Het neutrale geluid manipuleren

waveform

Met de komst van de opnametechniek in de vorige eeuw probeerde men muziek in haar meest perfecte vorm vast te leggen. In plaats van een enkele liveopname voor publiek kon men hierdoor in de studio zoveel takes doen als men nodig had voor het vastleggen van de “perfecte” uitvoering.

Les Paul vond eind jaren 40 uit dat je met twee recorders stukje bij beetje een soort orkestje van gitaren en stemmen kon opnemen door de ene recorder op afspelen te zetten terwijl de andere recorder opneemt terwijl je er een andere partij bij speelt. Een soort audiopingpong. En Les verzon nog een revolutionaire truc, door op halve snelheid zijn partijen op te nemen klonken deze bij weergave op normale snelheid als razendsnel virtuoos spel:

De klassieke pianist Glenn Gould raakte in de 60-er jaren gefrustreerd van het geven van concerten. Nooit was de uitvoering naar zijn idee perfect terwijl hij die perfecte uitvoering wel in zijn hoofd hoorde. Hij stopte daarom geheel met het geven van concerten en was alleen nog maar in de studio te vinden. In de studio koos Glenn de beste delen uit en plakte de audiotapes daarvan aan elkaar om zo zijn perfecte uitvoering te creëren.

Met de komst van de multitrack-recorder midden jaren 50 werd het mogelijk om instrumenten spoor voor spoor verspreid over meerdere kanalen op te nemen. Hierdoor kreeg men nog meer controle over de muziek en klank. The Beatles met name waren ware pioniers op dit vlak. Hun muziek klonk niet meer als een live uitvoering maar als muziek die je alleen in een studio kunt maken. The Beatles stopten in dezelfde periode als Glenn Gould met het geven van liveoptredens vanwege eenzelfde argument. Het vormt een opvallend parallel tussen deze pioniers.

Vervolgens kwamen achtereenvolgend de drumcomputers, de polyfone (meerstemmige) synthesizers en de samplers op de markt en werden de partijen steeds vaker geprogrammeerd in plaats van door muzikanten ingespeeld. Hiermee werd de controle over het geluid ook steeds preciezer. Inmiddels is met behulp van de computer en de digitale techniek het spel van muzikanten totaal elastisch geworden. Zodoende kan de klankkeur achteraf, na opname, aangepast worden, kan de timing verbeterd worden en kan de toonhoogte onhoorbaar aangepast. Zelfs zanglijnen die behoorlijk vals klonken tijdens opname kunnen perfect in tune gemaakt worden zonder dat het publiek hoort dat de stem slechts een klankbron vormt voor een melodie die door de engineer geboetseerd is.

We kunnen stellen dat tegenwoordig elk geluid een bron kan zijn voor het maken van klanken die als muziek klinkt. Zo maakte ik een keer in opdracht van Disquiet Junto een muziekstuk dat als basis 1 sample had: een opname die ik maakte van een uitklontje in een glas. Dankzij de sampler en uitgebreide manipulatie tools kon ik uit die ene sample van slechts een paar seconden een heel muziekstuk persen:

Dankzij de complete controle over geluid kunnen we elk geluid produceren. Het levert een ongekende vrijheid op. We zijn hooguit afhankelijk van onze fantasie, kennis van geluid en de kunde om het te manipuleren. De kennis over hoe we geluid kunnen manipuleren neemt nog altijd toe. En daarmee ook de mogelijkheden en de tools die ons daarbij helpen. We kunnen als het ware steeds dieper inzoomen in het geluid en het aanpassen.

Het manipuleren van geluid lijkt grenzeloos. Het is niet gebonden aan een bepaalde stijl. Niet gebonden aan een bepaalde vorm. Het is neutraal van karakter, blanco. Als een wit scherm waar de schrijver in staart. Het daagt me uit.

The Beatles nu stromend af te spelen: Beep Beep YEAH!

Sinds vandaag is de muziek van The Beatles via alle streamingdiensten te beluisteren.

“Waarom hebben ze zo lang gewacht met het streamen van hun muziek?”, vroeg de NOS aan popjournalist Atze de Vrieze.

