VoCo is een audio app die woorden kan veranderen

Onder de noemer VoCo is Adobe bezig een soort Photoshop voor audio te bouwen waarmee je een opname van de menselijke stem zover kunt gaan aanpassen dat die stem andere woorden gaat uitspreken. De software heeft ongeveer 20 minuten aan spraak van een persoon nodig om op basis daarvan nieuwe woorden en zinnen te kunnen bouwen. Tijdens het Adobe MAX 2016 Sneak Peeks evenement werd een demo van de tool gepresenteerd:

Het is een kwestie van tijd voordat zo’n tool vlekkeloos werkt. Dat was met Photoshop immers ook het geval. Dankzij de digitale techniek kunnen we vandaag de dag al best heel veel. In tegenstelling tot analoog kun je digitaal echt onhoorbaar knippen in audio. Zelfs in een woord. En met de huidige techniek kunnen we de toonhoogte van een stem veranderen. We kunnen het formant (resonantie van specifieke frequentie/s) aanpassen om bv van een mannenstem een vrouwenstem te maken. We kunnen de snelheid van de stem versnellen of vertragen terwijl de toonhoogte gelijk blijft. En nog meer van dat soort foefjes. Een soort kleien met audio.

Met gemak knip ik woorden uit een interview. Een poos geleden werd tijdens een interview een achternaam verkeerd uitgesproken. Ik kon het niet over mijn hart krijgen dat de geïnterviewde met die fout op de radio te horen zou zijn en dus sleutelde ik net zo lang totdat het helemaal naturel klonk. En een jaartje terug werkte ik aan een documentairefilm waarin een Indiër voorkwam die ongelofelijk traag sprak. Niet te doen! Als oplossing werd het interview met behulp van software versneld, ook op beeld dus (het moet natuurlijk wel sync lopen!). Het zag er totaal overtuigend uit. Niemand die het doorhad, behalve de man zelf. En zijn vrouw die voor het eerst een beetje trots kon zijn op haar man…

Met een beetje (veel!) geduld kan ik zelfs een synthesizer mijn naam laten zeggen:

Deze VoCo tool zal nieuwe ethische vragen opwerpen. Hetzelfde gold ooit ook voor Photoshop. En nog altijd is daar discussie over. Want hoe ver ga je in het “mooier” maken van fotomodellen? Inmiddels zijn we toch helemaal gewend geraakt aan die onechtheid die we massaal beschouwen als echt. Of hebben we precies in de gaten dat het zwaar gemanipuleerde foto’s zijn? Ik denk het niet, slechts een klein deel van het publiek zal zien dat het niet echt is. Kritisch kijken en luisteren is een vak apart.

De werkelijkheid aanpassen/manipuleren is wat we graag doen. Vaak doen we dat vanuit het oogpunt van esthetiek. Maar we slaan er ook vaak in door. Je ziet het in het gebruik van Photoshop maar ook in het gebruik van Instagram-filters en dergelijke, iedereen slaat een beetje door in het aanpassen van de werkelijkheid. En over 50 jaar zal men zich gaan afvragen: hoe zag het er nu echt uit?

Onlangs zag ik een prachtige expositie van fotograaf Peter Lindbergh in de Kunsthal van Rotterdam. Peter staat bekend om zijn modefoto’s waarin hij de modellen op een rauwe en eerlijke manier fotografeert. Hij onderscheid zich in een modewereld die bol staat van doorgeslagen photoshoppers.

Tja… wat is mooi?

Mede door zo’n tool als VoCo zullen de discussies ook op het gebied van interviews en documentaires gaan komen. Je kunt straks mensen namelijk dingen laten zeggen die ze helemaal niet gezegd hebben. Is het wel ethisch verantwoord? En hoe zit het met de esthetische aspecten?

Net als met Photoshop moeten de mensen opvoed worden: wees je ervan bewust dat dit de werkelijkheid niet is, maar dat deze gemanipuleerd is. En laat ik er duidelijk over zijn: op zich is er niets mis met die techniek. Ik ben voor innovatie. Denk alleen goed na. Werkelijkheid en fictie dienen uit elkaar gehouden te worden. Ja toch?

 

bron, onder andere: The Verge

Planet Elektro: top docu over invloed van elektronische instrumenten op muziek

Gisteravond was de documentaire Planet Elektro op NPO3 te zien. Een prachtige documentaire van 2 uur waarin Leo Blokhuis de relatie tussen elektronische instrumenten en muziek legt.

