Categorieën
uitgesproken

Stukje bij beetje muziekmaken

Samen met wat vrienden kocht ik ooit – ik moet een jaar of 16, 17 geweest zijn – een 4-sporen recorder om muziek mee op te nemen. Alles wat je ermee opnam klonk als een demo maar je kon er prima liedjes mee opnemen. En door het beperkt aantal sporen bleven de arrangementen overzichtelijk en eenvoudig. Vrijwel alle albums van The Beatles zijn ook op 4-sporen recorders opgenomen. Het geweldige Revolver bijvoorbeeld.

Toch zijn 4-sporen best weinig. Want zet je de drums in stereo dan hou je er nog maar 2 over voor bas, gitaar en zang. En wat als je aanvullende percussie en keyboards wilt opnemen? Diverse tracks zullen dus samen opgenomen moeten worden, of je moet van het ene spoor naar het andere gaan bouncen. Dat laatste deden wij ook, maar daarmee ging de geluidskwaliteit wel achteruit want dat vergat ik nog te zeggen: die 4-sporen recorder nam op een cassettebandje op.

Wat jaren later ben ik met mijn inmiddels overleden vriend Quintus Kessler met een 8-sporen recorder gaan werken die we aan een Atari 1040ST computer koppelden. We gebruikten er ook een groot rack vol synthesizers bij. Toch was er nog steeds een groot verschil tussen het geluid dat uit onze homestudio kwam en het geluid dat we op CD’s hoorden. Helemaal tevreden waren we dus niet. In die tijd waren DDD CD’s, CD’s die van voren naar achteren digitaal opgenomen waren, het summum.

Doordat mijn vriend Conno van Wijk technicus werd in Studio BMG in Voorburg, een studio van Aad Link (manager Nits) en Robert Jan Stips (toetsenist Nits en producer van vele bandjes waaronder Gruppo Sportivo), kon ik daar ook gaan opnemen. We moeten een jaar of 19, 20 zijn geweest toen dat feest begon. De studio was een paradijs waar we uren achtereen zaten te werken aan van alles en nog wat. In Studio BMG stond een 16-sporen recorder en grote analoge mengtafel en veel synths van Robert Jan en Peter Calicher (toetsenist Gruppo Sportivo). Ik mocht dat allemaal gebruiken. Het was een speeltuin.

In die tijd was het heel normaal om de muziek stukje bij beetje op te nemen. Vaak werd eerst de begeleiding van bas en drums (vaak drumcomputer) opgenomen. En speelde de bassist een foutje dan werd er vanaf een bepaald moment “ingeprikt”. Alle fouten werden hersteld en vaak werden bijvoorbeeld gitaarpartijen heel strak gemaakt. We, Conno en ik, waren liefhebbers van het album Cupid & Psyche 85 van Scritti Politti en meer van dat soort mega strakke muziek. Slave to the Rhythm en andersoortige Trevor Horn producties. Quincy Jones’ Back in the Block album en ga zo maar door. Maar je kunt je afvragen: waarom wil je dat zelf ook?

Het was de tijdgeest denk ik. Heel veel tijd ging zitten in het editen op de Atari computer. Toch moet ik zeggen dat de groove vaak vergeten werd. We speelden eerder strak op de tel dan er omheen. HipHop daarentegen lette veel meer op die feel en grooves dan popmuziek. Luister maar naar menige popproductie uit de 80 en 90-er jaren en let op de strakheid. Veel van die muziek klinkt nu super saai in mijn oren.

Alles werd opgenomen met een clicktrack, een metronome. Die voerde de maatverdeling, niet de drummer, en maatversnellingen waren uit den boze. Ringo Starr gebruikte op de albums van de Beatles nooit een metronone. Maar mede daarom klinken ze zo geweldig “losjes”. En als je het mij vraagt klinkt de muziek uit de jaren 60 en 70 lekkerder dan de jaren erna. Uitzonderingen daargelaten, uitzonderingen die wat mij betreft te maken hebben met de groove, met de swing rondom het tempo. Met name HipHop ben ik zeer dankbaar voor het terugvinden van feel in gecomputeriseerde muziek.

Nadat mijn band MAM na de allerlaatste CD Look: Nederlands! uit elkaar was gevallen (in’94 al terwijl de CD pas in ’95 uitkwam) besloot ik me 100% op live spelen te richten. Ik was de computer compleet beu geworden en speelde een paar keer week live. In die tijd leidde ik met wat muzikanten diverse jamsessies, soms 2 per week, een in het Musicon en een in de Paap hier in Den Haag.

Inmiddels heb ik de computer weer hervonden. En natuurlijk zijn de mogelijkheden in de loop der jaren sterk verbeterd. Toch blijft het fenomeen “fouten verbeteren” aan me knagen. De computer leent zich er inmiddels zo goed voor om die foutjes te herstellen. Maar ik moet zeggen dat daarmee veel verloren gaat. De muziek wordt er statischer van. Het is niet voor niets dat HipHop vaak gebruik maakt van sleepende ritmes die achter de tel worden gespeeld. Ook zet HipHop vaak rauw klinkende samples in als kleur die het eendimensionale artificiële karakter van de computer verdoezelt en de boel levendiger maakt. Als een soort weeffout in de muziek.

Tegenwoordig is het in om alle fouten te verwijderen. Zelfs valse noten in de zang kunnen vrijwel onhoorbaar via de Autotune zuiver gemaakt worden. Veel muziek klinkt dan ook vandaag de dag gladder en strakker dan ooit. Geeft niet. Niemand heeft mij gevraagd ervan te gaan houden, maar ik ben inmiddels door schade en schande wijs geworden. Een beetje althans.

Categorieën
uitgesproken

Mijn paskamerstudio

Zoveel dingen hadden gekund. Mijn studiootje in mijn nieuwe huis bijvoorbeeld dat al af had kunnen zijn. Maar goeds ik heb eerst de zolder met buurman Rick helemaal aangepakt. En toen ik zag wat een paar potten wit tegen de muren en plafond met de lichtreflectie deed zag ik ervan af er een muurtje in te plaatsen. Nu zit Karin er met haar blogkantoor. En ik ben een verdieping lager gaan funken. Mooi licht heb je daar ook. Teveel eigenlijk. Er moeten wat gordijnen komen. Dempt de boel akoestisch ook mooi. En er moet een gordijntje voor de paskamer komen.

Naast de paskamer heb ik een tafel met een hele heerlijke stoel voor de afluistering, mixage en het geklootviool op de vierkante millimeter met behulp van de computer. Als de boel helemaal klaar is dan laat ik een mannetje komen om de boel goed na te lopen op foute reflecties.

Die studio had eigenlijk allang klaar kunnen zijn. Maar goeds ondertussen zit ik in die onaffe ruimte gewoon mijn ding te doen. En dat voelt goed. Ik snap dat veel mensen niet tegen zo’n rommeltje kunnen. Zelfs alle snoeren moeten uit het zicht. Maar goeds die zitten achter zo’n plastic toetsenbordje en ik zit met een uit hout gesneden instrument op mijn schoot. Zo’n lekker ding waar je een snoer met een grote jackplug in moet pluggen. En dat snoer laat je gewoon over de grond naar de versterker lopen.

Ik kan er zo van genieten. In mijn lijf koester ik een diepe haat tegen netheid, braafheid, opgeruimde bureautjes, minimalistische saaiheid. Een studiootje moet een speeltuintje zijn bomvol instrumenten die binnen handbereik staan. Ingeplugd klaar voor gebruik. Snoeren zijn er tenslotte om over te struikelen. En desnoods slaap ik vanavond maar onder de tafel van mijn eigen studio op dat prachtige stuk tapijt dat heerlijk vaal begint te worden.

Terwijl het stof zich nestelt in de hals van mijn gitaar.

Categorieën
uitgesproken

Giorgio Moroder: “whow, whie, whoo and that kind of stuff”

Giorgio Moroder is bekend geworden door het inzetten van synthesizers op Donna Summer’s I Feel Love. Bliepjes en repeterende patroontjes op het tempo van de hartslag. Maar dat wist je vast al.

(via)

Categorieën
uitgesproken

Todd Rundgren 10 jaar op Reason

ToddRundgren
Vandaag las ik in het Nederlandse muziekblad Interface dat mijn muzikale vriend Todd Rundgren alweer 10 jaar Propellerhead Reason software gebruikt. Een echte studio heeft hij allang niet meer nodig, zegt Todd in dat blad.

Ik denk er net zo over. Ook voor mij is een kleine thuisstudio voldoende. En net zoals ik gebruikt Todd dus Propellerhead Reason. Een pakket waarvoor ik als sounddesigner honderden geluiden ontwikkel heb die met het pakket meegeleverd worden (zie deze blogpost). Wie weet gebruikt Todd wel een paar van mijn geluiden op zijn nieuwe album State dat op 9 april gereleased wordt.

En Todd blijkt, net als ik, in Reason de Cakewalk RE-2A Rack Extension (zie mijn blogpost) te gebruiken vanwege zijn fantastische geluid. Het is een simulatie van een oude Teletronix LA-2A Leveling Amplifier.

Muzikale helden

Hoezeer de tijden zijn veranderd. Daar waar je vroeger (lees: toen ik nog een klein krullenbolletje was) niet kon beschikken over de middelen van succesvolle studio’s kan dat tegenwoordig wel. Voor een fractie van het geld. En voor je het weet maak je gebruik van dezelfde spullen als waarover je helden beschikken.

Todd maakt ook held Green Gartside van Scritti Politti gebruik van Reason (zie mijn blogpost). Scritti vond ik helemaal te gek juist vanwege hun hippe sound. Van de Synclavier die ze op hun geweldige album Cupid & Psyche 85 gebruikten kon ik alleen maar dromen. Maar de tijden zijn veranderd en ik gebruik inmiddels dezelfde spullen. Met Green heb ik hierover nog persoonlijk gesproken in Londen. Met Todd nog niet overigens. Maar misschien moet ik dat toch maar eens gaan doen…

Categorieën
audiotechniek

Mooie reflecties van Uhbik-A

Ik herinner me dat ik de TC Electronics M5000 voor de eerste keer in de studio hoorde. In Studio BGM in Voorburg was dat, *kuch* bijna 20 jaar geleden. Het was de eerste digitale galm/reverb die echt “echt” klonk. De reflecties die je hoorde leken door een houten vloer en houten panelen te zijn opgewekt. Net echt.

Een goede galm belast de CPU van een computer behoorlijk. Ik was dan ook zeer blij toen Propellerhead Software hun groots klinkende RV7000 galm aan Reason toevoegde enkele jaren geleden. De RV7000 geeft een fraai en regelmatig klinkende galm zonder dat het je CPU laat koken in rekenkracht.

Vorig jaar heb ik een nieuwe reverb met een speciaal geluid aan mijn collectie effecten toegevoegd, de Uhbik-A. Deze klinkt totaal anders dan de RV7000 en doet me herinneren aan de M5000 ook al heb ik die in geen jaren meer gehoord. De Uhbik-A is in staat om zeer natuurlijk klinkende galmen op te wekken. Ik hoor hout en een driedimensionale akoestiek. Een echte ruimte.

Tijd voor een voorbeeldje. Mijn aangepaste Ibanez AM50 gitaar nam ik rechtstreeks op in Reason en met de Line 6 Guitar Amp in Reason en de Uhbik-A erbij ontstaat een mooie dikke sound. Met name de warme diepte die het toevoegt vind ik helemaal te gek. Luister maar:

Categorieën
uitgesproken

De nieuwe Wisseloord Studios

Op 12 juli 2012, vorig jaar dus, was ik op bezoek bij mijn oude vriend Conno van Wijk die ik al meer dan 30 jaar ken. Hij is de studio-eigenaar van de Gooi & Vecht Studio, een studio voor audio post-productie, video-editing en conversie die onlangs verhuisd is naar Wisseloord, de legendarische studio’s in Hilversum.

Conno gaf me rondleiding. De laatste keer dat ik een bezoek aan Wisseloord bracht was 17 jaar geleden. Ik was er toen om samen met Sander van der Heide de laatste CD van MAM te masteren. Er kwamen wat leuke herinneringen boven toen ik er weer rondliep. Maar net als de meeste andere studio’s heeft Wisseloord een moeilijke tijd achter de rug. In 2009 ging het zelfs failliet. Gelukkig werden begin 2012 de nieuwe Wisseloord Studios geopend door een geheel nieuw team van creatieve en zakelijke mensen. Veel geld is geïnvesteerd in het verbeteren van de studios terwijl de prachtige opnameruimtes met de bekende interieurs behouden bleven. Ik moet zeggen: het ziet er verbluffend goed uit. Studio 1, met de grootste opnameruimte en een grote controle-kamer, is volledig digitaal en Studio 2 is volledig analoog. Er is ook een studio voor mixage te vinden en een grote mastering suite. De Gooi & Vecht Studio van Conno vind je op de kelderverdieping. Hij betrekt daar diverse ruimtes met editing-sets en opname-ruimtes. Samen vormen de nieuwe Wisseloord Studios een combinatie van allerlei high-end audio-bedrijven in een gebouw.

Natuurlijk is de manier waarop we muziek opnemen ook erg veranderd door de jaren heen. Veel mensen maken tegenwoordig gebruik van een thuisstudio. Ik ook. Toch geloof ik dat er nog een plek is voor studio’s zoals Wisseloord, met name vanwege de grote ruimtes en akoestiek. Dat gaat je thuis niet lukken. Dus als het budget het toelaat…

Categorieën
uitgesproken

Een soort Eigen Huis & Tuin voor musici: Studio Rescue

Studio Rescue is verslavend. Het zal ermee te maken hebben dat ik op dit moment zelf een studio aan het inrichten ben. Het gluren-bij-de-buren aspekt zal dus zeker meespelen. Toch is het net Eigen Huis & Tuin want elke aflevering verloopt geheel voorspelbaar op dezelfde manier. Met de epische afsluiter van presentator Francis Buckley “why don’t you fire your equipment up to make sure everything is working and I’ll be right back”, om vervolgens terug te komen met een gratis Rode microfoon voor de eigenaar van de studio die gered moest worden.

De minimale standaard isolatiemethode die Francis gebruik is de volgende:

studio-isolatie

Wat mij betreft een prima opstelling. Zelfs zonder gratis microfoon.