“Dat komt denk ik doordat ze inkomsten van streaming niet echt nodig hadden”

De grote graaier Michael Jackson

Nu vraag ik me toch af wie Atze met “ze” bedoelt. John Lennon en George Harrison zijn dood en Ringo Starr en Paul McCartney hebben nog altijd te dealen met de overdracht van de uitgeefrechten op naam van de grote graaier Michael Jackson zo’n 30 jaar geleden. De man kaapte in die ene historische deal 50% van de inkomsten voor hun neuzen weg. Wat tot gevolg heeft dat wanneer Paul een van zijn eigen liedjes uitvoert hij geld moet afdragen aan Michael. Michael heeft bij leven 50% van die 50% (volgt u het nog? een kwart dus) weer moeten afgestaan omdat hij er een te dure leefstijl op nahield en het geld dus hard nodig had. En opnieuw dacht hij niet aan Ringo, Paul en de erfgenamen, maar verkocht hij de boel koelbloedig aan Sony Music.

Ik kom het overal in de berichtgeving tegen die verwarring. Er wordt over The Beatles gesproken alsof ze alle 4 nog in leven zijn en de touwtjes in handen hebben.

Popvernieuwers

Maar goeds, even wat positievers. The Beatles waren echte vernieuwers. Omdat ze rijkere harmonieën aan het popidioom toevoegden, waarmee ze uit de 3-akkoorden structuur van de rock & roll (voorgekomen uit de blues, Little Richard, Elvis etc.) braken. Al in 1966 stopten ze met live optredens en werden een studioband. In die studio vonden ze vernieuwende geluiden die dankzij het gelaagd opnemen via de 4-sporen recorder tot stand konden komen. Zo was John Lennon een van de allereersten die experimenteerde door zijn zang niet in de opnameruimte maar in de controleruimte naast het mengpaneel op te nemen, gewoon omdat het daar in die ruimte lekker klonk. En ook Paul sloot zijn bas rechtstreeks op het mengpaneel aan. De aanwezige technici keken elkaar vragend aan: “vervorming op de bas, mag dat wel van de baas?”

Ja natuurlijk, alles kan. Excuse me, while I kiss the sky!

The sound of the studio

The Beatles werkten maandenlang aan dezelfde liedjes. Perfectionisten als ze waren. En vaak namen ze verschillende versies op van hun nummers. Soms lijmden ze twee verschillende versies aan elkaar. Met een scheermesje werd dan de opnametape doormidden gesneden en met een stukje tape werden de 2 verschillende delen aan elkaar gelijmd. Ze gebruikte soms opnames van anderen en verwerkte dat in hun eigen muziek. Tomorrow Never Knows van hun album uit ’66 kun je beschouwen als muziek gebaseerd op, wat we vandaag de dag, samples van derden zouden noemen.

Ze zijn de uitvinders van het concept De Studio Als Een Grote Speeltuin. Een speeltuin die je pas verlaat als de plaat helemaal klaar is. The Beatles waren niet vies van het inzetten van extra instrumenten. En dankzij hun producer en arrangeur George Martin (geschoold musicus die in staat was voor orkesten te arrangeren) wisten The Beatles hun songs te voorzien van verrassende arrangementen waardoor hun songs naar een hoger niveau getild werden. Hun slimme harmonieën met ijzersterke melodielijnen in verrassende arrangementen vormt nog altijd als voorbeeld voor hedendaagse popbands.

Nieuwe instrumenten

The Beatles pionierden met de Mellotron, een soort analoge sampler die op basis van tapes werkte waardoor je via een toetsenbord het geluid van violen of fluiten (gebruikt op Strawberry Fields Forever) kon produceren. George Harrison gebruikte op Abbey Road voor het eerst een Moog synthesizer. Een synth waarmee hij overigens ook in ’69 het zeer experimentele soloalbum Electronic Sound maakte.

Maar goeds er zijn genoeg verhalen over The Beatles te vertellen. Voor nu laat ik het hier even bij want het punt dat ik vooral wil maken is dat het te gek is dat we The Beatles nu stromend kunnen beluisteren. Ook al verdienen ze er zelf helemaal niets aan.

P.S. Toch nog een kleine toevoeging: ik ben geboren op 3 juli 1968 en heb The Beatles als baby op zeker meegekregen, alleen niet bewust. Wat ik wel bewust heb meegekregen is de CD-uitgave van Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band. Gekocht in Plato, Den Haag, op de dag van uitgave. Toen ik hem draaide kwam die hele summer of love in me los.

“Uhm, ja sorry hoor voor de rommel!”

Wat zullen ze wel niet van mij denken?

