Reparatie Bieslog.nl geslaagd!

Ken je Bieslog nog? Dat is het blog van Wim de Bie dat hij van 2002 t/m 2008 met groot enthousiaste dagelijks voor de VPRO maakte. Wim omarmde het blog als een ideaal publicatiemedium om dagelijks commentaar te leveren, om zaken te verzamelen, mensen te spreken, lol te maken, typetjes neer te zetten en zo verder. En vaak schurend op het randje van fictie en werkelijkheid. Wim werd ermee de eerste programmamaker bij de Publieke Omroep met een blog.

De techniek waarop Bieslog draaide bleek in 2013 zo verouderd te zijn dat de VPRO genoodzaakt was Bieslog offline te halen. In mijn gesprekken met Wim vertelde hij mij regelmatig dat dat hem erg dwars zat. Het wrange is ook dat het oefenblog dat Wim nog voor Bieslog was gestart om mee te experimenteren, wimdebie.blogspot.com, nooit offline is geweest.

Toch krijgt dit verhaal een positief, weliswaar gecompliceerd, staartje want in 2018 besloot Babette Wagenvoort samen met GertJan Kuiper (VPRO) en mij, Marco Raaphorst, te onderzoeken of we Bieslog toch weer tot leven konden wekken. Een vraag die niet eenvoudig te beantwoorden bleek. Want dachten we voor het ene probleem een oplossing gevonden te hebben dan dienden zich minstens twee nieuwe problemen weer aan. Another fine mess...

Om een lang verhaal kort te maken, nu ruim anderhalf jaar verder hebben we het toch voor elkaar weten te fietsen: Bieslog is weer terug online!

Wim heeft een vers welkomstwoord geschreven en verders is alles als vanouds. Bieslog oogt dus nog precies zoals het was.

Op de website van de VPRO kun je een uitgebreid artikel lezen over onze geheime operatie. En lees daar ook het artikel ‘Blogger De Bie’ dat een technische terugblik doet en beschrijft hoe Wim te werk ging als blogger. Zijn enthousiaste is wat me zo aanspreekt aan Bieslog. Dat is nog altijd voelbaar.

Ik ben blij dat ik een bijdrage aan dit digitale erfgoed heb kunnen leveren. Samen hebben we van Bieslog een Bieslogmuseum gemaakt dat nooit meer offline gehaald hoeft te worden. Er is geen database meer voor nodig, alles is statische HTML geworden en audio en video zijn geconverteerd naar open formaten zodat ze in alle moderne webbrowsers afgespeeld kunnen worden, zonder plugins.

Platgeslagen Bieslog

Toen de VPRO in 2013 Bieslog offline haalde heeft men er een backup van gemaakt middels een export van losse statische HTML-pagina’s. Helaas constateerden we dat verschillende UTF character encodings door elkaar gebruikt waren. Bij een enorm aantal pagina’s kwamen rare karakters naar voren. Zo stond dan bijvoorbeeld op de plek van een apostrof een vraagteken. We hebben het hier over meer dan 10.000 (!) HTML pagina’s, dus dat zorgde voor de nodige problemen. Die rare karakters moesten voornamelijk met de hand aangepast worden omdat er vaak geen find & replace methode voor te bedenken viel.

Alle audio en video converteren

Alle audio en video bestanden waren opgeslagen in het Real formaat. Om die te kunnen afspelen moest je vroeger een plugin voor de browser downloaden van het bedrijf RealNetworks. Het is een beetje vergelijkbaar met Flash. Real en Flash zijn inmiddels exotisch geworden, gesloten formaten die het onmogelijk maken om nog ondersteund te worden anno 2019. Microsoft Silverlight is ook zo’n gesloten formaat dat heden ten dage nog wel gebruikt wordt. En dat is vragen om ellende want je hebt er een speciale plugin voor nodig. Safari op de Mac ondersteunt het inmiddels niet meer.

