De mythe van de arme kunstenaar

Mythes. De werkelijkheid romantiseren. De werkelijkheid mooier maken. Vaak zijn het verkooppraatjes. Dat zie je nu ook met het begrip Storytelling gebeuren. Ik ben dol op goeie verhalen, maar wie gaan er met het begrip vandoor? Marketeers die dankzij Storytelling hun gebakkenluchtverhalen denken te kunnen aanscherpen.

Een vals verhaal kan toch nooit een geloofwaardig verhaal worden? Jawel want de meeste mensen willen maar wat graag geloven dat iets waar is. Daarom is er zoveel mythevorming en verafgoding.

De realiteit laat zich slecht grijpen en mythevorming gaat daar echt niet bij helpen. Eerder het tegenovergestelde zal het resultaat zijn. Het doet afbreuk aan de realiteit en kan miljarden mensen eeuwen lang in zijn greep houden, zo leert de geschiedenis ons telkens weer.

Ooit schreef ik al eens eerder een blogpost over een belangrijk mythe: ‘Klinken dure spullen echt beter?’

Maar een andere belangrijke mythe is die van de Arme Kunstenaar. Natuurlijk, Vincent van Gogh was zo’n arme kunstenaar die bij leven slechts 1 schilderij verkocht heeft. Zijn broer Theo was gedurende zijn hele leven zijn mecenas. De aanname is dat dankzij het geld van Theo, Vincent zijn kunstenaarschap optimaal heeft kunnen uitoefenen. Maar wat was er gebeurd als Theo dat geld niet aan zijn broer had gegeven en hem had verteld: “Kom op zeg, ga jij eens even je eigen geld verdienen!” Had Vincent zijn doeken dan aan de wilgen gehangen en was hij bijvoorbeeld predikant geworden? We weten het niet, het leven laat zich niet net zoals in de film Lola Rennt in een paar varianten vertellen. Maar grote kans dat Theo en Vincent in de mythe van de Arme Kunstenaar geloofden.

De kunstenaars uit mijn jeugd, Bach, The Beatles, Miles Davis, Steely Dan en ga zo nog maar een eind door, het waren geen Arme Kunstenaars. Toch geloofde ook ik in die mythe. Het verhaal van Van Gogh had immers een bijbelse kracht.

De mythe van de Arme Kunstenaar is handig om creatievelingen mee te ontmoedigen. Het beeld om te sterven zoals Van Gogh, wie wil dat nou? Het is de mythe die ook eeuwenlang (!) rond Michelangelo hing. Pas door toedoen van de Amerikaanse kunstprofessor Rab Hatfield die de bankrekeningen van Michelangelo analyseerde kwam in 2002 de waarheid naar boven dat het tegenovergestelde het geval was: Michelangelo was een multimiljonair die omgerekend naar de huidige maatstaven een vermogen van meer dan 35 miljoen euro zou hebben gehad! De kunstenaar leefde weliswaar spartaans, maar die keuze werd dus absoluut niet ingegeven door het vermogen dat hij bezat.

We moeten af van de mythe van de Arme Kunstenaar. Het is een vals verhaal dat mensen die creatief zijn weinig vertrouwen geeft in de toekomst. Het is heel gevaarlijk om in dat verhaal te geloven. En het is heel jammer om daardoor te kiezen voor iets dat meer voor de hand ligt. Te kiezen voor de veilige weg, een niet-creatieve weg. Om de lat juist niet heel hoog te durven leggen. Niet te kiezen voor iets dat misschien jaren aan toewijding kost. Zoiets als de Sixtijnse Kapel. De geschiedenis leert ons toch echt dat die toewijding vaak juist zeer ruim beloond wordt.

Geloof in jezelf broeders en zusters! Creativiteit for the win!

foto onder CC BY-SA: Antoine Taveneaux

Aja 40 jaar later: Walter Becker op bas en gitaar

Aangezien het dit jaar, 2017, 40 jaar geleden is dat het meesterwerk Aja van Steely Dan uitkwam, voel ik mij geroepen om dit album nummer voor nummer door te nemen op mijn blog. Zodoende schreef ik daarvoor een introductie en een analyse van het nummer Black Cow. Maar door de onverwachtse dood van Walter Becker op 3 september jongstleden wil ik daar een stuk aan toevoegen. Walter Becker vervult als bassist en gitarist op Aja namelijk een bijzonder belangrijke rol die ik wil toelichten.