Vanmorgen had ik een fotograaf op bezoek voor een interview dat ik voor Den Haag Centraal heb gegeven vanwege mijn muziek voor de time lapse ‘Portrait Of Lotte 0 to 16 years’. Ik had hem voor zijn bezoek even goed voorbereid op wat hij zou aantreffen. Kijk, als mensen het woord studio noemen dan verwachten ze natuurlijk ook een studio. En hoewel ik mijn studio ook echt als mijn studio beschouw, je kunt er met gemak ook een opslagplek voor gitaren en verhuisdozen in zien. In het inspreekhok, dat ik zelf gebouwd heb met mijn buurman van een paar huizen verderop, staat een mega grote doos vol geluidsisolatie materiaal. Al maanden. Als ik er iets wil opnemen, een stukje zang, een voice-over of een akoestische gitaar, dan moet ik eerst die doos ergens anders parkeren. Mij boeit dat niet, maar die fotograaf, die zal wel denken. Toch?

Geen hobby, dat lijkt alleen maar zo

Eigenlijk had ik de wanden al maanden geleden met geluidsisolatie materiaal moeten beplakken. Ziet het er gelijk een stuk professioneler uit. Ik had ook een mannetje kunnen inhuren in plaats van het zelf te moeten doen. Zo’n mannetje die de ruimte helemaal opmeet en precies de juiste akoestische materialen ophangt om een prachtig mooi uitgebalanceerd geluid te krijgen. Maar ik heb er de poen niet voor over. Dan koop ik liever een lekkere gitaar of pot ik het op voor tijden dat ik de broekriem moet aantrekken.

Maar goeds toen de fotograaf vanmorgen op de stoep stond ging ik toch gelijk weer in de verdediging en maakte ik hem excuses voor de wat onhandige opstelling van mijn gitaren, de synthesizer in de hoek, de controllers op de stapel verhuisdozen, het losgekoppelde Nakamichi cassettedeck (lees: die Raap gebruikt hem dus vrijwel nooit meer!) en meer van dat soort spul dat doet vermoeden dat de man een hobby heeft. Maar het is geen hobby, het is mijn professie!

Het is te zot voor woorden om je te schamen voor je spullen, hoewel dat natuurlijk in mijn geval wel degelijk het geval is. Sterker nog: ik schiet telkens weer spontaan in de verdediging!

Meer dan 2 kanalen is pure overkill

Een grote imposante mengtafel heb ik niet. Nergens voor nodig ook want ik neem altijd in mijn uppie op. Slechts heel af en toe moet ik de microfoon bedienen voor iemand die in mijn inspreekhok plaatsneemt (“oh wacht, ik zet even die grote doos voor je weg, ja, sorry hoor!”)  om een voice-over in te spreken. Kortom: een mengtafel met meer dan 2 kanalen is in mijn geval pure overkill. Die 2 kanalen zitten namelijk ook op mijn geluidsinterface en dat is dik voldoende. Ik kan er mijn geweldige Joemeek condensator microfoon op aansluiten of ik plug mijn gitaartje er ook direct op in. Heerlijk toch die moderne minimale spullen?

Sinds 2003 werk ik voor de volle 100% vanuit de laptop. Hoewel veel van mijn collega mediacomponisten met hele zware computers en externe drives zitten voor de opslag van hun gigantische geluidsbibliotheken vol violen en ander strijkwerk, ik geef daar niets om. Ik wil de mogelijkheid hebben om vanaf de bank aan tracks te werken als ik dat wil.

Godsgruwelijk zaligmakend topgeluid

Let wel, het is een zeer bewuste keuze wat en wanneer ik iets koop. Want ik koop niet zoveel, dus als ik iets koop heb ik daar eerst grondig onderzoek naar gedaan. Mijn geluidsprekers heb ik dan ook zeer zorgvuldig uitgekozen. En mijn laptop is van het type De Duurste MacBook Pro Die Je Kunt Kopen. Ook wat er op die computer qua software en plugins geïnstalleerd is, is uitermate zorgvuldig uitgekozen. Ik kan dan ook mijn software, Propellerhead Reason en Ableton Live dromen. Zonder schroom durf ik het te zeggen: ik ben een mega expert op het gebied van die pakketen. Je zult mij dus niet zo snel iets extra’s zien aanschaffen. Ik heb geen tienduizend compressors nodig, maar kan een godsgruwelijk zaligmakend topgeluid bereiken met de paar compressors die ik wel heb.

