Jon Bon Jovi opent ‘betaal wat je kunt missen’-restaurant Soul Kitchen

Van de week op het Malieveld sprak ik met iemand die net als ik een kijkje kwam nemen bij Occupy Den Haag. Hij vertelde over een restaurant in Duitsland dat de ‘betaal wat je kunt missen’-methode hanteerde. Het was zo succevol dat ze een tweede restaurant konden beginnen. Alleen de Duitse belastingdienst deed raar, want die konden het zakelijk niet plaatsen. En dus vroeg het restaurant voortaan alle bezoekers 5 euro bij entree te betalen om vervolgens, eventueel, bij het verlaten van het restaurant een gift te kunnen achterlaten. Het bleek uitstekend te werken. (zie update!)

Jon Bon Jovi (ja die!) heeft nu samen met zijn vrouw in New Jersey een restaurant geopend volgens dezelfde methode onder de naam Soul Kitchen.

A community restaurant with no prices on the menu; customers donate to pay for their meal. If you are unable to donate you may do volunteer work in exchange for your family’s meal.

Ik moest direct aan de gelijknamige te gekke Duitse (toeval?) film uit 2009 denken.

(via BoingBoing)

Update: het gaat om Weinerei in Berlijn. Lees ook dit artikel op de Guardian dat erover gaat.

Robert Jan Stips’ CD-verkoopmethode

Robert Jan Stips was vanmorgen hier op de koffie. Je kent hem vast als de toetsenist van de Nits. Maar ook solo treedt ‘ie regelmatig op.

Hij vertelde dat ‘ie tijdens zijn soloconcerten altijd CD’s verkoopt. Hij doet dat door de CD’s uit te stallen met daarnaast een kistje waar het geld in kan. Zelf gaat ‘ie er niet als een soort van verkoper bijstaan. Deed ‘ie vroeger wel maar nu niet meer. Zijn fans kunnen zelf de CD’s pakken en het geld in het kistje stoppen. Dat blijkt prima te werken, hij verkoopt er zelfs meer CD’s door dan voorheen. En iedereen blijkt netjes de 15 euro in het kistje te doen.

Simpel maar effectief, een kwestie van je eigen fans vertrouwen.

Vragen over veranderingen in de muziekindustrie

Beste Marco,

Ik ben een muziekproducer, zanger, songwriter en danser, oftewel ik leef en adem muziek! Ik heb voor mijn afstudeeropdracht o.a. getracht uit te zoeken of en hoe het mogelijk is voor een muzikant om alles zelf te doen, van tekst en productie tot opname en afmixen (masteren doe ik ook maar dit kan een engineer beter).

Regelmatig sturen studenten mij in het kader van een scriptie of andersoortige afstudeeropdracht een stel vragen op. Meestal zijn dat interessante vragen waar ik op mijn blog ook wat mee kan. Vandaar dus het volgende. Tip: ga er wel ff voor zitten, het is nogal een verhaal :)

Stelling: De kosten van professionele studio’s maakt dat platenmaatschappijen geen risico’s nemen met opnames, waardoor muziek vaak generiek klinkt.

Onwaar. Tegenwoordig worden veel producties gewoon thuis gemaakt, of in het vliegtuig, of op een hotelkamer. Hiphop en elektronische muziek wordt zo gemaakt. En dat kost vrijwel niets. Hooguit is wat geld voor een mixage en/of mastering in studio van een dag of 2 nodig.

De meeste muziek klinkt generiek omdat de meeste musici willen scoren in plaats van originele muziek te maken. Ze willen de massa aanspreken en doen dat op basis van de muziek die in een verleden populair bleek te zijn. Dat is het op maat leveren van muziek binnen vastgestelde paden. En dus weinig origineel te noemen.

De meeste musici zijn bang dat hun muziek nooit gehoord wordt. Ook al vinden ze het zelf mooi. Ze kijken liever naar anderen en stemmen daar hun eigen muziek op af.

Ik heb geen respect voor lafaards. Ik geloof in eigenwijsheid (de naam zegt het al). Neem een Miles Davis, Hendrix, Aphex Twin en ga zo maar door. Die hadden schijt aan alles. Dat zijn echte musici. Die maken muziek vanuit een innerlijke noodzaak en niet vanuit een commercieel doel.
Lees verder

Waardebepaling achteraf

busking

Waardebepaling achteraf is een mooi principe. In Nederland is de bekendste pionier op dit gebied Martijn Aslander. Waar het op neerkomt is dat je bij waardebepaling achteraf je niet vooraf een prijs afspreekt voor je nog te leveren diensten of producten, maar achteraf gaat bepalen wat de waarde ervan is. Niet alleen de waarde voor de opdrachtgever, maar misschien heeft het jou ook wel het een en ander direct opgeleverd. Waardebepaling achteraf voelt als een reële manier om elkaar te helpen. Die misschien beter in balans is dan het afspreken wat iets gaat kosten.

Ook ikzelf ga ermee aan de slag, naar eerdere kleine positieve ervaringen ermee opgedaan te hebben. Volgende week vind er hier bij ons thuis in het kader van opuh huis een adviesgesprek plaats met iemand die een boek gaat uitgeven. Hoe je dit online zou kunnen opzetten, dat wordt de basis van het gesprek.

Veel zelfstandig ondernemers, zoals ik, wachten op werk of moeten actief opzoek naar klanten die hun diensten willen inhuren. Je moet een contract ‘aftikken’ en kunt dan pas aan de slag. Via waardebepaling achteraf kun je altijd direct aan de slag. Je biedt je diensten gewoon aan. Dit is voor de adviseurs misschien eenvoudiger dan voor iemand zoals ik.

Aslander roept dan ook hardop: “nee, ik ben niet in te huren”. Wat hij natuurlijk bedoelt is dat hij hoopt dat hij van waarde is en dat die waarde pas achteraf bepaald kan worden.

Een vraag is meestal simpel. Bijvoorbeeld iemand die vraagt of ik een leadertune kan maken bij hun video. Soms is die video nog lang niet klaar. Kortom: vaak is het vrij lastig inschatten hoeveel tijd ik eraan kwijt zal zijn. En hoewel sommige klanten mij hele goeie instructies geven over welke muziek ze willen hebben, soms willen ze toch iets anders dan wat ik voorstel. Samen ga je ermee aan de slag en ik zal moeten zorgen dat ik van waarde ben. Logisch.

U vraagt, wij draaien, is een principe waar ik niet zoveel mee kan. Bij dat soort projecten is er vaak sprake van een bedenker, een opdrachtgever en diverse andere mensen met ‘belangrijkere rollen’ dan bijvoorbeeld de muziekcomponist. Het nadeel is vaak dat zo’n productie niet gezien wordt als een gezamenlijke productie. Mensen die mij goed kennen, weten dat ik juist geloof in het collectief, waarbij ook de auteursrechten op een niet-exclusieve manier gedeeld worden door alle betrokkenen. Of beter: dat de rechten bij de betrokkenen blijven in plaats dat ze voor geld worden weggekocht door de opdrachtgever.

Muzikanten die op straat spelen, maken ook gebruik van het principe waardebepaling achteraf. Zij spelen in de hoop dat een aantal mensen wat geld in het hoedje gooien. Meestal is dat het geval en ben je heel goed, dan zal dat ook gewaardeerd worden. Toch is het natuurlijk de vraag voor welke situaties dit allemaal werkt. Een laptop zal je er niet snel mee kunnen kopen. Of hoewel, als ik nu wat muziek maak voor bijvoorbeeld Dell, is het dan misschien niet aardig als ik in ruil daarvoor een laptop ontvang?

En webloggers doen ook aan waardebepaling achteraf. Allemaal. Zij schrijven in de hoop dat het hen achteraf iets oplevert. Achteraf van waarde blijkt te zijn; aandacht, begrip, steun, advies, adverteerders, joe name it.

Het verdienmodel

Ik lees, in een andere context dan muziek weliswaar:

Nieuws is kosteloos toegankelijk. Maar achtergrond en duiding zijn niet gratis, of zouden dat niet moeten zijn. Want voor diepgang heb je gespecialiseerde redacteuren nodig, zoals onderzoeksjournalisten of een wetenschapsredactie. Die kosten geld en zijn dat waard.

(bron)

Klinkt zeker logisch. Nieuws moet toegankelijk zijn voor iedereen natuurlijk. Zelfs voor een zwerver die op straat ligt. Dat hoef ik niet uit te leggen. Nieuws = belangrijk = gaat iedereen aan.

Geldt hetzelfde ook niet voor muziek?

Als ik het artikel van het NRC goed lees dan gelooft deze krant in de waarde van kranten voor verdieping. Dat zou zeker kunnen. Voor magazines geldt hetzelfde. En ik geloof dat hetzelfde geldt voor musici die hun muziek op CD of plaat verkopen. Daar is nog steeds behoefte aan. Het geeft een gevoel van exclusiviteit, van echt bezit. Een echt tastbaar Product.

Tegelijkertijd is er geld te verdienen met het aanbieden van betaalde downloads of services. Zo betaal ik al jaren voor mijn Flickr.com account zodat ik mijn foto’s online kan delen. Een geweldige service. Daarmee bedien ik niet mijn collega fotografen, nee, ik bedien mijzelf ermee. Door te betalen zie ik op Flickr.com geen advertenties meer, ziet mijn bezoek dat ook niet en krijg ik onbeperkte ruimte om foto’s te uploaden. Hetzelfde geldt voor de webservers waar ik mijn blogs op host. Ik betaal voor service in ruil voor mijn eigen plekken op het internet en garanties dat dat niet zomaar verloren gaat. Ik kan ergens een beroep op doen. Net als bij Flickr.com. Ik investeer graag in Een Veilig Gevoel. Dat mijn foto’s er morgen ook nog zijn.

Als Twitter betaalde accounts gaan verkopen zal ik waarschijnlijk meedoen. Zo verzeker ik mij van iets meer zekerheid over een belangrijke webservice online. Hoe belangrijker een service voor mij is, des te logischer is het voor mij om ervoor te betalen. Dat dat account er morgen ook nog is. Dat ik het op visitekaartjes kan gaan noteren. Mijn adres. Hier.

Af en toe betaal ik voor een digitale download. En af en toe doneer ik wat. Maar dat is toch behoorlijk minimaal moet ik zeggen. Daarentegen betaal ik wel redelijk veel aan offline activiteiten. Ik koop soms een nrc.next. Of soms een kop koffie en lees dan de nrc.next gratis. Ik koop redelijk veel boeken. Af en toe nog een CD. Tastbare zaken. Maar ook online zal ik dat vaker gaan doen. Mensen ondersteunen wiens werk ik waardeer en waar ik graag middels mijn financiële injectie aan mee kan helpen. Dat hun werk niet van de een op de andere dag verloren kan gaan.

Natuurlijk, je kunt je niet tegen alles verzekeren. Shit happens. Maar je zult het met mij eens zijn dat mensen die elkaar financieel of op een andere manier supporten een verbinding aangaan. Een verbinding, die een solide basis legt.

Wat nog ontbreekt is een slim betalingssysteem voor micropayments. Nee, niet IDEAL (te duur). Niet PayPal (ook te duur). Gewoon iets wat net zo werkt als een pinpas. Snel, direct en goedkoop. Van jouw rekening naar de mijne. Als blijk van waardering.