Vele pioniers kwamen voorbij zoals Thomas Dolby (geweldig als solo artiest maar evenzo geweldig vanwege zijn geweldige producties voor Prefab Sprout), Kraftwerk (helaas zonder interview met de heren zelf), Arthur Baker, Peter Vogel (uitvinder Fairlight sampler), Rick Wakeman, Roger Linn en vele anderen. En Leo ging op bezoek bij Roland, een firma die haar niet populaire budgetapparaten zoals de TR-808 (Marvin Gaye’s Midnight Love drumcomputer) en de TB-303 jaren later zag veranderen in gewilde apparaten die voor altijd de muziek heeft weten te veranderen. Questlove verklaarde in de docu 808 Drum Machine:

“the 808 is the rock guitar of hip hop.”

Het gekke is wel, en dat zou mijn hamvraag voor de firma Roland zijn, waarom heeft Roland nooit besloten om die 808 en 303 gewoon weer in productie te nemen? Men heeft dik 30 jaar niet zitten opletten. Pas dit jaar kwamen de TB-03 en de TR-09 op de markt. En het zijn niet eens exacte reissues, wat voor puristen altijd in verkeerde aarde valt.

Opvallend is eigenlijk dat alle apparaten voor een ander doel gecreëerd zijn. Zo waren de TR-808 en de LinnDrum nooit bedoeld als vervangers voor een drummer. En zo is was eerste sampler, de Fairlight nooit bedoeld om een orkest overbodig te maken. Het was wel het gevolg, wie een LinnDrum gebruikte had geen drummer nodig. En menig media-/filmcomponist gebruikt heden ten dage orkestbibliotheken vol samples, zonder een echt orkest nodig te hebben.

Het zijn nooit de fabrikanten die het doel van het instrument bepalen, dat zijn de muzikanten zelf. Leo Fender heeft de Stratocaster ook niet ontworpen voor waar Jimi Hendrix hem voor gebruikte. En zo gaat het dus altijd. Muzikanten zijn altijd op zoek Een Nieuw Geluid.

De docu Planet Elektro geeft een mooi overzicht door de jaren heen. Het is een verhaal over de invloed ervan binnen de popmuziek. De invloed van electronica op klassieke muziek vond namelijk al veel eerder plaats, mede hierdoor gingen The Beatles er in de late jaren 60 ook mee aan de slag. Het viel overigens samen met Motown die het ook als een van de eersten inzette. Opvallend aan de documentaire is overigens wel dat de pionerinsgdrang van iemand als Stevie Wonder geheel achterwege blijft. Juist door de electronica kon Stevie Wonder zich afzetten wat gangbaar was bij Motown: het werken met de Funk Brothers, de legendarische backing band. Stevie wilde alles zelf doen en was geobsedeerd door de mogelijkheden van synths en elektronica.

Het zijn keuzes die je moet maken als je in 2 uur een groot tijdsvlak wilt behandelen. Het is wel een beetje jammer, want vele verhalen blijven hierdoor onvermeld. Leo had van mij wel een heel jaar, elke week, het over dit onderwerp kunnen hebben. Ik heb een paar creatieve oplossingen om zoiets niet al te kostbaar te maken voor de NPO. Maar goeds, dit terzijde.

Op het eind doet Roger Linn trouwens een vreemde uitspraak. Ik heb Roger zeer hoog zitten (lees ook bv mijn blogpost over de shuffle modus). Roger noemt het toetsenbord een simpele on/off switch en voorspelt de opkomst van meer expressieve instrumenten. Ik verwacht dat ook maar je kunt het beter andere vormen van expressie noemen dan dat je de “simpele on/off switches” als niet-expressief bestempelt. Het orgel, niet aanslaggevoelig en dus inderdaad slechts een on/off switch, is dus niet-expressief? En wat te denken van de piano? Het instrument is wel aanslaggevoelig, net zoals vrijwel alle MIDI keyboards trouwens, maar dus voorzien van dezelfde “simpele on/off switches”. Een 808 is in principe een beperkte drumcomputer net zoals die drumcomputer van Roger zelf, de LinnDrum. Maar het is juist  dankzij deze beperkingen dat wij muzikanten ons kunnen uitdrukken.

Een voorwaarde om je creatief te kunnen uiten is dat er beperkingen zijn. Pas dan kan er sprake van expressie zijn. Het is precies dat wat de documentaire Planet Elektro zo goed aan de orde stelt. Nieuwe mogelijkheden vormen tegelijkertijd een beperking op de gangbare mogelijkheden. Of zoals Johan Cruijf altijd zei: elk voordeel heb z’n nadeel. Elke innovatie levert dus tegelijkertijd nieuwe beperkingen op. 1 stap voorwaarts, 1 stap achterwaarts.

Fabrikanten van muziekinstrumenten denken te vaak in beperkingen. Terwijl muzikanten juist mogelijkheden zien, juist door de beperkingen. Want dát is creativiteit: mogelijkheden zien.

Verplicht kijkvoer dus! Bekijk Planet Elektro hierrrr!

The Beatles nu stromend af te spelen: Beep Beep YEAH!

