Nederlander Eelco Grimm onderzocht 4,2 miljoen albums (!) op luidheid

Met de komst van de CD en de algehele digitalisering begonnen mastering engineers in de 90-er jaren het geluidsignaal steeds meer te verhogen in de hoop dat hun CD luider zou klinken dan die van de concurrentie. Een volkomen zot idee. Met het boosten van het geluidsignaal is in principe niets mis, elke muzikant maakt weleens gebruik van een compressor en een limiter. Maar het signaal alleen maar boosten om het geluid zo hard mogelijk te krijgen is een dom, achterlijk en gestoord idee. Waarom? Omdat het verschrikkelijk klinkt! Muziek moet dynamiek bevatten om het levendig te houden. Zo niet dan wordt het saai en verschrikkelijk pijnlijk voor de oortjes.

Gelukkig zijn er inmiddels maatregelen getroffen om die Luidheid Oorlog die 2 decennia lang de muziekwereld heeft geteisterd te bestrijden. Drie jaar geleden schreef ik daar al eens over. Met de komst van de EBU R128 Peak to Loudness Ratio norm is het hard gegaan. Zo zijn vrijwel alle online services inmiddels voorzien van een algoritme dat ervoor zorgt dat alle muziek op hetzelfde geluidsvolume zet. Dat geldt ondermeer voor YouTube, Spotify, Apple Music en TIDAL. Recentelijk heeft TIDAL dat uitvoerig laten onderzoeken. TIDAL wil de hoogst mogelijke kwaliteit bieden en werd juist opgericht om een nog hogere geluidskwaliteit dan Apple Music en Spotify te kunnen leveren (non-lossy). Maar is het aanpassen van het volume tussen nummers of albums dan wel gewenst?

De Nederlander Eelco Grimm, die ook betrokken was bij het ontwikkelen van de Europese uitzendnorm EBU R128, deed voor Tidal een onderzoek. Hij wilde de luidheid van muziek meten via de zogenaamde BS1770-4 methode. Deze methode houdt niet alleen rekening met de pieken in het signaal, pieken zijn immers tijdelijk, maar houdt rekening met de pieken èn de gemiddelde dynamiek in het signaal. Dat laatste maakt het uniek aangezien de methode rekening houdt met het menselijk gehoor (bepaalde frequenties ervaren we immers als luider ook al zijn ze niet harder in luidheid) en bovendien kan de dynamiek over lange tijd als ook over korte tijd gemeten worden. Hiermee krijgen we dus perfecte “inzage” in de luidheid van het signaal.

In samenwerking met TIDAL onderzocht Eelco 4,2 miljoen albums (!) op luidheid. Dit rapport is online te lezen/downloaden (PDF). De belangrijkste vraag die hij stelde is: moet TIDAL per nummer volumecompensatie toepassen, of moet dit voor een album als geheel worden toegepast? Als dat laatste het geval is zal een album dus altijd de verschillen in luidheid tussen de afzonderlijke nummers behouden.

Onderzoek leverde op dat het testpanel het liefst de verschillen in luidheid per album behouden ziet. Het album wordt dan in vergelijking met andere albums wel gecompenseerd, maar de onderlinge tracks niet.

De norm waar Eelco op uitkwam is -14 LUFS. Simpel gezegd betekent dit dat de gemiddelde dynamiek (LUFS) van een album op -14 dB onder 0 (de digitale grens, daarna treedt clipping immers op) mag liggen.

Een van de belangrijke adviezen die Eelco TIDAL gaf was:

Om clipping te voorkomen mag de geluidssterkte alleen verzwakt maar nooit verstrekt worden. Als het luidste nummer van een album zachter is dan het doelniveau (-14 LUFS), worden alle nummers van het album zacht weergegeven.

Albums die dus luid gemasterd zijn worden in volume flink verlaagd. Dat geldt voor het overgrote meerendeel van de 4,2 miljoen albums die onderzocht werden.

Recentelijk sprak Eelco uitgebreid over de EBU normering en zijn onderzoek voor TIDAL met Ian Shepherd in The Mastering Show:

Een interessant verhaal brengt Ian daarin ter sprake. Taylor Swift haar laatste album is veel te luid gemasterd, net als haar voorafgaande albums. Maar aangezien YouTube het volume net als TIDAL niet omhoog versterkt zorgt het compenseren van het volume ervoor dat nu de zachtste nummers op dat album juist nog zachter klinken. Op andere streaming services is dus hetzelfde het geval.