Menig hobby muzikant heeft meer spullen dan ik, maar ik hoef die spullen niet. Ik wil eerder minder dan meer spullen bezitten. Met gemak koop je zo 15 microfoons maar wat heb je eraan als je er toch maar 1, of hooguit 2 voor de opname zult gebruiken? Met 15 van die apparaten wordt de keuze lastiger en zullen er steevast 13 of 14 stof liggen te happen. Welke zou ik nu eens gebruiken? Keuzestress, doe normaal zeg! Met een beetje EQ kun je overigens de karakteristiek van elke microfoon compleet aanpassen. Digitale editing stelt je in staat om het geluid naadloos te Designen vandaag de dag. Daar ben ik dus een grootmeester in. Misschien steek ik in dit stukkie iets te opzichtig een paar veren in mijn kont, maar ik zou liegen als het niet waar is. Ik heb TOTALE controle over mijn eigen topgeluid. En ik ken mijn spullen door en door. Zit er echt uren mee te experimenteren en te knoeien. Ik ben daar heel analytisch in. Op het neurotische af. Deze levenslange obsessie gekoppeld aan een grote dosis perfectionisme heeft ervoor gezorgd dat ik mijzelf inmiddels als mijn grootste fan ben gaan beschouwen. Trots dus, wel degelijk!

Mijn studiootje ziet er misschien niet uit maar vergis je niet, ik ken mijn spullen zo goed, dat valt niet uit te leggen, dat moet je gewoon horen. De rest, is bijzaak.

Ik hou er dus maar over op.

Inside Abbey Road (by Google)

Dit is een historisch moment. Met Inside Abbey Road bewijst Google dat internet het meest te gekke medium allertijden is. Multimediaal. Vanavond hebben ze het hierover op De Wereld Draait Door, zo niet dan lopen ze zwaar achter de feiten aan.

Stop met werken en surf naar insideabbeyroad.withgoogle.com/en

inside-abbey-road

P.S. En de site is zelfs prima met mijn Samsung S4 smartphone te bekijken!

Het geklooi met een goed gitaargeluid

Als gitarist ben ik altijd geïnteresseerd geweest in te gek goeie gitaargeluiden. Een interesse die al sinds mijn jeugd goed gevoederd werd dankzij de allergrootste muziekwinkel van heel Europa die in de Haagse binnenstad was te vinden. Voor ik het wist was mijn speurtocht naar het ideale gitaargeluid begonnen.

Meesterverkoper Nico Servaas en de Stille Zuidzee

De winkel van Nico Servaas , een meesterverkoper met een valse lach die altijd te herkennen was aan een lichtblauwe stofjas en 3 pond Brillcream in het haar. Regelmatig sprak hij mij handenwrijvend en grijzend aan:

“Mooi ding he? Wou je ‘m hebben? Hebbie centjes bij je?”

De man was a-muzikaal maar kon wel heel goed rekenen en de kassa opmaken. Hij woont al jaren op een eiland in de Stille Zuidzee. Van ondermeer mijn centen.

Leo Blokhuis schreef een paar jaar geleden op verzoek van Den Haag Marketing een boek over Servaas. Dit boek is op Bol te koop. Aanrader!

Ik heb van alles gekocht en weer verkocht. Zo herinner ik me de Mesa Boogie Quad voorversterker. Ik kocht hem omdat diverse gitaristen zweerden bij het super strakke cleane geluid dat eruit kwam. Wat waar was, maar ze vergaten erbij te vertellen dat het ding een ton woog. En dan hebben we het nog alleen over de voorversterker. Tel daar dus maar een zware eindversterker en een stel speakers bij op. Bovendien kostte het ding een klein fortuin. Zelfs tweedehands, althans voor mij.

“Waar komt toch die vreemde geur vandaan?”

Het is begin jaren 90 en ik zit met mijn band MAM in Studio BGM (Bureau Goeie Muziek) in Voorburg. Mijn gloednieuwe Koch-versterker staat er inmiddels al 2 dagen lekker op studiotemperatuur te draaien als een paar bandleden zich beginnen af te vragen waar toch die vreemde geur vandaan komt. Uit mijn versterker dus! Die we vervolgens bijna in rook zien opgaan…

Let wel: gitaristen zweren bij buizenversterkers. Menig gitarist is conservatiever dan de paus en zweert zelfs vandaag de dag nog bij het aloude concept van een triode buis om het geluid mee te versterker en er een mooi randje vervorming aan mee te geven. Wat goed voor Jimi was, moet nog steeds goed zijn, zo is de gedachte.