Sinds vandaag is de muziek van The Beatles via alle streamingdiensten te beluisteren.

“Waarom hebben ze zo lang gewacht met het streamen van hun muziek?”, vroeg de NOS aan popjournalist Atze de Vrieze.

“Dat komt denk ik doordat ze inkomsten van streaming niet echt nodig hadden”

De grote graaier Michael Jackson

Nu vraag ik me toch af wie Atze met “ze” bedoelt. John Lennon en George Harrison zijn dood en Ringo Starr en Paul McCartney hebben nog altijd te dealen met de overdracht van de uitgeefrechten op naam van de grote graaier Michael Jackson zo’n 30 jaar geleden. De man kaapte in die ene historische deal 50% van de inkomsten voor hun neuzen weg. Wat tot gevolg heeft dat wanneer Paul een van zijn eigen liedjes uitvoert hij geld moet afdragen aan Michael. Michael heeft bij leven 50% van die 50% (volgt u het nog? een kwart dus) weer moeten afgestaan omdat hij er een te dure leefstijl op nahield en het geld dus hard nodig had. En opnieuw dacht hij niet aan Ringo, Paul en de erfgenamen, maar verkocht hij de boel koelbloedig aan Sony Music.

Ik kom het overal in de berichtgeving tegen die verwarring. Er wordt over The Beatles gesproken alsof ze alle 4 nog in leven zijn en de touwtjes in handen hebben.

Popvernieuwers

Maar goeds, even wat positievers. The Beatles waren echte vernieuwers. Omdat ze rijkere harmonieën aan het popidioom toevoegden, waarmee ze uit de 3-akkoorden structuur van de rock & roll (voorgekomen uit de blues, Little Richard, Elvis etc.) braken. Al in 1966 stopten ze met live optredens en werden een studioband. In die studio vonden ze vernieuwende geluiden die dankzij het gelaagd opnemen via de 4-sporen recorder tot stand konden komen. Zo was John Lennon een van de allereersten die experimenteerde door zijn zang niet in de opnameruimte maar in de controleruimte naast het mengpaneel op te nemen, gewoon omdat het daar in die ruimte lekker klonk. En ook Paul sloot zijn bas rechtstreeks op het mengpaneel aan. De aanwezige technici keken elkaar vragend aan: “vervorming op de bas, mag dat wel van de baas?”

Ja natuurlijk, alles kan. Excuse me, while I kiss the sky!

The sound of the studio

The Beatles werkten maandenlang aan dezelfde liedjes. Perfectionisten als ze waren. En vaak namen ze verschillende versies op van hun nummers. Soms lijmden ze twee verschillende versies aan elkaar. Met een scheermesje werd dan de opnametape doormidden gesneden en met een stukje tape werden de 2 verschillende delen aan elkaar gelijmd. Ze gebruikte soms opnames van anderen en verwerkte dat in hun eigen muziek. Tomorrow Never Knows van hun album uit ’66 kun je beschouwen als muziek gebaseerd op, wat we vandaag de dag, samples van derden zouden noemen.

Ze zijn de uitvinders van het concept De Studio Als Een Grote Speeltuin. Een speeltuin die je pas verlaat als de plaat helemaal klaar is. The Beatles waren niet vies van het inzetten van extra instrumenten. En dankzij hun producer en arrangeur George Martin (geschoold musicus die in staat was voor orkesten te arrangeren) wisten The Beatles hun songs te voorzien van verrassende arrangementen waardoor hun songs naar een hoger niveau getild werden. Hun slimme harmonieën met ijzersterke melodielijnen in verrassende arrangementen vormt nog altijd als voorbeeld voor hedendaagse popbands.

Nieuwe instrumenten

The Beatles pionierden met de Mellotron, een soort analoge sampler die op basis van tapes werkte waardoor je via een toetsenbord het geluid van violen of fluiten (gebruikt op Strawberry Fields Forever) kon produceren. George Harrison gebruikte op Abbey Road voor het eerst een Moog synthesizer. Een synth waarmee hij overigens ook in ’69 het zeer experimentele soloalbum Electronic Sound maakte.

Maar goeds er zijn genoeg verhalen over The Beatles te vertellen. Voor nu laat ik het hier even bij want het punt dat ik vooral wil maken is dat het te gek is dat we The Beatles nu stromend kunnen beluisteren. Ook al verdienen ze er zelf helemaal niets aan.

P.S. Toch nog een kleine toevoeging: ik ben geboren op 3 juli 1968 en heb The Beatles als baby op zeker meegekregen, alleen niet bewust. Wat ik wel bewust heb meegekregen is de CD-uitgave van Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band. Gekocht in Plato, Den Haag, op de dag van uitgave. Toen ik hem draaide kwam die hele summer of love in me los.