Kortom, we moesten de hele handel converteren. Voor audio kozen we voor mp3 en voor video voor mp4. Deze formaten zijn open source en worden ondersteund in alle browsers zonder plugin. Ze maken heden ten dage onderdeel uit van de HTML specs. Helemaal top dus!

Het converteren bleek wel een flinke uitdaging te zijn. Zo’n 250 audio bestanden konden we vrij eenvoudig van Real Audio omzetten naar mp3, maar video was een heel ander verhaal!

De Real Video bestanden kon ik vaak niet eens afspelen op mijn Mac. Pas na het installeren van MPlayer en door diverse exotische toevoegingen voor Mac OSX te installeren kreeg ik beeld te zien. En dan nog gaven sommige video’s problemen, braken ze op het eind bijvoorbeeld plotseling af. De zoektocht naar een goeie batch-conversie leidde tot niets. Het kwam erop neer dat ik alle video’s 1-op-1 met screencapture software in real time heb moeten converteren.

Bestanden plèitûh!

Tot onze verbazing bleek een flink aantal audio- en videobestanden te ontbreken aan de backup. Dat vroeg dus om flink wat extra speurwerk van met name Babette. Sommige bestanden werden in Wim zijn eigen archief gevonden. Wim heeft een archief dat vollediger is dan dat van Instituut voor Beeld en Geluid (waar ik ook achter kwam bij het maken van mijn RadioDoc over Wim zijn RadioJaren). Soms konden we iets terugvinden op een oude mac, CDs, YouTube of DVDs.

Ik zal je niet langer met ons geploeter lastigvallen. Het punt is: hij doet het weer.

AANVULLINGEN: er kwam een lawine aan fijne reacties en retweets als reactie op het nieuws via Twitter. En Wim deed een fijne tweet vandaag:

Het was ook nieuws voor NU.nl:

https://www.nu.nl/media/5987460/bieslog-van-wim-de-bie-na-jaren-weer-online-geplaatst-door-vpro.html

En Erwin Blom, ten tijden van Bieslog was ‘ie Hoofd VPRO Digitaal, publiceerde erover in de nieuwsbrief van Fast Moving Targets:

https://www.getrevue.co/profile/fastmoving/issues/handpicked-bieslog-is-gerepareerd-197583

Het nieuws viel te lezen in de VPRO Gids van deze week en werd ook meegenomen in de VPRO Nieuwsbrief (schermafbeelding):

Nederlander Eelco Grimm onderzocht 4,2 miljoen albums (!) op luidheid

Met de komst van de CD en de algehele digitalisering begonnen mastering engineers in de 90-er jaren het geluidsignaal steeds meer te verhogen in de hoop dat hun CD luider zou klinken dan die van de concurrentie. Een volkomen zot idee. Met het boosten van het geluidsignaal is in principe niets mis, elke muzikant maakt weleens gebruik van een compressor en een limiter. Maar het signaal alleen maar boosten om het geluid zo hard mogelijk te krijgen is een dom, achterlijk en gestoord idee. Waarom? Omdat het verschrikkelijk klinkt! Muziek moet dynamiek bevatten om het levendig te houden. Zo niet dan wordt het saai en verschrikkelijk pijnlijk voor de oortjes.

Gelukkig zijn er inmiddels maatregelen getroffen om die Luidheid Oorlog die 2 decennia lang de muziekwereld heeft geteisterd te bestrijden. Drie jaar geleden schreef ik daar al eens over. Met de komst van de EBU R128 Peak to Loudness Ratio norm is het hard gegaan. Zo zijn vrijwel alle online services inmiddels voorzien van een algoritme dat ervoor zorgt dat alle muziek op hetzelfde geluidsvolume zet. Dat geldt ondermeer voor YouTube, Spotify, Apple Music en TIDAL. Recentelijk heeft TIDAL dat uitvoerig laten onderzoeken. TIDAL wil de hoogst mogelijke kwaliteit bieden en werd juist opgericht om een nog hogere geluidskwaliteit dan Apple Music en Spotify te kunnen leveren (non-lossy). Maar is het aanpassen van het volume tussen nummers of albums dan wel gewenst?

