaal heb ik zelf ooit in de 80ties gekocht. Zal het door Mike komen of toeval zijn? Ik weet het niet. En dat ik tegenwoordig op een telecaster speel is misschien ook niet helemaal toevallig. Terwijl ik absoluut niet in de stijl van Stern speel. Ambieer ik ook niet. Hoewel een snufje Fat Time… daar zeg ik geen nee op!

De mythe van de arme kunstenaar

Mythes. De werkelijkheid romantiseren. De werkelijkheid mooier maken. Vaak zijn het verkooppraatjes. Dat zie je nu ook met het begrip Storytelling gebeuren. Ik ben dol op goeie verhalen, maar wie gaan er met het begrip vandoor? Marketeers die dankzij Storytelling hun gebakkenluchtverhalen denken te kunnen aanscherpen.

Een vals verhaal kan toch nooit een geloofwaardig verhaal worden? Jawel want de meeste mensen willen maar wat graag geloven dat iets waar is. Daarom is er zoveel mythevorming en verafgoding.

De realiteit laat zich slecht grijpen en mythevorming gaat daar echt niet bij helpen. Eerder het tegenovergestelde zal het resultaat zijn. Het doet afbreuk aan de realiteit en kan miljarden mensen eeuwen lang in zijn greep houden, zo leert de geschiedenis ons telkens weer.

Ooit schreef ik al eens eerder een blogpost over een belangrijk mythe: ‘Klinken dure spullen echt beter?’

Maar een andere belangrijke mythe is die van de Arme Kunstenaar. Natuurlijk, Vincent van Gogh was zo’n arme kunstenaar die bij leven slechts 1 schilderij verkocht heeft. Zijn broer Theo was gedurende zijn hele leven zijn mecenas. De aanname is dat dankzij het geld van Theo, Vincent zijn kunstenaarschap optimaal heeft kunnen uitoefenen. Maar wat was er gebeurd als Theo dat geld niet aan zijn broer had gegeven en hem had verteld: “Kom op zeg, ga jij eens even je eigen geld verdienen!” Had Vincent zijn doeken dan aan de wilgen gehangen en was hij bijvoorbeeld predikant geworden? We weten het niet, het leven laat zich niet net zoals in de film Lola Rennt in een paar varianten vertellen. Maar grote kans dat Theo en Vincent in de mythe van de Arme Kunstenaar geloofden.

De kunstenaars uit mijn jeugd, Bach, The Beatles, Miles Davis, Steely Dan en ga zo nog maar een eind door, het waren geen Arme Kunstenaars. Toch geloofde ook ik in die mythe. Het verhaal van Van Gogh had immers een bijbelse kracht.

De mythe van de Arme Kunstenaar is handig om creatievelingen mee te ontmoedigen. Het beeld om te sterven zoals Van Gogh, wie wil dat nou? Het is de mythe die ook eeuwenlang (!) rond Michelangelo hing. Pas door toedoen van de Amerikaanse kunstprofessor Rab Hatfield die de bankrekeningen van Michelangelo analyseerde kwam in 2002 de waarheid naar boven dat het tegenovergestelde het geval was: Michelangelo was een multimiljonair die omgerekend naar de huidige maatstaven een vermogen van meer dan 35 miljoen euro zou hebben gehad! De kunstenaar leefde weliswaar spartaans, maar die keuze werd dus absoluut niet ingegeven door het vermogen dat hij bezat.

We moeten af van de mythe van de Arme Kunstenaar. Het is een vals verhaal dat mensen die creatief zijn weinig vertrouwen geeft in de toekomst. Het is heel gevaarlijk om in dat verhaal te geloven. En het is heel jammer om daardoor te kiezen voor iets dat meer voor de hand ligt. Te kiezen voor de veilige weg, een niet-creatieve weg. Om de lat juist niet heel hoog te durven leggen. Niet te kiezen voor iets dat misschien jaren aan toewijding kost. Zoiets als de Sixtijnse Kapel. De geschiedenis leert ons toch echt dat die toewijding vaak juist zeer ruim beloond wordt.

Geloof in jezelf broeders en zusters! Creativiteit for the win!

foto onder CC BY-SA: Antoine Taveneaux

Aja 40 jaar later: Walter Becker op bas en gitaar

Aangezien het dit jaar, 2017, 40 jaar geleden is dat het meesterwerk Aja van Steely Dan uitkwam, voel ik mij geroepen om dit album nummer voor nummer door te nemen op mijn blog. Zodoende schreef ik daarvoor een introductie en een analyse van het nummer Black Cow. Maar door de onverwachtse dood van Walter Becker op 3 september jongstleden wil ik daar een stuk aan toevoegen. Walter Becker vervult als bassist en gitarist op Aja namelijk een bijzonder belangrijke rol die ik wil toelichten.