Aja bestaat uit 7 tracks. Op 5 ervan is Walter te horen.

Aja


Op track 2, Aja, de gelijknamige titeltrack van het album, speelt Walter gitaar. Maar naast Walter spelen ook grootmeesters Larry Carlon en Denny Dias gitaar. Dankzij het geweldige arrangement, de precieze gelaagdheid van de instrumenten klinken die 3 gitaristen tezamen totaal niet als muzikale overdaad.

Deacon Blues


Op track 3, Deacon Blues, speelt Walter bas. Een prachtige partij waarbij hij in de coupletten de bas niet laat doorpompen op de drumpartij van grootmeester Bernard Purdie maar juist gaten laat vallen en de coupletten zodoende heel open houdt. In het refrein speelt hij wel met ‘Pretty’ Purdie mee. Walter speelt daarbij niet zozeer de grondtonen uit de akkoorden maar speelt spannende harmonische lijnen die het nummer op een fraaie manier weet voort te stuwen.

Home at Last


Track 5, Home at Last met opnieuw ‘Pretty’ Purdie die in dit nummer zijn wereldberoemde #purdieshuffle tentoonspreidt. Een onwaarschijnlijke drumpartij, een ware klassieker. ‘Pretty’ Purdie speelt een shuffle op de hihat die samen met de ghost notes die hij op zijn snaredrum speelt een triolen-timing vormen, de kenmerkende purdieshuffle. Het grooved als een gek maar is uiterst subtiel. Let ook even op hoe onwijs lekker zijn snaredrum hier klinkt. Aja klinkt sowieso als een klok.

Tegen deze waarschijnlijke groove speelt allereerst Fagen een geweldige solo op zijn synth en neemt Walter het van hem over met een sublieme gitaarsolo.

I Got The News


Op Aja vervult grootmeester Larry Carlton een belangrijke rol, Walter zegt hierover in een interview in Rolling Stone magazine:

“In the past,” said Becker, “it has been Larry who played most of the guitar solos. We’re probably hardest on guitar players. But we get the best work. I suppose other people go into the studio and jam around and it’s, ‘Let’s get something going,’ until they get a few riffs that they can try and write some words around. We’ve real charts and everything. It’s more productive. The musicians enjoy getting asked to do something that’s challenging. We like working with an overview, too. It’s difficult, but it’s fun. It’s not stupid music.”

Opvallend is dat de rol van Larry Carlton op Aja beperkt blijft tot die van ritme gitarist. Wat hij overigens met verve doet. Op Track 6, I Got The News is opnieuw een gitaarsolo van Walter te horen. Bluesy maar voorzien van diverse spannende noten die de solo het blues idioom doet ontstijgen. Lean and mean, kenmerkend voor Walter.

Josie


Het slotnummer van Aja, Josie, track nummer 7 met het geweldige gitaarintro. De gitaristen Dean Parks, Larry Carlton en Walter Becker vormen een trio maar ook hier ontaard het niet in een overdaad aan gitaargeweld. Met subtiel muzikaal doseren weet mijn favoriete #smaakmakerduo Fagen en Becker namelijk wel raad.

En dan die solo! Becker speelt hier met een heerlijk lekker clean geluid met een “randje” een topsolo van Heb Ik Jou Daar. De noten worden op een heerlijke manier opgedrukt, verbogen, kenmerkend van de blues, maar opnieuw wordt hier het blues idioom volledig ontstegen en bijt de solo van Walter op een heerlijke manier door de mix heen.

Opvallend is dus dat Walter op Aja op de laatste 3 nummers van deze wereldplaat dus de solos voor zijn rekening neemt. Tel daar de geweldige baspartij van Deacon Blues bij op en zijn ritmegitaar op Aja en we moeten toch echt tot de conclusie komen dat Walter een topmuzikant was. Naast dat ongelofelijk compositorische talent van hem. Naast zijn onwaarschijnlijk muzikaal oor voor harmonie en fraai samenspel. En naast zijn literaire topkwaliteiten en groot gevoel voor zwarte humor en cynisme.

Walter was zondermeer one of a kind.