En podcasts dan?

De normering voor muziek is ronduit een verademing. Er is echter wel een probleem: je kunt die normering niet zonder meer toepassen op podcasts, op audio waarin met name gesproken wordt. Voor spraak is er sowieso meer dynamiek nodig dan bij muziek. Welke norm moeten we daarom toepassen op podcasts? Ik verwacht zo rond de -20 LUFS, maar onderzoek en internationale consensus hierover moet dat definitief gaan bepalen. Dat gaat de komende jaren echt gebeuren want de Luidheid Oorlog heeft geen enkele kans op bestaan meer. Of Taylor Swift het nu wil of niet.

Tot slot een plaatje van hoe meneer Michael Jackson in de loop van de jaren steeds harder ging klinken. Het is inmiddels geschiedenis, dat moge duidelijk zijn. Luidheid is genormeerd.

Soms zijn regels dus echt wel ergens nuttig voor…

toename in luidheid : 1991-1995-2007 (beeld: publiek domein/wikimedia)

VoCo is een audio app die woorden kan veranderen

Onder de noemer VoCo is Adobe bezig een soort Photoshop voor audio te bouwen waarmee je een opname van de menselijke stem zover kunt gaan aanpassen dat die stem andere woorden gaat uitspreken. De software heeft ongeveer 20 minuten aan spraak van een persoon nodig om op basis daarvan nieuwe woorden en zinnen te kunnen bouwen. Tijdens het Adobe MAX 2016 Sneak Peeks evenement werd een demo van de tool gepresenteerd:

Het is een kwestie van tijd voordat zo’n tool vlekkeloos werkt. Dat was met Photoshop immers ook het geval. Dankzij de digitale techniek kunnen we vandaag de dag al best heel veel. In tegenstelling tot analoog kun je digitaal echt onhoorbaar knippen in audio. Zelfs in een woord. En met de huidige techniek kunnen we de toonhoogte van een stem veranderen. We kunnen het formant (resonantie van specifieke frequentie/s) aanpassen om bv van een mannenstem een vrouwenstem te maken. We kunnen de snelheid van de stem versnellen of vertragen terwijl de toonhoogte gelijk blijft. En nog meer van dat soort foefjes. Een soort kleien met audio.

Met gemak knip ik woorden uit een interview. Een poos geleden werd tijdens een interview een achternaam verkeerd uitgesproken. Ik kon het niet over mijn hart krijgen dat de geïnterviewde met die fout op de radio te horen zou zijn en dus sleutelde ik net zo lang totdat het helemaal naturel klonk. En een jaartje terug werkte ik aan een documentairefilm waarin een Indiër voorkwam die ongelofelijk traag sprak. Niet te doen! Als oplossing werd het interview met behulp van software versneld, ook op beeld dus (het moet natuurlijk wel sync lopen!). Het zag er totaal overtuigend uit. Niemand die het doorhad, behalve de man zelf. En zijn vrouw die voor het eerst een beetje trots kon zijn op haar man…

Met een beetje (veel!) geduld kan ik zelfs een synthesizer mijn naam laten zeggen:

Deze VoCo tool zal nieuwe ethische vragen opwerpen. Hetzelfde gold ooit ook voor Photoshop. En nog altijd is daar discussie over. Want hoe ver ga je in het “mooier” maken van fotomodellen? Inmiddels zijn we toch helemaal gewend geraakt aan die onechtheid die we massaal beschouwen als echt. Of hebben we precies in de gaten dat het zwaar gemanipuleerde foto’s zijn? Ik denk het niet, slechts een klein deel van het publiek zal zien dat het niet echt is. Kritisch kijken en luisteren is een vak apart.

De werkelijkheid aanpassen/manipuleren is wat we graag doen. Vaak doen we dat vanuit het oogpunt van esthetiek. Maar we slaan er ook vaak in door. Je ziet het in het gebruik van Photoshop maar ook in het gebruik van Instagram-filters en dergelijke, iedereen slaat een beetje door in het aanpassen van de werkelijkheid. En over 50 jaar zal men zich gaan afvragen: hoe zag het er nu echt uit?