In de band MAM gebruikte ik in het begin ook weleens de Fender Twin versterker van bandlid Tom America. Ik woonde toendertijd in Voorburg op een bovenwoning maar de versterker bleef lekker in de flightcase onderaan de trap staan. Onmogelijk dat ik dat ding de trap op zou kunnen krijgen zonder halverwege te sterven.

Laatst stond ik nog met mijn drummer in een oefenruimte. En precies op het moment dat ik denk “wat hoor ik nu weer?” laat de versterker een zucht en houdt ‘ie ermee op. The tube that died on me, deel 2, of zoiets.

De opkomst van koelkasten en windmolens

In de 90-er jaren besloten alle gitaristen, incluis ondergetekende, over te stappen op 19″ units. De gitaarpedalen raakten uit de mode en alles moest in een rackje geplaatst worden. Het we-hebben-alles-onder-controle-geluid deed haar intrede. Ook ik deed er driftig aan mee en programmeerde allerlei combinaties van effecten zodat ik mijn rack met een groot voetpedaal/afstandsbediening kon bedienen. Helaas stond ik toch altijd op het podium tijdens de soundcheck en het optreden heel moeilijk naar mijn spullen te kijken omdat het daar toch weer anders klonk dan thuis of in de studio.

Ik herinner me nog een mooie uitspraak van gitarist Mark Boon (bekend van de band Diesel) uit die tijd: “die koelkast is vooral handig om mijn collectie colaflesjes op uit te stallen.”

In zo’n rack werd het een verschrikkelijke sauna vanwege al die lollige stroomverslindende gitaareffecten en amps. Vandaar dus dat menig ingewikkeld gitaarrack voorzien was van een paar loeiende ventilatoren om de boel te koelen. En wat had ik daar een gruwelijke hekel aan zeg! Nu moest je het rack in een studio in een eigen hok opsluiten wilde je niet helemaal lijp worden van het geloei van die windmolens.

In navolging van wat sessiejongens zoals Steve Lukather kocht ik op een gegeven moment een Palmer Speaker Simulator PDI-03. Een wereldding! De Palmer is een signaalverzwakker die het keiharde signaal van een speaker-output verzwakt naar een line-signaal. Nu kon ik elke technicus een prachtig gefilterd gitaarsignaal aanbieden. En niet langer was ik overgeleverd aan hard blazende gitaarversterkers in de studio. Ik gebruikte het ding overigens ook live, net als Steve.

De kruisbestuiving tussen een Walkman en een gitaarversterker

Jaren ervoor was het begonnen met de Rockman (release was al in 1982). Een apparaat dat lijkt op een rare kruisbestuiving tussen een Walkman en een gitaarversterker. Er kwamen maar twee soorten geluid uit: volkomen clean, of volkomen overstuurt. Het ding klonk heavy ook al plugde je er een elektrische banjo of een mondharmonica in. En qua dynamiek was het dus he-le-maal niets. Maar goeds, ook ik was zo rooms als de paus toentertijd. Voor minder dan buizen haalde ik mijn gitaar niet uit de koffer en dus diste ik deze wannabe-Marshall-Walkman volledig.

Uiteindelijk stapte ik toch van m’n geloof af

Na de Rockman en de Palmer is het snel gegaan. Ik liet me diverse malen verleiden door het spul dat ik in Nico’s toko aantrof.

Zo kocht ik een van de eerste apparaten op dit gebied van de firma Zoom. Tom America van MAM herinnert zich de ellende er nog van. Hoewel dat ding nog in Tom’s huisstudio best lollig had geklonken, bleek ‘ie eenmaal op een grote-mensen-volume gebracht in een club vol uitzichtloze jongeren vooral te willen feedbacken/rondzingen. En zoals altijd met die dingen is het altijd een ander die het als eerste opmerkt. Het was Tom die tijdens de soundcheck droog opmerkte: “wat is toch dat pieptoontje dat ik de hele tijd hoor?”

De sessie met Rick de Leeuw

Minstens een kwart van mijn leven heb ik vergooid aan het geklooi met die dingen. Vaak met een handleiding op schoot, geschreven door een Japanner die een hard piemeltje kreeg van het apparaat. Nou ik niet!