De Nederlander Eelco Grimm, die ook betrokken was bij het ontwikkelen van de Europese uitzendnorm EBU R128, deed voor Tidal een onderzoek. Hij wilde de luidheid van muziek meten via de zogenaamde BS1770-4 methode. Deze methode houdt niet alleen rekening met de pieken in het signaal, pieken zijn immers tijdelijk, maar houdt rekening met de pieken èn de gemiddelde dynamiek in het signaal. Dat laatste maakt het uniek aangezien de methode rekening houdt met het menselijk gehoor (bepaalde frequenties ervaren we immers als luider ook al zijn ze niet harder in luidheid) en bovendien kan de dynamiek over lange tijd als ook over korte tijd gemeten worden. Hiermee krijgen we dus perfecte “inzage” in de luidheid van het signaal.

In samenwerking met TIDAL onderzocht Eelco 4,2 miljoen albums (!) op luidheid. Dit rapport is online te lezen/downloaden (PDF). De belangrijkste vraag die hij stelde is: moet TIDAL per nummer volumecompensatie toepassen, of moet dit voor een album als geheel worden toegepast? Als dat laatste het geval is zal een album dus altijd de verschillen in luidheid tussen de afzonderlijke nummers behouden.

Onderzoek leverde op dat het testpanel het liefst de verschillen in luidheid per album behouden ziet. Het album wordt dan in vergelijking met andere albums wel gecompenseerd, maar de onderlinge tracks niet.

De norm waar Eelco op uitkwam is -14 LUFS. Simpel gezegd betekent dit dat de gemiddelde dynamiek (LUFS) van een album op -14 dB onder 0 (de digitale grens, daarna treedt clipping immers op) mag liggen.

Een van de belangrijke adviezen die Eelco TIDAL gaf was:

Om clipping te voorkomen mag de geluidssterkte alleen verzwakt maar nooit verstrekt worden. Als het luidste nummer van een album zachter is dan het doelniveau (-14 LUFS), worden alle nummers van het album zacht weergegeven.

Albums die dus luid gemasterd zijn worden in volume flink verlaagd. Dat geldt voor het overgrote meerendeel van de 4,2 miljoen albums die onderzocht werden.

Recentelijk sprak Eelco uitgebreid over de EBU normering en zijn onderzoek voor TIDAL met Ian Shepherd in The Mastering Show:

Een interessant verhaal brengt Ian daarin ter sprake. Taylor Swift haar laatste album is veel te luid gemasterd, net als haar voorafgaande albums. Maar aangezien YouTube het volume net als TIDAL niet omhoog versterkt zorgt het compenseren van het volume ervoor dat nu de zachtste nummers op dat album juist nog zachter klinken. Op andere streaming services is dus hetzelfde het geval.

En podcasts dan?

De normering voor muziek is ronduit een verademing. Er is echter wel een probleem: je kunt die normering niet zonder meer toepassen op podcasts, op audio waarin met name gesproken wordt. Voor spraak is er sowieso meer dynamiek nodig dan bij muziek. Welke norm moeten we daarom toepassen op podcasts? Ik verwacht zo rond de -20 LUFS, maar onderzoek en internationale consensus hierover moet dat definitief gaan bepalen. Dat gaat de komende jaren echt gebeuren want de Luidheid Oorlog heeft geen enkele kans op bestaan meer. Of Taylor Swift het nu wil of niet.

Tot slot een plaatje van hoe meneer Michael Jackson in de loop van de jaren steeds harder ging klinken. Het is inmiddels geschiedenis, dat moge duidelijk zijn. Luidheid is genormeerd.