Hoe de Casio MT-40 de reggae beïnvloedde

Casio is een merk dat vooral bekend staat om haar simpele en goedkope keyboards. Bedoeld voor thuisgebruik. Keyboards die voorzien zijn van een begeleidingsautomaat die je met slechts 1 vinger kunt bedienen. Typisch zo’n apparaat waar menig toetsenist niet dood mee gevonden wil worden.

Toch was het de reggaezanger Wayne Smith (vorig jaar overleden, zie dit mooie stuk van The Guardian) die zo’n budgetapparaat gebruikte op zijn hit uit 1985, Under Mi Sleng Teng. Het fundament van de track wordt gevormd door de eenvoudige drum- en baspreset die afkomstig is uit een Casio MT-40 keyboard:

Het patroontje is geïnspireerd op een Britse rocksong uit 70-er jaren, maar welke precies dat wil de ontwerper Hiroko Okuda zelfs na al die jaren niet vertellen:

“You would immediately notice it once you hear the song.”

Het verhaal gaat dat het patroontje dat inmiddels bekend staat als het Sleng Teng Riddim op meer dan 250 tracks te horen is. Check bijvoorbeeld deze playlist van anderhalf uur:

Het patroontje is overigens heel simpel na te maken met een synthesizer. Gewoon een kwestie van het patroontje programmeren en de oscillator van de synth op een blokgolf instellen. Hier een voorbeeld dat ik vanmorgen met behulp van Propellerhead Reason programmeerde:

Het blijft opvallend hoe budgetapparaten de muziekgeschiedenis bepalen. Dat gold bijvoorbeeld voor de Roland TR-808 drummachine van Marvin “Sexual Healing” Gaye (zie mijn audiodocumentaire Oostende Healing). En het geldt dus ook voor de Casio MT-40. Met dank aan de eerder genoemde Wayne Smith die volgens de overlevering geen geld had om een Yamaha DX7 te kopen waardoor hij genoodzaakt was om zijn goedkope homekeyboard te gebruiken.

Hoe popmuziek pas laat de electronica ontdekte

Vanuit de popmuziek beschouwd was er eerst elektrische popmuziek en deed vanaf eind 60-er jaren de electronica haar intrede. Toch leert de geschiedenis ons dat elektronische instrumenten al decennia lang gebruikt werden door klassieke componisten voordat popmusici ze ontdekten.

De Moog van George Harrison

Pas in 1966 is op de Beach Boys hit Good Vibrations voor het eerst een Theremin te horen, een instrument dat te boek staat als een van de allereerste elektronische instrumenten. Een jaar later gebruiken The Supremes op hun single Reflections voor het eerst een modulaire Moog synthesizer. En weer twee jaar later, in augustus 1969, gaan The Beatles met datzelfde instrument aan de slag tijdens de sessies voor het Abbey Road album. Een instrument dat door George Harrison was aangeschaft.

De Theremin en de Frying pan

De eerste elektronische instrumenten werden begin vorige eeuw nog lang voor de komst van de elektrische gitaar uitgevonden. Een van die eerste instrumenten was het apparaat dat de Beach Boys ook gebruikten: de Theremin. Deze werd al in 1919 uitgevonden door de rus Leo(n) Theremin. Ruim 12 jaar voordat George Beauchamp een eerste Frying pan bouwde, de voorloper van de elektrische gitaar. En om precies te zijn: de allereerste elektronische instrumenten werden aan het eind van de 19e eeuw uitgevonden!

Algemeen wordt aangenomen dat de elektronische muziek pas na de oorlog echt in de armen gesloten werd door progressieve klassieke componisten. Waarin Nederland dankzij het Philips Natuurkundig Laboratorium in Eindhoven in de 50-er jaren een belangrijke rol heeft gespeeld. Het vormde de bakermat voor de elektronische muziek waarin met name Dick Raaijmakers een grote rol speelde. Raaijmakers keerde in de 60-er jaren naar Den Haag, begon daar een studio voor elektronische muziek en was vanaf 1966 docent Elektronische en Hedendaagse Muziek aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag. Hoewel Den Haag te boek staat als beatstad mag deze zeer belangrijke elektronische geschiedenis zeker niet vergeten worden!

Het fysieke aspect speel geen rol

Elektronische instrumenten hebben als kenmerk dat het fysieke aspect van het instrument en de klank los van elkaar staan. Om een diepte toon te generen hoeft een electronisch instrument niet een grote klankkast te hebben met bijvoorbeeld lange snaren. In een electronisch instrument is er geen klankkast aanwezig maar worden de klanken juist geheel electronisch opgewekt. Een nogal geniale uitvinding dus omdat het ons muzikanten en componisten in staat stel om voorheen onbekende geluiden te produceren.