Ik herinner me een sessie voor de band Bon met Rick de Leeuw in de studio van de Tröckener Kecks. Mijn super dure buizenjongens had ik meegenomen. Maar Rick beschikte ook over een computer met Pro Tools en Amp Farm. Het was in het jaar 2000 of begin 2001. Een sessie van 3 dagen die een rare twist kreeg.

Omdat ik de band daarna verliet was ik niet meer betrokken bij de mixage en hoorde ik vervolgens niets meer van mijn opnames. Totdat 7 jaar later, Pieter Bon de zanger van de band, op de radio tijdens Wintertijd een nummer voorbij laat komen. Ik hoor het meteen: potdomme, dat ben ik!

Het hele album Alles Moet Anders staat op Spotify. De andere gitarist van dat album is Phil Tilli, die toendertijd in de Tröckener Kecks speelde. Ik kon het best goed met hem vinden. Na het uiteenvallen van de Kecks is ‘ie in de britrockband Moke gaan spelen.

Bon - Alles moet anders

In de liner notes word ik opgevoerd voor additionele bijdragen. Gelukkig herken ik mijzelf uit duizenden en weet ik hoe het precies zit. Ik ben te horen op de tracks (inclusief solo’s):

  • Vat Geen Kou
  • Alles Wordt Anders
  • Terug
  • Jij Slaapt
  • Zelf Verzinnen
  • Rondom Auto’s

Een poos terug hernieuwde ik het contact met Rick via Facebook. We zijn inmiddels bijna 15 jaar verder en een stukje wijzer geworden.

Of ik de Amp Farm of toch mijn oude buizenbak gebruikte, ik ben het een beetje vergeten. Volgens mij hebben we beiden gebruikt. In eerste instantie mijn buizenbak en als dat niet werkte, de Amp Farm in Pro Tools. Maar zeker weten doe ik het dus niet.

Wordt vervolgd…

Stukje bij beetje muziekmaken

Atari_1040ST

Samen met wat vrienden kocht ik ooit – ik moet een jaar of 16, 17 geweest zijn – een 4-sporen recorder om muziek mee op te nemen. Alles wat je ermee opnam klonk als een demo maar je kon er prima liedjes mee opnemen. En door het beperkt aantal sporen bleven de arrangementen overzichtelijk en eenvoudig. Vrijwel alle albums van The Beatles zijn ook op 4-sporen recorders opgenomen. Het geweldige Revolver bijvoorbeeld.

Toch zijn 4-sporen best weinig. Want zet je de drums in stereo dan hou je er nog maar 2 over voor bas, gitaar en zang. En wat als je aanvullende percussie en keyboards wilt opnemen? Diverse tracks zullen dus samen opgenomen moeten worden, of je moet van het ene spoor naar het andere gaan bouncen. Dat laatste deden wij ook, maar daarmee ging de geluidskwaliteit wel achteruit want dat vergat ik nog te zeggen: die 4-sporen recorder nam op een cassettebandje op.

Wat jaren later ben ik met mijn inmiddels overleden vriend Quintus Kessler met een 8-sporen recorder gaan werken die we aan een Atari 1040ST computer koppelden. We gebruikten er ook een groot rack vol synthesizers bij. Toch was er nog steeds een groot verschil tussen het geluid dat uit onze homestudio kwam en het geluid dat we op CD’s hoorden. Helemaal tevreden waren we dus niet. In die tijd waren DDD CD’s, CD’s die van voren naar achteren digitaal opgenomen waren, het summum.

Doordat mijn vriend Conno van Wijk technicus werd in Studio BMG in Voorburg, een studio van Aad Link (manager Nits) en Robert Jan Stips (toetsenist Nits en producer van vele bandjes waaronder Gruppo Sportivo), kon ik daar ook gaan opnemen. We moeten een jaar of 19, 20 zijn geweest toen dat feest begon. De studio was een paradijs waar we uren achtereen zaten te werken aan van alles en nog wat. In Studio BMG stond een 16-sporen recorder en grote analoge mengtafel en veel synths van Robert Jan en Peter Calicher (toetsenist Gruppo Sportivo). Ik mocht dat allemaal gebruiken. Het was een speeltuin.