Onlangs zag ik een prachtige expositie van fotograaf Peter Lindbergh in de Kunsthal van Rotterdam. Peter staat bekend om zijn modefoto’s waarin hij de modellen op een rauwe en eerlijke manier fotografeert. Hij onderscheid zich in een modewereld die bol staat van doorgeslagen photoshoppers.

Tja… wat is mooi?

Mede door zo’n tool als VoCo zullen de discussies ook op het gebied van interviews en documentaires gaan komen. Je kunt straks mensen namelijk dingen laten zeggen die ze helemaal niet gezegd hebben. Is het wel ethisch verantwoord? En hoe zit het met de esthetische aspecten?

Net als met Photoshop moeten de mensen opvoed worden: wees je ervan bewust dat dit de werkelijkheid niet is, maar dat deze gemanipuleerd is. En laat ik er duidelijk over zijn: op zich is er niets mis met die techniek. Ik ben voor innovatie. Denk alleen goed na. Werkelijkheid en fictie dienen uit elkaar gehouden te worden. Ja toch?

 

bron, onder andere: The Verge

Geluiden ontwerpen

Een tijd terug postte ik een blog met daarin een track die ik maakte op basis van een korte opname van ‘een ijsklontje dat tegen het glas tikt’. Hier die opname:

Het verraste me dat zelfs sommige vakbroeders zich afvroegen hoe ik het gedaan had. Een enkeling vroeg me zelfs: “heb je echt geen andere instrumenten gebruikt?” Nee, het is slechts één opname, 1 sample.

Glas heeft een muzikale toon

Het geluid van een ijsklontje dat tegen het glas tikt is vrij eenvoudig te manipuleren omdat het als een muzikale toon klinkt. Dit ligt aan de resonantie van het glas. Vandaar dus dat je glazen kunt laten zingen als je er met een vochtige vinger over wrijft. Die toon kun je eenvoudig repitchen in een pakket als Ableton Live of Propellerhead Reason (noot: ijsklontje heb ik geheel in Reason gemaakt). En die toon kun je gaan timestretchen, oprekken in lengte zonder dat de toonhoogte omlaag gaat. Vervolgens kun je er bassen van bouwen, pad-sounds, drumsounds, werkelijk alles. Echt complex, vind ik, is het niet.

Lees verder

De New York Times laat het zien: zo bouwden Skrillex, Diplo en Justin Bieber de track ‘Where Are Ü Now’

Geweldig om te zien hoe de New York Times de track ‘Where Are Ü Now’ van Skrillex, Diplo en Justin Bieber analyseert. Muziektechnische taal wordt voor de verandering nu eens niet vermeden en ook worden de geluidstechnische behandelingen, de editing, uitvoerig beschreven. Wat we sounddesign noemen, mijn specialisatie. Het is deze klankvormgeving die de track karakter, dynamiek en kleur geeft. Een specialisatie die in de loop van de jaren een steeds grotere rol heeft gekregen. Niet alleen in popmuziek en dancemuziek, maar ook in films, radio en televisiedocumentaires en podcasts. Dankzij moderne audiosoftware kun je het geluid tegenwoordig met ongekende precieze sounddesignen (zie ook mijn post Met een ijsklontje muziek maken).

De track ‘Where Are Ü Now’ wordt in tekst, audio en op beeld geanalyseerd. Ik wil je adviseren om als eerste het stuk The Inside History of ‘Where Are Ü Now’ op de NYT-site te lezen. In dit artikel zul je ook een podcast/audio-onderdeel aantreffen dat specifiek op de samenwerking tussen het drietal ingaat. Het fraaiste onderdeel van de totaalanalyse is de speciale video die de NYT van de track heeft gemaakt. In de video worden de 3 heren geïnterviewd, leggen zij precies uit hoe de track werd opgebouwd door het te laten zien en horen.

Voor mij is het ook geweldig om te zien hoe Skrillex op zijn laptop (MacBook Pro die ik zelf ook gebruik) met Ableton Live (software die ik zelf ook sinds 2001 gebruik) werkt want zo werk ik namelijk zelf ook. Vroeger had je een grote studio nodig, een technicus die de knoppen bediende en een groep muzikanten. Tegenwoordig kun je die dingen allemaal in je eentje doen, zoals ik ze meestal doe. Of, zoals deze heren, met zijn drietjes. Met een hele vette hit als resultaat.