De mens is een gewoontedier en heeft misschien daarom moeite met geluiden die men niet kan plaatsen. En al helemaal als ze veroorzaakt worden door een muzikant die iets staat te doen wat we visueel niet kunnen plaatsen. Een rockmuzikant die met gespreide benen hard op een gitaar staat te hakken dat snappen we allemaal, ook al is dat vooral puur show. Maar iemand die heel geconcentreerd achter een tafel met electronica staat, nog altijd lijken we daar moeite mee te hebben. De relatie tussen wat je hoort en wat je ziet ontbreekt. Maar moeten we dat misschien niet langer als een handicap zien maar puur als gegeven gaan beschouwen? Ja dus, want moderne muziek is abstract. Kijk dus liever met je oren.

(omslagfoto via Beatle Photo Blog)

De Noordzee uit een synthesizer, geknisper of een stukkie vinyl

Ruis is interessant. Vroeger hield ik er niet van omdat je er altijd last van had. Kwam door die taperecorders. Maar eenmaal over op digitaal begon ik dat warme bijgeluid toch wel te missen. En ik ben niet de enige. Ruis is weer hip en je ziet het aan de ruisgeneratoren in software die steeds vaker op de markt verschijnen. Vaak in de vorm van een plugins.

Ben ik even blij dat ik Propellerhead Reason software gebruik en dat ik van het zelf doen ben. In Reason zit namelijk de kickass Thor synth die ondermeer een ruis-oscillator heeft voor het genereren van alle mogelijke typen ruis, zoals de witte Noordzee, een Tikkende Plaat, Gameboy gepruttel, straaljagerruis, geknipsper, snorkelen onderwater, gesis en ga zo maar door.

Of wacht, ik laat het je wel even zien:

Dit is toch prettig kleien met geluid voor volwassenen, ja toch?

Meer hierover op mijn Melodiefabriek blog →

P.S. Het is ook deze synth, Thor, die mijn naam kan uitspreken:

Met een gitaar gaat zoiets je dus never nooit niet lukken…

De helse klus van het maken van presets

reason-credits

Factory Soundbank

Mijn vaste lezers weten dat ik honderden geluiden voor het muzieksoftware Propellerhead Reason gemaakt heb. Deze presets worden meegeleverd met het pakket en bevinden zich in de Factory Soundbank. Het is alweer een paar jaar geleden dat ik dat voor het Zweedse Propellerhead gedaan heb. Nu komt het zelden nog voor dat zij mij of een andere professionele sounddesigner inhuren voor aanvullende geluiden. De Reason-gebruikers zelf helpen tegenwoordig graag gratis mee. Hoewel ik niet in de portemonnaie  van de Zweedse firma kan kijken, het zal een grote rol spelen. Toch jammer want presets kunnen een product namelijk maken of breken. Sterker nog: presets ZIJN het product.

Ik ken veel mensen die niet snappen hoe ze een geluid zelf moeten programmeren op een synthesizer. Laat staan dat ze in staat zijn om multi-samples te maken. En toegegeven: het is ook heel complex. Mijn mazzel is dat ik engelengeduld heb, volhardend ben en op jonge leeftijd begonnen ben met de meest complexe vorm van geluidssynthese: FM.

En toen ik jaren later versie 1 van Reason kocht keerde ik het pakket binnenste buiten. Elke dag was ik bezig met het programmeren van geluiden. Hierdoor ging ik steeds beter aanvoelen waartoe het pakket in staat was. Later is daar het geweldige pakket Ableton Live ook nog bijgekomen. Beide pakketen beheers ik tot in de puntjes. En nog altijd kan ik me compleet in het sounddesign verliezen als ik met een laptop op de bank zit…

Ik gebruik ze zelf ook

Maar natuurlijk gebruik ikzelf ook presets. Simpelweg omdat als ik muziek aan het maken ben (en wat toch mijn eerste liefste is) ik absoluut geen tijd hebt om een preset van scratch af aan op te bouwen. Wat ik dus meestal doe is een preset optimaliseren voor mijn track. Tegenwoordig moet je razendsnel muziek kunnen leveren die ook nog eens topklasse klinkt. Dus zul je niet alleen over een grote voorraad toppresets moeten beschikken, je zult die bibliotheek met presets ook op je duimpje moeten kennen zodat je ze desgewenst razendsnel te voorschijn kunt toveren.

Sommige presets die ik voor Reason maakte hebben enorm veel tijd en moeite gekost om te maken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de akoestische bassen of akoestische gitaren. Zo bedacht ik me bij het maken van presets voor Reason 3 dat het voor een akoestische bas wel tof zou zijn als je met behulp van het modulatiewiel er wat flageolet-noten bij zou kunnen draaien om zo te kunnen variëren tussen mooi gespeelde noten en de boventoon-varianten ervan. De Upright+Harm patch in Reason is daarvan het resultaat. Deze patch heeft mij vele uren gekost, verspreid over een paar dagen. En de samples zijn verstemd op zo’n manier dat het muzikaal lekker klinkt. Het uitgangspunt is niet loepzuiver, maar het uitgangspunt is een muzikale sound die lekker in Het Geheel, in de mix van andere instrumenten, past.