Zo onwaarschijnlijk triest: Walter Becker is overleden!

foto onder CC BY-SA: Arielinson

Door The Nightfly (*), het soloalbum van Donald Fagen, heb ik denk ik Steely Dan ontdekt. Dat was in 1982 en ik was een jaar of 14, speelde gitaar en volgde met de grootst mogelijke toewijding wekelijks de workshop jazzgitaar aan de Stedelijke Muziekschool in Den Haag onder leiding van mijn favoriete docent aller tijden: Ferry Robers (RIP).

Het was dus jazz dat swingend de klok sloeg. Toen ik een paar jaar later in een schoolbandje nummers van de Stones moest spelen speelde ik er modale jazzsolo’s overheen. Dat had ik geleerd van Miles Davis’ Kind of Blue. Toch vroeg ik me af waarom dat in combinatie met de Stones toch zo verkeerd klonk. Tot op de dag van vandaag swing ik liever met een dikke toon dan dat ik hard, fel en gierend van snaar ga. Een echte rocker ga ik nooit worden, ook al hou ik wel van die stijl als luisteraar.

Maar potverdomme nu is Walter Becker dus overleden. Die andere helft van Steely Dan. Via The Nightfly kun je zo een brug slaan met het werk van Steely Dan en lang heb ik in de veronderstelling geleefd dat het harmonische genie van Steely Dan Donald Fagen was. Maar ik kwam erachter dat dat niet klopt. Het duo Fagen en Becker schreef namelijk alle songs samen. Zowel de muziek als de teksten. Schreef de Donald een zin dan vulde Walter hem aan. Het heeft geresulteerd in geniale muziek  die zijn weerga niet kent. Nog altijd staat Steely Dan compleet los van iedere andere band uit de popgeschiedenis. Er is geen band die jazz en rock zo goed verweven heeft als Steely Dan. En is geen band te vinden die aan het literaire niveau van Steely Dan kan tippen.

Steely Dan is enorm sophisticated. Maar het ontbreekt the Dan nooit aan zwarte humor, het bijt altijd. En ook hun nootkeuze, hun gruwelijk complexe harmonie, ook al klinkt het smooth, het is puur een wolf in schaapskleren. Wie de muziek van Steely Dan glad noemt heeft er niet goed naar geluisterd. Glad is veilig en de muziek van Steely Dan is verre van veilig. En je kunt op zachte toon de meest verschrikkelijke dingen bezingen, snap je?

Het is met name dat wat de Steely Dan adepten en coverbandjes vaak niet snappen, ze zijn simpelweg te glad en missen die vuile onderlaag die Steely Dan wel heeft. Dat is het vernuft, de diepgang die het duo Fagen en Becker zo uniek maakt.

Becker leerde ik pas echt goed kennen in 1994 toen zijn geweldige soloalbum 11 Tracks of Whack uitkwam. Ik weet nog hoe ik deze plaat maandenlang als afsluiter van de dag in zijn geheel beluisterde terwijl ik op de bank lag met een hoofdtelefoon op. Hoe laat ik ook thuis was, die plaat was altijd de dagafsluiter. Het is niet een plaat zoals The Nightfly, hij klinkt een stuk minder sophisticated. Maar de songs zijn geweldig, voorzien van onwaarschijnlijk lekkere complexe akkoordstructuren en de stem van Walter Becker klinkt ook heerlijk eigenwijs.

De track Girlfriend van dat 1e soloalbum van Walter is een van de meest geniale songs aller tijden. Het nummer bouwt een enorme overmatige spanning in de coupletten op die vervolgens telkens op een verrassend soepele manier ingelost wordt door het refrein. Ook mijn oude vriend Quintus (RIP) vertelde mij toen ik hem weer eens zag hoe geweldig hij dat nummer vond. Eenzelfde soort spannend-refrein met een oplossend-refrein zit in het nummer Hat Too Flat. Een methodiek die Steely Dan op een soortgelijke manier heeft toegepast in het nummer The Royal Scam van het meesterwerk met de gelijknamige naam. In dat nummer hoor je ook hoe geniaal langdradig de spanning overmatigd wordt opgebouwd om vervolgens ingelost te worden door de regel ‘See the glory of The Royal Scam!’ Uitermate zwart en cynisch.