Aja bestaat uit 7 tracks. Op 5 ervan is Walter te horen.

Aja


Op track 2, Aja, de gelijknamige titeltrack van het album, speelt Walter gitaar. Maar naast Walter spelen ook grootmeesters Larry Carlon en Denny Dias gitaar. Dankzij het geweldige arrangement, de precieze gelaagdheid van de instrumenten klinken die 3 gitaristen tezamen totaal niet als muzikale overdaad.

Deacon Blues


Op track 3, Deacon Blues, speelt Walter bas. Een prachtige partij waarbij hij in de coupletten de bas niet laat doorpompen op de drumpartij van grootmeester Bernard Purdie maar juist gaten laat vallen en de coupletten zodoende heel open houdt. In het refrein speelt hij wel met ‘Pretty’ Purdie mee. Walter speelt daarbij niet zozeer de grondtonen uit de akkoorden maar speelt spannende harmonische lijnen die het nummer op een fraaie manier weet voort te stuwen.

Home at Last


Track 5, Home at Last met opnieuw ‘Pretty’ Purdie die in dit nummer zijn wereldberoemde #purdieshuffle tentoonspreidt. Een onwaarschijnlijke drumpartij, een ware klassieker. ‘Pretty’ Purdie speelt een shuffle op de hihat die samen met de ghost notes die hij op zijn snaredrum speelt een triolen-timing vormen, de kenmerkende purdieshuffle. Het grooved als een gek maar is uiterst subtiel. Let ook even op hoe onwijs lekker zijn snaredrum hier klinkt. Aja klinkt sowieso als een klok.

Tegen deze waarschijnlijke groove speelt allereerst Fagen een geweldige solo op zijn synth en neemt Walter het van hem over met een sublieme gitaarsolo.

I Got The News


Op Aja vervult grootmeester Larry Carlton een belangrijke rol, Walter zegt hierover in een interview in Rolling Stone magazine:

“In the past,” said Becker, “it has been Larry who played most of the guitar solos. We’re probably hardest on guitar players. But we get the best work. I suppose other people go into the studio and jam around and it’s, ‘Let’s get something going,’ until they get a few riffs that they can try and write some words around. We’ve real charts and everything. It’s more productive. The musicians enjoy getting asked to do something that’s challenging. We like working with an overview, too. It’s difficult, but it’s fun. It’s not stupid music.”

Opvallend is dat de rol van Larry Carlton op Aja beperkt blijft tot die van ritme gitarist. Wat hij overigens met verve doet. Op Track 6, I Got The News is opnieuw een gitaarsolo van Walter te horen. Bluesy maar voorzien van diverse spannende noten die de solo het blues idioom doet ontstijgen. Lean and mean, kenmerkend voor Walter.

Josie


Het slotnummer van Aja, Josie, track nummer 7 met het geweldige gitaarintro. De gitaristen Dean Parks, Larry Carlton en Walter Becker vormen een trio maar ook hier ontaard het niet in een overdaad aan gitaargeweld. Met subtiel muzikaal doseren weet mijn favoriete #smaakmakerduo Fagen en Becker namelijk wel raad.

En dan die solo! Becker speelt hier met een heerlijk lekker clean geluid met een “randje” een topsolo van Heb Ik Jou Daar. De noten worden op een heerlijke manier opgedrukt, verbogen, kenmerkend van de blues, maar opnieuw wordt hier het blues idioom volledig ontstegen en bijt de solo van Walter op een heerlijke manier door de mix heen.

Opvallend is dus dat Walter op Aja op de laatste 3 nummers van deze wereldplaat dus de solos voor zijn rekening neemt. Tel daar de geweldige baspartij van Deacon Blues bij op en zijn ritmegitaar op Aja en we moeten toch echt tot de conclusie komen dat Walter een topmuzikant was. Naast dat ongelofelijk compositorische talent van hem. Naast zijn onwaarschijnlijk muzikaal oor voor harmonie en fraai samenspel. En naast zijn literaire topkwaliteiten en groot gevoel voor zwarte humor en cynisme.

Walter was zondermeer one of a kind.

Zo onwaarschijnlijk triest: Walter Becker is overleden!

foto onder CC BY-SA: Arielinson

Door The Nightfly (*), het soloalbum van Donald Fagen, heb ik denk ik Steely Dan ontdekt. Dat was in 1982 en ik was een jaar of 14, speelde gitaar en volgde met de grootst mogelijke toewijding wekelijks de workshop jazzgitaar aan de Stedelijke Muziekschool in Den Haag onder leiding van mijn favoriete docent aller tijden: Ferry Robers (RIP).

Het was dus jazz dat swingend de klok sloeg. Toen ik een paar jaar later in een schoolbandje nummers van de Stones moest spelen speelde ik er modale jazzsolo’s overheen. Dat had ik geleerd van Miles Davis’ Kind of Blue. Toch vroeg ik me af waarom dat in combinatie met de Stones toch zo verkeerd klonk. Tot op de dag van vandaag swing ik liever met een dikke toon dan dat ik hard, fel en gierend van snaar ga. Een echte rocker ga ik nooit worden, ook al hou ik wel van die stijl als luisteraar.

Maar potverdomme nu is Walter Becker dus overleden. Die andere helft van Steely Dan. Via The Nightfly kun je zo een brug slaan met het werk van Steely Dan en lang heb ik in de veronderstelling geleefd dat het harmonische genie van Steely Dan Donald Fagen was. Maar ik kwam erachter dat dat niet klopt. Het duo Fagen en Becker schreef namelijk alle songs samen. Zowel de muziek als de teksten. Schreef de Donald een zin dan vulde Walter hem aan. Het heeft geresulteerd in geniale muziek  die zijn weerga niet kent. Nog altijd staat Steely Dan compleet los van iedere andere band uit de popgeschiedenis. Er is geen band die jazz en rock zo goed verweven heeft als Steely Dan. En is geen band te vinden die aan het literaire niveau van Steely Dan kan tippen.

Steely Dan is enorm sophisticated. Maar het ontbreekt the Dan nooit aan zwarte humor, het bijt altijd. En ook hun nootkeuze, hun gruwelijk complexe harmonie, ook al klinkt het smooth, het is puur een wolf in schaapskleren. Wie de muziek van Steely Dan glad noemt heeft er niet goed naar geluisterd. Glad is veilig en de muziek van Steely Dan is verre van veilig. En je kunt op zachte toon de meest verschrikkelijke dingen bezingen, snap je?

Het is met name dat wat de Steely Dan adepten en coverbandjes vaak niet snappen, ze zijn simpelweg te glad en missen die vuile onderlaag die Steely Dan wel heeft. Dat is het vernuft, de diepgang die het duo Fagen en Becker zo uniek maakt.

Becker leerde ik pas echt goed kennen in 1994 toen zijn geweldige soloalbum 11 Tracks of Whack uitkwam. Ik weet nog hoe ik deze plaat maandenlang als afsluiter van de dag in zijn geheel beluisterde terwijl ik op de bank lag met een hoofdtelefoon op. Hoe laat ik ook thuis was, die plaat was altijd de dagafsluiter. Het is niet een plaat zoals The Nightfly, hij klinkt een stuk minder sophisticated. Maar de songs zijn geweldig, voorzien van onwaarschijnlijk lekkere complexe akkoordstructuren en de stem van Walter Becker klinkt ook heerlijk eigenwijs.

De track Girlfriend van dat 1e soloalbum van Walter is een van de meest geniale songs aller tijden. Het nummer bouwt een enorme overmatige spanning in de coupletten op die vervolgens telkens op een verrassend soepele manier ingelost wordt door het refrein. Ook mijn oude vriend Quintus (RIP) vertelde mij toen ik hem weer eens zag hoe geweldig hij dat nummer vond. Eenzelfde soort spannend-refrein met een oplossend-refrein zit in het nummer Hat Too Flat. Een methodiek die Steely Dan op een soortgelijke manier heeft toegepast in het nummer The Royal Scam van het meesterwerk met de gelijknamige naam. In dat nummer hoor je ook hoe geniaal langdradig de spanning overmatigd wordt opgebouwd om vervolgens ingelost te worden door de regel ‘See the glory of The Royal Scam!’ Uitermate zwart en cynisch.

Naast songschrijver en arrangeur speelde Walter gitaar en bas bij Steely Dan. In de hoedanigheid van gitarist heb ik Walter nog een paar maal live gezien. Een openbaring want ik weet nog hoe ik, toen ik ze de 1e keer live zou gaan zien, me bedacht dat het zeer waarschijnlijk tegen zou vallen. Steely Dan is immers een typische studioband, zo dacht ik. Nee niet dus, Steely Dan klinkt live onwaarschijnlijk te gek! De hemel op aarde! En het is een genot om Donald Fagen achter zijn Fender Rhodes te zien wiebelen als een soortemet Ray Charles. En Walter Becker speelde daar dan relatief bewegingsloos prachtige gitaarpartijen bij. Hij zag er altijd zeer gewoontjes uit. Een merkloze spijkerbroek van een maat of 2 te groot en een paar simpele sneakers eronder. Zonder enige vorm van opsmuk. De muziek moest het hem doen. En dat deed het enorm!

Walter is een prachtige naam om je kind te noemen. Rest in peace buddy!

  • = bij nader inzien denk ik toch dat het nummer Hey Nineteen van het album Gaucho mijn eerste kennismaking met de band was.

UPDATE: doodsoorzaak is door Walter’s vrouw Delia bekend gemaakt. Een zeer agressieve vorm van slokdarmkanker.

As Walter Becker’s wife of many years, I wanted to share with his fans some information regarding his death that has not previously been reported. I realize this is overdue, and I hope you will understand why. For me personally, his death was a devastating blow, as I know it was for many of you. I am just beginning to emerge from its heartbreaking impact.

Walter died in the course of being treated for an extremely aggressive form of esophageal cancer. The cancer was detected during one of his annual medical checkups and its presence came as a grim surprise to Walter, his doctors and to me. It seemed to have come out of nowhere and had spread with terrifying speed.

Walter chose an intense regimen of chemotherapy at Sloan Kettering though, between the cancer’s aggressiveness and the overwhelming toxicity resulting from the chemotherapy treatments, Walter died less than four months after the cancer was detected.

Walter passed peacefully in our New York City home, surrounded by his family, his music, and a blustery rainstorm — one of his favorite sounds — blowing outside the window. In keeping with his wishes, he was cremated without ceremony or memorial in New York City.

Understandably, Walter wanted privacy during the course of his illness and he hoped for recovery. He wanted to be able to return to the stage and once again perform for his fans. It’s important to me, as it was to Walter, that you all know he never intended to keep anyone in the dark about his condition. He just ran out of time much sooner than any of us thought possible.

The tsunami of tributes and remembrances that have followed Walter’s passing has been deeply moving. Even his “Number 1 Fan” — me — would not have predicted anything close to the depth and breadth of public expressions from those whose lives were enriched by Walter — by his talent, his kindness, and his skill at inspiring some wicked fun.

Thank you, everyone, for helping me and his loved ones know that Walter’s mark on the world — and on all of you — will not soon fade.

–bron: Stereogum

Wendel, de drummachine van Roger “De onsterfelijke” Nichols

publiek domein foto

Roger Nichols, de legendarisch engineer van Steely Dan is ook de uitvinder van Wendel, een digitale drumcomputer. Het eerste model bouwde hij al in 1978. Wie De Geschiedenis Der Drumcomputer een beetje kent weet dat hij daarmee zijn tijd ver vooruit was. Die andere bekende digitale drumcomputer, de Linn LM-1 (vaak foutief de LinnDrum genoemd) kwam namelijk pas in 1980 ter wereld.

De man won trouwens met Steely Dan drie (!) Grammy Awards in de categorie Best Engineered Recording — Non-Classical vanwege zijn “meticulous studio work”. Een daarvan ontving hij voor het Gaucho album waarop zijn uitvinding Wendel volop te horen is. En voor het eerst in de muziekgeschiedenis won een drummachine daarmee een platina album. Ik heb sterk het vermoeden dat dat nadien nooit meer is gebeurd!

foto uit privécollectie Roger Nichols

En er zit nòg een aardig verhaal aan vast. Roger vertelt:

Vandaag stuitte ik op een andere video, een korte docu over die legendarisch dildodrummer Wendel:

In de beginjaren 2000 had ik trouwens weleens contact met Roger. Roger gebruikte net als ik toentertijd het softwarepakket Nuendo van onze Duitse buurtjes (Steinberg). Zodoende kwam het soms van een online chat. Mag geen naam hebben hoor maar ik weet nog wel dat toen Steely Dan in Ahoy zou gaan optreden Roger me vroeg om tijdens het concert ff naar hem te zwaaien, hij moest namelijk de zaalmix doen. En godskolere wat klonk dat goed!

Roger overleed helaas heel tragisch in 2011 aan de gevolgen van alvleesklierkanker. Gelukkig is hij een beetje in mijn DNA gaan zitten. De zoektocht naar een uitstekend geluid gaat nooit voorbij. En het heeft Roger in ieder geval onsterfelijk gemaakt. De platen die hij met Steely Dan maakte zijn nog altijd referentie albums om geluidsapparatuur mee te testen.