Dit geldt overigens niet alleen voor gesamplede instrumenten. Ook synthesizersounds hebben mij zeeën van tijd gekost om te bouwen. Gek werd ik er soms van. Urenlang pielen in software en heel intensief luisteren, het gaat je niet in de koude kleren zitten. En let wel: je werkt ook nog eens met apha-versies van software vol bugs, die ook nog een stroperig traag reageert op alles wat je doet. Het koste echt bloed, zweet en tranen. Maar ik beschouw mijn geluiden als klassiekers, als mijn kinderen.

Mike Daliot van Native Instruments

Het boek PRESETS – digital shortcuts to sound van Stefan Goldmann is daarom ook een feest van herkenning. Bijvoorbeeld door het interview met Mike Daliot, sounddesigner voor Native Instruments. Mike programmeerde ondermeer de topsounds voor de NI Reaktor synths zoals Photone en Metaphysical Function. Ook is hij verantwoordelijk voor de geniale sounds die met NI Massive meegeleverd worden. Je kunt betwisten of Massive de veste synth ever is maar het is wel een synth met onwaarschijnlijk vette presets. Om met Mike te spreken:

Presets used to show off what an instrument can do. During my time at Native I recognised that now the presets are the instruments.

Complexity is the death of  all music. Unfortunately, for producing cutting-edge sounds you need this complexity. Otherwise they wouldn’t exist. Complex designs are saved into presets, and people happily use these.

While programming these sounds I recognised I was actually hiding the synthesizer behind the sounds. They helped to obscure what it actually does since hardly any user will have the spare time to programme such deep patches. It just takes too much time.

Ik ben het er 100% mee eens.

Naast geluiden voor Propellerhead heb ik ook voor andere software geluiden gemaakt. Voor de firma FabFilter bijvoorbeeld en diverse Android en iPhone apps.

Muziek kan niet zonder presets en wel hierom

presets-boek

We leven in een tijd dat veel muzikale aspecten onder te brengen zijn onder de noemer preset. Het woord is niet alleen van toepassing op synthesizers en samplers die voorzien zijn van honderden presets maar het gaat veel verder dan dat.

Het stijlalgoritme

Muzieksoftware is tegenwoordig voorzien van een geluiden-bibliotheek die zo groot is dat wij er moeite mee hebben om alle geluiden te beluisteren. En elk pakketje dat we erbij kopen is telkens voorzien van weer honderden, vaak zelfs duizenden nieuwe sounds. Een overvloed aan presets waaruit we kunnen kiezen. 4547 basgeluiden, 17893 drumsamples, waaronder 3872 bassdrums en ga zo maar door. De keuzestress die het veroorzaakt, je hoort er niemand over. We willen meer, meer, meer!

De uitvinder van een preset kan de uitvinder worden van een nieuwe stroming, een nieuw genre. Clyde Stubblefield bijvoorbeeld die op Funky Drummer drumde is verantwoordelijk voor dé meest invloedrijke HipHop groove/sample aller tijden. En wat te denken van meneer Nakamura en meneer Matsuoka van de firma Roland die het legendarische geluid van de TR-808 drumcomputers ontworpen hebben? De invloed van de TR-808 is evenzo groot als een Jimi Hendrix die een Strat door zijn Marshall versterker liet feedbacken. De preset is een stijlalgoritme, een muzikaal DNA.

Je kunt verder gaan door de blues als stijlalgoritme te beschouwen. 12 maten en 3 akkoorden. Een vaste vorm aan ingrediënten waarbinnen je wat varieert. Het lompe House-ritme van een bassdrum op elke tel van de maat, boom boom boom boom, het is een preset waarbij alleen het geluid van die bassdrum hier en daar wat varieert tussen tracks. Kwestie van kiezen uit 3872 bassdrums die je op je laptop hebt staan en je hebt in een handomdraai een “eigen” house-beat gemaakt.

Het gemak

Heel vroeger, voor de komst van de computer konden we dat niet, maar nu wel. Elk gestructureerd muzikaal patroon kunnen we simpelweg door het een naam te geven en op save te klikken, vastleggen. Sommigen doen dat beroepsmatig, zoals ikzelf. Mijn presets worden meegeleverd met Propellerhead Reason, zitten in apps voor op de iPad en sommige presets verkoop ik online via mijn webshop op Melodiefabriek.