Naast songschrijver en arrangeur speelde Walter gitaar en bas bij Steely Dan. In de hoedanigheid van gitarist heb ik Walter nog een paar maal live gezien. Een openbaring want ik weet nog hoe ik, toen ik ze de 1e keer live zou gaan zien, me bedacht dat het zeer waarschijnlijk tegen zou vallen. Steely Dan is immers een typische studioband, zo dacht ik. Nee niet dus, Steely Dan klinkt live onwaarschijnlijk te gek! De hemel op aarde! En het is een genot om Donald Fagen achter zijn Fender Rhodes te zien wiebelen als een soortemet Ray Charles. En Walter Becker speelde daar dan relatief bewegingsloos prachtige gitaarpartijen bij. Hij zag er altijd zeer gewoontjes uit. Een merkloze spijkerbroek van een maat of 2 te groot en een paar simpele sneakers eronder. Zonder enige vorm van opsmuk. De muziek moest het hem doen. En dat deed het enorm!

Walter is een prachtige naam om je kind te noemen. Rest in peace buddy!

  • = bij nader inzien denk ik toch dat het nummer Hey Nineteen van het album Gaucho mijn eerste kennismaking met de band was.

UPDATE: doodsoorzaak is door Walter’s vrouw Delia bekend gemaakt. Een zeer agressieve vorm van slokdarmkanker.

As Walter Becker’s wife of many years, I wanted to share with his fans some information regarding his death that has not previously been reported. I realize this is overdue, and I hope you will understand why. For me personally, his death was a devastating blow, as I know it was for many of you. I am just beginning to emerge from its heartbreaking impact.

Walter died in the course of being treated for an extremely aggressive form of esophageal cancer. The cancer was detected during one of his annual medical checkups and its presence came as a grim surprise to Walter, his doctors and to me. It seemed to have come out of nowhere and had spread with terrifying speed.

Walter chose an intense regimen of chemotherapy at Sloan Kettering though, between the cancer’s aggressiveness and the overwhelming toxicity resulting from the chemotherapy treatments, Walter died less than four months after the cancer was detected.

Walter passed peacefully in our New York City home, surrounded by his family, his music, and a blustery rainstorm — one of his favorite sounds — blowing outside the window. In keeping with his wishes, he was cremated without ceremony or memorial in New York City.

Understandably, Walter wanted privacy during the course of his illness and he hoped for recovery. He wanted to be able to return to the stage and once again perform for his fans. It’s important to me, as it was to Walter, that you all know he never intended to keep anyone in the dark about his condition. He just ran out of time much sooner than any of us thought possible.

The tsunami of tributes and remembrances that have followed Walter’s passing has been deeply moving. Even his “Number 1 Fan” — me — would not have predicted anything close to the depth and breadth of public expressions from those whose lives were enriched by Walter — by his talent, his kindness, and his skill at inspiring some wicked fun.

Thank you, everyone, for helping me and his loved ones know that Walter’s mark on the world — and on all of you — will not soon fade.

–bron: Stereogum

Wendel, de drummachine van Roger “De onsterfelijke” Nichols

publiek domein foto

Roger Nichols, de legendarisch engineer van Steely Dan is ook de uitvinder van Wendel, een digitale drumcomputer. Het eerste model bouwde hij al in 1978. Wie De Geschiedenis Der Drumcomputer een beetje kent weet dat hij daarmee zijn tijd ver vooruit was. Die andere bekende digitale drumcomputer, de Linn LM-1 (vaak foutief de LinnDrum genoemd) kwam namelijk pas in 1982 ter wereld.

De man won trouwens met Steely Dan drie (!) Grammy Awards in de categorie Best Engineered Recording — Non-Classical vanwege zijn “meticulous studio work”. Een daarvan ontving hij voor het Gaucho album waarop zijn uitvinding Wendel volop te horen is. En voor het eerst in de muziekgeschiedenis won een drummachine daarmee een platina album. Ik heb sterk het vermoeden dat dat nadien nooit meer is gebeurd!

foto uit privécollectie Roger Nichols

En er zit nòg een aardig verhaal aan vast. Roger vertelt:

Vandaag stuitte ik op een andere video, een korte docu over die legendarisch dildodrummer Wendel:

In de beginjaren 2000 had ik trouwens weleens contact met Roger. Roger gebruikte net als ik toentertijd het softwarepakket Nuendo van onze Duitse buurtjes (Steinberg). Zodoende kwam het soms van een online chat. Mag geen naam hebben hoor maar ik weet nog wel dat toen Steely Dan in Ahoy zou gaan optreden Roger me vroeg om tijdens het concert ff naar hem te zwaaien, hij moest namelijk de zaalmix doen. En godskolere wat klonk dat goed!

