Van praten naar zingen

Een paar jaar geleden nam ik een tijdje zangles. De zanglerares vertelde dat wie een mooie praatstem heeft ook een mooie zangstem kan ontwikkelen. Je hebt tenslotte maar 1 stem. Praten gaat automatisch maar zingen niet, dus daar moet je hard voor werken. Het kost meer lucht en meer beheersing van de stembanden. En zuiver zingen is ook een behoorlijke uitdaging.

Zelfs ervaren zangers kunnen soms vals zingen. Om niet vals te zingen moet je niet alleen je eigen stem beheersen maar je stem ook goed kunnen horen. Dat gaat soms in live situaties mis. Als de zanger zijn eigen stem niet goed hoort kan hij zijn stem ook niet goed tunen.

Een stem zweeft trouwens altijd een beetje in toonhoogte. En dat is prima, want we houden allemaal van die lichte zweving in het geluid. Een starre strakke toon zoals een Auto-tune die kan genereren klinkt als een robot. Het effect wordt tegenwoordig veel geapprecieerd maar ik vind het vaak te levenloos klinken.

Er zijn vele manieren om te zingen. Krachtig en theatraal zoals Maria Callas. Zacht zoals João Gilberto. Breekbaar zoals Elliot Smith. Bijna gesproken zoals Serge Gainsbourg. Omfloers zoals Eefje de Visser. Schoor en vervormd zoals Tom Waits. In het Cockney zoals Baxter Dury. Tussen rappen en zingen in zoals Ghostpoet. Of roepend zoals Sleaford Mods.

Wat je met je eigen stem kunt bereiken heeft natuurlijk te maken met de beperking van je eigen stem maar minstens evenveel met de hoeveelheid tijd die je overhebt om je stem te trainen. Het allerbelangrijkste is denk ik de vraag: hoe wil je klinken?

Die laatste vraag stel ik mijzelf nu ook.

Het verhaal gevat in een lied

Gisteren keek ik naar een documentaire over Lou Reed’s album Transformer en ik dacht na over de rol van de songtekst.

Natuurlijk was die rol er. Alleen was die rol voor mij nooit zo belangrijk. Ik luister zelden naar teksten behalve als ze echt opvallen. Uitzonderingen zijn Prince, Todd Rundgren, The Beatles en nog wat andere bands. En alle Afrikaanse, Franse, Braziliaanse muziek en ga zo maar door, waar ze over zingen, ik zou het niet weten.

Natuurlijk hoor ik graag iemand zingen. Maar die teksten … ik heb er niet veel mee, alsof ik mijn handen al genoeg vol heb aan melodie, harmonie en ritme.

Toch maakte de documentaire iets in me los. Vooral wanneer Lou Reed zei dat ‘ie soms pas een tekst begreep als hij het lied voor publiek uitvoerde. Dat snapte ik, feedback doet iets met je. En ik snap hoe poëzie voor hem werkt. Dat raakte mij.

Waar ik de laatste jaren heel bewust mee bezig ben is het verhalenvertellen, wat in het engels zo mooi storytelling heet. Het is een vorm van vertellen en documenteren die ik erg krachtig vind. Maar eigenlijk werkt het met het lied precies zo. Het lied vertelt ook een verhaal of heeft een krachtige boodschap. En een lied is compact.

Een tekst met muziek, een lied, het blijft een gouden combinatie. Maar ik heb het gevoel dat ik dat terrein nog nauwelijks verkend heb. Melodisch, harmonisch en ritmisch heb ik mezelf verkend, instrumentaal, maar tekstueel? Ja, via dit blog natuurlijk zeker, maar gevat in een lied?

Muziek A-Z: Z

Elke zaterdagavond zondagmorgen een letter uit mijn muzikale ABC.

Alan Lomax is voor mij het boegbeeld van het vastleggen van burgercultuur. Je zou verwachten dat burgercultuur dankzij internet gemeengoed is geworden, niets is minder waar. Tot op de dag van vandaag doen ‘professionele’ journalisten burgerblogs af als amateuristisch, worden uitingen via Facebook en Twitter niet gezien als belangrijke culturele uitingen.

Alan Lomax trok met zijn bandrecorder de gevangenissen in om de gezongen liedjes van vooral zwarte amerikanen vast te leggen. Zijn werk werd niet serieus genomen door de pers. Inmiddels weet iedereen dat wat Alan heeft gedaan van historisch belang was. Dankzij Alan kunnen we nu nog genieten van de folkmuziek die anders verloren gegaan was. De cultuurhistorici hadden het dus mis.

Alan liet ons horen hoe er werd gezongen. Hoe door het zingen van liedjes je eigen leed draaglijker werd. Hoe door het zingen van liedjes het werk minder zwaar werd. En dat was niet alleen in Amerika het geval. Want wij Nederlanders zongen natuurlijk ook. Bijvoorbeeld galmend als Italiaanse operazangers, zoals in de Jordaan het geval was.

Maar hoe zit dat nu? Zingen we nog tijdens het werk? Onder de douche? Als we een feest geven? Ik denk het niet. Het zingen zijn we verleerd. Het wordt ons niet meer geleerd op school. En waarom? Houden we soms niet meer van zingen?