In die tijd was het heel normaal om de muziek stukje bij beetje op te nemen. Vaak werd eerst de begeleiding van bas en drums (vaak drumcomputer) opgenomen. En speelde de bassist een foutje dan werd er vanaf een bepaald moment “ingeprikt”. Alle fouten werden hersteld en vaak werden bijvoorbeeld gitaarpartijen heel strak gemaakt. We, Conno en ik, waren liefhebbers van het album Cupid & Psyche 85 van Scritti Politti en meer van dat soort mega strakke muziek. Slave to the Rhythm en andersoortige Trevor Horn producties. Quincy Jones’ Back in the Block album en ga zo maar door. Maar je kunt je afvragen: waarom wil je dat zelf ook?

Het was de tijdgeest denk ik. Heel veel tijd ging zitten in het editen op de Atari computer. Toch moet ik zeggen dat de groove vaak vergeten werd. We speelden eerder strak op de tel dan er omheen. HipHop daarentegen lette veel meer op die feel en grooves dan popmuziek. Luister maar naar menige popproductie uit de 80 en 90-er jaren en let op de strakheid. Veel van die muziek klinkt nu super saai in mijn oren.

Alles werd opgenomen met een clicktrack, een metronome. Die voerde de maatverdeling, niet de drummer, en maatversnellingen waren uit den boze. Ringo Starr gebruikte op de albums van de Beatles nooit een metronone. Maar mede daarom klinken ze zo geweldig “losjes”. En als je het mij vraagt klinkt de muziek uit de jaren 60 en 70 lekkerder dan de jaren erna. Uitzonderingen daargelaten, uitzonderingen die wat mij betreft te maken hebben met de groove, met de swing rondom het tempo. Met name HipHop ben ik zeer dankbaar voor het terugvinden van feel in gecomputeriseerde muziek.

Nadat mijn band MAM na de allerlaatste CD Look: Nederlands! uit elkaar was gevallen (in’94 al terwijl de CD pas in ’95 uitkwam) besloot ik me 100% op live spelen te richten. Ik was de computer compleet beu geworden en speelde een paar keer week live. In die tijd leidde ik met wat muzikanten diverse jamsessies, soms 2 per week, een in het Musicon en een in de Paap hier in Den Haag.

Inmiddels heb ik de computer weer hervonden. En natuurlijk zijn de mogelijkheden in de loop der jaren sterk verbeterd. Toch blijft het fenomeen “fouten verbeteren” aan me knagen. De computer leent zich er inmiddels zo goed voor om die foutjes te herstellen. Maar ik moet zeggen dat daarmee veel verloren gaat. De muziek wordt er statischer van. Het is niet voor niets dat HipHop vaak gebruik maakt van sleepende ritmes die achter de tel worden gespeeld. Ook zet HipHop vaak rauw klinkende samples in als kleur die het eendimensionale artificiële karakter van de computer verdoezelt en de boel levendiger maakt. Als een soort weeffout in de muziek.

Tegenwoordig is het in om alle fouten te verwijderen. Zelfs valse noten in de zang kunnen vrijwel onhoorbaar via de Autotune zuiver gemaakt worden. Veel muziek klinkt dan ook vandaag de dag gladder en strakker dan ooit. Geeft niet. Niemand heeft mij gevraagd ervan te gaan houden, maar ik ben inmiddels door schade en schande wijs geworden. Een beetje althans.

Mijn paskamerstudio

paskamer

Zoveel dingen hadden gekund. Mijn studiootje in mijn nieuwe huis bijvoorbeeld dat al af had kunnen zijn. Maar goeds ik heb eerst de zolder met buurman Rick helemaal aangepakt. En toen ik zag wat een paar potten wit tegen de muren en plafond met de lichtreflectie deed zag ik ervan af er een muurtje in te plaatsen. Nu zit Karin er met haar blogkantoor. En ik ben een verdieping lager gaan funken. Mooi licht heb je daar ook. Teveel eigenlijk. Er moeten wat gordijnen komen. Dempt de boel akoestisch ook mooi. En er moet een gordijntje voor de paskamer komen.

Naast de paskamer heb ik een tafel met een hele heerlijke stoel voor de afluistering, mixage en het geklootviool op de vierkante millimeter met behulp van de computer. Als de boel helemaal klaar is dan laat ik een mannetje komen om de boel goed na te lopen op foute reflecties.