(omslagfoto: still uit video NYT)

Google maakt iedereen wijs dat ik in Den Haag heb gewoond

Samsung S4

Hoezeer we de NSA ook mogen vrezen, wat we nog veel meer moeten vrezen is de falende interpretatie van al die verzamelde gegevens. En hoewel mensen grootheden toedichten aan fabrikanten als Apple en Google, ik zie het tegendeel evenzogoed bewezen. Hun techniek laat regelmatig steken vallen. Dus.

interniek-googleplus

Het staat er inderdaad. Google+ zegt dat ik in Den Haag woonde. Verleden tijd. Het zal iets met GPS te maken hebben en het feit dat ik vorige week in Brugge ben geweest.

Google weet niet langer waar ik woon. Ik ben begonnen met turven. Vandaag zit op ik op dag 4.

Interniek bedankt!

Stukje bij beetje muziekmaken

Atari_1040ST

Samen met wat vrienden kocht ik ooit – ik moet een jaar of 16, 17 geweest zijn – een 4-sporen recorder om muziek mee op te nemen. Alles wat je ermee opnam klonk als een demo maar je kon er prima liedjes mee opnemen. En door het beperkt aantal sporen bleven de arrangementen overzichtelijk en eenvoudig. Vrijwel alle albums van The Beatles zijn ook op 4-sporen recorders opgenomen. Het geweldige Revolver bijvoorbeeld.

Toch zijn 4-sporen best weinig. Want zet je de drums in stereo dan hou je er nog maar 2 over voor bas, gitaar en zang. En wat als je aanvullende percussie en keyboards wilt opnemen? Diverse tracks zullen dus samen opgenomen moeten worden, of je moet van het ene spoor naar het andere gaan bouncen. Dat laatste deden wij ook, maar daarmee ging de geluidskwaliteit wel achteruit want dat vergat ik nog te zeggen: die 4-sporen recorder nam op een cassettebandje op.

Wat jaren later ben ik met mijn inmiddels overleden vriend Quintus Kessler met een 8-sporen recorder gaan werken die we aan een Atari 1040ST computer koppelden. We gebruikten er ook een groot rack vol synthesizers bij. Toch was er nog steeds een groot verschil tussen het geluid dat uit onze homestudio kwam en het geluid dat we op CD’s hoorden. Helemaal tevreden waren we dus niet. In die tijd waren DDD CD’s, CD’s die van voren naar achteren digitaal opgenomen waren, het summum.

Doordat mijn vriend Conno van Wijk technicus werd in Studio BMG in Voorburg, een studio van Aad Link (manager Nits) en Robert Jan Stips (toetsenist Nits en producer van vele bandjes waaronder Gruppo Sportivo), kon ik daar ook gaan opnemen. We moeten een jaar of 19, 20 zijn geweest toen dat feest begon. De studio was een paradijs waar we uren achtereen zaten te werken aan van alles en nog wat. In Studio BMG stond een 16-sporen recorder en grote analoge mengtafel en veel synths van Robert Jan en Peter Calicher (toetsenist Gruppo Sportivo). Ik mocht dat allemaal gebruiken. Het was een speeltuin.

In die tijd was het heel normaal om de muziek stukje bij beetje op te nemen. Vaak werd eerst de begeleiding van bas en drums (vaak drumcomputer) opgenomen. En speelde de bassist een foutje dan werd er vanaf een bepaald moment “ingeprikt”. Alle fouten werden hersteld en vaak werden bijvoorbeeld gitaarpartijen heel strak gemaakt. We, Conno en ik, waren liefhebbers van het album Cupid & Psyche 85 van Scritti Politti en meer van dat soort mega strakke muziek. Slave to the Rhythm en andersoortige Trevor Horn producties. Quincy Jones’ Back in the Block album en ga zo maar door. Maar je kunt je afvragen: waarom wil je dat zelf ook?

Het was de tijdgeest denk ik. Heel veel tijd ging zitten in het editen op de Atari computer. Toch moet ik zeggen dat de groove vaak vergeten werd. We speelden eerder strak op de tel dan er omheen. HipHop daarentegen lette veel meer op die feel en grooves dan popmuziek. Luister maar naar menige popproductie uit de 80 en 90-er jaren en let op de strakheid. Veel van die muziek klinkt nu super saai in mijn oren.