Roger overleed helaas heel tragisch in 2011 aan de gevolgen van alvleesklierkanker. Gelukkig is hij een beetje in mijn DNA gaan zitten. De zoektocht naar een uitstekend geluid gaat nooit voorbij. En het heeft Roger in ieder geval onsterfelijk gemaakt. De platen die hij met Steely Dan maakte zijn nog altijd referentie albums om geluidsapparatuur mee te testen.

Aja 40 jaar later: Black Cow

In the corner
Of my eye
I saw you in Rudy’s
You were very high
You were high
It was a cryin’ disgrace
They saw your face

De eerste paar regels van het couplet worden ondersteund door een eenvoudige bluesvamp op basis van slechts één akkoord. Fagen zingt hoog met een scherpe twang, het is een techniek die veel zangers gebruiken om de hoge noten te kunnen halen.

Het laatste deel van het couplet zit harmonisch gezien uitermate complex in elkaar. Er wordt viermaal van toonsoort gewisseld. Ongekend in popmuziek! Zoiets kom je alleen in complexe bebop jazz tegen. Logisch want Fagen en Becker van Steely Dan zijn grote bebop liefhebbers.

“You were very high”

Fagen en Becker schrijven voor Steely Dan vrijwel nooit autobiografisch. En zo ook met deze tekst. Ze proppen graag een roman in een songtekst. De boel wordt dan minimalistisch aanscherpt door de boodschap te verhullen in cryptische uitdrukkingen. Smullen geblazen voor wie graag naar een beetje diepgang verlangt.

Daar waar de muziek van Steely Dan zoet en toegankelijk klinkt, het is het niet. Harmonisch en tekstueel bijt het als een wolf in schaapskleren.

To the point nu, wat speelt er zich in deze song af? De song draait om twee geliefden die ruzie hebben. In Rudy’s, een diner of een bar, is de partner gezien: “You were very high”.

On the counter
By your keys
Was a book of numbers
And your remedies
One of these
Surely will screen out the sorrow
But where are you tomorrow

De sleutels liggen op de bar met daarnaast een bijbel (book of numbers) en wat pillen om het verdriet te onderdrukken. Maar de pijn zal morgen toch zeker komen, zo wordt voorspeld.

I can’t cry anymore
While you run around
Break away
Just when it
Seems so clear
That it’s
Over now
Drink your big black cow
And get out of here

Het is klaar, drink je Black Cow op en sodemieter op!

Opvallend want het is een van de drie nummers van Aja waarin gedronken wordt. Een Black Cow in dit geval. Deze is bekend in 2 varianten:

Spaarzame schoonheid

De topmusici die dit nummer van muzikale magie voorzien:

  • Donald Fagen: zang en synth
  • Joe Sample: Hohner Clavinet
  • Larry Carlton: gitaar
  • Victor Feldman: Fender Rhodes piano
  • Paul Humphrey: drums
  • Chuck Rainey: bas
  • Backvocalisten:  Clydie King, Sherlie Matthews, Venetta Fields en Rebecca Louis
  • Blazers: Tom Scott (tenorsax en arrangementen), Jim Horn, Bill Perkins, Plas Johnson, Jackie Kelso, Chuck Findley, Lou McCreary en Slyde Hyde.

Het nummer begint uiterst spaarzaam. Op het linkerkanaal hoor je hoe Donald Fagen de blues met zijn synth speelt. Een beetje ala B.B. King door slechts 1 noot te spelen, de tonica/rootnote.

Het refrein wordt gedragen door de backvocalisten. Maar let ook eens op hoe Donald telkens “Break away” zingt. En bij “Over now, drink your big black cow” worden de hoge noten van Fagen ondersteund door de backvocalisten die in de harmonie de hoogste noten voor hun rekening nemen. Dit moment “Over now” met de bijbehorende akkoorden (D/E | C#m7#5) in combinatie met het samenspel tussen Fagen en de heerlijke backvocals vind ik van een onwaarschijnlijke schoonheid die zijn weerga niet kent. Vol in de roos, dit is echte muziek!

In de documentaire van Aja (heb ‘m natuurlijk zelf ook, op DVD) zegt Ian Dury:

Well, Aja’s got a sound that lifts your heart up.. and it’s the most consistent up-full, heart-warming.. even though, it is a classic LA kinda sound. You wouldn’t think it was recorded anywhere else in the world. It’s got California through its blood, even though they are boys from New York.. It’s a record that sends my spirits up, and really when I listen to music, really that’s what I want.

Victor Feldman speelt een geweldige solo over een paar eenvoudige septiem-akkoorden. Maar wel voorzien van een tweetal waanzinnige modulaties in het midden en op het eind. Feldman speelt trouwens ook op het geweldige album Swordfishtrombones van Tom Waits. Om maar iets te noemen. Het moge duidelijk zijn dat de complete bezetting van dit nummer, een waar peloton, op het toppunt van hun kunnen speelt. Iets om trots op te zijn tot het einde der tijden!

Na het laatste refrein wordt het eerste deel van het refrein in een variatie op herhaling gespeeld terwijl de backvocalisten telkens “so outrageous” benadrukken. De gedumpte partner krijg heel vilein van de backvocalisten zo nog een trap na. Tom Scott speelt er een geweldige saxofoonsolo dwars overheen.

Tot zover het openingsnummer van Aja. Volgende keer: de gelijknamige titeltrack van Aja.

Aja 40 jaar later: introductie

Dit jaar, 2017, is het precies 40 jaar geleden dat het album Aja van Steely Dan uitkwam. Nu stam ik zelf uit 1968 en was ik in 1977 nog met hele andere dingen bezig. Met witte bessen door een pvc-buis schieten bijvoorbeeld. Maar goeds een paar jaar later kwam ik dan toch echt in aanraking met de heren Steely Dan. Een muzikaal bewustzijn dat ontstond dankzij het nummer Hey Nineteen van Steely Dan dat ik op de radio hoorde. Voor ik het wist zat ik bij al mijn vrienden als muziekdominee op de hoek van het bed mijn nieuwe geloof te prediken.

40 jaar later is dat missionariswerk er nog altijd. Daarom moet ik dit opschrijven. Want wie Steely Dan niet kent die mist iets. En Aja in het bijzonder. Het is een album dat even belangrijk is als Revolver van The Beatles. Als Pet Sounds van The Beach Boys. Als Whats’s Going On van Marvin Gaye. Als Kind of Blue van Miles Davis. Et cetera.

Punk

Aja kwam uit in het jaar dat de punk hoogtij vierde. Dat boeide Steely Dan helemaal niet. De band trok zich trouwens helemaal nooit iets van de tijdgeest aan. Maar hoewel het mijlenver van punk lijkt af te staan staken de heren van Steely Dan, Donald Fagen en Walter Becker met Aja minstens een even grote middelvinger op richting de muziekwereld als de punkers. Maar daar waar de anarchie van de punk ook in de houding zit, zit het bij Steely Dan allemaal in de muziek. Steely Dan gaf (en geeft want de band bestaat gelukkig vandaag de dag nog steeds) geen reet om imago. Het draait om muziek en niets anders.

One thing we did right on “Deacon Blues” and all of our records: we never tried to accommodate the mass market. We worked for ourselves and still do.

Donald Fagen in The Wall Street Journal

De platen van Steely Dan klinken zo prachtig HIFI, je kunt er moderne geluidsapparatuur mee testen. Hun geluidsopvatting is zwaar beïnvloed door Rudy Van Gelder, de geluidstechnicus van veel beroemde jazzplaten die een intiem geluid wist te creëren door de microfoons heel dicht bij de instrumenten te plaatsen. Droog, met weinig galm.

Zwarte humor

De teksten zijn cryptisch en vrijwel altijd voorzien van een dosis bijtende humor. Zanger Donald Fagen schrijft samen met zijn medecomponist Walter Becker de muziek en teksten als één geheel. Ze groeiden beiden op in de voorsteden van New York. En in 1967, 1 jaar voor mijn geboortejaar zijn ze elkaar op het Bard College tegen het lijf gelopen. Ze studeerden er Engelse literatuur. Niet zo gek dus dat ze hun bandnaam Steely Dan aan het bekende boek Naked Lunch van William Burroughs ontleenden.

Prachtig spel

Steely Dan is een van de weinige bands die elke keer een geslaagde mix tussen jazz en popmuziek weet neer te zetten. Het zijn liedjes met catchy poprefreinen die in tegenstelling tot de meeste popmuziek veel verder gaan dan het spelen van een stel cowboyakkoordjes met een eenvoudige zanglijn.

De muziek van Steely Dan is uitermate geavanceerd. Mark Knopfler van de Dire Straits kan dat navertellen. Op de track Time Out Of Mind van het album Caucho uit 1980 speelt hij een solo van slechts een paar seconden. Die sessie kostte hem bijna een dag werk. Nu staan Fagen en Becker te boek als enorme perfectionisten maar de uitvoering van hun muziek vraagt dan ook echt om een enorme muzikale bagage en discipline van muzikanten. De harmonische verfijndheid  die Fagen en Becker in hun muziek stoppen kent zijn weerga niet. Het is zondermeer vergelijkbaar met complexe bebop jazz.

Voor de opnames van Aja moet een heel peloton aan sessiemuzikanten komen opdraven. Soms komen er zelfs meerdere sessiegitaristen aan te pas voordat een geslaagde solo wordt gevonden. En ik geef ze gelijk. Luister maar naar een paar van de alternatieven voordat ze tot de beslissende solo (nummer 7!) van Jay Graydon komen voor het nummer Peg:

De mannen werken net zolang door totdat het allemaal samenvalt: de geraffineerde akkoordstructuur, de melodieën en het samenspel tussen de musici. Hierdoor klinkt het album Aja na 40 jaar nog altijd even fris en tijdloos als toen het album uitkwam.

Tot zover. Volgende keer ga ik verder met mijn verhaal over Aja: het openingsnummer Black Cow.

Terug bij het begin

Midden in het proces van het produceren van een podcast zit ik op dit moment. Het moet een serie van 10 afleveringen gaan worden. Een serie over het vinden van eigenheid in de muziek. Het vinden van een artistieke ziel. Ik ben niet de hoofdpersoon in de podcast, toch gaat het ook over mij. Alles wat er gezegd wordt is onderhevig aan zelfreflectie want alles wat ik erin wil hebben en wat niet, het is allemaal aan mij om dat te bepalen.

Elke documentaire is gekleurd. Je kunt maar 1 kant opkijken met de camera en dwing je de kijker echt om ergens naar te kijken. Hij of zij ziet niet wat er naast of achter de camera gebeurt. Met audio heb je dat minder in de hand. Geluid speelt zich tenslotte als een wolk rond de microfoon af en die vangt ook het geluid van opzij en van achteren op. Een camera kan dat niet, tenzij je een moderne 360 graden camera gebruikt…

Maar goeds, waar zit mijn eigûh eigenheid als het aankomt op muziek? Ik heb de afgelopen jaren veel verkend en geëxperimenteerd op muzikaal gebied als componist, sounddesigner en uitvoerend muzikant. Veelzijdigheid is iets wat mij redelijk ligt, maar toch knaagt er iets.

De keuzes die je maakt, ze vormen je.

Ik weet nog hoe ik een jaar of 13 was en op een open dag van de Haagse Stedelijke Muziekschool aanwezig was. Als ik toen de muziek van de jazzgitaar workshop van Ferry Robers niet gehoord had was ik er ook niet aan begonnen. Dan had ik misschien gekozen voor een workshop popmuziek. Maar ik koos voor jazz.

Toen ik op mijn 16e in een schoolbandje terecht kwam begreep ik geen ene donder van de blueslicks die je over Rolling Stones songs behoorde te spelen. Hoe je over complexe jazz akkoorden moest soloren snapte ik wel. Ik speelde modaal over de Stones en het klonk voor geen meter. Que!? Bovendien swingde ik en dat is niet goed voor rock ‘n’ roll. Rock moet je hoekig, rauw en fel spelen. En in een solo moet je met een behoorlijk overstuurd geluid de gitaar laten gillen, met licks die omhoog gaan. Sizzling to the top…

De complexe harmonie van de jazz, ik ben er altijd dol op geweest. Daarom hou ik ook zo van Steely Dan. En daarom raakte ik ook verknocht aan Braziliaanse muziek. Harmonisch, melodisch en ritmisch is die muziek zo verschrikkelijk rijk. En tekstueel zijn de Brazilianen ook nog eens de grootste poëten op aarde. Een werelddeel dat op muzikaal gebied behoorlijk miskend wordt door de rest van de wereld!