Maar het maken van muziek wordt hiermee ook eenvoudiger. Wie kan er niet met de presets van Garageband iets muzikaals maken? En daar waar je vroeger goed moest kunnen drummen kun je nu met 1 muisklik een drumpatroon oproepen dat gelijk goed klinkt. En daar waar je vroeger een hele goeie gitaarversterker nodig had en een technicus die heel zorgvuldig een microfoon plaatste voor de speaker, kun je nu een wereldgeluid kiezen uit een lijstje presets. En het kost allemaal veel minder geld dan vroeger.

Je krijgt steeds meer presets. Voor werkelijk alles. Zelfs met 1 klik kun je nu een mix goed laten klinken. De mastering die vroeger uitbesteed werd voor veel geld wordt nu door een preset afgehandeld. Hele orkesten liggen opgeslagen onder slechts een paar presets. Het is slechts een kwestie van kiezen geworden. Even een lijstje van een paar honderd presets doorworstelen, that’s all!

Herkenbare patronen

Zo oud als er muziek is, is de basis ervan dat het een schakel van herkenbare patronen is. Een schakel aan presets. Of het nu om de arpeggios gaat die in klassieke muziek toegepast worden of een kenmerkend ritmepatroon zoals reggae. Het stijlalgoritme, de preset wordt door het publiek herkend omdat het veel gebruikt wordt. En herhaling van de preset is precies waar de preset voor bedoeld is. De wobble bass is de preset van Dubstep en zonder die preset noemen we Dubstep geen Dubstep.

En wat te denken van de licks? Alle jazzmuzikanten spelen deze bekende patronen en herhalen ze steevast. Gitaarsolo’s werken net zo. Het zijn de presets waaruit de muzikant kiest en ze (liefst) razendsnel voor de luisteraar ophoest.

In die ene preset kan de essentie van muziek opgeslagen liggen. Even een Clyde Stubblefieldje doen? Een Hendrixje? Je mix laten klinken als Happy van Pharrell? Zelfs een zanglijn die vals is kan via 1 preset uit het lijstje presets dat bij het programma van Autotune hoort, rechtgetrokken worden.

Muziek voor videomakers gaat ook een kwestie van kiezen worden. Daar ben ik al jaren overtuigd van. Omdat het zich er zo goed voor leent. Zoekt u opwinding? Kies voor een uptempo preset. Zoekt u drama? Kies voor de presets met strijkers in mineur, of met spaarzame pianonoten, ook in mineur. Een kwestie van kiezen om zo de muziek samen te stellen.

Ons brein is een soort harde schijf waarin presets opgeslagen worden. Patronen die wij nauwkeurig in de gaten houden op zoek naar herkenning, naar een match. Daarom zijn wij dol op het herhalen van die stijlelementen. Of het nu die 4 bassdrums van de House zijn, het accent op de derde tel bij Reggae, of op de 1e tel bij Funk, of de wobbly bass in Dubstep, of de Strat en Marshall, de arpeggios van violisten, de licks van muzikanten, het is de herhaling van het bekende patroon dat het verschil maakt tussen niet mooi en wel mooi. Tussen chaos en muziek. Het brengt vorm aan geluid, orde in de chaos, patroontjes voor de hersenen, een feest der herkenning.

Een aanrader op dit vlak is het boek Presets – Digital Shortcuts to Sound. Ik ben er nog maar net aan begonnen. Wellicht dat ik er binnenkort nog eens wat over blog want ik vind deze materie bere interessant, dat moge duidelijk zijn.

Vandaag 30 jaar geleden: Cupid & Psyche 85 kwam uit

Cupid & Psyche 85Het is 10 juni 1985 en ik ben nog net geen 17 jaar oud. Een liefdevol en suikerzoet album overvalt mijn gevoelens: Cupid & Psyche 85 van de band Scritti Politti. Het tikt de tijdgeest op de middenstip aan. Mijn pubertijd.

Zelf had ik nog niet eens een 4-sporenrecorder. Laat staan een drumcomputer en een synthesizer. Ik woonde nog bij mijn ouders thuis, speelde gitaar vanaf mijn bed en verzon weleens een liedje.

Vandaag is het 30 jaar geleden dat Cupid & Psyche 85 uitkwam. Een album van zanger Green Gartside en songwriter/toetsenist David Gamson die samen met drummer Fred Maher in 1985 de bandnaam Scritti Politti definitief op de kaart zetten. En wel hierom:

De nieuwe techniek

In deze beginjaren 80 ontwikkelen Green en David een obsessie voor moderne techniek; synthesizers en drumcomputers in het bijzonder. Ze besluiten zich voor lange tijd in de studio op te sluiten om er met een geheel nieuw geluid uit te komen. Cupid & Psyche 85 is daarvan het resultaat.