Die studio had eigenlijk allang klaar kunnen zijn. Maar goeds ondertussen zit ik in die onaffe ruimte gewoon mijn ding te doen. En dat voelt goed. Ik snap dat veel mensen niet tegen zo’n rommeltje kunnen. Zelfs alle snoeren moeten uit het zicht. Maar goeds die zitten achter zo’n plastic toetsenbordje en ik zit met een uit hout gesneden instrument op mijn schoot. Zo’n lekker ding waar je een snoer met een grote jackplug in moet pluggen. En dat snoer laat je gewoon over de grond naar de versterker lopen.

Ik kan er zo van genieten. In mijn lijf koester ik een diepe haat tegen netheid, braafheid, opgeruimde bureautjes, minimalistische saaiheid. Een studiootje moet een speeltuintje zijn bomvol instrumenten die binnen handbereik staan. Ingeplugd klaar voor gebruik. Snoeren zijn er tenslotte om over te struikelen. En desnoods slaap ik vanavond maar onder de tafel van mijn eigen studio op dat prachtige stuk tapijt dat heerlijk vaal begint te worden.

Terwijl het stof zich nestelt in de hals van mijn gitaar.

Todd Rundgren 10 jaar op Reason

ToddRundgren
Vandaag las ik in het Nederlandse muziekblad Interface dat mijn muzikale vriend Todd Rundgren alweer 10 jaar Propellerhead Reason software gebruikt. Een echte studio heeft hij allang niet meer nodig, zegt Todd in dat blad.

Ik denk er net zo over. Ook voor mij is een kleine thuisstudio voldoende. En net zoals ik gebruikt Todd dus Propellerhead Reason. Een pakket waarvoor ik als sounddesigner honderden geluiden ontwikkel heb die met het pakket meegeleverd worden (zie deze blogpost). Wie weet gebruikt Todd wel een paar van mijn geluiden op zijn nieuwe album State dat op 9 april gereleased wordt.

En Todd blijkt, net als ik, in Reason de Cakewalk RE-2A Rack Extension (zie mijn blogpost) te gebruiken vanwege zijn fantastische geluid. Het is een simulatie van een oude Teletronix LA-2A Leveling Amplifier.

Muzikale helden

Hoezeer de tijden zijn veranderd. Daar waar je vroeger (lees: toen ik nog een klein krullenbolletje was) niet kon beschikken over de middelen van succesvolle studio’s kan dat tegenwoordig wel. Voor een fractie van het geld. En voor je het weet maak je gebruik van dezelfde spullen als waarover je helden beschikken.

Todd maakt ook held Green Gartside van Scritti Politti gebruik van Reason (zie mijn blogpost). Scritti vond ik helemaal te gek juist vanwege hun hippe sound. Van de Synclavier die ze op hun geweldige album Cupid & Psyche 85 gebruikten kon ik alleen maar dromen. Maar de tijden zijn veranderd en ik gebruik inmiddels dezelfde spullen. Met Green heb ik hierover nog persoonlijk gesproken in Londen. Met Todd nog niet overigens. Maar misschien moet ik dat toch maar eens gaan doen…

Mooie reflecties van Uhbik-A

u-he-ambiance

Ik herinner me dat ik de TC Electronics M5000 voor de eerste keer in de studio hoorde. In Studio BGM in Voorburg was dat, *kuch* bijna 20 jaar geleden. Het was de eerste digitale galm/reverb die echt “echt” klonk. De reflecties die je hoorde leken door een houten vloer en houten panelen te zijn opgewekt. Net echt.

Een goede galm belast de CPU van een computer behoorlijk. Ik was dan ook zeer blij toen Propellerhead Software hun groots klinkende RV7000 galm aan Reason toevoegde enkele jaren geleden. De RV7000 geeft een fraai en regelmatig klinkende galm zonder dat het je CPU laat koken in rekenkracht.

Vorig jaar heb ik een nieuwe reverb met een speciaal geluid aan mijn collectie effecten toegevoegd, de Uhbik-A. Deze klinkt totaal anders dan de RV7000 en doet me herinneren aan de M5000 ook al heb ik die in geen jaren meer gehoord. De Uhbik-A is in staat om zeer natuurlijk klinkende galmen op te wekken. Ik hoor hout en een driedimensionale akoestiek. Een echte ruimte.

Tijd voor een voorbeeldje. Mijn aangepaste Ibanez AM50 gitaar nam ik rechtstreeks op in Reason en met de Line 6 Guitar Amp in Reason en de Uhbik-A erbij ontstaat een mooie dikke sound. Met name de warme diepte die het toevoegt vind ik helemaal te gek. Luister maar: