Terug bij het begin

Midden in het proces van het produceren van een podcast zit ik op dit moment. Het moet een serie van 10 afleveringen gaan worden. Een serie over het vinden van eigenheid in de muziek. Het vinden van een artistieke ziel. Ik ben niet de hoofdpersoon in de podcast, toch gaat het ook over mij. Alles wat er gezegd wordt is onderhevig aan zelfreflectie want alles wat ik erin wil hebben en wat niet, het is allemaal aan mij om dat te bepalen.

Elke documentaire is gekleurd. Je kunt maar 1 kant opkijken met de camera en dwing je de kijker echt om ergens naar te kijken. Hij of zij ziet niet wat er naast of achter de camera gebeurt. Met audio heb je dat minder in de hand. Geluid speelt zich tenslotte als een wolk rond de microfoon af en die vangt ook het geluid van opzij en van achteren op. Een camera kan dat niet, tenzij je een moderne 360 graden camera gebruikt…

Maar goeds, waar zit mijn eigûh eigenheid als het aankomt op muziek? Ik heb de afgelopen jaren veel verkend en geëxperimenteerd op muzikaal gebied als componist, sounddesigner en uitvoerend muzikant. Veelzijdigheid is iets wat mij redelijk ligt, maar toch knaagt er iets.

De keuzes die je maakt, ze vormen je.

Ik weet nog hoe ik een jaar of 13 was en op een open dag van de Haagse Stedelijke Muziekschool aanwezig was. Als ik toen de muziek van de jazzgitaar workshop van Ferry Robers niet gehoord had was ik er ook niet aan begonnen. Dan had ik misschien gekozen voor een workshop popmuziek. Maar ik koos voor jazz.

Toen ik op mijn 16e in een schoolbandje terecht kwam begreep ik geen ene donder van de blueslicks die je over Rolling Stones songs behoorde te spelen. Hoe je over complexe jazz akkoorden moest soloren snapte ik wel. Ik speelde modaal over de Stones en het klonk voor geen meter. Que!? Bovendien swingde ik en dat is niet goed voor rock ‘n’ roll. Rock moet je hoekig, rauw en fel spelen. En in een solo moet je met een behoorlijk overstuurd geluid de gitaar laten gillen, met licks die omhoog gaan. Sizzling to the top…

De complexe harmonie van de jazz, ik ben er altijd dol op geweest. Daarom hou ik ook zo van Steely Dan. En daarom raakte ik ook verknocht aan Braziliaanse muziek. Harmonisch, melodisch en ritmisch is die muziek zo verschrikkelijk rijk. En tekstueel zijn de Brazilianen ook nog eens de grootste poëten op aarde. Een werelddeel dat op muzikaal gebied behoorlijk miskend wordt door de rest van de wereld!

Samen met Tom America heb ik de formatie ‘zegzeg’. Dat vraagt om een eenvoudige en droge aanpak wat mij betreft. Een gitaar in al zijn naaktheid, zonder poespas. Gewoon zorgvuldig gekozen noten. Geen episch gegil met veel vervorming. Geen theater en geen stoerdoenerij.

We etaleren helemaal niets behalve waar de muziek zelf om vraagt. Zoals het was op die open dag van de Stedelijke Muziekschool. Het was de muziek die me toen raakte. De rest doet er namelijk helemaal niet toe.

1e optreden van ‘zegzeg’ in 2 foto’s

Gisteren deden we ons eerste optreden tijdens de paaseditie van Cultureel Café Tilburg in Cinecitta. Tom America en ondergetekende, zijnde ‘zegzeg’.

Tom:

  • laptop met Keynote slideshow (voor muzikale begeleiding, video + ondertiteling)
  • keyboard
  • sampler met samples van stemmen

Marco:

  • gitaar
  • chorus pedaaltje voor een beetje zweef hier en daar
  • DI met amp simulatie (standje: clean)

Ging niet onaardig voor een eerste keer hoewel, zul je altijd zien, de soundcheck beter ging. Voor een volle zaal met cultuurvolk.

(foto’s van Karin)

Soundcheck
soundtrack-zegzeg-tilburg-w990

Optreden
optreden-zegzeg-tilburg-w990

Cultureel Café Tilburg met ‘zegzeg’: Tom America en Marco Raaphorst

Voorzien van een tafel, een lamp, een stemsampler, een gitaar, een computer en een beamer treed ik aanstaande zondag 27 maart 2016 samen met Tom America voor het eerst op onder de naam ‘zegzeg’.

Cor Jaring met het Magische Pershelm

Cor Jaring met het Magische Pershelm

Dat staat te gebeuren in Cultureel Café Tilburg (Cinecitta – Willem II Straat 29, Tilburg) tussen 12 en 14 uur (wij spelen 3 tracks tussen 13.35 en 13.45 uur).

Aldaar brengen wij onze gesproken muziek ten tonele. We laten ons vergezellen van de stemmen van ondermeer Provo-fotograaf Cor Jaring, kunstenaar Joost Conijn en fotograaf Stefan Vanfleteren.

‘zegzeg’!

Pracht expo van avontuurlijk provofotograaf Cor Jaring

Omdat ik samen met Tom America de nieuwe formatie ‘zegzeg’ begon kwam ik Cor Jaring op het spoor. Ik had weleens een foto van de provofotograaf met het Magische Pershelm gezien maar veel meer wist ik niet over hem. De song Dat is ’n tik van me waarvoor Tom de stem van Cor leende (zie hier) gaan we met ‘zegzeg’ live-on-stage naar de mensen toebrengen. Daarbij zal ik mij wapenen met een elektrieken gitaar.

Ik besloot op onderzoek te gaan en stuitte op een kleurrijk figuur. Een Cor die leefde op nicotine, drank, fotografie en sterke verhalen. Cor was niet gespeend van ook maar 1 piepklein haartje bescheidenheid. Cor was de beste fotograaf, zo vond ‘ie zelf.

In het museum Huis Marseille is de expo Cor was hier te zien, samengesteld door fotograaf Sander Troelstra. Ik ontdekte er nieuwe dingen. Fotografie die zichzelf helemaal niet hoeft te overschreeuwen omdat het ronduit geweldig was. Ik zag een Cor in Tokyo, een Cor in Indonesië. Een Cor die last had van heimwee en vaak met zijn ziel onder z’n arm liep als ‘ie weer eens moederziel alleen aan de slag moest in een ver land. In een  brief aan zijn vrouw Willy uit 1966 laat hij weten dat hij overspannen is en van de dokter in Tokyo een vitamine-injectie gekregen heeft. In Indonesië fotografeert hij Soekarno en verblijft zelfs in diens paleis. Daar ontmoet Cor ook de zangeres Nancy Sinatra die hem vraagt om naar Amerika te komen om Amerikaanse celebrities te fotograferen. Cor past en keert  zo snel mogelijk weer terug naar Amsterdam.

Misschien was het een sterk verhaal want Cor was gek op sterke verhalen en kon ze als de beste vertellen. Het waren vaak complete verzinsels. Menig maal “vergiste” hij zich zelfs over wie een beroemde foto gemaakt had. Zoals in zijn provoperiode een paar keer gebeurde.

In de laatste tweeënhalf jaar voor Cor zijn dood gaat fotograaf Sander Troelstra hem met zijn camera volgen. Hij herkent zich in Cor, in de liefde voor underdogs en het ongewone. Cor laat zich fotograferen want zelf kan hij het niet meer. “Een halve Cor”, zo noemt Cor zichzelf op mindere dagen. Chronische pijnen hebben hem de das om gedaan. Maar met Sander kan ‘ie er tenminste nog over vertellen, over die goeie ouwe tijd. Het voelt voor Cor alsof ‘ie nog een beetje aan het werk is.

Volgens zijn dochter ging Cor geheel zijn eigen gang, wat volgens haar te bewonderen is. Maar de kinderen hadden het zeker niet makkelijk vroeger. De vaak afwezige vader zat tot diep in de nacht in de kroeg en dronk het verdiende geld op. In een korte docu die tijdens de expo vertoont wordt zie ik hoe de tranen over de wangen van zoonlief rollen als ‘ie een foto van Cor ziet tussen de Indonesiërs.  Hij voelt de weemoed van pa. De fotograaf die gedwongen is om geld te verdienen, desnoods in een ver land. De ambitie riep. Maar hij zat liever in Amsterdam.

Het leven is een verhaal dat gemaakt moet worden.

(omslagfoto gepubliceerd onder CC BY-SA op Nationaal Archief: Jac. de Nijs)