Het is alweer een paar jaar na 1985 als in een interview met David gevraagd wordt naar de synths en drumcomputers die hij en Green voor het album gebruikten. Dat levert een lollig lijstje aan klassiekers op:

  • Roland TR-808
  • Linndrum
  • Roland Jupiter 8
  • PPG
  • Fender Rhodes
  • Minimoog
  • Yamaha DX-7
  • Roland MSQ-700 sequencer
  • Oberheim system (DMX/OBX/DSX)
  • Fairlight
  • Roland JX 8P

Hij zegt er wel bij: “those are the ones I can remember”

Tja, dat geheugen… Het confronteert mij met mijn eigen herinneringen aan die tijd. Toen de samplers in opkomst waren. Toen de geleidelijke overgang van analoog naar digitaal plaatsvond. De tijd voor internet. Voor de komst van de mobiele telefoon.

En wat te denken van de uitvinding van MIDI? De connector die het mogelijk maakte drumcomputers en synthesizers met elkaar te verbinden. Hiermee was het niet langer nodig om alle partijen met de hand in te spelen maar konden drumcomputers en sequencers synths triggeren en volautomatisch muziek produceren.

Ook Scritti maakt dankbaar gebruik van deze nieuwe techniek op Cupid & Psyche 85. Het is met name deze nieuwe techniek die in combinatie met de sterke songs het album tot een zo geslaagd geheel maken.

Het nieuwe Rete Strak

Opvallend is trouwens dat de hitsingles van het album zoals Wood Beez en Absolute nog gewoon zonder MIDI met de hand ingespeeld worden. De partijen worden met de tape-machine weliswaar op halve snelheid opgenomen zodat de partijen wanneer ze op normale snelheid worden afgespeeld een stuk strakker klinken. Een ouwe truc.

Het synchroniseren van de sequencers en drummachines met de tape-machine verloopt in die tijd nog uiterst primitief, via MIDI Clock:

That meant that if you had a small keyboard part that appeared in the last 10 seconds of the song you needed to start the song from bar 1 and wait 3 minutes and 30 seconds until the part showed up. Invariably you’d have accidentally counted wrong and the part would play a bar too early, or late, and everyone would groan, roll the tape back and try it again.

Een ander nadeel van MIDI waar David zich aan ergert is de slechte timing van MIDI:

However, MIDI did introduce a whole set of new problems. For those of us that had gotten used to the accurate timing of CV/Gate sequencers switching to the sloppy inconsistent timing of MIDI could be very frustrating.

Scritti Politti laat met Cupid & Psyche 85 een gelikte sound op rete strakke beats horen. Beats die overigens niet zo heel ver van hip hop lijken af te staan. Logisch want zanger Green Gartside is een hip hop fan van het 1e uur.

Het is deze Green die mij een aantal jaren geleden na afloop van Scritti Politti concert in Paradiso een zelfgebrandde CD van DJ Shadow in mijn handen drukt met de vraag of ik aan de DJ wil vragen om deze te draaien. Wat dan ook gebeurt. Daarna beland ik met Green, zijn kersverse echtgenoot en een paar fans in een restaurant in Amsterdam. Green vertelt me daar over zijn vriendschap met Miles Davis en over het programma Propellerhead Reason dat hij tegenwoordig gebruikt voor zijn muziek. Ik vertel Green op mijn beurt dat ik honderden presets voor Reason ontwikkeld heb en we dus feitelijk slechts een muisklik van elkaar verwijderd zijn.

Suiker

Via complexe gelaagde arrangementen van drumpatronen, synthbassen, gitaren en aanvullende synths weet Scritti Politti op Cupid & Psyche 85 een nieuwe toon te zetten. Green doet hier geen enkele poging tot stoerdoenerij. Zijn stem klinkt zijdezacht en suikerzoet.

En nu dus 30 jaar later nog steeds. Ik ben het niet vergeten.

Propellerhead Reason toegetreden tot TEC Hall of Fame

Waar zouden we zijn zonder muziekinstrumenten en opnameapparatuur? Nergens. Zodoende kwam in 2004 de TECnology Hall of Fame voor deze spullen tot stand. Ook dit jaar zijn tijdens de NAMM (grootste wereldwijde vakbeurs voor muziek/geluids-producten), die een week geleden plaatsvond, diverse innovatieve producten ingewijd.

Een van die innovatieve producten is de muzieksoftware Reason van de firma Propellerhead waarvoor ik honderden geluiden en samples heb gemaakt die meegeleverd worden met het pakket. Reason is het aller jongste product van de TECnology Hall of Fame.

Naast Propellerhead Reason werden dit jaar ondermeer ook de Otari MTR-90 24-sporenrecorder, de ARP 2600 synthesizer en de Fender Rhodes elektrische piano ingewijd (zie de volledige lijst). Alle eer gaat natuurlijk naar mijn Zweedse collega’s van Propellerhead Software. En natuurlijk ben ook ik hier enorm trots op want ook een deel van mijn ziel zit in Reason.