Samen met Tom America heb ik de formatie ‘zegzeg’. Dat vraagt om een eenvoudige en droge aanpak wat mij betreft. Een gitaar in al zijn naaktheid, zonder poespas. Gewoon zorgvuldig gekozen noten. Geen episch gegil met veel vervorming. Geen theater en geen stoerdoenerij.

We etaleren helemaal niets behalve waar de muziek zelf om vraagt. Zoals het was op die open dag van de Stedelijke Muziekschool. Het was de muziek die me toen raakte. De rest doet er namelijk helemaal niet toe.

Donald Fagen graaft zich autobio: Eminent Hipsters

eminent hipsters

Donald Fagen was van plan om leraar Engels te gaan worden. Of journalist. Maar een mix van een psychedelisch goedje en een stel slechte muzikanten deden hem anders besluiten. Die slechte muzikanten speelden in een band en bleken de grootste lol te hebben. En dat sprak de jonge Donald wel aan. Tijdens zijn literaire studie aan Bard College in die goeie ouwe tijd, the sixties, ontmoette hij daar zijn muzikale partner Walter Becker. Wat volgde was een geniale muzikale samenwerking onder de noemer Steely Dan die tot op de dag van vandaag voortduurt.

In de jaren 80 komt onze Donald muzikaal en mentaal op een dood spoor te zitten. Vlak voor die dip levert hij nog wel zijn geniale soloalbum The Nightly af. Het is een van de eerste CD’s die geheel digitaal opgenomen werd. Hoewel dat proces een nachtmerrie bleek. Verhalen over een digitale bandrecorder van Sony die om de haverklap stuk ging tijdens de opnames. Dat verhaal staat overigens niet in zijn zojuist uitgekomen memoires Eminent Hipsters.

Donald laat de muziek even voor wat het is in de jaren 80. Hij wordt gevraagd om over filmmuziek voor Premiere magazine te schrijven en rolt op die manier alsnog de schrijvelarij in. Wat dat de laatste 30 jaar heeft opgeleverd is nu gebundeld in zijn eerste boek Eminent Hipsters. Aangevuld met een paar nieuwe stukken. De insteek hier is persoonlijk. Donald legt zijn helden onder de loep en grijpt de kans aan om de perikelen van een band op tournee aan het papier toe te vertrouwen. Dat is niet Steely Dan maar de band Dukes of September Rhythm Revue waarmee ‘ie samen met Michael McDonald en Boz Scaggs oude rhythm and blues songs van andere vertolkt naast hun eigen materiaal.

Donald is een meesterlijk schrijver. Uit zijn vingers vloeien de zwartgallige humor en ironische metaforen die we ook van Steely Dan gewend zijn. Donald presenteert zichzelf als een half dooie ouwe lul maar zijn publiek is minstens zo hard aan het ontbinden. De regel dat je je eigen publiek nooit moet aanvallen is aan Donald niet besteed. Hij haat het rechtse publiek. Hij haat sowieso rijke mensen. En hij haat de TV Babies, de generatie die vanaf de 60s opgegroeide met de TV als babyzitter. En recentelijk is ‘ie iedereen die de hele dag naar zijn handpalm loopt te staren gaan haten.

Door een toeval van het lot werd ik een grote Steely Dan fan. Wellicht de grootste van Nederland. Misschien wel van heel Europa. Ik ben 20 jaar jonger dan Donald, hij is van ’48, ik van ’68. Ik herinner me inderdaad de TV als altaar centraal gepositioneerd in de woonkamer. Maar ik herinner me ook vooral die eerste keer dat ik Aja van Steely Dan op de pickup van mijn pa over prachtige KEF boxen rondjes hoorde draaien. En hoewel ik toen al wist hoe ik met mijn gitaar over een E7#9 akkoord kon soleren, waar ik hier op stuitte bleek een geheel nieuw universum te zijn. “Dat dat er ook allemaal op zit”, om mijn oude gitaarleraar Ferry Robers maar weer eens te citeren.

Eminent Hipsters is een dun boekje van nog net geen 180 pageturners schoon aan de haak. Mijn literaire honger werd er nog lang niet mee gestild. En laten we hopen dat dat voor Donald ook geldt.