Soms zijn regels dus echt wel ergens nuttig voor…

toename in luidheid : 1991-1995-2007 (beeld: publiek domein/wikimedia)

VoCo is een audio app die woorden kan veranderen

Onder de noemer VoCo is Adobe bezig een soort Photoshop voor audio te bouwen waarmee je een opname van de menselijke stem zover kunt gaan aanpassen dat die stem andere woorden gaat uitspreken. De software heeft ongeveer 20 minuten aan spraak van een persoon nodig om op basis daarvan nieuwe woorden en zinnen te kunnen bouwen. Tijdens het Adobe MAX 2016 Sneak Peeks evenement werd een demo van de tool gepresenteerd:

Het is een kwestie van tijd voordat zo’n tool vlekkeloos werkt. Dat was met Photoshop immers ook het geval. Dankzij de digitale techniek kunnen we vandaag de dag al best heel veel. In tegenstelling tot analoog kun je digitaal echt onhoorbaar knippen in audio. Zelfs in een woord. En met de huidige techniek kunnen we de toonhoogte van een stem veranderen. We kunnen het formant (resonantie van specifieke frequentie/s) aanpassen om bv van een mannenstem een vrouwenstem te maken. We kunnen de snelheid van de stem versnellen of vertragen terwijl de toonhoogte gelijk blijft. En nog meer van dat soort foefjes. Een soort kleien met audio.

Met gemak knip ik woorden uit een interview. Een poos geleden werd tijdens een interview een achternaam verkeerd uitgesproken. Ik kon het niet over mijn hart krijgen dat de geïnterviewde met die fout op de radio te horen zou zijn en dus sleutelde ik net zo lang totdat het helemaal naturel klonk. En een jaartje terug werkte ik aan een documentairefilm waarin een Indiër voorkwam die ongelofelijk traag sprak. Niet te doen! Als oplossing werd het interview met behulp van software versneld, ook op beeld dus (het moet natuurlijk wel sync lopen!). Het zag er totaal overtuigend uit. Niemand die het doorhad, behalve de man zelf. En zijn vrouw die voor het eerst een beetje trots kon zijn op haar man…

Met een beetje (veel!) geduld kan ik zelfs een synthesizer mijn naam laten zeggen:

Deze VoCo tool zal nieuwe ethische vragen opwerpen. Hetzelfde gold ooit ook voor Photoshop. En nog altijd is daar discussie over. Want hoe ver ga je in het “mooier” maken van fotomodellen? Inmiddels zijn we toch helemaal gewend geraakt aan die onechtheid die we massaal beschouwen als echt. Of hebben we precies in de gaten dat het zwaar gemanipuleerde foto’s zijn? Ik denk het niet, slechts een klein deel van het publiek zal zien dat het niet echt is. Kritisch kijken en luisteren is een vak apart.

De werkelijkheid aanpassen/manipuleren is wat we graag doen. Vaak doen we dat vanuit het oogpunt van esthetiek. Maar we slaan er ook vaak in door. Je ziet het in het gebruik van Photoshop maar ook in het gebruik van Instagram-filters en dergelijke, iedereen slaat een beetje door in het aanpassen van de werkelijkheid. En over 50 jaar zal men zich gaan afvragen: hoe zag het er nu echt uit?

Onlangs zag ik een prachtige expositie van fotograaf Peter Lindbergh in de Kunsthal van Rotterdam. Peter staat bekend om zijn modefoto’s waarin hij de modellen op een rauwe en eerlijke manier fotografeert. Hij onderscheid zich in een modewereld die bol staat van doorgeslagen photoshoppers.

Tja… wat is mooi?

Mede door zo’n tool als VoCo zullen de discussies ook op het gebied van interviews en documentaires gaan komen. Je kunt straks mensen namelijk dingen laten zeggen die ze helemaal niet gezegd hebben. Is het wel ethisch verantwoord? En hoe zit het met de esthetische aspecten?

Net als met Photoshop moeten de mensen opvoed worden: wees je ervan bewust dat dit de werkelijkheid niet is, maar dat deze gemanipuleerd is. En laat ik er duidelijk over zijn: op zich is er niets mis met die techniek. Ik ben voor innovatie. Denk alleen goed na. Werkelijkheid en fictie dienen uit elkaar gehouden te worden. Ja toch?

 

bron, onder andere: The Verge

Geluiden ontwerpen

Een tijd terug postte ik een blog met daarin een track die ik maakte op basis van een korte opname van ‘een ijsklontje dat tegen het glas tikt’. Hier die opname:

Het verraste me dat zelfs sommige vakbroeders zich afvroegen hoe ik het gedaan had. Een enkeling vroeg me zelfs: “heb je echt geen andere instrumenten gebruikt?” Nee, het is slechts één opname, 1 sample.

Glas heeft een muzikale toon

Het geluid van een ijsklontje dat tegen het glas tikt is vrij eenvoudig te manipuleren omdat het als een muzikale toon klinkt. Dit ligt aan de resonantie van het glas. Vandaar dus dat je glazen kunt laten zingen als je er met een vochtige vinger over wrijft. Die toon kun je eenvoudig repitchen in een pakket als Ableton Live of Propellerhead Reason (noot: ijsklontje heb ik geheel in Reason gemaakt). En die toon kun je gaan timestretchen, oprekken in lengte zonder dat de toonhoogte omlaag gaat. Vervolgens kun je er bassen van bouwen, pad-sounds, drumsounds, werkelijk alles. Echt complex, vind ik, is het niet.

Lees verder

De New York Times laat het zien: zo bouwden Skrillex, Diplo en Justin Bieber de track ‘Where Are Ü Now’

Geweldig om te zien hoe de New York Times de track ‘Where Are Ü Now’ van Skrillex, Diplo en Justin Bieber analyseert. Muziektechnische taal wordt voor de verandering nu eens niet vermeden en ook worden de geluidstechnische behandelingen, de editing, uitvoerig beschreven. Wat we sounddesign noemen, mijn specialisatie. Het is deze klankvormgeving die de track karakter, dynamiek en kleur geeft. Een specialisatie die in de loop van de jaren een steeds grotere rol heeft gekregen. Niet alleen in popmuziek en dancemuziek, maar ook in films, radio en televisiedocumentaires en podcasts. Dankzij moderne audiosoftware kun je het geluid tegenwoordig met ongekende precieze sounddesignen (zie ook mijn post Met een ijsklontje muziek maken).

De track ‘Where Are Ü Now’ wordt in tekst, audio en op beeld geanalyseerd. Ik wil je adviseren om als eerste het stuk The Inside History of ‘Where Are Ü Now’ op de NYT-site te lezen. In dit artikel zul je ook een podcast/audio-onderdeel aantreffen dat specifiek op de samenwerking tussen het drietal ingaat. Het fraaiste onderdeel van de totaalanalyse is de speciale video die de NYT van de track heeft gemaakt. In de video worden de 3 heren geïnterviewd, leggen zij precies uit hoe de track werd opgebouwd door het te laten zien en horen.

Voor mij is het ook geweldig om te zien hoe Skrillex op zijn laptop (MacBook Pro die ik zelf ook gebruik) met Ableton Live (software die ik zelf ook sinds 2001 gebruik) werkt want zo werk ik namelijk zelf ook. Vroeger had je een grote studio nodig, een technicus die de knoppen bediende en een groep muzikanten. Tegenwoordig kun je die dingen allemaal in je eentje doen, zoals ik ze meestal doe. Of, zoals deze heren, met zijn drietjes. Met een hele vette hit als resultaat.

(omslagfoto: still uit video NYT)

Google maakt iedereen wijs dat ik in Den Haag heb gewoond

Samsung S4

Hoezeer we de NSA ook mogen vrezen, wat we nog veel meer moeten vrezen is de falende interpretatie van al die verzamelde gegevens. En hoewel mensen grootheden toedichten aan fabrikanten als Apple en Google, ik zie het tegendeel evenzogoed bewezen. Hun techniek laat regelmatig steken vallen. Dus.

interniek-googleplus

Het staat er inderdaad. Google+ zegt dat ik in Den Haag woonde. Verleden tijd. Het zal iets met GPS te maken hebben en het feit dat ik vorige week in Brugge ben geweest.

Google weet niet langer waar ik woon. Ik ben begonnen met turven. Vandaag zit op ik op dag 4.

Interniek bedankt!