Alles werd opgenomen met een clicktrack, een metronome. Die voerde de maatverdeling, niet de drummer, en maatversnellingen waren uit den boze. Ringo Starr gebruikte op de albums van de Beatles nooit een metronone. Maar mede daarom klinken ze zo geweldig “losjes”. En als je het mij vraagt klinkt de muziek uit de jaren 60 en 70 lekkerder dan de jaren erna. Uitzonderingen daargelaten, uitzonderingen die wat mij betreft te maken hebben met de groove, met de swing rondom het tempo. Met name HipHop ben ik zeer dankbaar voor het terugvinden van feel in gecomputeriseerde muziek.

Nadat mijn band MAM na de allerlaatste CD Look: Nederlands! uit elkaar was gevallen (in’94 al terwijl de CD pas in ’95 uitkwam) besloot ik me 100% op live spelen te richten. Ik was de computer compleet beu geworden en speelde een paar keer week live. In die tijd leidde ik met wat muzikanten diverse jamsessies, soms 2 per week, een in het Musicon en een in de Paap hier in Den Haag.

Inmiddels heb ik de computer weer hervonden. En natuurlijk zijn de mogelijkheden in de loop der jaren sterk verbeterd. Toch blijft het fenomeen “fouten verbeteren” aan me knagen. De computer leent zich er inmiddels zo goed voor om die foutjes te herstellen. Maar ik moet zeggen dat daarmee veel verloren gaat. De muziek wordt er statischer van. Het is niet voor niets dat HipHop vaak gebruik maakt van sleepende ritmes die achter de tel worden gespeeld. Ook zet HipHop vaak rauw klinkende samples in als kleur die het eendimensionale artificiële karakter van de computer verdoezelt en de boel levendiger maakt. Als een soort weeffout in de muziek.

Tegenwoordig is het in om alle fouten te verwijderen. Zelfs valse noten in de zang kunnen vrijwel onhoorbaar via de Autotune zuiver gemaakt worden. Veel muziek klinkt dan ook vandaag de dag gladder en strakker dan ooit. Geeft niet. Niemand heeft mij gevraagd ervan te gaan houden, maar ik ben inmiddels door schade en schande wijs geworden. Een beetje althans.

Todd Rundgren 10 jaar op Reason

ToddRundgren
Vandaag las ik in het Nederlandse muziekblad Interface dat mijn muzikale vriend Todd Rundgren alweer 10 jaar Propellerhead Reason software gebruikt. Een echte studio heeft hij allang niet meer nodig, zegt Todd in dat blad.

Ik denk er net zo over. Ook voor mij is een kleine thuisstudio voldoende. En net zoals ik gebruikt Todd dus Propellerhead Reason. Een pakket waarvoor ik als sounddesigner honderden geluiden ontwikkel heb die met het pakket meegeleverd worden (zie deze blogpost). Wie weet gebruikt Todd wel een paar van mijn geluiden op zijn nieuwe album State dat op 9 april gereleased wordt.

En Todd blijkt, net als ik, in Reason de Cakewalk RE-2A Rack Extension (zie mijn blogpost) te gebruiken vanwege zijn fantastische geluid. Het is een simulatie van een oude Teletronix LA-2A Leveling Amplifier.

Muzikale helden

Hoezeer de tijden zijn veranderd. Daar waar je vroeger (lees: toen ik nog een klein krullenbolletje was) niet kon beschikken over de middelen van succesvolle studio’s kan dat tegenwoordig wel. Voor een fractie van het geld. En voor je het weet maak je gebruik van dezelfde spullen als waarover je helden beschikken.

Todd maakt ook held Green Gartside van Scritti Politti gebruik van Reason (zie mijn blogpost). Scritti vond ik helemaal te gek juist vanwege hun hippe sound. Van de Synclavier die ze op hun geweldige album Cupid & Psyche 85 gebruikten kon ik alleen maar dromen. Maar de tijden zijn veranderd en ik gebruik inmiddels dezelfde spullen. Met Green heb ik hierover nog persoonlijk gesproken in Londen. Met Todd nog niet overigens. Maar misschien moet ik dat toch maar eens gaan doen…

Het bedrog van Philips en Sony: CD’s worden onleesbaar!

For example, a significant fraction of collections from the 1980s of audio CDs, one of the first digital formats to become widely available to the public, may already be unplayable. The Library of Congress, which holds roughly 150,000 audio CDs in conditions almost certainly far better than those of personal collections, estimates that between 1 and 10 percent of the discs in their collection already contain serious data errors.

(bron)

disk1 op de 10 CD’s die onder optimale condities worden geconserveerd zijn nu dus al onleesbaar. Een verhaal dat haaks staat op het verhaal dat Philips en Sony ons altijd hebben voorgehouden. Ze zouden volgens de uitvinders namelijk levenslang meegaan.

De CD met Copy Control (DRM – Digital Rights Management – om te voorkomen dat de CD’s gekopieerd kunnen worden) was de slechts geproduceerde CD aller tijden. Deze waren zelfs op veel CD-spelers niet eens direct na aanschaf af te spelen. Gelukkig is dit type CD, nadat Sony BMG een virus (het beroemde rootkit schandaal) aan haar CD’s had toegevoegd, afgeschaft.

Ik was erbij toen in 1983 op de Firato de CD door Philips en Sony werd geïntroduceerd. Daar hoorde ik voor het eerst Dark Side Of The Moon vanaf CD, zonder getik, geruis en rumble van de pickup. Ook hoorde ik daar de Dire Straits vanaf CD. Ik krijg het er nog koud van, zo kil en koud klonk het. Deze CD’s zouden levenslang meegaan zelfs al gebruikte je ze als onderzetter. Krassen konden het geluid niet aantasten. Op de Firato lagen de CD’s als bierviltjes op tafel.

Het waren valse marketing trucjes zo blijkt nu want CD’s gaan helemaal geen leven lang mee. Sterker nog, haar voorganger vinyl gaat juist wel levenslang mee. Dat hebben de 78 toerenplaten inmiddels namelijk wel bewezen. En hoewel het geluid van vinyl langzaam aan wat achteruit gaat door slijtage via de pickupnaald, bij de CD verloopt dat slijtageproces volgens het principe van de digitale techniek; een kwestie van een 1 of een 0. Dus òf de CD doet het nog (1) òf hij doet het niet meer (0).

En een CD die het niet meer doet is een kwestie van stilte.

WordPress loopt lichtjaren vooruit

Bloggers zijn in staat om razendsnel te reageren op de wereld om hun heen. Dat wordt mogelijk gemaakt dankzij de techniek. Blogsoftware is gericht op razendsnel publiceren. En WordPress is De Koning Der Blogsoftware. WordPress wordt door een enorm grote groep open source ontwikkelaars up-to-date gehouden en kan dankzij haar flexibele architectuur voorzien worden van aanvullende toeters en bellen.

WordPress is een voorbeeld van cloud computing avant la lettre. Dit betekent dat de blogger via de online blogsoftware, WordPress, vanaf elke computer kan wijzigen en publiceren. Kortom: men kan bloggen waar men wil en via welk apparaat men dat wil. Dat hoeft dus geen dekstop of laptop te zijn maar kan zelfs een mobiele telefoon zijn. Of je stuurt een email naar je eigen WordPress blog die het vervolgens automatisch publiceert.

Dat is al sinds mei 2003 de realiteit voor elke blogger die met WordPress blogt. In die maand verscheen namelijk de eerste release van WordPress. Inmiddels zitten we met WordPress op versie 3.51 en zijn we enorm geëvolueerd als bloggers.

Zet dit eens af tegen de systemen die bedrijven gebruiken. Neem bijvoorbeeld de banken die met sterk verouderde online software werken.  Of neem de systemen die onze overheid en gemeentesites gebruiken. Vaak werken de formulieren bagger of is het gebruikersgemak ver te zoeken. Maar als je hen vraagt om de boel aan te passen dan gebeurt er niets. Dan moet er een duur mannetje van een IT-bedrijf ingehuurd worden om de wijziging door te voeren. Ik kan uit ervaring spreken, ik heb heel wat beroerde CMS-systemen die tot op de dag vandaag nog in gebruik zijn, gezien.

Een poos geleden trof ik in een hypermoderne zaal van Stadsgewest Haaglanden op het smartboard een installatie van Internet Explorer 6 aan. Een moderne browser konden ze mij niet aanbieden. IE 6 is een browser die uit 2001 (!!!) stamt. En eentje die de meest kloterige browser aller internettijden genoemd mag worden. Een gedrocht van de firma Microsoft. Die zelf al jaren geleden adviseerde die versie niet langer te gebruiken. Onze overheid doet dat dus wel. Ik heb luid en duidelijk gezegd dat ze daarmee een enorm beveiligingsrisico lopen. Wie vandaag de dag nog IE 6 gebruikt is gewoon geflipt.

Ik denk dat menig bedrijf zich achter de oren krabt  Hoe doet die blogger dat toch? Zo’n mooie site die zo soepel werkt. En het werkt zelfs responsive op de mobiel. Gratis updates komen via RSS en email binnen. En alle formulieren werken ook prima op alle browsers (ING leest u even mee?). Waar haalt die blogger toch al dat geld vandaag. Zo’n blog moet toch minimaal een ton hebben gekost, niet waar?

Tja, dat internet…

I Robot

foto onder Creative Commons BY: David DeHetre  bewerking: Marco Raaphorst

foto onder Creative Commons BY: David DeHetre
bewerking: Marco Raaphorst

Je kunt er lang en breed over lullen maar internet is toch echt een verlengstuk van wie we zijn. En die techniek, het internet dus, is niet eng. Techniek die niet veel abstracter is dan een fiets, een auto, een boek of ga zo maar door. Een fiets en een auto zijn verlengstukken van onze benen en enorm praktisch. Over het nut van het geschreven woord hoef ik het ook niet te gaan hebben lijkt mij. Toch moet ik het nut van een blog nog regelmatig hard zien te maken. Met name voor bedrijven. Nog geen 25% van alle Nederlandse bedrijven heeft een blog, zo schat ik in.

We leven in tijden dat alles compleet op zijn kant ligt. De wereld is radicaal aan het veranderen mede door internet. Al eerder heeft de overgang van handmatig naar machinaal vervaardigde goederen, ten tijden van de industriele revolutie, de wereld veranderd. De digitale revolutie gaat verder dan dat want alles dat te automatiseren valt zal geautomatiseerd gaan worden komende jaren.

Het handelen van webservices gaat steeds meer op menselijk gedrag lijken. Google geeft antwoord op al onze vragen. Inmiddels geheel gebaseerd op jouw gebruikersprofiel. Reisplanners vertellen je welke verbinding de beste is. En afgaande op jouw smaak maakt een online computerprogramma suggesties welk boek je zou moeten lezen, welke muziek je zou moeten beluisteren en met welk cadeau je jouw geliefde een plezier kunt doen. Het zal de komende jaren nog veel verder gaan dan wat ik nu schets. Computers gaan zelfstandig kunnen leren. En internet zal gekoppeld worden aan onze auto’s, koelkasten, straatcontainers en ga zo maar door.

De computers doen het (saaie, geestdodende, lopende band) werk en wij doen de rest. Maar wat is die rest? Ook in de muziek is gebleken dat computers voor gevoel kunnen zorgen. Drumcomputers hebben de drummers vervangen en wij dansen erop. De techniek is een verlengstuk geworden voor musici in haar zoektocht naar perfectie. Zelfs de niet-muzikalen kunnen op een iPad muziek maken. En een Autotune zorgt ervoor dat niemand meer vals hoeft te zingen.

Wat kunnen wij bloggers daar tegenover gaan stellen, tegen die nieuwe wereld die zo vergaand geautomatiseerd en geperfectioneerd is? Moeten wij op zoek gaan naar onze meest persoonlijke kant? Dat wat ons echt menselijk maakt? Menselijker dan een drumcomputer, menselijker dan een nieuwsaggregator, menselijker dan geaggregeede suggesties en tips online. Het is een uitgelezen kans om terug te keren naar het echte. Dat wat we een computer nooit zouden kunnen vergeven. Dat we direct een #FAIL noemen. Maar ergens o zo menselijk is.

(bovenstaande is mijn gastblog voor iBlogBuddy die op 18 december 2012 is verschenen)